Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR6173

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-08-2011
Datum publicatie
29-08-2011
Zaaknummer
Awb 11/46
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling projectbesluit en verlening bouwvergunning ten behoeve van het bouwen van een jongerensociëteit in Dronten; anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat de aan- en afvoer van publiek een ruimtelijk relevant ondereel van het toekomstige gebruik van het pand vormt en dat op dit punt nader onderzoek is geïndiceerd; beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 11/46

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

De gezamenlijke bewoners van de Planetenwijk,

allen wonende te Dronten, eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Dronten, verweerder,

alsmede

Stichting MJUN te Dronten, derde partij.

Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2010 heeft verweerder het projectbesluit Dronten –Jongerencentrum Nirwana/USRA vastgesteld. Op 8 december 2010 heeft verweerder aan de Stichting USRA een bouwvergunning eerste fase verleend ten behoeve van het bouwen van de jongerensociëteit USRA en Nirwana op het perceel Educalaan 39A en 39B te Dronten.

Eisers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 21 juni 2011 behandeld. Voor de bewoners zijn verschenen (…), (…) en (…). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door N. Veldwijk en H.G. de Haan.

Voor de derde partij zijn verschenen S.H.W. Aarts en G.J. de Regt.

Overwegingen

1. Op 15 juli 2010 heeft de Stichting USRA een aanvraag bouwvergunning ingediend ten behoeve van de bouw van een jongerensociëteit USRA en Nirwana op het adres Educalaan te Dronten.

Eind september 2010 heeft de gemeenteraad besloten de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit in dit specifieke geval aan verweerder te delegeren. Verweerder heeft vervolgens het concept-projectbesluit ten behoeve van voornoemd bouwplan vastgesteld.

Het concept-projectbesluit heeft van 7 oktober 2010 tot en met 17 november 2010 ter inzage gelegen, gedurende welke periode zienswijzen konden worden ingediend. Eisers hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Hierna heeft verweerder de bestreden besluiten genomen.

2. Met ingang van 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking getreden en is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ingetrokken. Volgens het overgangsrecht – artikel 1.2. van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht – blijven de bepalingen uit de Wro van toepassing op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 oktober 2010.

Aangezien de bouwaanvraag is ingediend op 15 juli 2010 is de Wro daarop van toepassing gebleven.

3. Het bouwplan voorziet in het oprichten van een jongerencentrum ten behoeve van de studentenvereniging USRA en het jeugdkultureel centrum Nirwana. Het wordt een gezamenlijke accommodatie, waarbij elke vereniging zijn eigen ingang heeft, maar wel de mogelijkheid bestaat ruimtes (zalen en vergaderruimtes) te delen.

Er worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd.

De derde partij is opgericht met het doel de sociëteit te gaan beheren en exploiteren.

4. De rechtbank zal zich allereerst uitlaten over de vraag wie van de bewoners van de Planetenwijk als belanghebbende kunnen worden aangemerkt.

Het beroepschrift is ingediend namens de gezamenlijke bewoners van de Planetenwijk en ondertekend door (…), (…) en (…). Bij het beroepschrift is een kopie van het bezwaarschrift gevoegd, voorzien van een lijst met namen en handtekeningen van de buurtbewoners die het bezwaarschrift (lees: zienswijze) mede hebben ondertekend.

Het beroepschrift is niet voorzien van een lijst met namen en handtekeningen.

De bewoners hebben desgevraagd laten weten dat zij zich niet beschouwen als een actiegroep en niet beschikken over statuten.

De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift geen lijst van namen en handtekeningen bevat, zodat het alleen is ingediend door degenen die het beroepschrift hebben ondertekend.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de bewoners niet als belanghebbende bij de betrokken besluiten kunnen worden aangemerkt nu de afstand tussen de dichtstbijzijnde woning en het bouwplan 180 meter bedraagt. Verder bevinden zich tussen de woningen en het bouwplan een weg, een groenstrook met rijwielpad en bomen. Het zicht is daardoor zo beperkt dat de bewoners hierdoor niet in hun belangen worden geraakt, aldus verweerder.

