Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BT6567

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
04-07-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
185851 - KG ZA 11-236
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beëindiging duurovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaaknummer / rolnummer: 185851 / KG ZA 11-236

Vonnis in kort geding van 4 juli 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEVERSLAAP B.V.,

gevestigd te Zoelen,

eiseres,

advocaat mr. M.A. le Belle te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONINKLIJKE AUPING B.V.,

gevestigd te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. E.J.H. Gielen te Utrecht.

Partijen zullen hierna Beverslaap en Auping genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Beverslaap

- de pleitnota van Auping.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Auping is eigenaar van het merk Auping.

2.2. De verkoop van Aupingbedden en -matrassen wordt verzorgd door een uitgebreid dealernetwerk dat bestaat uit gespecialiseerde Aupingwinkels, die het gehele assortiment voeren (Auping Plaza's), winkels waarin Aupingproducten door middel van een "shop-in-shop" formule worden verkocht en beddenspeciaalzaken of gemengde meubelzaken die - naast andere producten - ook Aupingproducten verkopen.

2.3. Beverslaap exploiteert sinds 15 augustus 2002 onder de naam Portegies Slaapcomfort Beverwijk (verder: Portegies) een beddenspeciaalzaak, waarin naast andere slaapmerken Aupingproducten worden verkocht. De heer [A] is (middellijk) bestuurder en grootaandeelhouder van Beverslaap.

2.4. Naast de verkoop van Aupingbedden en -matrassen vanuit de winkel verkoopt Beverslaap de Aupingproducten met extra korting via internet.

2.5. Bij brief van 21 januari 2011 heeft Auping de contractrelatie met Beverslaap opgezegd tegen 31 juli 2011. Na die datum zal Beverslaap geen nieuwe Aupingproducten meer kunnen bestellen en is zij niet meer gerechtigd zich als Aupingwinkel te presenteren of Aupingproducten te verkopen. In de opzeggingsbrief is ten aanzien van de reden voor opzegging het volgende opgenomen:

(...)

De beëindiging van de samenwerking is gelegen in het feit dat in het kader van voornoemde reorganisatie er - zoals al eerder opgemerkt - ten behoeve van schaalvergroting op strategische plaatsen in Nederland Auping Plaza dealerschappen zullen worden gevestigd c.q. aandacht wordt gegeven aan de ontwikkeling van de bestaande Plaza's. Het voorgaande betekent onder meer dat er een Auping Plaza is voorzien in de aanpalende verzorgingsgebieden Alkmaar, Haarlem/Cruqius en Zaandam. Dit heeft tot gevolg dat er een grote overlap ontstaat in de secundaire gebieden en er voor een Dealer in Beverwijk geen plaats meer is, wil een Plaza in voornoemde gebieden tot strategisch speerpunt kunnen verworden, welke bovendien voldoende rendeert.

(...).

3. Het geschil

3.1. Beverslaap heeft - samengevat - primair gevorderd Auping te gebieden om binnen 48 uur na betekening van het vonnis op straffe van een dwangsom de opzeggingsbrief van 21 januari 2011 in te trekken en aan Beverslaap een distributieovereenkomst conform het nieuwe distributiebeleid aan te bieden en subsidiair dat Auping schriftelijk dient te verklaren dat de opzegtermijn tot 31 januari 2012 wordt verlengd en dat op de oude voet geleverd blijft worden.

3.2. Beverslaap heeft aangevoerd dat gelet op haar jarenlange relatie met Auping en haar aanzienlijke afhankelijkheid van de distributieovereenkomst met Auping de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Auping een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging moet hebben. De door Auping opgegeven opzeggingsgrond is volgens Beverslaap niet voldoende zwaarwegend. Beverslaap heeft daarnaast betoogd dat zij het sterke vermoeden heeft dat de werkelijke reden voor opzegging is gelegen in het feit dat Beverslaap Aupingproducten via internet verkoopt en daarbij de bereidheid heeft om extra korting te verlenen.

