Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BU2897

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
31-10-2011
Datum publicatie
31-10-2011
Zaaknummer
651110-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 58 dagen voorwaardelijk, voor het melden van een valse bommelding in Madrid. Verdachte heeft met zijn handelen de autoriteiten vrees willen aanjagen en zal door zijn handelen ook daadwerkelijk vrees hebben aangejaagd. De gevoelens van onveiligheid leven sterk, door onder meer de aanslagen in New York, Madrid en Londen, maar ook door dreigingen met terroristische aanslagen. Verdachte heeft door zijn handelen gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht. Verdachte heeft een zeer ernstig strafbaar feit gepleegd en de rechtbank rekent hem dit zwaar aan. Uit het psychiatrisch onderzoek van de psychiater en klinisch psycholoog blijkt dat verdachte lijdende is aan alcoholafhankelijkheid, mogelijk reeds leidend tot cognitieve schade, alleszins leidend tot ernstige lichamelijke problematiek. Voorts wordt door de psychiater een angststoornis tengevolge van traumatische ervaringen vermoed, waarbij de symptomatologie grotendeels wordt gedempt door het alcoholgebruik. Als bijzondere voorwaarde is door de rechtbank onder andere gesteld dat de man een klinische behandeling zal ondergaan bij een Dubbel Diagnose kliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.651110-10 (P)

Uitspraak: 31 oktober 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2011, 7 juli 2011 en 17 oktober 2011.

De verdachte is 7 juli 2011 en 17 oktober 2011 verschenen, bijgestaan door mr. J.H. van Meurs, advocaat te Kampen.

Als officier van justitie was aanwezig R.H. de Haan.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 oktober 2010 in de gemeente Kampen, althans in Nederland en/of te Madrid in Spanje telefonisch de Spaanse autoriteiten en/of een (groot) aantal personen nabij het adres Maraton 26 en/of in of nabij een station in Madrid heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, immers heeft verdachte het alarmnummer 112 van het Korps Landelijke Politiediensten gebeld met de mededeling dat op het adres Maraton 26 en/of een station in Madrid te Spanje een bom was geplaatst en/of dat op dat adres en/of station een bom zou ontploffen en/of afgaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 oktober 2010 in de gemeente Kampen, althans in Nederland en/of te Madrid in Spanje telefonisch een (groot) aantal personen nabij het adres Maraton 26 en/of in of nabij een station in Madrid heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte het alarmnummer 112 van het Korps Landelijke Politiediensten gebeld met de mededeling dat op het adres Maraton 26 en/of een station in Madrid te Spanje een bom was geplaatst en/of dat op dat adres en/of station een bom zou ontploffen en/of afgaan:

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 oktober 2010 in de gemeente Kampen, althans in Nederland, gegevens heeft doorgegeven met het oogmerk een ander of anderen ten onrechte te doen geloven dat op een voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht, immers heeft verdachte bij het Kic van het KLPD op het alarmnummer 112 gemeld dat op het adres Maraton 26 en/of een station in Madrid te Spanje een bom was geplaatst en/of op dat adres en/of station een bom zou ontploffen en/of afgaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 oktober 2010 in de gemeente Kampen, althans in Nederland, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk via het nummer 112.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting betoogd dat hetgeen primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder voornoemd feit ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heef ter terechtzitting vrijspraak bepleit van hetgeen primair ten laste is gelegd. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de actie van zijn cliënt niet was gericht op het vernietigen van politionele en constitutionele structuren waardoor derhalve het terroristisch oogmerk niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Voorts heeft de raadsman vrijspraak bepleit van hetgeen subsidiair ten laste is gelegd. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat zijn cliënt geen oogmerk heeft gehad op het bedreigen van een groot aantal personen met enig misdrijf tegen het leven en/of zware mishandeling.

Met betrekking tot het meer subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde, overweegt de rechtbank het volgende.

Het wettelijk kader bedreiging met een terroristisch misdrijf.

In artikel 285, derde lid van het Wetboek van Strafrecht is de bedreiging met een terroristisch misdrijf strafbaar gesteld. Een bedreiging met een terroristisch oogmerk levert, op grond van artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht een terroristisch misdrijf op. Het Wetboek van Strafrecht geeft geen nadere definitie van het begrip terroristisch misdrijf. In artikel 1 van het Kaderbesluit inzake terrorismebestrijding (hierna: Kaderbesluit) wordt wel een nadere uitleg gegeven aan het begrip terroristisch misdrijf.

Artikel 1 van het Kaderbesluit luidt:

Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de onder a) tot en met i) bedoelde opzettelijke gedragingen, die door hun aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kunnen schaden en die overeenkomstig het nationale recht als strafbare feiten zijn gekwalificeerd, worden aangemerkt als terroristische misdrijven, indien de dader deze feiten pleegt met het oogmerk om:

- een bevolking ernstige vrees aan te jagen, of

(...)