De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of de betrokken bewoners als belanghebbende bij het bestreden besluit kunnen worden aangemerkt niet alleen afhangt van de vraag of zij zicht hebben op het bouwplan. Ook andere aspecten spelen daarbij een rol. Zo kan de invloed van een bouwplan op de leefomgeving van omwonenden dusdanig zijn dat die omwonenden als belanghebbende bij de besluitvorming omtrent dat bouwplan moeten worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank doet die situatie zich hier voor.

Gelet op voorgaande overwegingen merkt de rechtbank (…), (…) en (…) aan als belanghebbende bij de betrokken besluiten, zodat zij in hun beroep kunnen worden ontvangen.

5. Het perceel Educalaan 39 heeft ingevolge het bestemmingsplan “Zuidwest Woonkern Dronten (0301)” de bestemming “Sportterrein”.

Tussen partijen is niet in geding dat het bouwplan niet past binnen deze bestemming.

Verweerder kon de gevraagde bouwvergunning alleen verlenen op grond van een daaraan voorafgaand vastgesteld projectbesluit.

6. In artikel 3:10, eerste lid, van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van een project van gemeentelijk belang een projectbesluit kan nemen.

Lid twee schrijft voor dat het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing van het project bevat.

Ingevolge het derde lid kunnen aan het besluit voorschriften en beperkingen worden verbonden, welke tevens kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project, met dien verstande dat de voorschriften en beperkingen ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het projectgebied.

Artikel 3:10, vierde lid, bepaalt dat de gemeenteraad de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, kan delegeren aan burgemeester en wethouders.

7. Eisers hebben betoogd dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het nemen van het projectbesluit ten onrechte heeft gedelegeerd aan verweerder.

De raad is daartoe echter bevoegd op grond van het bepaalde in artikel 3:10, vierde lid, van de Wro. Dat eisers delegatie in het voorliggende geval onwenselijk vinden maakt dit niet anders. Deze beroepsgrond faalt.

8. Eisers wijzen erop dat de gemeente in deze procedure een dubieuze rol speelt. Zij stellen dat de gemeente het project dusdanig faciliteert (door het aanbieden van een locatie, het regelen van financiële middelen en besluitvorming) dat van onafhankelijkheid niet kan worden gesproken.

Artikel 2:4, eerste lid, van de Awb bepaalt dat een bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult. Dat betekent onder andere dat een bestuursorgaan gelijke gevallen gelijk behandelt en dat personen in hun kwaliteit als bestuurder of ambtenaar ervoor waken dat zij privébelangen in de besluitvorming inbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het hiervoor bepaalde. De omstandigheid dat de gemeente geld investeert in een privaat project kan niet zonder meer leiden tot het oordeel dat sprake is van vooringenomenheid.

9. Voorts hebben eisers aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in de gemeentelijke inspraakverordening.

Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder een kopie ingezonden van de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (de Verordening).

Artikel 1, aanhef en onder a, van de Verordening definieert inspraak als: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.

Artikel 1, aanhef en onder c, beschrijft beleidsvoornemen als het voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid.

In artikel 2, tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien de wet daartoe verplicht.

Het derde lid van artikel 2 bevat de gevallen die van inspraak zijn uitgezonderd.

De rechtbank overweegt dat de Verordening alleen inspraak voorschrijft in gevallen waarin sprake is van het voorbereiden van gemeentelijk beleid. Het nemen van een projectbesluit en het verlenen van een bouwvergunning kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gekwalificeerd als het vaststellen van beleid, zodat de Verordening niet van toepassing is.

De rechtbank stelt verder vast dat verweerder de in de Awb neergelegde procedures correct heeft gevolgd.

