Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR4797

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
11-08-2011
Zaaknummer
07/663076-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- promis

- diefstal met geweld

- partiele vrijspraak

- bewijs- en strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07/663076-11 (P)

07/440275-09 (VTVV)

07/653029-10 (VTVV)

Uitspraak: 5 juli 2011

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

(geboortedatum)

(adres)

thans verblijvende (verblijfplaats)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 mei en 21 juni 2011.

De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer.

Als officier van justitie was aanwezig mr. A.E.M. Doedens.

TENLASTELEGGING

De verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 21 juni 2011 ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 10 februari 2011 in de gemeente Deventer, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd en/of in een woning (adres) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meer, laptop(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 1), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die (slachtoffer 1), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader:

- opzettelijk dreigend een "taser" voor de buik, althans het lichaam, van (slachtoffer 1) heeft/ hebben gehouden en/of

- opzettelijk dreigend met een boksbeugel dreigend voor (slachtoffer 1) heeft/hebben gestaan, en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend die (slachtoffer 1) de woorden: "Hou je bek anders maken we je kapot" heeft/hebben toegevoegd,

althans (telkens) woorden en/of feitelijkhe(i)d(en) van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 februari 2011 in de gemeente Deventer, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd en/of in een woning (adres) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer 1) heeft gedwongen tot de afgifte van twee, althans een of meer, laptop(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 1), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader:

- opzettelijk dreigend een "taser" voor de buik, althans het lichaam, van (slachtoffer 1) heeft/ hebben gehouden en/of

- opzettelijk dreigend met een boksbeugel dreigend voor (slachtoffer 1) heeft/hebben gestaan, en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend die (slachtoffer 1) de woorden: "Hou je bek anders maken we je kapot" heeft/hebben toegevoegd,

althans (telkens) woorden en/of feitelijkhe(i)d(en) van soortgelijke dreigend aard en/of strekking;

2. hij op of omstreeks 30 januari 2011 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Black Berry), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 2), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft tot vrijspraak geconcludeerd van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

De verdachte dient van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het volgende.

Aangever (slachtoffer 1) heeft in zijn aangifte onder meer het volgende verklaard:

Op 10 februari 2011 omstreeks 23.00 uur kwam ik thuis. Ik woon in een kamer in het pand (adres) te Deventer. Ik draaide mijn kamer van het slot en ging naar binnen. Vervolgens zag ik twee mannen in mijn deuropening staan. Een had een getint uiterlijk en de ander was blank.

De getinte man pakte mijn laptop. Vervolgens kwamen ze beide op mij af. Ik zag dat de getinte man mijn laptop onder zijn rechterarm had. Ik zag dat hij uit zijn linkerbroekzak iets haalde. Ik zag dat het een taser was. Ik hoorde dat hij de taser indrukte want ik hoorde een hoog voltage en ik zag wit geflikker. Ik zag dat hij de taser voor mijn buik hield.

De blanke man had voor hij op mij af kwam zijn handen in zijn jaszakken. Toen hij op mij afkwam haalde hij zijn handen uit zijn zakken en zag ik dat hij in zijn rechterhand een boksbeugel had. De getinte man zei: “Hou je bek anders maken we je kapot”.

De blanke man hield de boksbeugel in een dreigende houding boven en voor mijn hoofd en de getinte man had de taser voor mijn buik. Ze stonden in een v-vorm voor me en heel dichtbij. Ik voelde me hierdoor heel bedreigd en ik was bang dat ze me iets zouden aandoen. Vervolgens zag de blanke blijkbaar mijn tweede laptop op mijn bed liggen. Deze pakte hij.

Vervolgens hoorde ik ze weglopen.

Van de taser kan ik zeggen dat hij zwart van kleur was en dat hij ongeveer 25 centimeter lang en 10 centimeter breed was. De boksbeugel was 5 centimeter dik en van zilverkleurig ijzer.

De op 13 februari 2011 door (naam) afgelegde verklaring houdt onder meer het volgende in:

Ik ben woensdag of donderdag nog met (naam) weggeweest naar Arnhem. (naam) was toen met (verdachte). Ik was daar op de (adres0 en toen kwamen zij eraan en vroegen of ik hen met de auto naar Arnhem wilde rijden. Onderweg hadden we nog pech met de auto. Ik moest de ANWB bellen. Ik moest nog lid worden. Toen we uit Arnhem terug kwamen rijden ben ik Deventer binnengereden.

De op 7 maart 2011 door (naam) afgelegde verklaring houdt onder meer het volgende in:

Ik ben op een gegeven moment in Deventer rechtsaf de (adres) ingereden. Ik moest ter hoogte van een winkel met daarachter een garage stoppen. Ik parkeerde daar. Ik moest daar van (verdachte) stoppen. (naam) ging met (verdachte) mee. Ze liepen weg. Ze bleven 5 à 10 minuten weg. Ik denk dat het ongeveer 22.15 uur was. Dit kan ook 23.15 uur zijn.

(Vraag verbalisant: wat deed jij in die tussentijd toen je op hen aan het wachten was?)

Ik stak een sigaret op en ik pingde met mijn telefoon. Terwijl ik daar zat zag ik eerst dat (verdachte) aan kwam lopen en die ging achter mij zitten. (naam) kwam naast mij zitten. Ze kwamen uit dezelfde richting lopen. (verdachte) ging achter mij zitten en zette een laptop op de achterbank.

(naam) kwam 1 à 2 minuten later in de auto zitten. Eenmaal in de auto zag ik dat (naam) een laptop op de bank zette. (verdachte) zei tegen mij: “Kom, ga maar rijden.” Op dat moment lagen de twee laptops op de achterbank.

(verdachte) zei: “Kom, we gaan.” Ik zei: “Waarheen.” (naam) zei: “Naar mijn vaders huis.” Ik ben vervolgens naar de woning van zijn vader gereden. Ik wilde in de auto blijven. (naam) zei dat ik mee moest gaan. Wij liepen naar de woning van (naam) en zijn vader. (verdachte) nam beide laptops mee naar boven. Ik zag dat van de ene laptop het scherm kapot was.

Ik ben weggelopen naar buiten. Ik liep naar de auto toe. Na vijf minuten kwamen (naam) en (verdachte) naar beneden. Ik zag dat (naam) met de witte laptop, de kapotte, naar de berging liep. (verdachte) liep naar de kofferbak en legde daar de laptop in en stapte in. Na een tijdje kwam (naam) en moest ik wegrijden richting de (adres). Onderweg belde (verdachte) met (naam).

(verdachte) vroeg: “Waar ben je.” Volgens mij zei (naam): “Bij het basketbalveldje.” Toen ik daar aan kwam rijden zag ik (naam) staan. Ik parkeerde de auto en (verdachte) en (naam) stapten uit.

Ik zag dat de kofferbak openging. Ik hoorde dat (naam) de laptop wilde kopen. (verdachte) begon met 150 euro. De laptop is verkocht voor ongeveer 100 euro. Ze stapten weer in de auto. (naam) ging met de laptop weg.

De verklaring van (naam) houdt onder meer het volgende in:

Ik ken (naam). Ik ken ook (verdachte).

Ik weet nog dat ik door (naam) ben gebeld, naar ik meen, donderdag 10 februari 2011 omstreeks 23.30 uur.

(naam) belde mij op mijn mobiele telefoon. Op dat moment was ik bij een kameraad van mij op de (adres). Ik hoorde (naam) en (verdachte) door elkaar praten.

Daardoor nam ik aan dat beide jongens bij elkaar waren. (naam) vroeg aan mij of ik een laptop wilde kopen.

Tevens vertelden (naam) en (verdachte) mij dat ze eerder die avond pech hadden gehad met de auto.

