Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU9557

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
28-12-2011
Zaaknummer
07.660240-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Serie woninginbraken. De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het plegen van diverse woninginbraken. De rechtbank overweegt ter zake het onder 5 en 6 ten laste gelegde dat DNA -onderzoek onder omstandigheden een grote mate van zekerheid biedt bij identificatie van lichaamsmateriaal. Nu bij beide inbraken bloed is aangetroffen op plaatsen die direct verband houden met de braak dan wel het weggenomen goed, verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het aantreffen van - blijkens de DNA-matches- zijn bloed en verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten is nader onderzoek niet nodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.66240-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 december 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Almere te Almere.

HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2011 te Lelystad. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.J. Buis, en van de standpunten door de verdachte en zijn raadsman naar voren gebracht.

DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 27 augustus 2011 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit één of meerdere hierna te noemen woning(en) heeft weggenomen de/het hierna te noemen goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, en wel:

- in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] onder andere een horloge (merk Seiko) en/of een afstandsbediening (merk Panasonic) en/of één of meerdere (3) (mobiele) telefoon(s) (merk Nokia en/of Panasonic) en/of één of meerdere (politie)speld(en) en/of een (zilverkleurige) hanger (met rode steen) en/of een telefoonoplader, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] (zaak 5) en/of

- in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] onder andere een horloge (merk Guess) en/of een navigatiesysteem (merk Navignon, type 70 lus 43) en/of een videopas en/of een bankpas (ABN AMRO) en/of een telefoon (merk Sony Ericsson) en/of een spaarpot en/of massagestenen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] (zaak 3) en/of

- in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] onder andere een foto en/of een (zilverkleurige) ketting met hanger en/of een laptop (merk HP), geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] (zaak 4);

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 augustus 2011 tot en met 29 augustus 2011 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit één of meerdere woning(en) (gelegen aan de [adres 4] en/of de [adres 5[adres] 6]) weg te nemen één of meerdere goed(eren) naar zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 4] en/of [aangever 5] en/of [aangever 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning(en) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- met een breekijzer, in ieder geval een soortgelijk breekvoorwerp, een (keuken)raam van voornoemde woning gelegen aan de [adres 4] heeft/hebben geforceerd (zaak 1) en/of

- (met een voorwerp) een gat heeft/hebben geslagen en/of gegooid in de ruit van een schuifpui van voornoemde woning gelegen aan de [adres 5] (zaak 6) en/of

- (met een voorwerp) een gat heeft/hebben geslagen en/of gegooid in een raam en/of met een schroevendraaier heeft/hebben gewrikt in een deurkozijn van voornoemde woning gelegen aan de [adres 6] (zaak 8), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2011 tot en met 25 augustus 2011 in de gemeente Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan het [adres 7]) en/of vanaf een parkeerplaats (gelegen aan het [adres 7]) heeft weggenomen onder andere een (personen)auto (merk Volkswagen, type Golf, gekentekend [kenteken]) en/of (de bij die auto behorende) autosleutel en/of een motor (merk Suzuki, type Gsx-R1000, gekentekend [kenteken]) en/of een televisie (merk Philips, type 32PFL5403) en/of één of meerdere fotocamera('s) en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel (zaak 7);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2011 tot en met 27 augustus 2011 in de gemeente Almere, in elk geval in Nederland, een (personen)auto (merk Volkswagen, type Golf, gekentekend [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze auto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 27 augustus 2011 in de gemeente Almere [aangever 8] en/of [aangever 9] heeft bedreigd met verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever 9] (zijnde de echtgenoot van die [aangever 8]) dreigend de woorden toegevoegd: "Als jij er niet bent ga ik je vrouw neuken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking (zaak 2);

5.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente Almere met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 8]) heeft weggenomen onder andere een fotocamera (merk Canon, type Powershot A430) en/of één of meerdere siera(a)d(en) en/of één of meerdere (5) horloge(s) en/of een Mp3-speler (type time DPA2OAL), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaak 9);

6.

hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2009 tot en met 9 juli 2009 in de gemeente Almere met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 9]) heeft weggenomen een Playstation 2 en/of een computer en/of en LCD computerscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan kinderdagverblijf [aangever 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zaak 10);

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de stukken van het onderliggende strafdossier en van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Het onder 1, 2 en 3. ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1, 2. partieel en 3. ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Zij overweegt daartoe het navolgende.