3.3. Auping heeft verweer gevoerd. Auping heeft gesteld dat zij een nieuwe distributiestrategie gaat voeren om de marktontwikkelingen het hoofd te bieden en te voorkomen dat het merk Auping zal verwateren. Auping zal nieuwe distributieovereenkomsten aangaan met een groep geselecteerde dealers. Auping heeft zich op het standpunt gesteld dat zij geen zwaarwegende reden hoeft te hebben om de distributieovereenkomst met Beverslaap te beëindigen. Beverslaap heeft immers geen investeringen gedaan en er is geen sprake van een rechtens relevante afhankelijkheid. Van een langdurige relatie van 27 jaar is volgens Auping evenmin sprake, omdat Beverslaap in 2002 is opgericht en andere aandeelhouders en bestuurders heeft dan de voormalige eigenaar van Portegies. Tot slot heeft Auping bestreden dat zij de distributieovereenkomst heeft opgezegd vanwege de internetverkopen van Beverslaap.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de vordering.

4.2. Niet in geschil is dat de samenwerking tussen partijen moet worden aangemerkt als een distributieovereenkomst, die voor onbepaalde tijd is aangegaan zonder dat partijen daarbij afspraken hebben gemaakt over de opzegging van de distributieovereenkomst (duurovereenkomst).

4.3. Het is vaste jurisprudentie dat bij gebreke van een wettelijke of contractuele regeling omtrent de opzegging de vraag of de opzegging van de distributieovereenkomst het beoogde rechtsgevolg heeft gehad moet worden beantwoord aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de concrete omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts tot beëindiging van de overeenkomst leidt indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat (HR 3-12-1999, LJN: AA3821).

4.4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Beverslaap voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in aanzienlijke mate financieel afhankelijk is van de distributieovereenkomst met Auping. Hiertoe is van belang dat uit de door Beverslaap overgelegde accountantsverklaring van 17 juni 2011 blijkt dat Beverslaap in 2010 58,5% van haar totale inkopen bij Auping heeft gedaan. Auping heeft er weliswaar op gewezen dat de accountantsverklaring op de inkoop ziet en niet op de door Beverslaap gerealiseerde omzet, maar dat neemt niet weg dat op grond van deze verklaring aannemelijk is dat Beverslaap voor een groot deel afhankelijk is van de overeenkomst met Auping. Daarnaast wordt in aanmerking genomen dat Beverslaap alleen bedden, slaapkamerinrichtingen en aanverwante artikelen verkoopt en onweersproken heeft gesteld dat zij in plaats van Auping niet "zo maar" een ander beddenmerk kan gaan voeren, omdat de Aupingproducten in tegenstelling tot andere beddenmerken ondanks de financiële crisis nog steeds goed verkopen.

Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat partijen, nu zij sinds augustus 2002 zaken met elkaar doen, een als langdurig te kenmerken handelsrelatie met elkaar hebben. Daarbij komt dat, zoals Beverslaap onweersproken heeft gesteld, Van Dormaël, de (middelijke) directeur-grootaandeelhouder van Beverslaap, en Auping, zij het met een onderbreking, gedurende een periode van 27 jaar zaken met elkaar hebben gedaan.

Gezien de aanzienlijke financiële afhankelijkheid van Beverslaap van de distributieovereenkomst met Auping en de langdurige handelsrelatie van partijen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in dit geval meebrengen dat Auping een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging moet hebben wil de opzegging tot beëindiging van de distributieovereenkomst leiden. Daaraan doet niet af dat Beverslaap geen of nauwelijks investeringen heeft gedaan. Overigens heeft Beverslaap ter zitting gemotiveerd aangegeven waarom slechts beperkt is geïnvesteerd in Auping en zich bereid verklaard in de toekomst meer te investeren.