Ze vertelden dat ze de ANWB er nog bij hadden moeten halen.

Ik zei toen tegen (naam) dat ik wel belangstelling had voor de door hem aangeboden laptop. We hebben toen afgesproken bij de (adres), tussen het basketbalveldje en de (adres) in.

Ik ben daar toen alleen heengelopen. Het zal toen bijna middernacht zijn geweest die donderdagavond. Ik belde (naam) nog een keer waar hij bleef. (verdachte) nam de telefoon op.

Kort daarop kwam er een auto aanrijden die bij mij stopte. Ik zag dat (naam) in de auto achter het stuur bleef zitten. Ik zag dat (naam) en (verdachte) uit de auto stapten.

Ik zag toen dat (verdachte) en (naam) de achterklep van de auto open maakten.

(naam) liet mij een laptop zien. Het betrof een laptop met een donkere kleur. (naam) heeft de laptop 1x aangedaan om te laten zien dat het werkte. Toen ik de laptop zag zei (naam) tegen mij dat de laptop 150 euro moest kosten. Ik zei dat ik er 100 euro voor wilde betalen. Dat vond (naam) weer te weinig. Hij zei van 120 euro. Hij zei toen van OK en ik heb (naam) gelijk 2 bankbiljetten van 50 en 1 bankbiljet van 20 euro betaald. Ik ben toen ook gelijk weggegaan.

De verklaring van (naam) houdt onder meer het volgende in:

Ik was in de woning aan de (adres) toen deze jongen thuis kwam. Ik wilde hier wat stelen. Ik wil niet zeggen met wie ik was. Ik wil wel zeggen dat ik met (naam) was. (naam) was niet binnen geweest. (naam) wachtte buiten in de auto.

Er was wel iemand bij me in de woning. Ik wil niet zeggen wie dat was. Toen we in de woning waren kwam er een jongen binnen van ongeveer 22 jaar oud. Hij vroeg aan mij wat we hier deden. Toen deze jongen binnenkwam schrok ik. Ik heb toen mijn boksbeugel uit mijn jaszak gepakt. Ik heb tegen deze jongen gezegd dat hij zich rustig moest houden.

U vraagt of degene die bij mij was ook nog iets in zijn handen had. Hij had een taser bij zich. Hij heeft de taser wel een keer ingedrukt. Ik hoorde toen wel het geluid van een taser.

Ik had al een laptop op het bed in deze kamer zien liggen. Deze heb ik gepakt. Mijn maat heeft ook een laptop meegenomen uit deze kamer.

We zijn met zijn tweeën met die twee laptops het huis uitgerend. We zijn weer naar de auto gegaan. (naam) zat nog in de auto achter het stuur te wachten. We zijn ingestapt en hadden allebei de laptop bij ons. Ik had een trainingsjas van Adidas aan.

We zijn naar het huis van mijn vader gereden. Ik weet nog dat we naar boven zijn gegaan.

De andere laptop hebben we verkocht aan (naam). Hier hebben we 120 euro voor gekregen.

Gelet op deze bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair ten laste is gelegd.

De rechtbank gaat voorbij aan de door de verdediging gevoerde bewijsverweren nu deze naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun vinden in het procesdossier en niet leiden tot een ander oordeel.

Zo wordt de verklaring van (naam) genoegzaam ondersteund door de verklaringen van (naam) en (naam), alsmede door telefoongegevens en informatie verstrekt door de ANWB.

De omstandigheid voorts dat er om 23.04 uur is gebeld met de mobiele telefoon van verdachte, sluit het plegen van de overval door verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet uit, nu is komen vast te staan dat de aangever de 112-melding om 23.03 uur heeft gedaan.