- de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen:

a) aanslag op het leven van een persoon, die de dood ten gevolge kan hebben;

b) ernstige schending van de lichamelijke integriteit van een persoon;

(...)

g) het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen of het veroorzaken van brand, overstroming of ontploffing, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

i) het bedreigen met een van de onder a) tot en met h) bedoelde gedragingen;

Aan het eerste vereiste is voldaan: de bedreiging met een terroristisch misdrijf is immers in artikel 285, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld. Verder is vereist dat verdachte het feit moet hebben gepleegd met een terroristisch oogmerk.

De rechtbank is van oordeel dat de definitie van een terroristisch oogmerk (artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht) als volgt dient te worden gelezen. Zowel het aanjagen van ernstige vrees, het dwingen van een overheid of internationale organisatie iets te doen, niet te doen of te dulden alsmede het vernietigen van politionele en constitutionele structuren zijn naar het oordeel van de rechtbank, middels het gebruik door de wetgever van de woorden “dan wel”, alternatieven waardoor middels de vervulling van een enkel alternatief tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van het terroristisch oogmerk.

Uit de Memorie van Toelichting (MvT 2001/2002, 28 463, nr. 3) blijkt dat niet is vereist dat het aanjagen van vrees tot het daadwerkelijk geïntimideerd zijn van de bevolking moet hebben geleid.

De rechtbank zal vervolgens de vraag dienen te beantwoorden of de handeling van verdachte een bedreiging met een terroristisch misdrijf oplevert.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het volgende.

De rechtbank overweegt dat verdachte op 13 oktober 2010 bij de politie heeft verklaard dat hij de politie heeft gebeld en melding heeft gemaakt van een bomaanslag op het station in Madrid. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij voorafgaand aan deze melding aan het chatten was geweest met een jongen uit Madrid die verdachte had verteld dat hij een boef en een bandiet was. Verdachte heeft verklaard dat hij zich door de betreffende jongen dusdanig bedreigd voelde dat hij de politie middels 112 heeft gebeld in de hoop dat de politie op deze melding actie zou ondernemen en de jongen in Madrid zou arresteren.

Verdachte heeft voorts verklaard dat hij wist dat een aantal jaren daarvoor een bom was ontploft op dat bewuste station in Madrid . In de verklaring die verdachte op 14 oktober 2010 bij de politie heeft afgelegd, heeft verdachte bevestigd dat hij wetenschap had van het feit dat de eerdere aanslag in Madrid veel mensen het leven heeft gekost. Verdachte heeft in dezelfde verklaring aangegeven dat het aantal doden ook de reden is geweest dat hij het station heeft genoemd waar de bom zou ontploffen omdat hij verwachtte dat de politie dan sneller tot actie zou overgaan. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij zich bewust is geweest van het feit dat deze melding bij de autoriteiten angst zou veroorzaken .

De rechtbank overweegt voorts dat uit het proces-verbaal van bevindingen van de politie IJsselland blijkt dat de melding direct internationaal is uitgezet omdat Madrid eerder doelwit was geweest van een aanslag. Via de Nederlandse liaisonofficier zijn de Spaanse autoriteiten op de hoogte gesteld .

De rechtbank is van oordeel dat uit de omstandigheden alsmede de aard en context van de gedragingen in onderlinge samenhang bezien, kan worden afgeleid dat verdachte het oogmerk had de autoriteiten ernstige vrees aan te jagen (terroristisch oogmerk) waardoor sprake is van bedreiging met een terroristisch misdrijf.

Verdachte heeft immers bij de politie melding gemaakt van het feit dat binnen een bepaalde tijdspanne op het station in Madrid een bom zou ontploffen. Naar aanleiding van die melding hebben de autoriteiten in Nederland en Spanje groot alarm geslagen. De reden voor de snelle reactie door de autoriteiten was gelegen in de eerder gepleegde bomaanslag in Madrid.

Uit de verklaringen van verdachte blijkt voorts dat de eerdere bomaanslag voor hem ook het pressiemiddel is geweest om de autoriteiten tot spoed te manen. Verdachte was zich, naar het oordeel van de rechtbank, dan ook bewust van de gevoelens die zijn handelen mogelijk teweeg kon brengen.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte heeft gedreigd met het plegen van een terroristisch misdrijf.

Nu de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, behoeft het subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde geen nadere bespreking.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 12 oktober 2010 in de gemeente Kampen telefonisch de Spaanse autoriteiten en/of een (groot) aantal personen nabij het adres Maraton 26 en/of in of nabij een station in Madrid heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, immers heeft verdachte het alarmnummer 112 van het Korps Landelijke Politiediensten gebeld met de mededeling dat op het station in Madrid te Spanje een bom was geplaatst en dat op dat station een bom zou ontploffen en/of afgaan.

