Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR5056

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
07.976406-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De verdachte is voordeeld voor mensenhandel. De rechtbank komt tot een lichtere straf dan door de officier van justitie is geeïst. De rechtbank heeft als strafverlichtende omstandigheid mee laten wegen dat verdachte zelf ook slachtoffer is geweest van mensenhandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.976406-07

Uitspraak: 16 augustus 2011

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte C],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] (Nigeria),

verblijvende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft na diverse schorsingen en hervattingen – laatstelijk – plaatsgevonden en is gesloten op 2 augustus 2011. De verdachte is 2 augustus 2011 niet verschenen.

De raadsman van verdachte, mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, is op 2 augustus 2011 eveneens niet verschenen.

De officier van justitie, mr. G.R.C. Veurink, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] tot een bedrag van € 33.000,-, bij wijze van voorschot en

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot voormeld bedrag.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging, zoals deze luidt na toewijzing vordering aanpassing omschrijving tenlastelegging)

BEWIJS

De verdediging heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte van beide ten laste gelegde feiten, voor wat betreft de ten laste gelegde dwang, dient te worden vrijgesproken nu naar het oordeel van de verdediging geen sprake is geweest van dwang. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de vermeende slachtoffers op vrijwillige basis de prostitutie zijn ingegaan.

Aanvullend heeft de verdediging aangevoerd dat met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde, de verklaring van het vermeende slachtoffer niet bruikbaar is omdat de verklaring teveel zou zijn gestuurd door de ervaringsdeskundige alsmede teveel gekoppeld zou zijn aan het verkrijgen van een verblijfsstatus ingevolgde de B9-procedure.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] verzoekt de verdediging de rechtbank de vordering af te wijzen. Subsidiair verzoekt de verdediging de rechtbank, indien een bewezenverklaring volgt, de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 22.700,- (afgifte van geldsom volgens eigen verklaring vermeend slachtoffer).

Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Dwang

De rechtbank heeft vastgesteld dat [slachtoffer 16] noch [slachtoffer 15] hebben verklaard over handelingen waardoor zij zouden zijn gedwongen zichzelf te prostitueren. Nu uit het overige dossier de rechtbank niet is gebleken dat dwang onderdeel is geweest van de door verdachte gebruikte handelingen teneinde de vermeende slachtoffers te prostitueren, zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken van dat onderdeel van de tenlastelegging voor wat betreft beide ten laste gelegde feiten.

De afgelegde verklaring van [slachtoffer 15]

De rechtbank merkt vooreerst op dat de bijzondere aard van dit soort zaken, met name de problemen met betrekking tot de -doorgaans geringe- verklaringsbereidheid van vermeende slachtoffers en de moeizame waarheidsvinding waarmee opsporingsinstanties zich geconfronteerd zien, op zichzelf reden kan zijn op zoek te gaan naar een methode waarbij beide belangen -de waarheidsvinding en een adequate hulpverlening aan vermeende slachtoffers- beter gediend worden.

Het openbaar ministerie heeft in deze zaak voor een verhoorprotocol gekozen waarbij gebruik wordt gemaakt van een ervaringsdeskundige. Deze externe partner heeft een duidelijke rol die voorafgaat aan het uiteindelijke verhoor van vermeende slachtoffers door opsporingsambtenaren. Voor de ervaringsdeskundige in deze zaak was een rol weggelegd als inhoudelijke gesprekspartner, een en ander met het oog op het eventueel doen van aangifte. De rechtbank leidt dit af uit de taakomschrijving van de ervaringsdeskundige, welke taakomschrijving in het verhoorprotocol is opgenomen. De ervaringsdeskundige moet met andere woorden haar ervaringen delen met de veronderstelde slachtoffers.

Voorts overweegt de rechtbank dat aan vermeende slachtoffers van mensenhandel, in het kader van het doen van een eventuele aangifte, de B9-procedure en de consequenties daarvan dienen te worden uitgelegd. De rechtbank stelt vast dat de ervaringsdeskundige, tijdens het gesprek met [slachtoffer 15], melding heeft gemaakt van de procedure waarbij zij heeft beklemtoond welke voordelen maar ook welke nadelige gevolgen het kan hebben als je uit de procedure wordt gezet.

