Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU8826

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-11-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
561889 CV 11-4184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel overig. Advertentie-overeenkomst. Geen op het sluiten van een tweede overeenkomst gerichte wil aangenomen. Geen bescherming van vertrouwen bij advertentieverkoper, gelet op de kennelijk bewuste handelwijze om in de eerste opdrachtbevestiging een fout te verwerken en na reactie daarop een tweede opdrachtbevestiging te zenden die op een andere advertentie ziet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

sector kanton - locatie Zwolle

zaaknummer : 561889 CV EXPL 11-4184

datum : 29 november 2011

Vonnis in de zaak van:

[EISENDE PARTIJ],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij, verder te noemen ‘[EISENDE PARTIJ]’,

gemachtigde Direct Incasso B.V.,

tegen

[GEDAAGDE PARTIJ],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde partij, verder te noemen ‘[GEDAAGDE PARTIJ]’,

verschenen bij de heer [S], museumbeheerder.

Het verdere verloop van de procedure

Eerder is in deze zaak een tussenvonnis gewezen dat op 9 augustus 2011 is uitgesproken.

Ingevolge dat tussenvonnis heeft op 27 oktober 2011 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij [EISENDE PARTIJ] niet zelf is verschenen, maar zich door haar gemachtigde heeft doen vertegenwoordigen. Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

Het geschil

[EISENDE PARTIJ] vordert dat [GEDAAGDE PARTIJ] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.133,66 vermeerderd met rente en proceskosten.

[GEDAAGDE PARTIJ] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten die, als gesteld en niet of onvoldoende betwist, als vaststaand hebben te gelden.

1.1.

[EISENDE PARTIJ] heeft in of omstreeks maart 2010 telefonisch contact opgenomen met [GEDAAGDE PARTIJ], in de persoon van de heer [S], met het voorstel om een advertentie van [GEDAAGDE PARTIJ] te plaatsen in een product van [EISENDE PARTIJ], te weten het product ‘KleurVertier’.

1.2.

[EISENDE PARTIJ] heeft op 2 april 2010 een opdrachtbevestiging aan [GEDAAGDE PARTIJ] gezonden voor plaatsing van een advertentie in KleurVertier (kleurwedstrijd voor kinderen). In die opdrachtbevestiging staat, voor zover thans van belang, het volgende:

‘Product: KleurVertier

Prijs excl.: € 279,00 excl. btw

Opdrachtgever: Dhr. [S]

Oplage: Minimaal 250 exemplaren

Verspreidingstoeslag: 20% van prijs excl. btw

Frequentie/Deelnames: 1 (één) keer

Product formaat: A4

Facturatie: Bij in productie name

Verspreiding: Regionaal tenzij anders overeengekomen.’

Daarbij is een voorbeeld van de te plaatsen advertentie opgenomen, waarin als postcode ‘[postcode]’ vermeld staat.

1.3.

[S] heeft op 2 april 2010 per e-mail aan [EISENDE PARTIJ] bericht: ‘Wij gaan akkoord met de advertentie, de postcode is verkeerd en moet zijn [postcode]’.

1.4.

[EISENDE PARTIJ] heeft op 14 april 2010 een opdrachtbevestiging aan [GEDAAGDE PARTIJ] gezonden voor plaatsing van een advertentie in PuzzelVertier (puzzelwedstrijd). In die opdrachtbevestiging staat, voor zover thans van belang, het volgende:

‘Product: PuzzelVertier

Prijs excl.: € 349,00 excl. btw

Opdrachtgever: Dhr. [S]

Oplage: Minimaal 250 exemplaren

Verspreidingstoeslag: 20% van prijs- en kleurtoeslag excl. btw

Frequentie/Deelnames: 1 (één) keer

Product formaat: A4

Facturatie: Bij in productie name

Kleurtoeslag excl: € 299,00 excl. btw

Verspreiding: Regionaal tenzij anders overeengekomen.’

Daarbij is een voorbeeld van de te plaatsen advertentie opgenomen gelijk aan die bij de opdrachtbevestiging van 2 april 2010, waarin als postcode ‘[postcode]’ vermeld staat.

1.5.

[S] heeft op 15 april 2010 per e-mail aan [EISENDE PARTIJ] bericht: ‘Bij deze keur ik de advertentie goed zal het formulier toesturen’.

1.6.

