Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU9385

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
19-12-2011
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
07.660245-11(P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde diefstallen. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde diefstal verdachte op het moment dat hij de golftas in de bossage zag liggen verdachte moest beseffen dat het niet ging om een voorwerp dat was prijsgegeven. Op het moment dat verdachte besloot de golftas mee te nemen had verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer : 07.660245-11 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 december 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Overijssel,

Huis van Bewaring te Zwolle.

HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 05 december 2011 te Lelystad. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E. Lucas, advocaat te Lelystad.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. M.A. Bult, en de standpunten naar voren gebracht door de raadsvrouw.

DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 september 2011 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen een laptop (merk Acer, type 5775) en/of een mobiele telefoon (merk Sony Ericsson) en/of een geldbedrag (10 euro) en/of een spelcomputer (XBox 360) en/of één of meerdere (5) computerspel(len), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2011 tot en met 02 september 2011 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een schuur (behorende bij de woning gelegen aan [adres]) één of meerdere fiets(en) en/of een golftas en/of (met daarin) één of meerdere golfclub(s) en/of golfbal(len) en/of golfhandschoen(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 2. niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2011 tot en met 02 september 2011 in de gemeente Lelystad opzettelijk één of meerdere fiets(en) en/of een golftas en/of (met daarin) één of meerdere golfclub(s) en/of golfbal(len) en/of golfhandschoen(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2011 tot en met 02 september 2011 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (merk Subaru, type Forester, gekentekend [kenteken], geparkeerd op/aan [adres]) heeft weggenomen een navigatiesysteem (merk TomTom, serienummer [serienummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Bij de beoordeling van deze zaak stelt de rechtbank op basis van het voorliggende procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting het navolgende vast.

Ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde:

Op 10 september 2011 doet [aangever 1] aangifte van woninginbraak. Hij verklaarde dat hij zijn woning afgesloten had verlaten, waarbij de achterdeur met een stalen staaf gebarricadeerd was. Bij terugkomst zag hij dat de achterdeur openstond en het deurkozijn beschadigd was. Uit zijn woning aan het [adres] in Lelystad bleek een laptop van het merk Acer, een mobiele telefoon van het merk Sony Ericsson, een Xbox360, 5 computerspellen en € 10,-- te zijn gestolen. Aangever zag in zijn woning een vest liggen dat hij herkende als het vest van [naam verdachte].

[naam verdachte] is naar aanleiding van voorgaande aangehouden als verdachte. Hij verklaarde de goederen van [aangever 1] weg te hebben genomen en de goederen in een rugtas in de hal van de woning aan de [adres] in Lelystad te hebben gezet.

Op 11 september 2011 werd die woning, waar verdachte een kamer huurde, met zijn toestemming doorzocht en werden er naast de rugtas met daarin een Xbox360 en computerspellen een golftas met golfclubs en een TomTom aangetroffen.

De golftas met golfclubs bleek te zijn de ontvreemde golftas met toebehoren van [aangever 2], die op 02 september 2011 aangifte had gedaan van diefstal van zijn golftas met toebehoren.

De aangetroffen TomTom behoorde toe aan [aangever 3]. Hij deed op 02 september 2011 aangifte van diefstal van de TomTom met serienummer [serienummer] uit zijn auto, een Subaru Forester met kenteken [kenteken], die geparkeerd stond aan de [adres] ter hoogte van de woning op nummer [nummer] in Lelystad.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld ter zake hetgeen aan hem onder 1, 2. primair en 3. is ten laste gelegd.

Zij heeft daartoe voor een bewezenverklaring van de onder 1. ten laste gelegde woninginbraak gewezen op de aangifte van [aangever 1] waaruit naar voren komt dat hij de achterdeur van de woning had gebarricadeerd met een staaf en op de verklaring van verdachte. De officier van justitie heeft voor het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening gewezen op het feit dat verdachte de goederen zoals deze in de tenlastelegging onder 1. zijn genoemd voor een korte periode heeft weggenomen zonder de toestemming van aangever [aangever 1].

Met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde heeft de officier van justitie voor een bewezenverklaring verwezen naar de aangifte van [aangever 2] en de verklaring van diens buurman, [naam buurman]. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte dat hij, nadat hij de golftas in de bosjes had gevonden, voornemens was de golftas bij de politie af te leveren, onaannemelijk.

De onder 3. ten laste gelegde diefstal kan volgens de officier van justitie bewezen worden aan de hand van de aangifte van [aangever 3] en de bekennende verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte van de onder 2. primair ten laste gelegde diefstal dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de stukken van het onderliggende strafdossier en van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde:

De rechtbank acht de onder 1. ten laste gelegde diefstal van diverse goederen uit de woning van [aangever 1] wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe het navolgende.