4.5. Auping heeft ter zitting betoogd dat er geen andere gronden voor opzegging zijn dan verwoord in de opzeggingsbrief van 21 januari 2011. Auping heeft uitgelegd dat haar nieuwe distributiestrategie inhoudt dat zij meer kwaliteit wil leveren en dat zij in verband daarmee in Noord-Holland Plaza's wil vestigen in Haarlem en Hoorn en hoogstwaarschijnlijk ook Zaandam. In Beverwijk is geen Plaza voorzien, omdat Auping Beverwijk geen geschikte locatie vindt voor een Plaza. Volgens Auping blijkt uit de marktcijfers dat in de huidige situatie geen ruimte is voor nieuwe Plaza's, omdat de verkoopcijfers van Auping in Noord-Holland te hoog liggen. Teneinde de nieuwe Plaza's rendabel te laten zijn, zullen andere Aupingverkooppunten in Noord-Holland moeten sluiten. Daarbij hanteert Auping een straal van 20 km waarbinnen andere Plaza's of grote dealers niet gewenst zijn. Beverslaap heeft een hoge omzet en ligt binnen een straal van 20 km van de andere (voorziene) Plaza's en moet daarom volgens Auping wijken voor de nieuwe Plaza's. De dealer in Beverwijk die wel een distributieovereenkomst aangeboden heeft gekregen betreft, anders dan Beverslaap, een dealer met een kleine omzet.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Auping niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrek van Beverslaap noodzakelijk is om de nieuwe Plaza's rendabel te laten worden. In dit verband is van belang dat Beverslaap onweersproken heeft betoogd dat de helft van de door haar verkochte Aupingproducten via het internet is verkocht en dat deze klanten uit alle delen van Nederland en zelfs uit het buitenland komen. Daarmee is aannemelijk dat Beverslaap veel minder potentiële klanten bij de nieuwe Plaza's, die zich richten op de regionale bevolking, wegtrekt dan door Auping is betoogd. Daarnaast heeft Beverslaap er onweersproken op heeft gewezen dat in andere delen van Nederland binnen een straal van 20 km meerdere Plaza's en dealers gevestigd zijn en dat deze ook binnen de nieuwe distributiestrategie behouden blijven. Auping heeft weliswaar aangevoerd dat de markt in Noord-Holland anders is dan in de overige delen van Nederland, maar Beverslaap heeft daar tegenovergesteld dat de door Auping gebruikte marktcijfers door de internetverkopen van Beverslaap en andere (opgezegde) dealers in Noord-Holland een vertekend beeld geven van de markt in Noord-Holland. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat de markt in Noord-Holland zodanig afwijkt van de markt in de rest van Nederland, dat in Noord-Holland geen plaats is voor een grote dealer binnen een straal van 20 km rond de (voorziene) Plaza's.

Voorts merkt de voorzieningenrechter op dat de door Beverslaap geleverde verkoopkwaliteit niet aan de opzegging ten gronde is gelegd en ook overigens niet ter discussie staat. Auping heeft Beverslaap omschreven als een goede, maar eenvoudige dealer.

Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat niet aannemelijk is geworden dat de door Auping aangevoerde opzeggingsgrond voldoende zwaarwegend is om tot beëindiging van de distributieovereenkomst te leiden.

4.6. Beverslaap heeft gevorderd dat Auping de opzeggingsbrief van 21 januari 2011 intrekt. Niet valt in te zien dat Beverslaap belang heeft bij de intrekking van de opzegging(sbrief), nu deze naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen rechtsgevolg heeft. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.7. De vordering van Beverslaap Auping te gebieden haar een distributieovereenkomst conform het nieuwe distributiebeleid aan te bieden zal als volgt worden toegewezen.

4.8. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.9. Auping zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Beverslaap worden begroot op:

- dagvaarding EUR 76,31

- griffierecht 568,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.548,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt Auping om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan Beverslaap een distributieovereenkomst conform het nieuwe distributiebeleid aan te bieden,

5.2. veroordeelt Auping om aan Beverslaap een dwangsom te betalen van EUR 5.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van EUR 250.000,00,

5.3. veroordeelt Auping in de proceskosten, aan de zijde van Beverslaap tot op heden begroot op EUR 1.548,31,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2011.