Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU4432

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
15-11-2011
Zaaknummer
Awb 11/2042
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Naar voorlopig oordeel is besluit tot plaatsing bushaltes op hoek Buitenplaats en Atol te Lelystad rechtmatig; afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.

Wetsverwijzingen
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) 23
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 15
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) 12
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2012/462

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 11/2042

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

(A en andere)

wonende te Lelystad, verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Lelystad,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2011 heeft verweerder besloten een aantal voormalige bushaltelocaties opnieuw te gaan gebruiken als halteplaats, een aantal nieuwe locaties als bushalte aan te wijzen, en een aantal bushaltes op te heffen.

Verzoekers hebben daartegen bezwaar gemaakt.

Op 28 september 2011 hebben verzoekers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 8 november 2011 behandeld. Van verzoekers zijn verschenen (…). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door W. Pepping en R. Derksen.

Overwegingen

1.Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2. Per 4 september 2011 heeft Arriva het busvervoer in Lelystad overgenomen van Connexxion en een aantal busroutes gewijzigd. Eén van de wijzigingen betreft het busvervoer in de Atolwijk. Voorheen volgde de bus daar de route Plantage-Atol-Parkdreef. Nu is dat Plantage-Atol-Buitenplaats–Parkdreef.

Verzoekers zijn woonachtig aan de Buitenplaats te Lelystad en vrezen overlast van de busroute door hun straat en van plaatsing van bushaltes aan het begin en einde van hun straat.

3.1 (..) heeft het verzoek om voorlopige voorziening mede namens de overige verzoekers ingediend. Een daartoe strekkende machtiging heeft (…) bij brief van 28 oktober 2011 aan de voorzieningenrechter overgelegd.(..) en (…) worden niet in het verzoekschrift als verzoeker genoemd maar eerst bij de brief van 28 oktober 2011 van (..). Bij brief van 31 oktober 2011 heeft (..) nog een machtiging overgelegd van (…) en (..), die evenmin in het verzoekschrift zijn genoemd. Met partijen heeft de voorzieningenrechter ter zitting afgesproken dat het verzoekschrift desondanks geacht wordt mede te zijn ingediend door(…).

3.2 Het bestreden besluit ziet op plaatsing/verwijdering van verkeersborden volgens model L3 van bijlage 1 bij het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Het betreffende verkeersbord kan worden geplaatst, zonder dat daaraan een verkeersbesluit ten grondslag ligt als bedoeld in artikel 15 de Wegenverkeerswet 1994.

De borden waarvan de plaatsing of verwijdering krachtens een verkeersbesluit moet geschieden, zijn opgesomd in artikel 12, aanhef en onder a van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. In deze opsomming komt het bord niet voor.

Ingevolge artikel 23, eerste lid aanhef en onder e, in samenhang met het tweede lid, van het RVV 1990 mag de bestuurder zijn voertuig, behoudens voor het onmiddellijk laten in en uitstappen van passagiers, niet laten stilstaan bij een bord ‘bushalte’ ter hoogte van de geblokte markering dan wel, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord.

Een besluit tot plaatsing van een verkeersbord volgens model L3 moet worden geacht mede te zijn gericht op het rechtsgevolg dat dit verbod ter plaatse van kracht wordt. Daarmee is het besluit tot plaatsing van het betreffende verkeersbord een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder uitgemaakt in haar uitspraak van 4 juli 1996 (LJN: ZF2254).

In zoverre kunnen verzoekers worden ontvangen in hun verzoek om voorlopige voorziening.

3.3. Ingevolge 3:42, tweede lid, van de Awb gelezen in verbinding met artikel 6:8, eerste lid van de Awb is de bezwaartermijn tegen het bestreden besluit gaan lopen op 1 september 2011 en ingevolge artikel 6:7 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:9 van de Awb, geëindigd op 12 oktober 2011. Omdat (..) en (…) eerst bij brief van 17 oktober 2011 bezwaar hebben gemaakt, en gesteld noch gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zullen hun bezwaren naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening van (..) en (..)is om die reden niet-ontvankelijk.