[EISENDE PARTIJ] heeft bij factuur d.d. 8 juli 2010 een bedrag van € 398,41 aan [GEDAAGDE PARTIJ] in rekening gebracht voor de advertentieplaatsing in ‘KleurVertier’. [GEDAAGDE PARTIJ] heeft deze factuur voldaan.

1.7.

[EISENDE PARTIJ] heeft bij factuur d.d. 16 september 2010 een bedrag van € 925,34 aan [GEDAAGDE PARTIJ] in rekening gebracht voor de advertentieplaatsing in ‘PuzzelVertier’.

2.

[EISENDE PARTIJ] baseert haar vordering op de met [GEDAAGDE PARTIJ] gesloten overeenkomst en op de stelling dat de factuur d.d. 16 september 2010 ad € 925,34 onbetaald is gebleven.

3.

[GEDAAGDE PARTIJ] betwist de vordering, daartoe stellende dat zij nooit bedoeld heeft opdracht te geven voor het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’. Zij voert daartoe aan dat [EISENDE PARTIJ] haar op 2 april 2010 een opdrachtbevestiging heeft gezonden voor het plaatsen van een advertentie in ‘KleurVertier’, waarbij een fout zat in de postcode van [GEDAAGDE PARTIJ]. [GEDAAGDE PARTIJ] heeft daarop aan [EISENDE PARTIJ] te kennen gegeven dat de opdracht akkoord was, maar daarbij vermeld dat de in de voorbeeldadvertentie opgenomen postcode onjuist was. Toen [GEDAAGDE PARTIJ] op 14 april 2010 wederom een opdrachtbevestiging ontving, heeft zij gecontroleerd of de aanpassing in de postcode doorgevoerd was en wederom haar goedkeuring gegeven. Achteraf bleek echter dat het om een geheel nieuwe opdrachtbevestiging ging, namelijk voor het product ‘PuzzelVertier’ in plaats van ‘KleurVertier’, met andere prijzen en een ander referentienummer, aldus [GEDAAGDE PARTIJ].

4.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

5.

Partijen verschillen van mening over de vraag of [GEDAAGDE PARTIJ] aan [EISENDE PARTIJ] opdracht heeft gegeven voor het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’.

6.

Uit artikel 3:33 BW volgt dat voor het bestaan van een overeenkomst noodzakelijk is dat er een op een rechtsgevolg gerichte wil is, die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Indien sprake is van een verklaring die niet berustte op een daarmee overeenstemmende wil, komt in beginsel geen rechtshandeling tot stand. Dit geldt echter niet wanneer beslist zou moeten worden dat degene tegen wie de verklaring is gericht, mocht afgaan op het vertrouwen dat door die verklaring is gewekt als bedoeld in artikel 3:35 BW.

7.

Gegeven de door [GEDAAGDE PARTIJ] ondertekende opdrachtbevestiging rust op haar de plicht om zodanig voldoende feiten en omstandigheden te stellen, en deze zonodig te bewijzen, dat kan worden aangenomen dat desondanks bij haar geen sprake was van een op het afsluiten van een overeenkomst gerichte wil. Vervolgens is het aan [EISENDE PARTIJ] om feiten en omstandigheden te stellen (en zonodig te bewijzen) waaruit kan volgen dat bij haar sprake was van vorenbedoeld gerechtvaardigd vertrouwen op basis van verklaringen of gedragingen van [GEDAAGDE PARTIJ], zodat het ontbreken van wilsovereenstemming haar niet kan worden tegengeworpen.

8.

Op basis van de stukken en het ter comparitie tussen partijen gevoerde debat is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat ten aanzien van het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’ bij [GEDAAGDE PARTIJ] geen sprake was van een op het sluiten van een overeenkomst gerichte wil. Daartoe is het volgende van belang.

8.1.

