Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BV2294

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-12-2011
Datum publicatie
08-03-2012
Zaaknummer
192015 / KZ ZA 11-1034
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7193, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beëindiging van distibutieovereenkomst. Wijziging van dealernetwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 192015 / KZ ZA 11-1034

Vonnis in kort geding van 29 december 2011

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HET LANGEDIJKER BED B.V.,

gevestigd te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KUBIZ B.V. h.o.d.n. Vitaz Wonen (www.merkbed.nl),

gevestigd te Medemblik, gemeente Medemblik,

eiseressen,

advocaat mr. M.A. le Belle te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONINKLIJKE AUPING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. E.J.H. Gielen te Utrecht.

Partijen zullen hierna Het Langedijker Bed, Kubiz en Auping worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16

- de producties 1 tot en met 27 van de zijde van Auping

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Het Langedijker Bed c.s.

- de pleitnota van Auping.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Auping is eigenaar van het merk Auping.

2.2. De verkoop van Auping bedden en matrassen gebeurt door middel van een dealernetwerk dat bestaat uit gespecialiseerde Auping winkels die het gehele assortiment voeren (Auping Plaza's), winkels waarin Aupingproducten door middel van een "shop-in-shop" formule worden verkocht en beddenspeciaalzaken c.q. gemengde meubelzaken die - naast andere producten - ook Aupingproducten verkopen. Het Langedijker Bed en Kubiz behoren tot deze laatste categorie dealers.

2.3. Het Langedijker Bed (voorheen genaamd [A]) is sinds 1996 dealer van (onder meer) Aupingproducten. Het bedrijf is in 2006 door middel van een aandelentransactie overgenomen door de holding van de heer [B], waarna het dealerschap gehandhaafd is gebleven, hetgeen namens Auping is bevestigd in een brief van 22 november 2006.

2.4. De heer [C] is (middellijk) bestuurder van het in 2009 opgerichte Kubiz. Kubiz heeft vanaf het moment van haar oprichting een dealerrelatie met Auping. Hieraan voorafgaand had Auping al een jarenlange zakelijke relatie met de familie [C].

2.5. Naast de verkoop van Auping producten vanuit de winkel verkopen Het Langedijker Bed en Kubiz Auping producten met (extra) korting via internet.

2.6. Auping heeft de distributieovereenkomsten met Het Langedijker Bed en Kubiz bij afzonderlijke brieven van 21 januari 2011 opgezegd tegen respectievelijk 31 december 2011 (Het Langedijker Bed) en 31 januari 2012 (Kubiz).

2.7. In de opzeggingsbrieven is als reden voor opzegging genoemd de omstandigheid dat Auping een nieuw distributiebeleid gaat hanteren en haar dealernetwerk zal reorganiseren, waarbij - kort gezegd - voor Het Langedijker Bed en Kubiz als dealers geen plaats meer is.

2.8. Ten aanzien van Het Langedijker Bed is in de opzeggingsbrief meer specifiek het volgende opgenomen:

"[...]

De beëindiging van de samenwerking is gelegen in het feit dat in het kader van voornoemde reorganisatie er - zoals al eerder opgemerkt - ten behoeve van schaalvergroting op strategische plaatsen in Nederland Auping Plaza dealerschappen zullen worden gevestigd c.q. aandacht wordt gegeven aan de ontwikkeling van de bestaande Plaza's. In uw verzorgingsgebied is reeds een Plaza gevestigd (in Heerhugowaard), ongeveer twee kilometer bij uw winkel vandaan. Daar komt bij dat Auping op termijn dergelijke Plaza's voorziet in de met uw gebied aanpalende/overlappende gebieden Alkmaar/Beverwijk en Den Helder/Schagen. Dit betekent dat voor een dealer in Broek op Langedijk geen plaats meer is, willen voornoemde Plaza's tot strategisch speerpunt kunnen verworden, welke bovendien voldoende renderen.

Daar komt bij dat de ligging van uw winkel op een industrieterrein in een kleine plaats niet past in het nieuwe concept dat Auping voor ogen heeft.

[...]"

2.9. Ten aanzien van Kubiz is in de opzeggingsbrief meer specifiek het volgende opgenomen:

"[...]