10. Eisers zijn bang dat het gebruik van de jongerensociëteit veel geluidsoverlast gaat veroorzaken voor de buurt. Uit het akoestisch onderzoek blijkt immers dat het huidige bouwplan niet voldoet aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit.

De rechtbank stelt vast dat de uitkomsten van het akoestisch onderzoek niet in geschil zijn. Eisers hebben geen tegenonderzoek laten uitvoeren.

Verweerder erkent dat het bouwplan in zijn huidige vorm niet voldoet aan deze normen. Zo zijn maatregelen aan de gevels, het dak en de geluidsluis noodzakelijk en mag het geluidniveau bij gebruik van de grote zaal niet boven bepaalde maxima uitkomen.

Ter zitting is zijdens verweerder verklaard dat de bouwvergunning 2e fase inmiddels is verleend. Deze bouwvergunning bevat alle benodigde maatregelen om te kunnen voldoen aan de geluidsnormen.

De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden geoordeeld dat verweerder in de uitkomsten van het akoestisch onderzoek reden had moeten zien van het nemen van het projectbesluit af te zien.

11. Tot slot verwachten eisers dat het gebruik van de sociëteit veel overlast gaat opleveren in hun wijk. USRA beschikt over een pand vlakbij de toekomstige locatie. Het komt zeer regelmatig voor dat de studenten die ‘s avonds en ’s nachts naar huis gaan door de wijk heen gaan en daar lawaaioverlast veroorzaken en vernielingen aanrichten. De bewoners doen daarvan niet meer altijd aangifte.

Verweerder heeft gesteld dat uit cijfers van de politie blijkt dat het aantal incidenten in de wijk is gedaald. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat dergelijke incidenten ontoelaatbaar zijn en dat in dergelijke gevallen strafrechtelijk optreden en optreden op basis van de APV aan de orde is. Verder zal de sociëteit hierover afspraken moeten maken met haar leden.

Ter zitting is namens de derde partij verklaard dat Nirwana ca. 300 leden heeft. USRA heeft blijkens de door de derde partij overgelegde folder ca. 500 leden (en 600 donateurs). Nirwana zal het pand het hele jaar door gebruiken, op vrijdag en in de weekends. USRA organiseert vooral activiteiten door de week, met uitzondering van de periode in de zomervakantie.

De rechtbank stelt vast dat beide verenigingen samen een niet onaanzienlijk aantal leden hebben en dat het nieuwe pand – gelet op de openingstijden - vrij intensief gebruikt zal gaan worden.

De rechtbank stelt verder vast dat verweerder geen onderzoek heeft gedaan naar de te verwachten aantallen bezoekers en de openingstijden. Evenmin is onderzocht op welke wijze de bezoekers zullen komen: met de auto, de fiets of te voet.

Tot slot heeft verweerder niet bezien via welke wegen de bezoekers zullen komen en vertrekken en welke mogelijke gevolgen dat kan hebben voor eisers en de overige bewoners van de Planetenwijk.

Dientengevolge is niet duidelijk geworden welke gevolgen het gebruik van het pand heeft. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat de aan- en afvoer van publiek een ruimtelijk relevant onderdeel van het toekomstige gebruik van het pand vormt, en dat op dit punt nader onderzoek is geïndiceerd.

12. Het voorgaande brengt met zich dat het projectbesluit van 7 december 2010 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46, van de Awb niet in stand kan blijven.

13. Als gevolg van de vernietiging van het projectbesluit is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan. Het bepaalde in artikel 44 van de Woningwet leidt er toe dat de verleende bouwvergunning evenmin in stand kan blijven.

14. Het beroep is gegrond. Verweerder zal met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op de aanvraag van de derde partij dienen te beslissen.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu eisers geen professionele rechtshulpverlener hebben ingeschakeld.

Beslissing

De rechtbank

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt de bestreden besluiten;

-draagt verweerder op opnieuw op de aanvraag van de derde partij te beslissen, met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak;

-bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 150,-- aan eisers vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door hem en mr. P.A.M. Spreuwenberg als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag