Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR6174

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-08-2011
Datum publicatie
29-08-2011
Zaaknummer
Awb 11/142
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling projectbesluit en verlening bouwvergunning ten behoeve van het bouwen van een jongerensociëteit in Dronten; verweerder heeft onvoldoende onderzocht of er sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen die aan het nemen van het projectbesluit in de weg staan; beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 11/142

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

ASVD Korfbal,

gevestigd te Dronten, eiseres,

gemachtigde: mr. J.R. Bügel,

en

het college van burgemeester en wethouders van Dronten, verweerder,

alsmede

Stichting MJUN te Dronten, derde partij.

Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2010 heeft verweerder het projectbesluit Dronten –Jongerencentrum Nirwana/USRA vastgesteld. Op 8 december 2010 heeft verweerder aan de Stichting USRA een bouwvergunning eerste fase verleend ten behoeve van het bouwen van de jongerensociëteit USRA en Nirwana op het perceel Educalaan 39A en 39B te Dronten.

Eiseres heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 21 juni 2011 behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en P. Ceelen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door N. Veldwijk en H.G. de Haan.

Voor de derde partij zijn verschenen S.H.W. Aarts en G.J. de Regt.

Overwegingen

1. Op 15 juli 2010 heeft de Stichting USRA een aanvraag bouwvergunning ingediend ten behoeve van de bouw van een jongerensociëteit USRA en Nirwana op het adres Educalaan te Dronten.

Eind september 2010 heeft de gemeenteraad besloten de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit in dit specifieke geval aan verweerder te delegeren. Verweerder heeft vervolgens het concept-projectbesluit ten behoeve van voornoemd bouwplan vastgesteld.

Het concept-projectbesluit heeft van 7 oktober 2010 tot en met 17 november 2010 ter inzage gelegen, gedurende welke periode zienswijzen konden worden ingediend. Eiseres heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Hierna heeft verweerder de bestreden besluiten genomen.

2. Met ingang van 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking getreden en is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ingetrokken. Volgens het overgangsrecht – artikel 1.2. van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht – blijven de bepalingen uit de Wro van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 oktober 2010.

Aangezien de bouwaanvraag is ingediend op 15 juli 2010 is de Wro daarop van toepassing gebleven.

3. Het bouwplan voorziet in het oprichten van een jongerencentrum ten behoeve van de studentenvereniging USRA en het jeugdkultureel centrum Nirwana. Het wordt een gezamenlijke accommodatie, waarbij elke vereniging zijn eigen ingang heeft, maar wel de mogelijkheid bestaat ruimtes (zalen en vergaderruimtes) te delen.

Er worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd.

De derde partij is opgericht met het doel de sociëteit te gaan beheren en exploiteren.

4. Het perceel Educalaan 39 heeft ingevolge het bestemmingsplan “Zuidwest Woonkern Dronten (0301)” de bestemming “Sportterrein”.

Tussen partijen is niet in geding dat het bouwplan niet past binnen deze bestemming.

Verweerder kon de gevraagde bouwvergunning alleen verlenen op grond van een daaraan voorafgaand vastgesteld projectbesluit.

5. In artikel 3:10, eerste lid, van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van een project van gemeentelijk belang een projectbesluit kan nemen.

Lid twee schrijft voor dat het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing van het project bevat.

Ingevolge het derde lid kunnen aan het besluit voorschriften en beperkingen worden verbonden, welke tevens kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project, met dien verstande dat de voorschriften en beperkingen ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het projectgebied.

Artikel 3:10, vierde lid, bepaalt dat de gemeenteraad de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, kan delegeren aan burgemeester en wethouders.

6. Eiseres maakt gebruik van een kunstgrasveld en een natuurlijk grasveld aan de Educalaan. Het kunstgrasveld is aangelegd in 2006. Het bouwplan is gepland op het natuurlijke grasveld. Eiseres stelt dat zij dit deel van het grasveld al sinds de jaren ’80 gebruikt voor trainingen, ook nog nadat het kunstgrasveld is aangelegd. Oefenen op natuurlijk gras blijft noodzakelijk omdat in de competitie nog steeds wedstrijden op natuurlijk gras worden gespeeld, aldus eiseres. Eiseres betoogt dat, gelet op het reeds langdurige gebruik dat door de gemeente nooit is belet, sprake is van een stilzwijgende bruikleenovereenkomst tussen haar en de gemeente. Daar komt bij dat eiseres haar kleedkamers verhuurt aan het Ichthus college, dat ook gebruik maakt van natuurlijk gras.

Verweerder heeft gesteld dat de gemeente alleen de kunstgrasvelden aan eiseres verhuurt. Verweerder sluit niet uit dat eiseres de natuurlijke grasvelden feitelijk gebruikt, maar daarover zijn geen afspraken gemaakt.

Ter zitting is van de zijde van verweerder gesteld dat de situatie nu anders is dan in de jaren ’80, omdat eiseres inmiddels over een kunstgrasveld beschikt. De aanleg daarvan is door de gemeente gefaciliteerd.

Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een privaatrechtelijke belemmering aan het verlenen van vrijstelling in de weg staan als het gaat om een belemmering met een evident karakter. Naar het oordeel van de rechtbank geldt hetzelfde voor een projectbesluit als hier aan de orde.

De rechtbank stelt vast dat eiseres onweersproken heeft gesteld dat zij het grasveld al sinds de jaren ’80 gebruikt voor trainingen en dat de komst van het kunstgrasveld in 2006 daar geen verandering in heeft gebracht.

Verweerder heeft niet onderzocht welke afspraken er bestonden tussen eiseres en de gemeente vóór 2006, en of de aanleg van het kunstgrasveld heeft geleid tot wijzigingen in deze afspraken. De omstandigheid dat eiseres geen huur betaalt voor het gebruik van het grasveld leidt niet zonder meer tot het oordeel dat geen sprake kan zijn van een privaatrechtelijke overeenkomst. Kenmerkend voor een bruikleenovereenkomst als bedoeld in boek 7A, artikel 1777, van het Burgerlijk Wetboek is immers dat een zaak om niet in gebruik wordt gegeven.

De rechtbank is gezien voorgaande overwegingen van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen die aan het nemen van het projectbesluit in de weg staan.

7. Het voorgaande brengt met zich dat het projectbesluit van 7 december 2010 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:36, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in stand kan blijven.

8. Als gevolg van de vernietiging van het projectbesluit is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan. Het bepaalde in artikel 44 van de Woningwet leidt er toe dat de verleende bouwvergunning evenmin in stand kan blijven.

9. Het beroep is gegrond. Verweerder zal met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op de aanvraag van de derde partij dienen te beslissen.

10. De rechtbank ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten te veroordelen, die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de rechtbank ter zake van verleende rechtsbijstand 2 punten toe, waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd.

Beslissing

De rechtbank

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt de bestreden besluiten;

-draagt verweerder op opnieuw op de aanvraag van de derde partij te beslissen, met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak;

-bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 298,-- aan eiseres vergoedt;

-veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 874,-- ter zake van verleende rechtsbijstand.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door hem en mr. P.A.M. Spreuwenberg als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag