Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU6570

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
24-11-2011
Datum publicatie
01-12-2011
Zaaknummer
07.601204-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 nu niet kan worden uitgesloten dat verdachte ten tijde van het ongeval een epileptische aanval heeft gehad.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2012/4

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.601204-09

Uitspraak: 24 november 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg op 10 november 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W. Ludwig, en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. C.W. Flokstra, advocaat te Almere, en de verdachte naar voren is gebracht.

Een der nabestaanden van het slachtoffer heeft ter terechtzitting gebruik gemaakt van het spreekrecht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 november 2009 in de gemeente Almere als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Havendreef, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, met een snelheid van tussen de 72 kilometer per uur en 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, bij nadering van de kruising van die Havendreef met de Stedendreef en de Hollandsedreef, alwaar een driekleurig verkeerslicht, bestemd voor het verkeer in zijn richting rood licht uitstraalde, geen of onvoldoende snelheid te minderen en/of met die te hoge snelheid zijn voertuig onvoldoende onder controle te houden en/of met het door hem bestuurde voertuig te botsen en/of aan te rijden tegen een bestelauto (Citroen Belingo), welke bestelauto stilstond op die Havendreef op het voorsorteervak voor linksaf en/of (vervolgens) met die te hoge snelheid, via de groenstrook op die Stedendreef, te botsen/aan te rijden tegen een personenauto (Chrysler), welke zich bevond op de voorsorteerstrook voor linksaf op de Stedendreef, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 november 2009 in de gemeente Almere als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Havendreef, met een snelheid van tussen de 72 kilometer per uur en 100 kilometer per uur, in elk geval met een hogere dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, bij nadering van de kruising van die Havendreef met de Stedendreef en de Hollandsedreef, alwaar een driekleurig verkeerslicht, bestemd voor het verkeer in zijn richting rood licht uitstraalde, geen of onvoldoende snelheid heeft geminderd en/of met die te hoge snelheid zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden en/of met het door hem bestuurde voertuig is gebotst en/of aangereden tegen een bestelauto (Citroen Belingo), welke bestelauto stilstond op die Havendreef op het voorsorteervak voor linksaf en/of (vervolgens) met die te hoge snelheid, via de groenstrook op die Stedendreef, is gebotst en/of aangereden tegen een personenauto (Chrysler), welke zich bevond op de voorsorteerstrook voor linksaf op de Stedendreef, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

4.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden. Hij heeft daartoe gesteld dat verdachte een opeenstapeling van verkeersfouten heeft gemaakt: verdachte is met een veel te hoge snelheid een op rood staand stoplicht genaderd, heeft onvoldoende aandacht bij “het stuur” gehad en heeft een stuurfout gemaakt. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte hoogst onvoorzichtig heeft gereden. Dat verdachte kort voor het ongeval een epileptische aanval zou hebben gehad acht hij onwaarschijnlijk.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er eigenlijk geen redelijke verklaring voor het ontstaan van het ongeval is. De raadsman acht het, gelet op de toedracht van het ongeval, zeer aannemelijk dat verdachte een kortdurende epileptische aanval heeft gehad. Het ongeval kan hem daarom niet verweten worden zodat hij wegens afwezigheid van alle schuld voor het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken en dat verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij de beoordeling van dit geval gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte reed met zijn auto op 13 november 2009 om ongeveer 10.00 uur op de Havendreef te Almere in de richting van de kruising van de wegen Havendreef, Stedendreef en Hollandsedreef, waar een snelheid gold van maximaal 50 km per uur. Er was geen sprake van een voorrangsregeling, het regende en er was daglicht. Gekomen vlakbij de kruising keek verdachte over zijn schouder naar zijn kind van anderhalf jaar oud, dat in een autozitje zat. Omdat het hoofd van dat kind naar voren knikte door slaap, wilde verdachte die houding corrigeren. Op enig moment daarna gaf verdachte kennelijk plotseling gas en reed met zeer hoge snelheid tegen een andere auto, van het merk Chrysler, met daarin het slachtoffer dat ter plaatse overleed. Verdachte kan zich niet herinneren wat er gebeurd is nadat hij achterom keek naar zijn kind.

Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, is de rechtbank op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting tot het oordeel gekomen dat verdachte niet met hoge snelheid het op rood staand stoplicht is genaderd. Wel is komen vast te staan dat verdachte onvoldoende aandacht bij “het stuur” heeft gehad. Verdachte heeft dit immers erkend. Ook kan uit het dossier worden afgeleid dat verdachte mogelijk een stuurfout heeft gemaakt.

Deze “opeenstapeling van fouten” zoals de officier van justitie terecht het rijgedrag van verdachte heeft bestempeld, is niet de oorzaak geweest van het ongeval. Immers, de oorzaak van het ongeval is dat verdachte plotseling, met hoge snelheid, als een projectiel, zoals door verschillende getuigen is verklaard, door de lucht vloog en uiteindelijk in aanraking kwam met het voertuig van het slachtoffer.

Een voor de hand liggende verklaring voor de plotselinge toename in snelheid zou kunnen zijn dat verdachte, nadat hij de houding van zijn kind had gecorrigeerd, weer vooruit keek en zag dat hij de auto voor hem te dicht naderde, wilde remmen en per ongeluk het gaspedaal heeft ingedrukt.

Ter terechtzitting is echter door en namens verdachte aangevoerd dat het zeer wel mogelijk is dat verdachte vanaf het moment dat hij zich niets meer kan herinneren, namelijk vanaf het moment dat hij de houding van zijn kind wilde corrigeren, een epileptische aanval heeft gehad. De rechtbank heeft deze lezing tegen het licht gehouden.

Bij verdachte is in het verleden epilepsie gediagnosticeerd. Hij had echter al jaren geen aanval gehad. Verdachte werd voor het behoud van zijn rijbewijs wel elke drie jaar gekeurd vanwege zijn epilepsie. Na het ongeval kwamen de aanvallen met enige regelmaat terug en terugkijkend, zo heeft verdachte verklaard, herkent verdachte het gedrag en de symptomen die hij vlak voor en tijdens het ongeval had als een epileptische aanval.

Gelet op de toedracht van het ongeval en op de omstandigheid dat aannemelijk is geworden dat verdachte destijds leed aan epilepsie, is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat niet kan worden uitgesloten dat verdachte ten tijde van het ongeval een epileptische aanval heeft gehad.

Op grond daarvan komt de rechtbank tot de conclusie dat het ongeval niet aan hem verweten kan worden, zodat hij van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Op diezelfde gronden kan verdachte het subsidiair ten laste gelegde niet verweten worden en hij zal te dien aanzien worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5. BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij zal, nu geen veroordeling zal volgen, niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Ontslaat verdachte ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde van alle rechtsvervolging.

Bepaalt dat de benadeelde partij Y. Alkan niet-ontvankelijk is in haar vordering.

Aldus gewezen door mr. H.H.J. Harmeijer, voorzitter, mrs. A.C. Schroten en W.F. Roelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Ruitenbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2011.