De beëindiging van de samenwerking is gelegen in het feit dat in het kader van voornoemde reorganisatie er - zoals al eerder opgemerkt - ten behoeve van schaalvergroting op strategische plaatsen in Nederland Auping Plaza dealerschappen zullen worden gevestigd c.q. aandacht wordt gegeven aan de ontwikkeling van de bestaande Plaza's. Een van die nieuw te ontwikkelen strategische plaatsen betreft Hoorn. Het marktpotentieel in het betreffende verzorgingsgebied laat - naast uw winkels - de vestiging van een Plaza evenwel niet toe. Wil een Plaza in Hoorn tot strategisch speerpunt kunnen verworden, welke bovendien voldoende rendeert, is er voor een Auping Dealer in Hoorn en Medemblik geen plaats meer.

Uw winkel kan daarenboven geen Plaza worden, aangezien Plazavestigingen louter beddenspeciaalzaken zijn en geen algemene meubelzaken zoals uw winkel. Voorts worden er in uw winkels bedden van concurrenten verkocht. Tot slot hebben wij gelet op de recente contacten ernstige twijfels omtrent uw financiële situatie. Ook dit maakt dat wij u niet zien als toekomstig strategische partner van Auping en één van de pijlers onder ons nieuwe distributiebeleid.

[...]"

2.10. In verband met de opzegging heeft - na een daartoe door Het Langedijker Bed en Kubiz gedaan verzoek als bedoeld in artikel 187 Rv - op 26 september 2011 een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord:

- de heer [D] (tot 2009 werkzaam als commercieel directeur bij Auping),

- de heer [E] (algemeen directeur Auping),

- mevrouw [F] (verkoopster bij Het Langedijker Bed),

- mevrouw [G] (verkoopster bij Het Langedijker Bed),

- mevrouw [H] (accountmanager bij Auping).

Op 21 november 2011 hebben nadere verhoren plaatsgevonden waarbij zijn gehoord:

- de heer [B] (directeur van Het Langedijker Bed),

- de heer [I] (directeur van Kubiz),

- mevrouw [H],

- de heer [J] (commercieel directeur van Auping).

Aan het proces-verbaal van voortzetting van voorlopig getuigenverhoor d.d. 21 november 2011 is een transcriptie gehecht van een (door de heer [B] opgenomen) gesprek tussen hem en mevrouw [H].

2.11. Bij brief van 9 december 2011 aan Het Langedijker Bed heeft Auping - kort weergegeven - meegedeeld zeer ontstemd te zijn over de heimelijk gemaakte opname en dat Auping niet inziet hoe partijen in de toekomst nog op een constructieve manier met elkaar kunnen samenwerken. Auping schrijft in genoemde brief voorts: "In de gegeven omstandigheid kan van Auping niet worden gevergd om de distributieovereenkomst met Het Langedijker Bed te laten voortduren. Het noodzakelijke vertrouwen daartoe ontbreekt. Voor zover er niet rechtsgeldig is opgezegd op 21 januari 2011 dan zegt Auping alsnog bij deze de distributieovereenkomst met Het Langedijker Bed per dagtekening van deze brief op. Auping neemt daarbij een betrekkelijk korte opzegtermijn in acht, zodat de distributierelatie op 31 december 2011 eindigt. [...]"

3. Het geschil

3.1. Het Langedijker Bed c.s. vordert - samengevat en na wijziging van eis - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Auping zal gebieden om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,-- per dag voor iedere dag dat Auping nalaat aan dit vonnis te voldoen, de betreffende opzeggingsbrief van 21 januari 2011 welke gericht is aan Het Langedijker Bed respectievelijk Kubiz in te trekken, evenals de opzeggingsbrief van 9 december 2011 aan Het Langedijker Bed en vanaf 31 december 2011 voor wat betreft Het Langedijker Bed en vanaf 31 januari 2012 voor wat betreft Kubiz aan eiseressen gewoon op de oude voet te blijven leveren alsmede aan hen een distributieovereenkomst aan te bieden op basis van Premium Dealerschap, subsidiair Select Dealerschap vanaf in ieder geval 31 januari 2012 onder de condities en met een looptijd die in de betreffende overeenkomst standaard zijn opgenomen.