3.4 De bezwaarschriften van (…) richten zich uitsluitend tegen de busroute over de Buitenplaats. De bezwaarschriften van (..) richten zich zowel tegen de busroute over de Buitenplaats als tegen het besluit van 23 augustus 2011.

3.5. Aan verweerder komt op grond van de Wet personenvervoer 2000 niet de bevoegdheid toe tot het vaststellen van de route die de bus over het grondgebied van haar gemeente rijdt. De busroute maakt onderdeel uit van de dienstregeling zoals deze door Arriva is bepaald.

Arriva kan niet worden aangemerkt als bestuursorgaan, omdat Arriva niet krachtens publiekrecht is ingesteld en eveneens niet met enig openbaar gezag is bekleed. Daarmee is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb tot vaststelling van de busroute geen sprake en daarmee ook niet van een besluit van algemene strekking, zoals door (..) bepleit. Bij gebreke van een Awb-besluit kan niet op grond van de Awb bezwaar en beroep worden ingediend tegen de busroute en met betrekking tot de busroute kan daarom ook geen voorlopige voorziening worden gevraagd.

3.6 De bezwaarschriften van(..) zullen naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening van voornoemde verzoekers is om die reden eveneens niet-ontvankelijk.

3.7 Ook de bezwaarschriften van (…), voor zover deze zich richten tegen de busroute over de Buitenplaats, zullen naar voorlopig oordeel niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening, voor zover dat ziet op de busroute door de Buitenplaats, van voornoemde verzoekers is om die reden niet-ontvankelijk.

3.8 (…) stellen als omwonenden van de bushaltes aan begin en einde van de Buitenplaats belanghebbende te zijn bij het besluit van 31 augustus 2011. De bushalte geeft overlast van wachtende buspassagiers en van bussen die de bushalte aandoen. De straathoek is volgens hen gevaarlijk geworden. Tevens stellen zij dat het in de wijk gelegen Atolplaza voor mindervaliden onbereikbaar is geworden door het vervallen van de bushalte aldaar en de slechte bereikbaarheid van de als alternatief genoemde halte Geulbrug.

3.9 Het vervallen van de halte Atolplaza, op flinke afstand van de Buitenplaats gelegen, is echter geen persoonlijk belang van verzoekers, waarmee zij zich onderscheiden van vele anderen, zodat zij naar voorlopig oordeel ten aanzien van het besluit tot het vervallen van halte Atolplaza niet als rechtstreeks belanghebbend zijn aan te merken. Het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van de vervallen bushalte Atolplaza is niet-ontvankelijk.

3.10 De woningen van (..) zijn gelegen op een afstand van zeker meer dan 150 meter van de bushaltes aan de Buitenplaats. Gezien deze afstand wonen zij niet in de invloedssfeer van de haltes en zijn hun belangen daardoor niet rechtstreeks betrokken bij de haltes, zodat de bezwaren van voornoemde personen naar voorlopig oordeel niet-ontvankelijk zullen worden verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening van (..) is om die reden niet-ontvankelijk.

3.11 De woning van (..) is gelegen op een afstand van zo’n 37 meter vanaf de bushaltes Buitenplaats/hoek Atol en op een afstand van ruim 700 meter vanaf de bushalte Buitenplaats bij de Oostkaap. Gezien de afstand van hun woning tot de laatste bushalte zal het bezwaar van (..) gericht tegen die bushalte naar voorlopig oordeel niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij dienen slechts als rechtstreeks belanghebbende te worden aangemerkt bij het besluit tot plaatsing van de bushaltes op de hoek Buitenplaats/Atol. Het verzoek om voorlopige voorziening van (..), voor zover betrekking hebbend op de bushalte Buitenplaats bij de Oostkaap is om die reden niet-ontvankelijk.

