Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU5754

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
24-11-2011
Zaaknummer
07/663119-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- promis

- bedreiging cq mishandeling van echtgenote

- bewijs- en strafmaatoverweging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/663119-10(P)

Uitspraak: 07 oktober 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortedatum en plaats),

wonende te (adres + woonplaats)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.L. Hellinga, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was aanwezig mr. B.C. van Haren.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd - zoals ter terechtzitting van 23 september 2011 gewijzigd - dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van (datum)tot en met (datum) te Zwolle, althans in Nederland en/of in Thailand een ander, genaamd (slachtoffer),

(lid 1, onder 1)

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheiden en/of dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die (slachtoffer) heeft geworven,

vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die (slachtoffer)

en/of

(lid 1, onder 3)

heeft aangeworven, medegenomen met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling;

en/of

(lid 1, onder 4)

(telkens) met één of meer van de onder sub 1 van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misleiding door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die (slachtoffer), heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel dat hij

enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die (slachtoffer) zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling),

en/of

(lid 1, onder 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van (slachtoffer);

en/of

(lid 1, onder 9)

(telkens) met één of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare

positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die (slachtoffer) heeft, heeft gedwongen dan wel bewogen hem verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van (slachtoffer) met of voor een derde,

immers heeft/is hij, verdachte, toen daar (telkens);

- terwijl en/of nadat hij, verdachte, met die (slachtoffer)getrouwd is in Thailand en/of

- terwijl die (slachtoffer) in Nederland verbleef op basis van een toeristenvisum, in elk geval een tijdelijke verblijfsvergunning en/of

- terwijl hij en die (slachtoffer) twee kinderen samen hebben en in Nederland (en/of in Thailand) samenwonen:

- tegen die (slachtoffer) gezegd dat ze Thaise massages moest geven aan mannen in Nederland en/of

- tegen die (slachtoffer) gezegd dat ze seksuele handelingen moest verrichten tijdens en/of na afloop van die massages en/of

- tegen die (slachtoffer) gezegd dat ze in Nederland Thaise massages moest geven met seksuele handelingen (zoals aftrekken en/of pijpen) (zogenaamd "happy end") en/of

- die (slachtoffer) meermalen, althans éénmaal heeft mishandeld en/of

- die (slachtoffer) meermalen, althans éénmaal heeft gedreigd dat ze terug moest naar Thailand en/of die (slachtoffer) gedreigd dat als ze niet zou luisteren zij mishandeld zou worden, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- meerdere, althans één advertentie(s) van die (slachtoffer) op internet geplaatst en/of

- meerdere klanten geregeld voor die (slachtoffer)en/of

- bepaald dat die (slachtoffer) in hun woning klanten moest ontvangen en/of in hun woning seksuele handelingen moest verrichten met klanten en/of

- de prijs voor de massages en/of seksuele handelingen bepaalde en/of

- het door die (slachtoffer) verdiende geld (grotendeels) afgepakt en/of voor eigen gerief gehouden en/of

- bepaald welke kleding die (slachtoffer) moest dragen tijdens haar werkzaamheden en/of

- die (slachtoffer) verboden om contact te hebben met vrienden en/of bekenden en/of die (slachtoffer) gezegd dat zij hem, verdachte, altijd moest vertellen waar ze van plan was naartoe te gaan en/of wat zij wilde gaan doen;

door welke feiten en omstandigheden voor die (slachtoffer) een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden;

2.

hij op omstreeks 15 mei 2010 te Zwolle, althans in Nederland, en/of in Thailand (slachtoffer) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde (slachtoffer) (via een e-mailbericht) dreigend de woorden toegevoegd: "Probeer even stil te staan bij het gezinsdrama dat onlangs is gebeurd in Enschede, waar moeder en kind zijn vermoord, allemaal het gevolg dat de vrouw alleen luistert naar begeleiding en de vader niet wordt gehoord. Wanneer jij en vele andere moeders niet zelf kunnen bedenken dat ze fout bezig

zijn en er geen dialoog met de vader van de kinderen wordt gemaakt, zullen dergelijke drama's veel vaker voorkomen en lopen vrouwen en kinderen iedere dag het risico dat het noodloot toeslaat.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks (datum) te Zwolle opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten (slachtoffer), meermalen, althans éénmaal (met kracht) heeft gestompt en/of geslagen op/tegen het hoofd en/of de schouder(s) en/of het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte ter zake het onder 1, artikel 273f lid 1 onder 1, artikel 273f lid 1 onder 3 en lid 1 onder 6 ten laste gelegd dient te worden vrijgesproken omdat dit niet wettig en overtuigen bewezen kan worden. Zij heeft veroordeling van verdachte gevorderd wegens mensenhandel, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling van zijn echtgenote zoals onder 1, artikel 273f, lid 1 onder 4 en lid 1 onder 9, 2 en 3 ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geconcludeerd dat verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken omdat er geen wettig bewijs is. De aangifte wordt niet ondersteund door ander bewijs.

Voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde is er volgens de raadsvrouw geen sprake van bedreiging nu bij aangeefster niet de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte daadwerkelijk tot een dergelijke daad zou overgaan en verdachte zijn e-mail niet als een dreigement heeft bedoeld. Verdachte dient eveneens te worden vrijgesproken voor dit feit.

De raadsvrouw heeft voor het onder 3 ten laste gelegde een beroep op overmacht gedaan nu aangeefster een groot aandeel heeft gehad in de escalatie en heeft bepleit dat verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

In het dossier bevindt zich de aangifte van (slachtoffer), waarin zij verklaart gedurende een periode van tien weken gedwongen te zijn massages te verrichten bij mannen waarbij zij de klant tot een hoogtepunt moest brengen door hun penis af te trekken. Zij wilde dit niet, maar durfde niet te weigeren uit angst voor het gebruik van geweld door de verdachte. Het geld dat klanten hiervoor gaven diende aangeefster af te geven aan verdachte, die haar vervolgens een gedeelte teruggaf. De advertentie waarmee klanten geworven werden was door verdachte alleen, zonder medeweten en toestemming van aangeefster, op het internet geplaatst, zo volgt uit de aangifte.

Haaks op deze aangifte staat de verklaring van verdachte dat aangeefster vrijwillig is begonnen met het aanbieden van massages en dat zij dit met plezier deed. Dat zij klanten hierbij ook tot een seksueel hoogtepunt bracht is voor verdachte een gegeven dat gebruikelijk onderdeel uitmaakt van de massage die zijn vrouw toepaste en ook al voordien had toegepast in Thailand. Verdachte heeft hierin geen enkele sturende rol gehad, het initiatief is volledig van aangeefster uitgegaan en zij heeft zich te dien aanzien nimmer negatief geuit naar verdachte. De rechtbank heeft, naast de aangifte van (slachtoffer) waarin de door verdachte toegepaste dwang wordt beschreven in het dossier geen verklaringen of andersoortig bewijsstuk aangetroffen waarmee de aangifte wordt ondersteund. De verklaringen van de Thaise vriendin van aangeefster, (naam vriendin) en haar partner (naam partner) zijn de auditu verklaringen op het punt van dwang en kunnen derhalve niet als zelfstandig ondersteunend bewijsmiddel worden gebezigd. De mail van (naam 3), die mede aanleiding is geweest voor de start van het onderzoek naar verdachte is evenmin ondersteunend te dien aanzien. Nu geen ander bewijsstuk steun geeft aan de beleving van aangeefster dat van dwang sprake is geweest is de conclusie dat er sprake is van een één-op één-situatie. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

Op (datum) heeft (slachtoffer) aangifte gedaan van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Zij heeft onder meer het volgende verklaard:

“Op zaterdag (datum) kreeg ik een mail van (verdachte) met als onderwerp “gezinsdrama in Enschede”. De letterlijke tekst wordt hieronder weergegeven:

“Nuch,

Probeer even stil te staan bij het gezinsdrama wat onlangs is gebeurd in Enschede, waar moet en kind zijn vermoord, allemaal het gevolg dat de vrouw alleen luisterd naar haar begeleiding en de vader geheel niet word gehoord. Wanneer jij en vele andere moeders niet zelf kunnen bedenken dat ze fout bezig zijn en er geen dialoog met de vader van de kinderen wordt gemaakt zullen dergelijke drama veel vaker voorkomen. En lopen deze vrouwen en kinderen iedere dag het risiko dat het noodlot toeslaat.

(verdachte)

Later hoorde ik dat er in Enschede een ernstig drama heeft plaatsgevonden. (…) Toen ik dit hoorde wist ik ook gelijk wat (verdachte) precies bedoelde met de bovenstaande mail.”

In het dossier bevindt zich de email (datum) van verdachte gericht aan het emailadres van aangeefster inhoudende:

“Nuch,

Probeer even stil te staan bij het gezinsdrama wat onlangs is gebeurd in Enschede, waar moet en kind zijn vermoord, allemaal het gevolg dat de vrouw alleen luisterd naar haar begeleiding en de vader geheel niet word gehoord. Wanneer jij en vele andere moeders niet zelf kunnen bedenken dat ze fout bezig zijn en er geen dialoog met de vader van de kinderen wordt gemaakt zullen dergelijke drama veel vaker voorkomen. En lopen deze vrouwen en kinderen iedere dag het risiko dat het noodlot toeslaat.

(verdachte)

De verdachte heeft op 23 september 2011 ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:

“(…) Ik heb de email met de tekst zoals ten laste is gelegd verstuurd aan mijn vrouw (slachtoffer). (…) Ik heb haar gemaild dat ik hoopte dat ze begreep dat er gezinsdrama’s ontstaan door zulke situaties waarin de man de kinderen niet mag zien.”

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

Op 3 mei 2011 heeft aangeefster (slachtoffer)een verklaring afgelegd waarin zij onder meer het volgende heeft verklaard:

“(…) De precieze datum dat ik door mijn man ben mishandeld weet ik niet meer, maar het was op een vrijdag in de maand Juli of augustus 2009. De dag ervoor heb ik ook voor het eerst contact gezocht met de politie. U vertelt me nu dat ik op vrijdag (datum) contact heb gezocht met de politie. (…) Tussen (tijdstip) kreeg ik met mijn man ruzie. (…) Ik wilde weglopen van (verdachte). Ik zag dat (verdachte) mij tegenhield en voelde dat hij met beide vuisten op mij in sloeg. (…) Ik herinner me dat ik door de klappen van (verdachte), mijn gezicht beschermde met mijn handen en armen. Ik voelde dat ik overal op mijn bovenlichaam werd geraakt. (verdachte) sloeg mij op mijn armen, gezicht en op mijn hoofd. (…) Ik denk dat (verdachte) mij wel 10 tot 15 keer geslagen heeft. Hij sloeg met beide vuisten om en om. (…)”

In het proces-verbaal van bevindingen (datum) staat onder meer het volgende:

“Op (datum) hebben verbalisanten een informatief gesprek gehad met (slachtofffer) (…) De vrouw verklaarde dat haar letsel op (datum) door haar echtgenoot (verdachte) was veroorzaakt. De vrouw toonde verbalisanten haar letsel. Verbalisant Wigger heeft met zijn telefoon/ fototoestel een viertal foto’s gemaakt die bij dit proces-verbaal worden gevoegd.”

De verdachte heeft op 23 september 2011 ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:

“(…) Er is op (datum) een ruzie gekomen tussen mij en mijn vrouw. (…) Ze wilde me een klap geven. Er knapte een stop bij mij en ik sloeg haar op haar schouders een keer links en een keer rechts. Misschien heb ik hierbij ook haar hoofd geraakt. (…)”

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd.

BEWEZENVERKLARING

De verdachte dient van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

2.

Hij omstreeks 15 mei 2010 in Nederland (slachtoffer) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde (slachtoffer) (via een e-mailbericht) dreigend de woorden toegevoegd: "Probeer even stil te staan bij het gezinsdrama dat onlangs is gebeurd in Enschede, waar moeder en kind zijn vermoord, allemaal het gevolg dat de vrouw alleen luistert naar begeleiding en de vader niet wordt gehoord. Wanneer jij en vele andere moeders niet zelf kunnen bedenken dat ze fout bezig

zijn en er geen dialoog met de vader van de kinderen wordt gemaakt, zullen dergelijke drama's veel vaker voorkomen en lopen vrouwen en kinderen iedere dag het risico dat het noodlot toeslaat.".

3.

Hij op (datum) te Zwolle opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, te weten (slachtoffer), meermalen, met kracht heeft geslagen tegen het hoofd en de schouders en het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Van het onder 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

2.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Mishandeling begaan tegen zijn echtgenote, strafbaar gesteld bij artikel 304 juncto artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

De raadsvrouw van de verdachte heeft als verweer gevoerd dat ten tijde van het begaan van het onder 3 ten laste gelegde feit aan de zijde van de verdachte sprake was van overmacht hetgeen zou moeten leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat de verdachte ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit onder invloed van een zodanige drang verkeerde dat hij niet anders kon

handelen dan hij heeft gedaan, terwijl het verweer ook geenszins is onderbouwd.

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden. De officier heeft voorts gevorderd toewijzing van de vordering benadeelde partij, (slachtoffer), van een bedrag groot

€ 2.000,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag en niet-ontvankelijkverklaring voor het overig gevorderde bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat bij een oplegging van een straf rekening gehouden dient te worden met de persoonlijke situatie van verdachte dat hij sinds de aangifte tegen hem zijn kinderen niet meer heeft gezien en er nauwelijks is sprake van justitiële documentatie. De raadsvrouw is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij gelet op de bepleitte vrijspraak niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gelijk aan het aantal in voorarrest doorgebrachte dagen noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. De rechtbank heeft hiervoor in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte de mishandeling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht heeft begaan tegen zijn echtgenote. Verdachte heeft het veiligheidsgevoel van aangeefster in de huiselijke omgeving, een omgeving waar iemand zich juist veilig zou moeten kunnen voelen, zodanig aangetast dat zij na de bedreiging in een blijf van mijn lijf-huis heeft verbleven.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Teneinde herhaling te voorkomen acht de rechtbank een deels voorwaardelijke straf geïndiceerd.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie (datum).

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Voor de aanvang van de terechtzitting heeft (slachtoffer) zich op de bij de wet voorgeschreven wijze als benadeelde partij in dit geding gevoegd.

De vordering van de benadeelde partij (slachtoffer) zal niet ontvankelijk worden verklaard, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waarop de vordering voornamelijk is gebaseerd en een verdere behandeling van het overige gedeelte van die vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

BESLISSING

Het onder 1 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 2 en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot twee weken, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Schadevergoeding

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (slachtoffer) in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. F. van der Maden en S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 07 oktober 2011.