Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU5753

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-11-2011
Datum publicatie
24-11-2011
Zaaknummer
07/650062-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis;

Oplichting, meermalen gepleegd;

Bewijs- en strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.650062-10 (P) en 07.460605-09 (vtvv)

Uitspraak: 7 november 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

Verdachte

geboren op (geboorteplaats+geboortedatum)

wonende te (postcode+Woonplaats)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2010 en (na heropening en schorsing van het onderzoek bij vonnis van 31 december 2010) op 28 maart 2011, 8 september 2011 en 24 oktober 2011.

De verdachte is ter terechtzitting van 17 december 2010 en van 24 oktober 2011 verschenen, bijgestaan door mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle.

De verdachte en zijn raadsman mr. Krauth, zijn ter terechtzitting van 28 maart 2011 en 8 september 2011 niet verschenen.

Als officier van justitie was ter terechtzitting van 17 december 2010 aanwezig mr. B.C. van Haren en ter terechtzitting van 24 oktober 2011 mr. J.P. Scheffer.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 17 december 2010 overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd.

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2009 tot en met 15 september 2009 in de gemeente(n) Zwolle en/of Lochem en/of Heerde en/of Delft en/of Amersfoort en/of Zaandam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels slachtoffers en/of één of meer ander(en) (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, hebbende/is verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

- zich op een internetsite , althans op enige internetsite, voorgedaan als verkoper van mobiele telefoon(s)/GSM('s) en/of I-phone('s) en/of spelcomputer('s) en/of

- met die Slachtoffers overeengekomen dat hij, verdachte, na ontvangst van het overeengekomen bedrag over zou gaan tot verzending van het bij hem, verdachte, bestelde goed aan die Slachtoffers , waardoor die Slachtoffers die een of meer ander(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 15 april 2009 in de gemeente(n) Zwolle en/of Sittard-Geleen en/of Terneuzen en/of elders in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (slachtoffers) en/of één of meer ander(en) (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan die (Slachtoffers) en/of één of meer ander(en) (spook)nota's verstuurd waarin hij, verdachte, aan heeft gegeven dat hij, verdachte, door toedoen van (werknemers van) die (slachtoffers) en/of één of meer ander(en) stomerijkosten heeft moeten maken door het knoeien/morsen van rode wijn over zijn, verdachte(s), colbert, en hij, verdachte, schadevergoeding wil van door hem, verdachte, gemaakte stomerijkosten, waardoor die (slachtoffers) en/of die één of meer ander(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

De rechtbank heeft in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten verbeterd. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen ter zake van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de ten laste gelegde feiten geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer);

• Het proces-verbaal van aangifte van Slachtoffers ;

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer)

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer)

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer);

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer);

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer);

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer);

• De bekennende verklaring van verdachte ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 december 2010.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• Het proces-verbaal van aangifte van (Slachtoffer);

• Het proces-verbaal van aangifte van (slachtoffer);

• De bekennende verklaring van verdachte ;

• De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 december 2010.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en onder 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij tezamen en in vereniging met een ander op verschillende tijdstippen in de periode van 01 juli 2009 tot en met 15 september 2009 in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid slachtoffersen/of één of meer ander(en) heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, hebbende/is verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

- zich op de internetsite www.Marktplaats.nl voorgedaan als verkoper van mobiele telefoon(s)/GSM('s) en/of I-phone('s) en/of spelcomputer('s) en

- met die Slachtoffers en/of één of meer ander(en) overeengekomen dat hij, verdachte, na ontvangst van het overeengekomen bedrag over zou gaan tot verzending van het bij hem, verdachte, bestelde goed aan die Slachtoffers en/of één of meer ander(en), waardoor die Slachtoffers en/of één of meer ander(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2008 tot en met 15 april 2009 in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, (Slachtoffers)en meer ander(en) (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of in strijd met de waarheid aan die (slachtoffers) en ander(en) (spook)nota's verstuurd waarin hij, verdachte, aan heeft gegeven dat hij, verdachte, door toedoen van (werknemers van) die (slachtoffers) en/of ander(en) stomerijkosten heeft moeten maken door het knoeien/morsen van rode wijn over zijn, verdachte(s), colbert, en hij, verdachte, schadevergoeding wil van door hem, verdachte, gemaakte stomerijkosten, waardoor die (slachtoffers) en die ander(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Van het onder 1 en onder 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

1.

