Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BV1532

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-12-2011
Datum publicatie
12-03-2012
Zaaknummer
183887 - HA ZA 11-429
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersrecht. Gemeente Kampen is niet aansprakelijk als wegbeheerder voor eenzijdig verkeersongeval: onderhoudstoestand ter plaatse ten tijde van ongeval "geenszins ongebruikelijk" voor een weg en berm als deze.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Burgerlijk Wetboek Boek 6 174
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2012/109
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 183887 / HA ZA 11-429

Vonnis van 7 december 2011

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. R.K.E. Buysrogge,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE KAMPEN,

zetelend te Kampen,

gedaagde,

advocaat mr. A.J.J.G. Schijns.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Gemeente Kampen genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek tevens wijziging van eis

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 20 augustus 2008 is [eiseres] een eenzijdig verkeersongeval overkomen op de Veilingweg te IJsselmuiden. De Veilingweg is een buiten de bebouwde kom gelegen weg, waar een maximumsnelheid van 60 km/u geldt. De rijbaan van deze weg was ten tijde van het ongeval ongeveer 6 meter breed. Inmiddels is de weg ter plaatse gereconstrueerd. Aan weerszijden van de rijbaan lag een strook grasbetontegels van 40 cm breed, daarnaast was de berm gelegen bestaande uit zand en gras.

2.2. Het ongeval is gebeurd ter hoogte van perceel 1 in een flauwe bocht in de weg, bij daglicht, droog weer en op een droog wegdek. [eiseres] was met haar tweelingzus als passagier, van haar huis (destijds [adres] te [woonplaats]) onderweg naar haar werk, in een auto die toebehoorde aan een zekere [A].

2.3. Van het ongeval is door de politie IJsselland geen proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Evenmin is er een verkeersongeval analyserapport opgesteld. Wel heeft de politie een registratieset gemaakt. In deze registratieset is de "beknopte duidelijke omschrijving van het ongeval" als volgt omschreven:

"Betrokkene 1 reed over de Veiling, komende uit de richting Zeegraven.

Hij had niet voortdurende zijn voertuig onder controle.

Hierdoor botste hij tegen een boom, welke aan de rechterzijde van de rijbaan in de berm staat. Betrokkene 1 heeft zich zodanig gedragen dat hierdoor gevaar op de weg werd veroorzaakt. (art. 5 WVW94)"

In de registratieset worden als getuigen genoemd [getuige 1] en [getuige 2].

2.4. [eiseres] heeft als gevolg van het ongeval ernstige verwondingen opgelopen in de vorm van hersenletsel, bekkenfractuur, fractuur bovenbeen, gekneusde kniebanden en een klapvoet.

2.5. Gemeente Kampen is wegbeheerder van de Veilingweg te [woonplaats].

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert na wijziging van eis :

- te verklaren voor recht dat Gemeente Kampen aansprakelijk moet worden geacht voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade op grond van artikel 6:174 BW jo artikel 6:162 BW;

- Gemeente Kampen te veroordelen in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis en voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede voor nakosten met een bedrag van

EUR 131,00 dan wel, indien betekening van het vonnis plaatsvindt, op 199,00.

3.2. Gemeente Kampen voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiseres] stelt dat zij als gevolg van een gebrek in de weg de macht over het stuur is verloren en in de berm is terecht gekomen. Het gebrek in de weg bestond ter plaatse (in een flauwe bocht) uit een verhoging vanwege een aanwezige duiker onder het wegdek. Daarnaast vertoonde de berm een gebrek doordat het niveauverschil tussen de berm en het wegdek niet voldeet aan het "Handboek veilige inrichting van bermen" van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- Weg- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Bij het passeren van de verhoging in het wegdek is [eiseres] de macht over het stuur van haar voertuig verloren. De achterzijde van de auto is hierbij schuin op het wegdek komen te staan. De auto is hierop in de linkerberm terecht gekomen, bezien vanuit de rijrichting van [eiseres]. In een poging uit de linkerberm te geraken, heeft [eiseres] moeten oversturen omdat zij door een gebrekkige berm (te groot hoogteverschil tussen de holle betonstenen en het wegdek) niet direct uit de berm kwam en weerstand heeft ondervonden bij het terugsturen op de weg, als gevolg waarvan overbesturing is ontstaan. De auto is hierop weer op de rijbaan terecht gekomen, 180 graden gedraaid en aan de rechterzijde van de weg tegen een boom tot stilstand gekomen.