Zoals hiervoor onder de Inleiding uiteen is gezet, heeft [aangever 1] aangifte gedaan van diefstal van diverse goederen uit zijn woning aan het [adres] in Lelystad op

10 september 2011. Verdachte heeft verklaard dat hij de goederen heeft weggenomen, maar dat hij dit slechts gedaan heeft om aangever te waarschuwen dat zijn woning niet goed genoeg beveiligd zou zijn. Verdachte wilde de goederen kort na het wegnemen teruggeven aan aangever.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte een laptop, een mobiele telefoon, een Xbox360 met 5 computerspellen en € 10,-- van [aangever 1] heeft gestolen. De rechtbank overweegt dat verdachte het oogmerk had om zich voornoemde goederen wederrechtelijk toe te eigenen. Zoals de Hoge Raad al in 1938 (NJ 1938,731) bepaalde, is daarvoor vereist dat iemand heer en meester over het weggenomene is. Deze heerschappij kan ook een tijdelijke zijn (HR 03 november 1964 NJ 1965, 120). Doordat verdachte de goederen uit de woning aan het [adres] heeft meegenomen naar de woning aan de [adres], heeft hij feitelijke heerschappij over de goederen verkregen. Deze heerschappij had hij verkregen zonder de toestemming van aangever [aangever 1] en dient zodoende gekwalificeerd te worden als diefstal.

De rechtbank is tevens van oordeel dat er sprake is van braak dan wel verbreking. Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij de woning afgesloten had en de achterdeur bij het verlaten van de woning gebarricadeerd was met een stalen staaf. Verdachte heeft ter terechtzitting van 05 december 2011 verklaard dat hij de klink van de achterdeur naar beneden heeft geduwd en hij dacht dat er iets op de grond viel. De rechtbank overweegt dat verdachte door aldus te handelen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking.

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde:

De rechtbank acht de onder 2. primair ten laste gelegde diefstal van de golftas met toebehoren van [aangever 2] wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe het navolgende.

Op 02 september 2011 heeft [aangever 2] aangifte gedaan van diefstal van zijn golftas met daarin golfclubs, golfballen en golfhandschoenen. Deze golftas is tussen 01 september 2011 23:30 uur en 02 september 2011 00:15 uur ontvreemd uit de schuur van [aangever 2].

Verdachte heeft ter terechtzitting van 05 december 2011 verklaard dat hij op 02 september 2011 rond 03:00 uur de golftas in de bossage had gevonden nabij de Anacondabrug in Lelystad. Hij vond het zonde om de golftas te laten liggen en heeft de golftas meegenomen. Verdachte verklaarde er geen plannen mee te hebben.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte er vanuit moest gaan dat de golftas niet was prijsgegeven door de rechtmatige eigenaar (geen sprake van een res nullius) en dat verdachte op het moment dat hij de golftas met toebehoren in de bosjes zag liggen en aldaar besloot om de golftas mee te nemen, het oogmerk had van wederrechtelijke toe-eigening. Door te handelen zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, heeft hij zich schuldig gemaakt aan de diefstal van de golftas van [aangever 2].

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde:

De rechtbank acht de onder 3. ten laste gelegde diefstal van het navigatiesysteem van [aangever 3] wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe het navolgende.

Nu verdachte ter terechtzitting van 05 december 2011 heeft bekend in de nacht van

01 september 2011 op 02 september 2011 de TomTom uit de auto van [aangever 3] te hebben weggenomen, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank verwijst voor het bewijs naar de aangifte van de heer [aangever 3] en de bekennende verklaring van verdachte.

DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte,

1.

op 10 september 2011 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen een laptop, merk Acer, en een mobiele telefoon, merk Sony Ericsson, en een geldbedrag van 10 euro en een spelcomputer, merk Xbox 360 en 5 computerspellen, toebehorende aan [aangever 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking.

2.

in de periode van 1 september 2011 tot en met 2 september 2011 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een golftas met daarin meerdere golfclubs en golfballen en golfhandschoenen, toebehorende aan [aangever 2].

3.

in de periode van 1 september 2011 tot en met 2 september 2011 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto, merk Subaru, type Forester, gekentekend [kenteken], geparkeerd op/aan [adres] heeft weggenomen een navigatiesysteem merk TomTom, serienummer [serienummer], toebehorende aan [aangever 3].

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE KWALIFICATIE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert de volgende strafbare feiten op:

Onder 1:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking.

Onder 2 en 3 telkens:

Diefstal.

DE STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die de strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

DE STRAFOPLEGGING

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter zake de strafmaat opgemerkt dat de eis aan de forse kant is.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

In het bijzonder overweegt de rechtbank het navolgende.

De rechtbank gaat bij de oplegging van de straf uit van landelijk vergelijkbare uitspraken waarbij er sprake was van een woninginbraak en diefstal uit een auto. De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van Strafrechtsectorvoorzitters houden voor een woninginbraak

3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf in en voor een diefstal uit een auto 3 weken gevangenisstraf. De rechtbank houdt ten nadele van de verdachte rekening met het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie d.d. 31 oktober 2011.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, acht de rechtbank niet aanwezig.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op € 499,90, zijnde materiële schade

(een laptop van € 489,90 en een geldbedrag van € 10,--).

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen met oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte de schade wil vergoeden en de vordering benadeelde partij kan worden toegewezen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij

[benadeelde partij] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het onder 1. bewezen verklaarde feit.

De hoogte van deze schade is vast komen te staan op een bedrag van € 499,90.

De vordering van de benadeelde partij, die in zijn vordering ontvankelijk is, is in die zin toewijsbaar.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde onder 1, 2 en 3 bewezen, zodanig als hierboven is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij];

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te Lelystad, van een bedrag van € 499,90, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 10 september 2011, tot die van de voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 499,90, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, voorzitter, mrs. R.M. van Vuure en

H.H.J. Harmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 december 2011.