4.1 Ten aanzien van het besluit tot plaatsing van de bushaltes Buitenplaats/Atol overweegt de voorzieningenrechter als volgt. (..) klagen ten aanzien van deze bushaltes over verlies aan privacy vanwege wachtende buspassagiers, geluids- en stankoverlast, schade veroorzakende trillingen van bussen die de betreffende bushalte aandoen en over onveiligheid voor overige weggebruikers zoals (jeugdige) fietsers. De voorzieningenrechter is echter niet gebleken dat verweerder bij het bepalen van de locatie van de betreffende bushaltes in redelijkheid niet tot de in geding zijnde locatie heeft kunnen komen. Daarbij dient te worden uitgegaan van de busroute zoals die door concessiehouder Arriva is bepaald en het feit dat de bushalte dient ter ontsluiting van de nabijgelegen Wijngaard. Niet gebleken is van een alternatieve locatie op de gegevens route met aanmerkelijk minder nadelen zoals door verzoekers gesteld.

4.2 Tot slot stellen verzoekers dat zij door verweerder onvoldoende zijn geïnformeerd over de route van de bus door de Buitenplaats en de daarmee gepaard gaande plaatsing van de bushaltes in hun straat, en dat zij geen mogelijkheid tot inspraak hebben gehad. Verder klagen verzoekers over het feit dat reeds werkzaamheden tot plaatsing van de bushaltes in de Buitenplaats werden verricht, voordat zij waren geïnformeerd.

4.3 Niet bestreden wordt dat het besluit tot concessieverlening aan Arriva is gepubliceerd, evenals het bestreden besluit tot plaatsing van de bushaltes. De door verzoekers gewenste inspraak bij bepaling van de busroute en plaatsing van de bushaltes is niet wettelijk voorgeschreven. De Wet personenvervoer 2000 voorziet weliswaar in inspraak, maar dat betreft inspraak van consumentenorganisaties. De door verzoekers gewenste inspraak kan derhalve niet rechtens worden afgedwongen en niet door de rechter worden opgelegd. Overigens heeft verweerder de bewoners thans een bijeenkomst in het vooruitzicht gesteld.

Gesteld noch gebleken is dat verweerder tot plaatsing van het verkeersbord model L3 is overgegaan voordat het bestreden besluit was gepubliceerd. Dat verweerder voorafgaande aan het bestreden besluit feitelijke werkzaamheden heeft verricht ter realisering van de bushaltes maakt het bestreden besluit niet onrechtmatig.

4.4 Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het besluit tot plaatsing van de bushaltes op de hoek van Buitenplaats en Atol derhalve rechtmatig. Het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van voornoemde bushaltes wordt om die reden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6. Ten overvloede herinnert de voorzieningenrechter verweerder aan zijn toezegging ter zitting, dat verweerder de snelheid waarmee de bussen over de Buitenplaats rijden zal laten controleren, alsmede de toestand van het wegdek.

7. Beslissing

De voorzieningenrechter:

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van(..) niet-ontvankelijk;

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van (..) niet-ontvankelijk;

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van (…0, voor zover betrekking hebbend op de busroute over de Buitenplaats, niet-ontvankelijk;

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van (…)met betrekking tot het vervallen van de bushalte aan Atolplaza niet-ontvankelijk;

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van (..) met betrekking tot de bushaltes aan de Buitenplaats niet-ontvankelijk;

-verklaart het verzoek om voorlopige voorziening van (..) voor zover betrekking hebbend op de bushalte aan de Buitenplaats bij de Oostkaap, niet-ontvankelijk;

-wijst het verzoek om voorlopige voorziening van (..), voor zover gericht tegen de bushaltes op de hoek Buitenplaats/Atol af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.C. van Rijckevorsel-Besier, voorzieningenrechter, en door haar en mr. A. Landstra als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

De voorzitter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.