Oplichting, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Oplichting, meermalen gepleegd strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd:

- een werkstraf voor de duur van 180 uur, bij niet verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis;

- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voor¬waarden:

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt:

o een meldingsgebod bij de reclassering;

o zich laten onderzoeken en behandelen bij het AFPN te Zwolle in het kader van mogelijk aanwezige persoonlijkheidsproblematiek;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde Slachtoffers tot een bedrag van € 156,75, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

- toewijzing van de vordering van (slachtoffer) tot een bedrag van € 25,-, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

- toewijzing van de vordering van (slachtoffer) tot een bedrag van € 258,61, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

- toewijzing van de vordering van (slachtoffer) tot een bedrag van € 100,-,alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

- toewijzing van de vordering van (slachtoffers) tot een bedrag van € 18,50, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

- afwijzing van de vordering van (slachtoffers) tot een bedrag van € 153,- en

- met betrekking tot de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 07.460605-09: verlenging van de proeftijd met één jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat hij zich kan vinden in de door de officier van justitie geformuleerde eis, nu deze eis de mogelijkheid openlaat voor verdachte om zijn studie te vervolgen en geld te verdienen om hiermee de vorderingen van de benadeelde partijen te betalen.

De raadsman heeft voorts betoogd bij de vorderingen benadeelde partijen geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen, nu verdachte reeds de schade aan de diverse benadeelde partijen aan het betalen is en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel dit kan gaan frustreren.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts acht geslagen op:

- een voortgangsverslag opdrachtgever van Reclassering Nederland d.d. 2 september 2011, opgemaakt door J. Stegeman en I. Lohschelder, reclasseringswerkers;

- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 16 maart 2011, opgemaakt door J. van den Hoogen, reclasseringswerker;

- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 19 mei 2010, opgemaakt door I. Weiss, reclasseringswerker;

- een beknopt reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 15 maart 2010, opgemaakt door A. Buiten, reclasseringswerker en

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 23 september 2011.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting onder andere via de internetsite Verdachte bood elektronische apparatuur, zoals mobiele telefoons, I-phones en spelcomputers aan. Na een bedrag te zijn overeengekomen met de koper van het goed, liet verdachte het geld overmaken op verschillende rekeningen, waaronder één rekening, die op naam stond van (slachtoffer) een verstandelijk beperkte jongen- die door verdachte is misleid tot het openen van een bankrekening, uitsluitend met het doel om personen via advertenties op het internet op te lichten. Het gekochte goed werd nimmer geleverd door verdachte en verdachte werd (na verloop van tijd) voor de kopers onbereikbaar.

Verdachte heeft door zijn handelen misbruik gemaakt van het vertrouwen van zowel Remco van Sloten als van diverse personen die bij verdachte elektronische apparatuur hadden besteld. Via een website kan door particulieren op een informele en efficiënte manier worden gehandeld in allerlei soorten goederen. Deze handel is vooral mogelijk door het vertrouwen dat wordt gesteld in degene met wie wordt gehandeld. Verdachte heeft dit vertrouwen ernstig geschaad door keer op keer met leugens mensen geld af te troggelen.

Door de handelwijze van verdachte zijn meerdere slachtoffers financieel gedupeerd. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van de slachtoffers in de handel op internet. Onderhavige feiten zorgen voor grote ergernis in de samenleving nu de site bij uitstek het medium is waar miljoenen burgers op goed vertrouwen spullen kopen en verkopen. Verdachte heeft zich hier weinig gelegen aan laten liggen en slechts zijn eigen gewin vooropgesteld. Dit laatste geldt eveneens voor het versturen van vele spooknota’s naar horecagelegenheden. De rechtbank rekent verdachte dit handelen zwaar aan.

Verdachte is in het verleden al eerder ter zake vermogensdelicten, te weten diefstallen en opzetheling, veroordeeld, onder andere tot een verplicht reclasseringstoezicht, maar is desondanks – zelfs tijdens een nog lopende proeftijd - onverminderd doorgegaan met zijn kwalijke praktijken.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Voorts houdt de rechtbank rekening met de rapportage van de reclassering d.d. 2 september 2011, waarin wordt geadviseerd aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daarnaast als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, bestaande uit een meldingsgebod en een behandelverplichting.

Zoals hiervoor al is geconcludeerd, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank zal bepalen dat van de op te leggen gevangenisstraf een gedeelte niet ten uitvoer zal te worden gelegd, onder de hierna te noemen voorwaarden. De rechtbank beoogt hiermee om verdachte een behandeling te laten ondergaan zoals voorgesteld door Reclassering Nederland en mede hierdoor de kans op herhaling te verminderen.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met oplegging van een proeftijd van 2 jaren passend. De rechtbank zal als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht opleggen, met daarbij de bepaling dat verdachte zich gedurende de proeftijd dient te houden aan de aanwijzingen en richtlijnen van de reclassering, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod en het zich laten onderzoeken en laten behandelen bij het AFPN te Zwolle in het kader van mogelijke persoonlijkheidsproblematiek, thans in ieder geval bestaande uit deelname aan de delict-analysegroep.