Het niet ondenkbeeldige risico daarvan kan zijn dat een aangeefster in de door haar uiteindelijk ten overstaan van een opsporingsambtenaar af te leggen verklaring/aangifte hierdoor zodanig is beïnvloed dat de uiteindelijke aangifte aan betrouwbaarheid en dus bewijskracht inboet.

Ten aanzien van elk vermeend individueel slachtoffer zal moeten worden onderzocht of de afgelegde verklaring(en) de toets van betrouwbaarheid kan/kunnen doorstaan.

De verdediging heeft gesteld dat er is gestuurd door de ervaringsdeskundige.

De rechtbank onderschrijft die stelling niet, omdat daarvan de suggestie uitgaat dat de ervaringsdeskundige doelbewust bezig zou zijn geweest om een justitie welgevallige en voor verdachte belastende verklaring te verkrijgen van het betreffende vermeende slachtoffer. Die suggestie mist naar het oordeel van de rechtbank feitelijke grondslag.

De rechtbank is, na bestudering van de verbatim uitgewerkte gesprekken met de ervaringsdeskundige en de verklaringen van [slachtoffer 15] zoals zij door haar zijn afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris d.d. 20 september 2010, van oordeel dat voornoemde verklaringen niet getuigen van een onevenredig zware sturing door de ervaringsdeskundige, waardoor [slachtoffer 15] in haar verklaren zodanig zou zijn beïnvloed dat getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van die verklaringen.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

Zij in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 31 januari 2008, althans in de periode omvattende de jaren 2007 en 2008, in de gemeenten Amsterdam en/of elders in Nederland en Frankrijk en in Duitsland en in Nigeria, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 16] (zich identificerend als [slachtoffer 16])

a. door geweld en door dreiging met andere feitelijkheid en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die persoon en

b. heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

c. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander

en

d. door geweld en/of door een andere feitelijkheid en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen aldaar op verschillende tijdstippen, (de kwetsbare positie van die [slachtoffer 16] in Nigeria kennende)

- die [slachtoffer 16] in Nigeria verteld of doen of laten vertellen dat zij in Europa naar school zou kunnen gaan en/of daar bij een bank zou kunnen werken en/of meer geld zou kunnen verdienen dan in Nigeria en/of

- die [slachtoffer 16] in het ongewisse gelaten over de (werkelijke) aard van de door haar te verrichten werkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 16] geïnstrueerd of laten instrueren met betrekking tot de personalia die zij ([slachtoffer 16]) moest opgeven bij de Franse ambassade in Lagos ter verkrijging van een paspoort en/of

- voor die [slachtoffer 16] de kosten voor (alle benodigdheden voor) de reis per vliegtuig naar Frankrijk en (vervolgens) per trein naar Nederland en/of enige andere bestemming binnen Europa betaald, (mede) waardoor er een verplichting tot terugbetaling aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) ontstond en/of

- zich als (zogeheten) beschermer voor/van die [slachtoffer 16] opgeworpen en/of haar in Nederland opgevangen en/of

- die [slachtoffer 16] van Nederland naar Duitsland gebracht en/of daar gezegd dat zij zich diende te prostitueren en/of daartoe voor die [slachtoffer 16] een of meer ruimtes geregeld en/of

- voor die [slachtoffer 16] daar onderdak geregeld en/of

- die [slachtoffer 16] gedwongen, althans bewogen om in de prostitutie te werken en/of om (een deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) af te staan en/of af te dragen en/of

- voor die [slachtoffer 16] een paspoort of identiteitsbewijs , dat op naam van [slachtoffer 16] was gesteld, geregeld en/of verschaft (voor het gebruik waarvan die [slachtoffer 16] maandelijks diende te betalen) en/of

- die [slachtoffer 16] meegedeeld dat zij € 65.000,- althans een groot geldbedrag, moest terugbetalen aan verdachte voor alle door haar gemaakte onkosten en/of

- aan die [slachtoffer 16] uitgelegd of laten uitleggen op welke manier en tegen welk tarief zij zich diende te prostitueren en/of haar daartoe kleding en/of condooms en/of andere middelen ter beschikking gesteld en/of