Op 27 augustus 2011 werd door de bewoners van de [adres] in Almere een harde klap gehoord, komende vanaf de woning aan de [adres 4]. Vervolgens zagen zij op de oprit van de woning aan de [adres 4] een donkerblauwe Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] staan. In deze auto bevonden zich twee mannen, niet zijnde de bewoners van [adres 4]. De bewoner van [adres], zijnde brigadier [aangever 9], sprak de bestuurder aan over wat hij daar deed en belde vervolgens naar de centrale meldkamer van de politie Flevoland.

De politie constateerde vervolgens dat voornoemde auto bleek te zijn gestolen op 25 augustus 2011 bij een inbraak aan de [adres 7] in Almere. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kregen de opdracht zich naar de [adres] te begeven en zagen onderweg dat de donkerblauwe Volkswagen Golf hen passeerde. Een achtervolging volgde tot net voorbij de Tenerifebrug in Almere, waar de auto stilstond. De inzittenden zaten bij aankomst van voornoemde verbalisanten niet meer in de auto. Een getuige had twee mannen uit de auto zien komen en weg zien rennen in de richting van de [adres]. Nadat de omgeving was afgezet werd [naam verdachte] als verdachte aangehouden. Hij voldeed aan het door de getuige en brigadier [aangever 9] opgegeven signalement en zijn kleding was ondanks het feit dat het hard regende die avond, slechts met enkele druppels bedekt. Na de aanhouding werd verdachte door brigadier [aangever 9] herkend als zijnde de bestuurder van de Volkswagen Golf die eerder die avond op de oprit van het perceel aan de [adres] stond.

In de Volkswagen Golf werden diverse goederen aangetroffen en in beslag genomen. Nader onderzoek wees uit dat de goederen afkomstig waren van woninginbraken eerder die dag gepleegd aan de [adres 1], de [adres 2] en de [adres 3] in Almere.

Het onder 1. ten laste gelegde

[adres 1] / [adres 2] / [adres 3] te Almere

De rechtbank is van oordeel dat - gelet op de aangiften van [aangever 1], [aangever 2] en [aangever 3] dat er op 27 augustus 2011 in hun woningen aan de [adres 1], respectievelijk de [adres 2] en de [adres 3] in Almere is ingebroken, de in de Volkswagen Golf aangetroffen goederen, die herkend zijn door aangeefster [aangever 1] en de dochter van aangever [aangever 3], de aanhouding van verdachte in de nabijheid van de Volkswagen Golf en de herkenning van brigadier [aangever 9] van verdachte - wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de onder 1. ten laste gelegde woninginbraken tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Nu verdachte geen verklaring heeft gegeven hoe het komt dat in de Volkswagen Golf, waarin hij kort voor de aanhouding heeft gereden, goederen lagen die afkomstig zijn van voornoemde inbraken, acht de rechtbank, het gezien het korte tijdsbestek dat tussen de ten laste gelegde woninginbraken en de aanhouding van verdachte zat, aannemelijk dat verdachte deze woninginbraken heeft gepleegd.

Ten aanzien van het tezamen en in vereniging plegen van voornoemde inbraken overweegt de rechtbank dat brigadier [aangever 9] en de getuige die de verdachten uit de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] in de richting van de [adres] zagen rennen, beiden hebben verklaard dat zij twee personen in de Volkswagen Golf hebben zien zitten.

Het onder 2. ten laste gelegde

[adres 4] te Almere

Zoals hiervoor al is uiteengezet, wordt verdachte samen met een man in een Volkswagen Golf op 27 augustus 2011 door brigadier [aangever 9] gezien bij de woning gelegen aan de [adres 4] in Almere. Eigenaar [aangever 4] constateert op 28 augustus 2011 dat er in het kozijn van het keukenraam inbraaksporen zitten en doet aangifte.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aangifte van [aangever 4] en de herkenning van brigadier [aangever 9] van verdachte als de bestuurder van de Volkswagen Golf die op de oprit van de [adres 4] stond, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte tezamen en in vereniging gepoogd heeft in te breken in de woning gelegen aan de [adres 4].

[adres 6] te Almere

Op 26 augustus 2011 werd [aangever 6] door de politie gebeld dat er in zijn woning gelegen aan de [adres 6] in Almere was geprobeerd in te breken. [aangever 6] doet vervolgens op 31 augustus 2011 aangifte van poging tot inbraak. De buurman van aangever [aangever 6], [getuige], heeft verklaard dat hij op 26 augustus 2011 glasgerinkel hoorde en een auto op de oprit van de woning aan de [adres 6] zag staan. In deze auto zaten drie personen, een meisje en twee jonge mannen. Getuige [getuige] geeft een signalement van de bijrijder van een man met getinte huidskleur, brede borstkas en zwart stijl haar.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 12 december 2011 geconstateerd dat verdachte aan het door getuige [getuige] opgegeven signalement van een man met getinte huidskleur, brede borstkas en zwart stijl haar voldoet. Verdachte heeft hierop geen commentaar willen geven. De rechtbank is, gelet op het voorgaande en bij gebreke van een verklaring van verdachte met betrekking tot vermeende zijn aanwezigheid ter plaatse van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte tezamen en in vereniging gepoogd heeft in te breken in de woning gelegen aan de [adres 6].

[adres 5] te Almere

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de poging tot inbraak in de woning gelegen aan de [adres 5] in Almere. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dit onderdeel van het onder 2. ten laste gelegde.

Het onder 3. ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aangifte van [aangever 7] dat onder meer zijn auto – een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken] – en de bijbehorende autosleutel waren gestolen, het feit dat verdachte op 26 augustus 2011 in deze auto gezien is in de [adres] en op 27 augustus 2011 met voornoemde auto diverse woninginbraken heeft gepleegd, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte - ondermeer bij gebreke van uitleg hoe hij in het bezit van de voornoemde Volkswagen Golf kwam - in de periode van 24 augustus 2011 tot en met 25 augustus 2011 de Volkswagen Golf en bijbehorende autosleutel van de heer [aangever 7] heeft gestolen.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de overige in de tenlastelegging genoemde goederen heeft gestolen en zal verdachte daarvan vrij spreken.

Het onder 4. ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het onder 4. ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Zij overweegt daartoe het navolgende.

De rechtbank overweegt dat er slechts één bewijsmiddel voorhanden is. [aangever 8] heeft verklaard dat verdachte haar bedreigend heeft toegesproken toen haar echtgenoot, brigadier [aangever 9], de meldkamer belde. Vervolgens heeft zij dit aan haar echtgenoot verteld. De rechtbank constateert dat de verklaring afgelegd door [aangever 9] een zogenaamde de-auditu verklaring is en er derhalve niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 338 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 4. ten laste gelegde.

Het onder 5. en 6. ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat de onder 5. ten laste gelegde woninginbraak en de onder 6. ten laste gelegde inbraak in een bedrijfspand wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij overweegt daartoe het navolgende.

Op 30 december 2008 werd er aangifte van een inbraak in de woning aan de [adres 8] in Almere gedaan door [aangever 10]. Bij deze inbraak was de toegang tot de woning verschaft door het breken van het keukenraam. Op het glas dat nog in het kozijn zat, werd een bloedspoor aangetroffen. Dit bloedspoor is veiliggesteld en opgenomen in de DNA-databank. Dit DNA-spoor matchte met het DNA verkregen uit een referentiemonster wangslijmvlies van verdachte. De kans op een match was kleiner dan 1 op 1 miljard.

Op 9 juli 2009 wordt er bij een inbraak gepleegd in het bedrijfspand van [aangever 11], gelegen aan de [adres 9] in Almere, bloed aangetroffen op een draad van een geluidsbox van een radio/DVD speler die bij de weggenomen playstation stond. Dit bloedspoor is veiliggesteld en opgenomen in de DNA-databank. Dit DNA-spoor matchte met het DNA verkregen uit een referentiemonster wangslijmvlies van verdachte. De kans op een match was kleiner dan 1 op 1 miljard. Door [aangever 11] werd aangifte gedaan van de inbraak.