Daarnaast acht de rechtbank tevens passend een werkstraf voor de duur van 180 uur bij niet verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 22c, 22d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BENADEELDE PARTIJEN

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Benadeelde partij Slachtoffers

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij Slachtoffers rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 156,75 vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 156,75 ten behoeve van het slachtoffer Slachtoffers.

Benadeelde partij (slachtoffer)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat (slachtoffer) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen (na betaling van € 100,- door verdachte aan de moeder (slachtoffer) ter terechtzitting d.d. 17 december 2010), genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van

€ 25,- vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 25,- ten behoeve van het (slachtoffer)

Benadeelde partij (slachtoffer)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat (slachtoffer) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 258,61 vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 258,61 ten behoeve van het slachtoffer .

Benadeelde partij (slachtoffer)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat slachtoffer rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 100,- vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 100,- ten behoeve van het slachtoffer .

Benadeelde partij (slachtoffer)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat (slachtoffer) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 153,- vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

Nu ter terechtzitting d.d. 17 december 2010 vast is komen te staan dat verdachte voornoemd bedrag reeds heeft betaald aan (verdachte) zal de rechtbank deze vordering afwijzen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Benadeelde partij (slachtoffer)

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat (verdachte) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 2 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 18,50 vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 18,50 ten behoeve van het slachtoffer.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling 07.460605-09

De officier van justitie heeft op 24 augustus 2010 gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van één week, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle – Lelystad van 3 november 2009, ten uitvoer zal worden gelegd.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de verlenging van de proeftijd met één jaar gevorderd.

De raadsman heeft zich niet verzet tegen verlenging van de proeftijd met één jaar.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd – welke is ingegaan op 18 november 2009 en derhalve zal eindigen op 17 november 2011 - schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop komt de vordering tot tenuitvoerlegging voor toewijzing in aanmerking.

De rechtbank zal hiertoe echter niet besluiten, omdat het thans niet wenselijk wordt geacht dat verdachte een week detentie moet ondergaan, nu verdachte op het punt staat te beginnen met zijn behandeling bij het AFPN te Zwolle, bestaande uit deelname aan de delict-analyse- groep.

De rechtbank acht wel verlenging van de proeftijd met één jaar op zijn plaats.

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht verlengt de rechtbank de proeftijd met één jaar.

BESLISSING

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 5 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte:

1. zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Reclassering Nederland, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht,

a. ook als dit inhoudt het zich laten onderzoeken en het volgen van een behandeling bij het AFPN te Zwolle in het kader van mogelijk aanwezige persoonlijkheidsproblematiek, thans in ieder geval bestaande uit deelname aan de delict-analysegroep.

b. Tevens moet verdachte respons geven op een uitnodiging van de Reclassering Nederland. Hierna moet hij zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden melden zo frequent als de reclassering dit nodig acht.

De rechtbank legt voorts aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 180 uren.

De rechtbank beveelt dat - voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht - de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

SCHADEVERGOEDING

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

* De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Slachtoffer, wonende te Lochem, van een bedrag van € 156,75 (zegge: honderdenzesenvijftig euro en vijfenzeventig eurocent).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 156,75,, ten behoeve van het slachtoffer Slachtoffer, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij , wonende te Heerde, van een bedrag van € 25,-, (zegge: vijfentwintig euro).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 25,-, ten behoeve van het slachtoffer , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 258,61 (zegge: tweehonderdenachtenvijftig euro en eenenzestig eurocent).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 258,61, ten behoeve van het slachtoffer , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan slachtoffer van een bedrag van € 100,- (zegge: honderd euro).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 100,-, ten behoeve van het slachtoffer , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij , wonende te Delft van € 153,- af.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

* De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, van een bedrag van € 18,50 (zegge: achttien euro en vijftig eurocent).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 18,50,-, ten behoeve van het slachtoffer, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging 07.460605-09

De rechtbank gelast de verlenging met één jaar van de proeftijd van de in de zaak met parketnummer 07.460605-09 bij vonnis d.d. 3 november 2009 van de politierechter Zwolle-Lelystad aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf van 1 week.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en H.H.J. Harmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2011.

Mr. Harmeijer voornoemd en de griffier waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.