Daarnaast levert de locatie van de aangestraalde zendmasten voor verdachte geen voldoende alibi op. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende onderbouwd dat een aangestraalde zendmast in alle gevallen de dichtstbijzijnde zendmast is. Niet uitgesloten is dat de masten in een ovaalvorm uitstralen, zoals de officier van justitie ter terechtzitting heeft gesteld, in verband waarmee ten aanzien van de locatie van de gebruikte telefoon enkel kan worden gesteld dat deze zich in de buurt van de aangestraalde mast bevond, maar niet dat de aangestraalde mast de dichtstbijzijnde was.

Het enkele feit dat verdachte niet bij een fotoconfrontatie is herkend, acht de rechtbank onvoldoende voor een andersluidend oordeel.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1. hij op 10 februari 2011 in de gemeente Deventer, in een woning (adres) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee laptops, toebehorende aan (slachtoffer 1), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen (slachtoffer 1), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,verdachte, en/of zijn mededader:

- opzettelijk dreigend een "taser" voor de buik, althans het lichaam, van (slachtoffer 1) heeft/ hebben gehouden en/of

- opzettelijk dreigend met een boksbeugel dreigend voor (slachtoffer 1) heeft/hebben gestaan, en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend (slachtoffer 1) de woorden: "Hou je bek anders maken we je kapot" heeft/hebben toegevoegd,

althans (telkens) woorden en/of feitelijkhe(i)d(en) van soortgelijke dreigend aard en/of strekking.

Van het onder 1 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Dit levert het genoemde strafbare feit op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie, mr. A.E.M. Doedens, heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de eventuele strafmaat geen opmerkingen gemaakt.

Het standpunt van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een langdurige, geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank neemt het de verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij en zijn mededader de diefstal van de laptops onder bedreiging met geweld hebben gepleegd in de eigen, als veilig te veronderstellen, woning van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer een zeer bedreigende situatie heeft moeten ervaren. Dergelijke feiten veroorzaken grote maatschappelijke onrust. Het mag als een feit van algemene bekendheid worden verondersteld dat slachtoffers van dit soort traumatische ervaringen als gevolg daarvan te kampen kunnen krijgen met grote psychische problemen, waardoor zij geruime tijd in hun (dagelijks) functioneren kunnen worden belemmerd.

Voor wat betreft de op te leggen straf heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte weliswaar eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten maar niet eerder voor een feit als thans ten laste is gelegd. De rechtbank acht in strafverhogende zin tevens van belang dat het feit is gepleegd samen met een ander en dat aangever is bedreigd met geweld. Dit alles overziende in combinatie met de anderzijds als strafmatigend aan te merken omstandigheid dat verdachte nog betrekkelijk jong is, ziet de rechtbank geen aanleiding af te wijken de richtlijn van het LOVS voor woningovervallen en zal zij een gevangenisstraf van 3 jaar opleggen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 16 februari 2011.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op:

- een brief d.d. 14 april 2011 van psychiater C.J.F. Kemperman betreffende de retourzending van de opdracht tot psychiatrisch onderzoek van de verdachte;

- een de verdachte betreffend Reclasseringsadvies d.d. 27 mei 2011 uitgebracht door de afdeling Jeugdzorg & Reclassering van de stichting Leger des Heils te Lelystad.

De oplegging van deze straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10 en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 07/440275-09

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de gehele tenuitvoerlegging te gelasten van de door de politierechter in deze rechtbank bij vonnis d.d. 28 januari 2010 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 07/653029-10

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de gehele tenuitvoerlegging te gelasten van de door de politierechter in deze rechtbank bij vonnis d.d. 22 juni 2010 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

BESLISSING

Het onder 2 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 07/440275-09

De rechtbank wijst de vordering toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07/440275-09 bij vonnis d.d. 28 januari 2010 van de politierechter in deze rechtbank voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 07/653029-10

De rechtbank wijst de vordering toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07/653029-10 bij vonnis d.d. 22 juni 2010 van de politierechter in deze rechtbank voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Aldus gewezen door mr. J.N. Bartels, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en A.P.W. Esmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2011.