De rechtbank overweegt dat DNA-onderzoek onder omstandigheden een grote mate van zekerheid biedt bij de identificatie van lichaamsmateriaal. Dat neemt niet weg dat een dergelijk onderzoek slechts een bepaalde kans oplevert. Hoe gering die kans vaak - zoals ook hier - is, zij doet zich voor en zij kan in bepaalde gevallen aanleiding zijn (nader) te onderzoeken of de identificatie die op grond van het resultaat van het DNA-onderzoek voor de hand ligt, gerechtvaardigd is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de grootte van die kans, ligt het op de weg van de verdediging om gemotiveerd te stellen dat in het concrete geval die aanleiding bestaat.

De rechtbank merkt op dat de verdediging geen feiten of omstandigheden heeft aangedragen die nopen tot nader onderzoek, nu terzake van het onder 5 en 6 ten laste gelegde uitdrukkelijk geen verweer is gevoerd. Gelet op het feit dat bij beide inbraken bloed is aangetroffen op plaatsen die direct verband houden met de braak respectievelijk het wegenomen goed, verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het aantreffen van -blijkens de DNA-matches- zijn bloed en verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de onder 5. en 6. ten laste gelegde inbraken heeft begaan.

DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte,

1.

op één of meer tijdstippen op 27 augustus 2011 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meerdere hierna te noemen woningen heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming en wel:

- uit een woning gelegen aan de [adres 1] onder andere een horloge merk Seiko en een afstandsbediening merk Panasonic en meerdere 3 mobiele telefoons merk Nokia en Panasonic en meerdere politiespelden en een zilverkleurige hanger en een telefoonoplader, toebehorende aan [aangever 1] (zaak 5) en

- uit een woning gelegen aan de [adres 2] onder andere een horloge merk Guess en een navigatiesysteem merk Navignon, type 70 lus 43 en een videopas en een bankpas ABN AMRO en een telefoon merk Sony Ericsson en een spaarpot en massagestenen, toebehorende aan [aangever 2] (zaak 3) en

- uit een woning gelegen aan de [adres 3] onder andere een foto en een zilverkleurige ketting met hanger en een laptop merk HP, toebehorende aan [aangever 3] (zaak 4).

2.

op één of meer tijdstippen in de periode van 26 augustus 2011 tot en met 29 augustus 2011 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meerdere woningen gelegen aan de [adres 4] en de [adres 6] weg te nemen meerdere goederen naar hun gading, toebehorende aan [aangever 4] en [aangever 6], en zich daarbij de toegang tot die woningen te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededaders,

- met een breekijzer, in ieder geval een soortgelijk breekvoorwerp, een keukenraam van voornoemde woning gelegen aan de [adres 4] hebben geforceerd (zaak 1) en

- met een voorwerp een gat heeft/hebben geslagen en/of gegooid in een raam en met een schroevendraaier heeft/hebben gewrikt in een deurkozijn van voornoemde woning gelegen aan de [adres 6] (zaak 8), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

in de periode van 24 augustus 2011 tot en met 25 augustus 2011 in de gemeente Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan het [adres 7] en vanaf een parkeerplaats gelegen aan het [adres 7] heeft weggenomen onder andere een personenauto merk Volkswagen, type Golf, gekentekend [kenteken] en de bij die auto behorende autosleutel toebehorende aan [aangever 7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, en een valse sleutel (zaak 7).

5.

op 29 december 2008 in de gemeente Almere met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 8] heeft weggenomen onder andere een fotocamera merk Canon, type Powershot A430 en sieraden en 5 horloges en een Mp3-speler type time DPA2OAL, toebehorende aan [aangever 10], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

6.

in de periode van 8 juli 2009 tot en met 9 juli 2009 in de gemeente Almere met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand gelegen aan de [adres 9] heeft weggenomen een Playstation 2 en een computer en een LCD computerscherm, toebehorende aan kinderdagverblijf [aangever 11], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID EN KWALIFICATIE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert de volgende strafbare feiten op:

Onder 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming, meermalen gepleegd.

Onder 2:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft, meermalen gepleegd.