[GEDAAGDE PARTIJ] heeft ter comparitie onweersproken gesteld dat [EISENDE PARTIJ] haar, in de persoon van [S], telefonisch heeft voorgesteld om vier keer een advertentie te plaatsen in ‘een boekje voor een goed doel’ voor een bedrag van € 999,00 en dat [S] daarop te kennen heeft gegeven dat [GEDAAGDE PARTIJ] nooit advertenties plaatst voor een bedrag van meer dan € 250,00. Onweersproken heeft [S] ook aangevoerd dat hij niet gemachtigd is om voor [GEDAAGDE PARTIJ] verplichtingen aan te gaan voor bedragen groter dan € 300,00. Partijen hebben uiteindelijk afgesproken dat de betreffende advertentie eenmalig geplaatst zou worden. Vast staat dat [EISENDE PARTIJ] naar aanleiding van dit telefoongesprek op 2 april 2010 een opdrachtbevestiging aan [GEDAAGDE PARTIJ] heeft gezonden voor ‘plaatsing van een advertentie in ‘KleurVertier’ (kleurwedstrijd voor kinderen)’. In het afgedrukte voorbeeld van de advertentie zoals die door [EISENDE PARTIJ] zou worden geplaatst, stond een foute postcode vermeld. [GEDAAGDE PARTIJ] heeft toegelicht dat zij de opdracht heeft geaccordeerd en teruggestuurd, met daarbij de vermelding dat de postcode onjuist was. Voldoende aannemelijk is geworden dat [GEDAAGDE PARTIJ], toen zij op 14 april 2010 wederom een opdrachtbevestiging toegestuurd kreeg met daarin de juiste postcode, in de veronderstelling verkeerde dat de inhoud daarvan dezelfde was als die haar op 2 april 2010 was toegestuurd, namelijk plaatsing van een advertentie in ‘KleurVertier’, alleen nu voorzien van de juiste postcode. Daarbij is van belang dat, zoals tijdens de comparitie onweersproken is gesteld, voorafgaand aan deze toezending niet opnieuw telefonisch contact tussen [EISENDE PARTIJ] en [GEDAAGDE PARTIJ] heeft plaatsgevonden en dat [EISENDE PARTIJ] evenmin op andere wijze aan haar duidelijk heeft gemaakt dat het om een andere opdracht, namelijk plaatsing van een advertentie in ‘PuzzelVertier’, ging. Het voorgaande brengt de kantonrechter tot het oordeel dat [GEDAAGDE PARTIJ] door de handelwijze van [EISENDE PARTIJ] in de waan is gebracht dat zij, door ondertekening van de opdracht voor ‘PuzzelVertier’ alsnog tekende voor advertentieplaatsing in ‘KleurVertier’. Waar het gaat om ‘PuzzelVertier’ is dan ook geen sprake geweest van een op het sluiten van een overeenkomst gerichte wil.

9.

De vraag of [EISENDE PARTIJ] de ondertekening van de tweede opdrachtbevestiging onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht opvatten als instemming met advertentieplaatsing in ‘PuzzelVertier’ moet ontkennend worden beantwoord. [EISENDE PARTIJ] heeft ter zitting niet weersproken dat tijdens het eerste telefoongesprek is afgesproken dat één advertentie geplaatst zou worden, namelijk een advertentie in ‘KleurVertier’, en dat zij [GEDAAGDE PARTIJ] na dat eerste gesprek niet opnieuw heeft benaderd voor het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’. Als [EISENDE PARTIJ] vervolgens een verbeterde advertentie toestuurt, afgedrukt op een opdrachtbevestiging die identiek lijkt aan de eerste, maar waarop enkele gegevens zijn gewijzigd, dan kan zij de ondertekening daarvan redelijkerwijs niet opvatten als een uiting van de wil van [GEDAAGDE PARTIJ] gericht op advertentieplaatsing in ‘PuzzelVertier’. De kantonrechter kan zich ook niet aan de indruk onttrekken dat [EISENDE PARTIJ] opzettelijk de werkwijze hanteert van het sturen van twee afzonderlijke opdrachtbevestigingen met een tussenpoos van minder dan twee weken, waarbij in de eerste opdrachtbevestiging een fout in de advertentie zit en dat [EISENDE PARTIJ] met deze handelwijze probeert te bewerkstelligen dat de opdrachtgever met de bevestiging voor de tweede opdracht in de veronderstelling verkeert akkoord te verlenen voor de eerste gecorrigeerde opdracht. Opvallend is in elk geval dat [EISENDE PARTIJ] vaker een identieke handelwijze blijkt te volgen (zie het vonnis van de kantonrechter te Leeuwarden d.d. 9 september 2011, LJN BT2369).

10.

Gelet op het bovenstaande moet worden geoordeeld dat ten aanzien van het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’ geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.

De vordering van [EISENDE PARTIJ] moet dan ook worden afgewezen.

11.

[EISENDE PARTIJ] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [EISENDE PARTIJ] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [GEDAAGDE PARTIJ] begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. H.C. Moorman, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 29 november 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.