- controle uitgeoefend op en tijdens de werkzaamheden van die [slachtoffer 16] en/of haar daartoe een telefoontoestel verstrekt en/of die [slachtoffer 16] meermalen, ook tijdens de nachtelijke uren, telefonisch benaderd om haar aan te sporen meer te gaan werken en/of gevraagd hoeveel die [slachtoffer 16] had verdiend (na aftrek van de huur, voeding, kleding en/of andere kosten) en/of

- die [slachtoffer 16] ertoe bewogen het door deze in de prostitutie verdiende geld of een groot deel daarvan aan verdachte en/of verdachtes mededaders af te geven (staat dit er zo in?) en/of

- die [slachtoffer 16] geslagen en/of haar gedwongen te (blijven) werken op momenten dat die [slachtoffer 16] ziek was dan wel pijn leed en/of haar bedreigd met voodoo middels een foto van die [slachtoffer 16], die in bezit was van verdachte en/of

- die [slachtoffer 16] op gebiedende toon toegevoegd “in godsnaam je zult werken na 3 uur komen de mensen van de discotheek en ga je gewoon werken”, althans woorden van gelijksoortige dwingende aard en/of strekking en/of

- door die [slachtoffer 16] vanuit Nigeria naar Frankrijk en/of Nederland te halen, te laten komen of te (laten) brengen en/of in Frankrijk en/of Nederland onderdak te verschaffen en/of (vervolgens) in Duitsland onder te brengen terwijl deze geen Nederlands en/of Frans en/of Duits sprak of begreep en/of niet of nauwelijks kon lezen en/of schrijven en/of geen officiële identiteitspapieren en/of geen middelen van bestaan en/of geen ( officieel) onderdak had, die [slachtoffer 16] in een zeer afhankelijke positie (van verdachte en/of verdachtes mededader(s) gebracht en/of gehouden;

(zaaksdossier B1, map 46 en 47)

2.

Zij in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 30 november 2008, althans in de periode omvattende de jaren 2007 en 2008, in de gemeenten Amsterdam en/of elders in Nederland en Frankrijk en in Nigeria, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 15] (zich identificerend als [slachtoffer 15])

a. door geweld en door dreiging met andere feitelijkheid en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die persoon en

b. heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

c. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander

en

d. door geweld en/of door een andere feitelijkheid en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen aldaar op verschillende tijdstippen, (de kwetsbare positie van die [slachtoffer 15] in Nigeria kennende)

- die [slachtoffer 15] in Nigeria opgevangen en/of ondergebracht in een woning en/of beperkt in haar vrijheid en/of

- die [slachtoffer 15] in Nigeria verteld of doen of laten vertellen dat zij in Europa in een (Afrikaanse) winkel zou gaan werken en/of dat het daarmee verdiende geld door verdachte of een van haar mededader(s) bewaard zou worden tot zij een bedrag van

€ 65.000,-, althans een groot geldbedrag, (terug) zou hebben betaald en/of 3 gouden sets voor verdachte en/of haar mededader(s) had gekocht en/of dat zij daar naar school zou gaan dan wel een opleiding tot naaister zou kunnen volgen (zulks terwijl die [slachtoffer 15] geen idee had van de omvang van dat geldbedrag en/of de waarde van die munteenheid) en/of

- die [slachtoffer 15] in het ongewisse gelaten over de (werkelijke) aard van de door haar te verrichten werkzaamheden en/of

- die [slachtoffer 15] in Nigeria onderworpen of doen laten onderwerpen aan Voodoopraktijken of aan een ander (soortgelijk) ritueel waarbij haar werd meegedeeld dat wanneer zij niet zou terug betalen of wanneer zij verdachte bij de politie zou aangeven, zij het hele jaar zou menstrueren en/of gek zou worden en/of

- van die [slachtoffer 15] bloed heeft afgenomen teneinde dat tegen die [slachtoffer 15] te gebruiken indien deze iets zou doen wat verdachte niet welgevallig was en dat zij dat bloed terug zou krijgen wanneer alles zou zijn afbetaald en/of

- die [slachtoffer 15] geïnstrueerd of laten instrueren met betrekking tot het verhaal dat zij na aankomst in Nederland diende te vertellen en/of de naam welk zij diende te gebruiken en/of

- voor die [slachtoffer 15] de kosten voor de reis per vliegtuig naar Nederland of enige andere bestemming binnen Europa betaald (mede) waardoor er een verplichting tot terugbetaling aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) ontstond en/of