Gemeente Kampen is aansprakelijk op grond van een gebrek in de weg of berm (art. 6:174 BW) dan wel een gevaarlijke situatie (art. 6:162 BW).

4.2. De allereerste vraag die voorligt is of de Veilingweg ter plaatse kan worden gekwalificeerd als gebrekkig in de zin van artikel 6: 174 BW. Voor wat betreft de berm oordeelt de rechtbank dat - hoewel de berm van een weg niet uitdrukkelijk wordt genoemd in artikel 6:174 lid 6 BW - naar haar oordeel een redelijke uitleg van die bepaling meebrengt dat voor de toepassing van artikel 6: 174 BW onder weg mede de bij die weg behorende berm dient te worden begrepen wanneer ligging en de toestand van de berm relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of die weg een gevaar oplevert voor gebruikers (Hof Arnhem 20 juli 2010, JA 201, 119, vergelijk ook HR 17 november 2000, NL 2001, 10). Van aansprakelijkheid in de zin van art. 6:174 BW is eerst sprake als een weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, waardoor gevaar voor weggebruikers ontstaat.

4.3. Uit de door [eiseres] overlegde foto's (producties 2 en 5 bij dagvaarding) van de situatie ter plaatse ten tijde van het ongeval blijkt dat er sprake is van een weg met een lange flauwe bocht en een glad oppervlak van bitumen. Gelet op de rijrichting van [eiseres] bevond zich rechts van de weg naast de berm een rij bomen. Links is naast het asfalt een rij holle betontegels te zien, daarnaast de berm bestaande uit een strook gras schuin aflopend naar een sloot. Voorts is te zien dat terplaatse onder de weg een duiker aanwezig is welke links van de weg uitmondt in de sloot. Anders dan [eiseres] betoogt is op de foto's ter plaatse waar de duiker onder de weg doorloopt in het wegdek geen verhoging te zien. Andere aanknopingspunten voor het standpunt van [eiseres] dat de weg ten tijde van het ongeval niet voldeed aan de eisen die aan de onderhavige weg gesteld mogen worden, zijn er niet, althans niet voldoende. Zo wordt in het door de politie opgemaakte registratieset geen melding gemaakt van enig gebrek aan het wegdek. In dit verband is ook van belang dat de politie in de registratieset heeft opgenomen: "Betrokkene 1 reed over de Veiling, komende uit de richting Zeegraven.

Hij had niet voortdurende zijn voertuig onder controle.

Hierdoor botste hij tegen een boom, welke aan de rechterzijde van de rijbaan in de berm staat. Betrokkene 1 heeft zich zodanig gedragen dat hierdoor gevaar op de weg werd veroorzaakt. (art. 5 WVW94)"

De door de politie in de registratieset genoemde getuige [getuige 1] antwoordt in haar verklaringen (productie 2 bij antwoord) op de vraag "Heeft u ter plaatse iets aan het wegdek waaronder de berm opgemerkt wat voor het ontstaan van het ongeval van belang kan zijn?", als volgt: "Ik heb in de berm nog op het wegdek iets opgemerkt." Uit de door Gemeente Kampen overgelegde verklaring van de getuige [getuige 5] blijkt dat ook zij niets aan het wegdek, waaronder de berm, heeft opgemerkt wat voor het bestaan van het ongeval van belang kan zijn.