Onder 3:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel

Onder 5. en 6, telkens:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die de strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

DE STRAFOPLEGGING

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen verklaarde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat, gelet op de door hem betoogde vrijspraak van het onder 1, 3. en 4. ten laste gelegde, de maximale op te leggen straf een vrijheidsstraf voor de duur van 10 (tien) maanden is.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft in een relatief korte periode meerdere woninginbraken gepleegd. Verdachte heeft door zijn handelen, dat slechts gericht was op eigen gewin, niet alleen aan zijn slachtoffers psychische schade berokkend, maar ook bijgedragen aan het gevoel van angst en onveiligheid in de gehele samenleving. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan.

De rechtbank weegt ten nadele van verdachte mee dat hij niet heeft getoond inzicht te hebben in het wederrechtelijke karakter van zijn handelen en zich blijkbaar niets aan zijn slachtoffers gelegen laat liggen, alsmede dat hij blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 10 november 2011 reeds meerdere malen veroordeeld is voor vermogensdelicten. De rechtbank heeft bij haar strafoplegging rekening gehouden met uitspraken van landelijk vergelijkbare zaken.

Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd.

HET BESLAG

De rechtbank is van oordeel dat het geldbedrag van € 1022,82 dat onder verdachte in beslag is genomen en op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” vermeld staat, verbeurd verklaard dient te worden omdat dit geld geheel of grotendeels is verkregen door middel van de hiervoor bewezen verklaarde strafbare feiten.

DE BENADEELDE PARTIJEN

Benadeelde partij [aangever1]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [aangever 1] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op € 984,51, zijnde materiële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden ten gevolge van het onder 1. bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van deze schade is vast komen te staan op een bedrag van € 984,51, zijnde de gevorderde materiële schade voor het vervangen van sloten. De vordering van de benadeelde partij is toewijsbaar.

Benadeelde partij [aangever 3]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [aangever 3] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op € 954,42, zijnde immateriële schade en materiële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden ten gevolge van het onder 1. bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van deze schade is vast komen te staan op een bedrag van € 275,--, zijnde de gevorderde immateriële schade. De vordering van de benadeelde partij is voor dit gedeelte toewijsbaar.

De rechtbank is van oordeel dat niet vaststaat dat de door de benadeelde partij gevorderde materiële schade rechtstreekse schade is veroorzaakt door het onder 1. bewezen verklaarde. Behandeling van dit gedeelte van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook voor wat betreft het gevorderde deel van € 679,42 niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Benadeelde partij [aangever 7]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [aange[aangever 7] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3. ten laste gelegde. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op € 373, 61, zijnde materiële schade en immateriële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden ten gevolge van het onder 3. bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van deze schade is vast komen te staan op een bedrag van € 373,61. De vordering van de benadeelde partij is toewijsbaar.

Benadeelde partij [aangever 10]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [aangever 10] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 5. ten laste gelegde. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op € 250,--, zijnde immateriële schade.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden ten gevolge van het onder 5. bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van deze schade is vast komen te staan op een bedrag van € 250,--. De vordering van de benadeelde partij is toewijsbaar.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

DE TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36f, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 4. ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder de bewezenverklaring is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart het onder verdachte in beslag genomen geld bedrag van € 1022,82 verbeurd;

Benadeelde partijen

[aangever 1]

- wijst toe de vordering van de benadeelde partij [aangever 1];

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 1], wonende te Almere, van een bedrag van € 984,51;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 984,51, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis;

[aangever 3]

- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] toe tot een bedrag van € 275,--;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 3], wonende te Almere, van een bedrag van € 275,--;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 275,--, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis;

- verklaart de benadeelde partij wat betreft het overige gevorderde niet-ontvankelijk in zijn vordering;

[aangever 7]

- wijst toe de vordering van de benadeelde partij [aangever 7];

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 7], wonende te Almere, van een bedrag van € 350,--;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 350,--, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 7], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis;

[aangever 10]

- wijst toe de vordering van de benadeelde partij [aangever 10];

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 10], wonende te Almere, van een bedrag van € 250,--;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 250,--, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 10], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. ter Meer-Siebers, voorzitter, mrs. R.F. van Aalst en M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 december 2011.

Mr. Ferschtman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.