Van het primair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

bedreiging met een terroristisch misdrijf,

strafbaar gesteld bij artikel 285, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Dit levert het genoemde strafbare feit op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Uit het psychiatrisch onderzoek d.d. 7 februari 2011 van psychiater T. den Boer en klinisch psycholoog dr. drs. L.E.E. Ligthart d.d. 2 maart 2011 blijkt dat verdachte lijdende is aan alcoholafhankelijkheid, mogelijk reeds leidend tot cognitieve schade, alleszins leidend tot ernstige lichamelijke problematiek. Voorts wordt door de psychiater een angststoornis tengevolge van traumatische ervaringen vermoed, waarbij de symptomatologie grotendeels wordt gedempt door het alcoholgebruik. Volgens de psychiater was voornoemde problematiek tevens aanwezig ten tijde van het plegen van het delict. Verdachte wordt door beide onderzoekers verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met verplichte behandeling.

De rechtbank neemt deze conclusie en de gronden waarop zij berust over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal hiermee bij het opleggen van de straf rekening houden.

Er zijn geen nadere feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 58 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, conform artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Als bijzondere voorwaarden heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zich verplicht klinisch zal laten behandelen bij de Dubbel Diagnose Kliniek van Iriszorg, locatie Wolfheze, voor de duur van minimaal 6 maanden, alwaar verdachte kan worden opgenomen op 7 november 2011, alsmede een meldingsgebod.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte hulp nodig heeft en derhalve behandeling wenselijk te vinden. De raadsman heeft verder aangevoerd de eis van de officier van justitie niet onredelijk te vinden.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft met zijn handelen de autoriteiten vrees willen aanjagen en zal door zijn handelen ook daadwerkelijk vrees hebben aangejaagd. De gevoelens van onveiligheid leven sterk, door onder meer de aanslagen in New York, Madrid en Londen, maar ook door dreigingen met terroristische aanslagen. Verdachte heeft door zijn handelen gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht. Verdachte heeft een zeer ernstig strafbaar feit gepleegd en de rechtbank rekent hem dit zwaar aan.

De rechtbank houdt echter ook rekening met de psychische problematiek van verdachte, zoals hierover uit de psychologische en psychiatrische rapporten is gebleken. De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met deze rapportages.

Tactus Reclassering heeft op 3 oktober 2011 een nadere rapportage uitgebracht inhoudende een Plan van aanpak inzake de bijzondere voorwaarden, te verbinden aan een eventuele voorwaardelijke straf. Tactus Reclassering adviseert een meldingsgebod alsmede een klinische opname voor minimaal 6 maanden in de Dubbel Diagnose kliniek van Iriszorg alwaar verdachte op 7 november 2011 kan worden opgenomen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden. De rechtbank acht het echter ook van belang dat verdachte een behandeling zal ondergaan en begeleiding van de reclassering zal krijgen. De rechtbank zal dan ook met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf bepalen dat dit deel van die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de bijzondere voorwaarden naleeft. De rechtbank brengt daarmee enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking en oefent anderzijds invloed uit op het gedrag van de verdachte, teneinde het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegen te gaan.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het primair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het primair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 58 dagen, niet worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt en/of de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarden worden gesteld:

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Tactus Reclassering, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht;

- dat verdachte zich moet melden gedurende de door Tactus Reclassering bepaalde perioden zo frequent als Tactus Reclassering dit gedurende deze perioden nodig acht;

- dat verdachte een klinische behandeling zal ondergaan bij de Dubbel Diagnose kliniek van Iriszorg, locatie Wolfheze, voor de duur van maximaal 12 maanden of zoveel korter als door de behandelaren in overleg met de Reclassering nodig wordt geacht. Verdachte dient zich hiertoe te melden op maandag 7 november 2011 om 11.00 uur bij de receptie van de Dubbel Diagnose kliniek op het terrein van Pro Persona in Wolfheze (adres: Wolfheze 2, 6874 BE Wolfheze).

Aldus gewezen door mr. A.P.W. Esmeijer, voorzitter, mrs. L.J.C. Hangx en A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2011.

Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie IJsselland, Team Kampen onder dossiernummer [nummer], opgemaakt op 14 oktober 2010.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant A], inspecteur van politie en [verbalisant B], brigadier van politie, pagina 24.

Zie proces-verbaal onder voetnoot 2.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 14 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant A], inspecteur van politie en [verbalisant C], aspirant Tactische recherche van politie, pagina 28.

Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 13 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant D], hoofdinspecteur van politie, pagina 32.