Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BT7220

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
11-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
07.410064-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging tbs

2 jaar

positieve ontwikkelingen

nog onvoldoende behandeld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Strafraadkamer

Parketnr. : 07.410064-08

Uitspraak : 11 oktober 2011

Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:

(betrokkene),

geboren op (geboortejaar)

verblijvende in/wonende te (adres)

ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank d.d. 4 november 2008 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 21 oktober 2009. Deze terbeschikkingstelling eindigt behoudens nadere voorziening op 21 oktober 2011.

Het openbaar ministerie heeft op 13 september 2011 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met 2 jaren. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.

Betrokkene, bijgestaan door mr. E.J. de Mare, advocaat te Groningen, en de officier van justitie, mr. J.P. Scheffer, zijn op 27 september 2011 in raadkamer in het openbaar gehoord.

Tevens is als getuige-deskundige gehoord H. Petursdottir als gedragswetenschapper verbonden aan FPC Veldzicht (hierna te noemen de deskundige).

Op 18 augustus 2011 is door FPC Veldzicht een rapport en advies uitgebracht omtrent de eventuele verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling. Geadviseerd is om de terbeschikkingstelling met 2 jaren te verlengen.

De officier van justitie heeft in raadkamer volhard bij zijn vordering.

Betrokkene heeft in raadkamer verklaard tegen een verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met 2 jaren geen bezwaar te maken. De raadsman heeft zich niet tegen de vordering verzet.

OVERWEEGT

De rechtbank sluit zich aan bij voormeld advies van FPC Veldzicht en de door de deskundige daarop ter zitting gegeven toelichting. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Blijkens het adviesrapport hebben een depressie, een aantal persoonlijkheidskenmerken van betrokkene en situationele stressoren tot de onderliggende delicten geleid. Nu met name de zelfverwijten en het schuldgevoel ten aanzien van de gepleegde feiten op de voorgrond hebben gestaan, is de behandeling in het kader van de terbeschikkingstelling aanvankelijk moeizaam verlopen. De belangrijkste aandachtsgebieden die in de behandeling naar voren zijn gekomen, zijn eerder bedoelde depressie, de relatie met de echtgenoot en de kinderen, zelfontplooiing en het leren bespreekbaar maken van gevoelens en gedachten. Onder invloed van de behandeling is er bij betrokkene gaandeweg langzaam een ontwikkeling op gang gekomen. Bij betrokkene is meer gevoelsdifferentiatie ontstaan, waardoor ze thans goed in staat is om haar depressieve gevoelens te benoemen. Daarbij is de depressie dusdanig verminderd dat de medicatie recentelijk is afgebouwd. Er is nog steeds sprake van lijdensdruk die betrokkene onder andere motiveert haar behandeling te continueren. In mei 2011 is een machtiging tot zowel begeleid als onbegeleid verlof verstrekt, waarbij het onbegeleid verlof mede is bedoeld om betrokkene te stimuleren om zelfstandig keuzes te maken ten aanzien van vrije tijd, sociale contacten, eventuele opleiding en werk.

Hoewel er aldus van een positieve ontwikkeling sprake is, hebben de deskundigen aangegeven dat de behandeling in beginsel nog wel geruime tijd in beslag zal nemen. Betrokkene zal vooral meer tijd nodig hebben om aan haar behandeldoelen, het verder ontwikkelen van een eigen identiteit, haar emotieregulatie en relatieproblemen, te kunnen werken. De deskundige heeft ter zitting daarbij aangegeven dat er, door middel van systeemgesprekken en therapieën, een verdieping in de behandeling zal gaan plaatsvinden waardoor de behandeling voor betrokkene ook zwaarder zal worden.

Het risico op gewelddadig gedrag ligt thans in het feit dat betrokkene geneigd is vooral rekening te houden met anderen en haar eigen wensen ondergeschikt maakt aan dat wat in haar beleving moet. In het verleden is ze hierdoor klem komen te zitten in een leven dat voor haar gevoel vol zat met verplichtingen waar ze niet aan kon voldoen. Onder deze omstandigheden ging betrokkene zich onmachtig en onbekwaam voelen en had zij onvoldoende mogelijkheden om haar problemen op een adequate manier op te lossen.

Mocht de terbeschikkingstelling nu beëindigd worden, dan is betrokkene onvoldoende veranderd om problemen in de maatschappij op een deugdelijke manier op te lossen. Hoewel er sprake is van een gezonde lijdensdruk en probleembesef, is haar problematiek onvoldoende behandeld om te kunnen spreken van een verminderd risico op delictgerelateerd gedrag. Tevens kan niet worden uitgesloten dat betrokkene zelf slachtoffer zou kunnen worden van een te snelle en onvoldoende voorbereide terugkeer in de maatschappij. Daarbij is er geen sprake van een adequate maatschappelijke inbedding waarop ze terug kan vallen. Op grond van het voorgaande, wordt derhalve geadviseerd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met 2 jaren te verlengen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling met 2 jaren eist.

De rechtbank zal op grond van het vorenstaande en gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht beslissen als hierna te melden.

BESLISSING

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke (betrokkene) voornoemd ter beschikking is gesteld, met bevel dat zij van overheidswege zal worden verpleegd, met 2 jaren.

Aldus gegeven door mr. H.H.J. Harmeijer, voorzitter, mrs. A.J. Louter en A.P.W. Esmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2011. Mr. Harmeijer, voornoemd, is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.