De door [eiseres] in het geding gebrachte verklaring van de getuige [getuige 2] waarin deze verklaart dat "de duiker boven het wegdek uitstak" wordt niet gesteund door de foto's. De op 6 maart 2009 gedateerde verklaring van de getuige [getuige 3] heeft betrekking op een ongeval dat 14 jaar voor de datum van zijn verklaring heeft plaatsgevonden en zegt dus niets over de toestand van de weg ten tijde van het ongeval van [eiseres]. Dit geldt ook voor de in een email van 13 maart 2009 neergelegde verklaring van de getuige [getuige 4], die op 13 maart 2009 verklaart over een ongeval dat hem ongeveer 5 jaar daarvoor is overkomen op dezelfde plek.

4.4. [eiseres] stelt voorts dat door de verzakking en de onvoldoende aansluiting van de holle betonstenen op het wegdek, de berm onvoldoende draagkracht en wrijving bood, althans dat de draagkracht en wrijving niet voldeden aan de verkeersveiligheidseisen die specifiek in de redreseerruimte daaraan moeten worden gesteld (zoals neergelegd in het Handboek van het CROW). De berm dient op nagenoeg gelijke hoogte aan te sluiten op de verharding van de rijbaan. Vanaf een hoogteverschil van 50 millimeter kunnen al gevaarlijke situaties ontstaan. Uit de door [eiseres] overgelegde foto's blijkt dat de holle betonstenen of zogenaamde ribbelplaten, bezien vanuit de rijrichting van [eiseres] aan de linkerzijde van de Veilingweg, deels in de daarnaast gelegen drassige en aflopende slootkant waren verzakt en daarom in de breedterichting gezien niet meer aansloten op het wegdek. Bovendien blijkt uit de foto's dat de betonstenen dermate waren verzakt dat een aanzienlijk niveauverschil, in ieder geval meer dan 50 mm, is ontstaan tussen de bovenzijde van de betonstenen en de bovenzijde van de toplaag van het wegdek, aldus [eiseres].

4.5. De rechtbank stelt voorop dat het "Handboek veilige inrichting van Bermen" waarop [eiseres] zich beroept geen wettelijke status heeft, maar een richtsnoer vormt voor wegbeheerders (en het onderhoud) van wegen. Niet naleving van deze publicatie leidt niet zonder meer tot de conclusie dat er sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 6:174 lid 1 BW. Met Gemeente Kampen is de rechtbank voorts van oordeel dat uit de genoemde publicatie blijkt dat de daarin neergelegde richtlijnen gelden voor 80 km/u wegen en niet voor de onderhavige weg, waar (destijds) een snelheidslimiet van 60 km/u ge(o)ld(t). Uit de bestudering van de door [eiseres] overlegde foto's blijk voorts in het geheel niet van het door [eiseres] gestelde hoogteverschil. Weliswaar is op de foto's te zien dat de betonstenen hier en daar niet geheel perfect aansluiten op het asfalt en mogelijk (hier en daar) ook iets lager liggen dan de bovenkant van het asfalt,

+ doch naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake van een situatie die wat onderhoud betreft ongewoon is in het Nederlandse straatbeeld. De op de wegbeheerder rustende zorgplicht strekt ook niet zover dat elke oneffenheid, van welke aard ook, dient te worden verwijderd. Naar het oordeel van de rechtbank is een dergelijke onderhoudstoestand als ter plaatse ten tijde van het ongeval geenszins ongebruikelijk voor een weg (en berm) als deze en voldoet deze aan het niveau dat van de weg beheerder voor een dergelijke weg mag worden verwacht.

4.6. Al met al is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] in het licht van de gemotiveerde betwisting door Gemeente Kampen onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake was van een gebrek aan de weg. [eiseres] heeft voorts onvoldoende feiten en/of omstandigheden gesteld op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat, ondanks het feit dat zich geen gebrek als bedoeld in artikel 6:174 lid 1 BW voordoet, niettemin sprake is van een onrechtmatig handelen als bedoeld in artikel 6:162 BW. De rechtbank komt dan ook niet toe aan bewijslevering en passeert het bewijsaanbod van [eiseres].

4.7. Een en ander leidt tot de conclusie dat de vordering aanstonds moet worden afgewezen.

4.8. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Kampen worden begroot op:

- griffierecht EUR 568,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.472,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Kampen tot op heden begroot op EUR 1.472,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op EUR 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2011.