- voor die [slachtoffer 15] een (vals) paspoort/identiteitsdocument geregeld teneinde vanuit Nigeria naar Frankrijk en/of (vervolgens) naar Nederland en/of een ander land te Europa te kunnen reizen en/of haar aan boord van een vliegtuig naar Nederland gebracht of doen brengen en/of

- zich als (zogeheten) beschermer voor/van die [slachtoffer 15] opgeworpen en/of

voor die [slachtoffer 15] een of meer ruimtes geregeld om zich te prostitueren en/of

- die [slachtoffer 15] gedwongen, althans bewogen, om in de prostitutie te werken en/of om (een deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) af te staan en/of af te dragen en/of bepaald dat zij ook gedurende haar menstruatie door moest werken en/of

- voor die [slachtoffer 15] een id-kaart op naam van “[slachtoffer 15]” en/of een pasje waarop de naam “[naam]” was gesteld, geregeld en/of verschaft (voor het gebruik waarvan zij maandelijks diende te betalen) en/of

- aan die [slachtoffer 15] uitgelegd of laten uitleggen op welke manier en tegen welk tarief zij zich diende te prostitueren en/of haar daartoe kleding en/of condooms en/of andere middelen ter beschikking gesteld en/of

- controle uitgeoefend op en tijdens de werkzaamheden van die [slachtoffer 15] en/of haar daartoe een telefoontoestel verstrekt en/of die [slachtoffer 15] meermalen gevraagd hoeveel die [slachtoffer 15] had verdiend (na aftrek van de huur, voeding, kleding en/of andere kosten) en/of

- geregeld dat die [slachtoffer 15] seksuele gemeenschap had met de/een vriend van verdachte tegen een bepaald tarief, dan wel daaraan haar goedkeuring gegeven, en/of

- die [slachtoffer 15] toegevoegd dat als [slachtoffer 15] niet kan werken dat die [slachtoffer 15] dan naar Duitsland zou gaan en/of

- die [slachtoffer 15] geslagen en/of haar en/of haar familie in Nigeria bedreigd en/of

- door die [slachtoffer 15] vanuit Nigeria naar Frankrijk en/of Nederland te halen, te laten komen of te (laten) brengen en/of in Frankrijk en/of Nederland onderdak te verschaffen, terwijl deze geen Nederland en/of Frans sprak of begreep en/of niet of nauwelijks kon lezen en/of schrijven en/of geen officiële identiteitspapieren en/of geen middelen van bestaan en/of geen onderdak had, die [slachtoffer 15] in een zeer afhankelijke positie (van verdachte en/of verdachtes mededader(s)) gebracht en/of gehouden;

(zaaksdossier B3, map 49).

Van het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1 en 2,

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

In het bijzonder heeft de rechtbank daarbij het navolgende in aanmerking genomen.

Mensenhandel valt in de categorie strafbare feiten die ernstig inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving gevoelens van onrust veroorzaken. Mensenhandel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en illegale binnenkomst en doorreis naar andere landen van de Europese Unie, maar draagt daarmee ook bij aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd. Voorts betreft de onderhandse mensenhandel jonge vrouwen, die bij uitstek een kwetsbare groep vormen, waarbij algemeen bekend mag worden verondersteld dat de kans op uitbuiting in enigerlei vorm groot is. Op grond hiervan acht de rechtbank een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zonder meer gerechtvaardigd.

De rechtbank komt echter, in tegenstelling tot de officier van justitie, tot een lichtere straf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank heeft als strafverlichtende omstandigheid mee laten wegen dat verdachte zelf ook slachtoffer is geweest van mensenhandel.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat tussen de aanhouding van verdachte d.d. 28 september 2007 en de laatste zittingsdatum 2 augustus 2011 bijna 4 jaren zijn verstreken.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 15] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 2 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces”, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5.000,- (immateriële schade), vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] dient voor het meerdere, als zijnde onevenredig belastend voor het strafgeding, niet ontvankelijk te worden verklaard. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 5.000,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15].

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

24 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 15], domicilie kiezende ten kantore van mr. W.M. Hompe te Amsterdam, van een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 2 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 1 februari 2007, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 5.000,-, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 15], voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2011.