3.2. Auping voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang is in voldoende mate gebleken. De respectievelijke overeenkomsten zijn opgezegd per 31 december 2011 en 31 januari 2012 en zullen op (zeer) korte termijn aflopen. Dat Het Langedijker Bed en Kubiz al sinds januari 2011 van deze omstandigheid op de hoogte zijn en eerder rechtsmaatregelen hadden kunnen treffen, maakt niet dat het spoedeisend belang aan de vordering is komen te ontvallen. In dit verband is van belang dat van 'stilzitten' geen sprake is. Het Langedijker Bed en Kubiz hebben immers - samen met Beverslaap B.V. (een andere dealer waarvan de overeenkomst is opgezegd) - een voorlopig getuigenverhoor geïnitieerd. Dat Het Langedijker Bed en Kubiz de uitkomsten van het getuigenverhoor hebben afgewacht alvorens een procedure te starten is - gelet op het belang van een zo volledig mogelijk beeld omtrent de feiten van het geval - niet onredelijk en kan in ieder geval niet tot het oordeel leiden dat van een voldoende spoedeisend belang niet (langer) sprake is.

4.2. Niet in geschil is dat de relatie tussen partijen moet worden aangemerkt als een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden zo'n overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit dezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (vgl. HR 28 oktober 2011, LJN BQ9854).

4.3. Omdat de omstandigheden in de relatie "Het Langedijker Bed/Auping" anders zijn dan de omstandigheden in de relatie "Kubiz/Auping" zal de vordering per relatie afzonderlijk worden behandeld.

Ten aanzien van de relatie "Het Langedijker Bed/Auping"

4.4. Partijen doen al sinds 1996 zaken met elkaar zodat hun relatie kan worden aangemerkt als langdurig. Daar staat tegenover dat gesteld noch gebleken is dat Het Langedijker Bed specifieke op Aupingproducten gerichte investeringen heeft gedaan (behoudens de door Auping zelf genoemde - te weten de showroommodellen, een Kiruna en wellness studio - die volgens Auping inmiddels zouden zijn afgeschreven hetgeen door Het Langedijker Bed onbetwist is gebleven). Voorts is onvoldoende aannemelijk geworden dat Het Langedijker Bed voor haar voortbestaan afhankelijk is van voortzetting van de relatie met Auping. Het Langedijker Bed is een gemengde beddenspeciaalzaak en verkoopt naast Auping producten nog verscheidene andere merken. Onvoldoende inzichtelijk is geworden welk percentage van de omzet en winst van Het Langedijker Bed daadwerkelijk met Aupingproducten wordt gegenereerd. Dat de totale inkoop van Het Langedijker Bed voor 54,8% uit Aupingproducten bestaat is van relatief beperkte waarde voor de bepaling in hoeverre zij ook daadwerkelijk voor wat betreft omzet en bedrijfsresultaat afhankelijk is van haar relatie met Auping. Wat daar verder ook van zij, niet valt in te zien waarom het wegvallen van de omzet die de Aupingproducten genereren niet (deels) kan worden gecompenseerd met de verkoop van matrassen en bedden van andere fabrikanten. De enkele omstandigheid dat Auping marktleider is en een uniek product op de markt brengt maakt dat niet anders. Het Langedijker Bed heeft in dit verband onvoldoende betwist de stelling van Auping dat Het Langedijker Bed met Tempur, Eastborn en Kuperus voldoende representatieve vervangers voert. In dit verband is nog van belang dat in de opzegging is voorzien in een opzegtermijn van bijna één jaar zodat Het Langedijker Bed een ruime gelegenheid heeft (gehad) haar bedrijfsvoering aan de gewijzigde situatie aan te passen. Onder deze omstandigheden behoefde Auping geen zwaarwegende grond om de contractuele relatie eenzijdig te mogen beëindigen.

4.5. Auping heeft in haar opzeggingsbrief van 21 januari 2011 gemotiveerd weergegeven dat de beëindiging van de samenwerking met Het Langedijker Bed het gevolg is van de invoering van een nieuw distributiebeleid. Het nieuwe dealernet zal bestaan uit 70 verzorgingsgebieden, geselecteerd op basis van een aantal objectieve criteria (onder andere een straal van 20 kilometer, reistijd eindgebruiker, marktpotentieel en dergelijke). Uitgangspunt van het nieuwe distributiebeleid is, aldus Auping in haar opzeggingsbrief, dat in elk verzorgingsgebied een ideale verhouding wordt gecreëerd tussen Plaza's en Auping verkooppunten in beddenspeciaalzaken. Auping heeft voorafgaand aan de zitting een akte ter toelichting gezonden waarin zij de achtergronden van het gewijzigde distributiebeleid schetst. Niet in geschil is dat in het kader van het nieuwe distributiebeleid het aantal dealers is teruggebracht van ongeveer 600 naar 425 dealers.

4.6. De voorzieningenrechter overweegt dat het Auping vrij staat een gewijzigd distributiebeleid te gaan voeren, ook als dit leidt tot opzegging van (langdurige) dealerrelaties, die - ook al verkopen zij zeer veel Aupingproducten - niet in dat beleid passen. Niet ter beoordeling kan staan de vraag of het gewijzigd distributiebeleid vanuit strategisch oogpunt de meest gerede keuze is, nu het bepalen van een ondernemingsstrategie voor de langere termijn behoort tot de specifieke ondernemingsvrijheid van een onderneming.

4.7. Aannemelijk is dat voortzetting van de relatie met Het Langedijker Bed niet past binnen het nieuwe distributiebeleid. Auping heeft in dit verband gemotiveerd aangevoerd dat binnen het verzorgingsgebied van Het Langedijker Bed in het kader van het nieuwe distributiebeleid behoefte is aan een Plaza, dat deze Plaza ook aanwezig is op een geschikte locatie, maar dat deze niet rendabel is. Auping heeft voldoende inzichtelijk gemaakt dat genoemde Plaza niet rendabel is vanwege de aanwezigheid van andere verkooppunten in de buurt, zoals het op twee kilometer afstand gelegen Langedijker Bed, en de omstandigheid dat de markt in Noord-Holland verzadigd is. Dat een (groot) deel van de verkopen van Het Langedijker Bed plaatsvindt aan mensen die buiten het verzorgingsgebied wonen doet, wat daar ook van zij, aan het voorgaande niet af. Uit de door Het Langedijker Bed overgelegde productie 12 blijkt immers dat nog altijd een aanzienlijk aantal verkopen plaatsvindt aan mensen die binnen het door Auping gehanteerde verzorgingsgebied wonen. In ieder geval een deel van deze verkopen zou, na beëindiging van de dealerrelatie met Het Langedijker Bed, ten goede kunnen komen aan de in Heerhugowaard gevestigde Plaza.

4.8. De onder 4.4 geschetste omstandigheden in aanmerking genomen, is het invoeren van een gewijzigd distributiebeleid een goede (en voldoende) grond voor opzegging van de dealerrelatie met Het Langedijker Bed. Dat de daadwerkelijke reden van opzegging een andere is, namelijk de omstandigheid dat Het Langedijker Bed Aupingproducten via internet met extra korting aanbiedt, is niet aannemelijk geworden.

In dit verband is van belang dat uit de door Het Langedijker Bed en Kubiz geïnitieerde getuigenverhoren niet méér blijkt dan dat Auping de verkoop met extra korting via internet een probleem vond en dat gezocht is naar een mogelijkheid om dit probleem op te lossen. Door de heer Jansen, die als commercieel directeur betrokken is geweest bij de invoering van het nieuwe distributiebeleid is echter ontkend dat de wijziging van het distributiebeleid is aangegrepen om de groep "internet met extra korting" de wacht aan te kunnen zeggen. Dat dit wel het geval is blijkt ook niet uit de door mevrouw [H] afgelegde getuigenverklaringen, of uit de aan het proces-verbaal van 21 november 2011 gehechte transcriptie van het gesprek dat zij met de heer [B] heeft gevoerd. De uitspraken die mevrouw [H] blijkens genoemde transcriptie heeft gedaan zijn niet eenduidig en bovendien gedaan in reactie op suggestieve vragen van de zijde van [B], zodat aan deze uitspraken niet die waarde aan kan worden gehecht die Het Langedijker Bed daaraan gehecht wil zien. Dit geldt ook voor de verklaring van de heer [D] dat hij van een dealer zou hebben vernomen dat de distributieovereenkomst met Het Langedijker Bed zou worden opgezegd wegens de verkoop via internet met korting. Nog afgezien van het feit dat het hier een verklaring van 'horen zeggen' betreft, is niet bekend van wie de betreffende dealer dit zou hebben gehoord, in welke context deze mededeling is gedaan en wat er precies mee bedoeld is.

4.9. Gelet op het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat de bodemrechter, indien daartoe geroepen, zal oordelen dat Auping de distributieovereenkomst met Het Langedijker Bed rechtsgeldig heeft opgezegd.

Ten aanzien van de relatie "Kubiz/Auping"

4.10. Gesteld noch gebleken is dat Kubiz specifieke op Aupingproducten gerichte investeringen heeft gedaan. Voorts is onvoldoende aannemelijk geworden dat Kubiz voor haar voortbestaan afhankelijk is van voortzetting van de relatie met Auping. Kubiz is een gemengde beddenspeciaalzaak en verkoopt naast Aupingproducten nog verscheidene andere meubelsoorten. Net als bij Het Langedijker Bed is ten aanzien van Kubiz onvoldoende inzichtelijk geworden welk percentage van de omzet en winst daadwerkelijk met Aupingproducten wordt gegenereerd. Dat de totale inkoop van Kubiz voor 38,8% uit Aupingproducten bestaat is van relatief beperkte waarde voor de bepaling in hoeverre zij ook daadwerkelijk voor wat betreft omzet en bedrijfsresultaat afhankelijk is van haar relatie met Auping. Wat daar verder ook van zij, niet valt in te zien waarom het wegvallen van de omzet die de Aupingproducten genereren niet (deels) kan worden gecompenseerd door de verkoop van alternatieve producten. De enkele omstandigheid dat Auping marktleider is en een uniek product op de markt brengt maakt dat niet anders. Kubiz heeft in dit verband onvoldoende betwist de stelling van Auping dat prima alternatieven voorhanden zijn.

Reeds hierom was een zwaarwegende grond geen vereiste voor de beëindiging van de contractuele relatie met Kubiz. Bovendien is in de opzegging voorzien in een opzegtermijn van één jaar, zodat Kubiz een ruime gelegenheid heeft (gehad) haar bedrijfsvoering aan de gewijzigde situatie aan te passen. Het voorgaande in aanmerking genomen kan het antwoord op de vraag of de handelsrelatie tussen het in 2009 opgerichte Kubiz vanwege de daarvóór bestaande zakelijke relatie met de huidige (middellijk) bestuurder als langdurig moet worden aangemerkt, in het midden worden gelaten.

4.11. Ook aan de opzegging van de relatie Kubiz/Auping heeft Auping het hiervoor onder 4.5 beschreven gewijzigde distributiebeleid ten grondslag gelegd. Zoals reeds is overwogen onder 4.6 kan een gewijzigd distributiebeleid in zijn algemeenheid een valide reden zijn voor opzegging van (langdurige) dealerrelaties.

4.12. Aannemelijk is dat voortzetting van de relatie met Kubiz niet past binnen het nieuwe distributiebeleid. Auping heeft in dit verband gemotiveerd aangevoerd dat binnen het verzorgingsgebied van Kubiz in het kader van het nieuwe distributiebeleid behoefte is aan een Plaza te Hoorn, maar dat de markt een rendabele vestiging van een Plaza niet toestaat, zo lang er een Auping dealer in Hoorn is gevestigd. Auping heeft inzichtelijk gemaakt dat de markt in het betreffende verzorgingsgebied verzadigd is en dat een Plaza in Hoorn niet rendabel zal zijn vanwege de aanwezigheid van Kubiz, die op de voor de Plaza beoogde meubelboulevard is gevestigd. Dat een (groot) deel van de verkopen van Kubiz plaatsvindt aan mensen die buiten het verzorgingsgebied wonen doet, wat daar ook van zij, aan het voorgaande niet af. Uit de door Kubiz overgelegde bijlage bij productie 7 blijkt immers dat - net als in het geval van Het Langedijker Bed - nog altijd een aanzienlijk aantal verkopen plaatsvindt aan mensen die binnen het door Auping gehanteerde verzorgingsgebied wonen. In ieder geval een deel van deze verkopen zou, na beëindiging van de dealerrelatie met Kubiz, ten goede kunnen komen aan een nieuw te vestigen Plaza.

4.13. De onder 4.10 geschetste omstandigheden in aanmerking genomen, is het invoeren van een gewijzigd distributiebeleid een goede (en voldoende) grond voor opzegging van de dealerrelatie met Kubiz. Dat de daadwerkelijke reden van opzegging een andere is, namelijk de omstandigheid dat Kubiz Aupingproducten via internet met extra korting aanbiedt, is niet aannemelijk geworden. In dit verband verwijst de voorzieningenrechter naar hetgeen hiervoor onder 4.8 is overwogen.

4.14. Gelet op het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat de bodemrechter, indien daartoe geroepen, zal oordelen dat Auping de distributieovereenkomst met Kubiz rechtsgeldig heeft opgezegd.

4.15. Dit alles leidt tot de slotsom dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

4.16. Het Langedijker Bed c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Auping worden begroot op:

- griffierecht EUR 560,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.464,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Het Langedijker Bed en Kubiz in de proceskosten, aan de zijde van Auping tot op heden begroot op EUR 1.464,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2011.