Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR4561

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-05-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
07/630057-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-criminele organisatie, heling, oplichting, opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, witwassen.

-verwerping verweer ongeldigheid dagvaarding

-verwerping verweer niet ontvankelijkheid openbaar ministerie

-bewijsoverweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630057-09

Uitspraak: 30 mei 2011

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

(geboortedatum),

(adres).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2010, 10 december 2010, 15 april 2011 en 16 mei 2011. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G. Szegedi, advocaat te Rotterdam.

De officier van justitie, mr. D. Sarian, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde, en voor wat de periode betreft vanaf 1 augustus 2007, tot een gevangenisstraf voor de duur van 69 maanden met aftrek van voorarrest.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd de volledige hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen (slachtoffer 1), (slachtoffer 2), (slachtoffer3), (slachtoffer 4), (slachtofer 5), (slachtoffer 6) en (slachtoffer 7) met daarbij oplegging van de maatregel tot schadevergoeding. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 8) heeft de officier van justitie gevorderd om deze hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 15.999,67 met daarbij oplegging van de maatregel tot schadevergoeding.

De officier van justitie heeft verder gevorderd dat de op de beslaglijst onder 1 tot en met 15, 17, 18 en 20 tot en met 51 genummerde voorwerpen aan het verkeer worden onttrokken en dat de voorwerpen genummerd onder 16 en 19 verbeurd worden verklaard.

Voorts heeft de officier van justitie de gevangenneming van verdachte gevorderd.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd)

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of Kampen en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen hem verdachte en/of (medeverdachte 1) en/of (medeverdachte 2) en/of (medeverdachte 3) en/of (medeverdachte 4) en/of (medeverdachte 5) en/of (medeverdachte 6) en/of (medeverdachte 7) en/of (medeverdachte 8) en/of (medeverdachte 9) en/of (medeverdachte 10) en/of (medeverdachte 11) en/of (medeverdachte 12) en/of (medeverdachte 13) en/of (medeverdachte 14) en/of een of meer andere

natuurlijke en/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk (onder andere):

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen als bedoeld in artikel 311 wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als bedoeld in artikel 416/1/A wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en/of het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en/of 225 lid 2 wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van geld en/of auto's en/of andere goederen en/althans voorwerpen als bedoeld in artikel 420bis lid 1 wetboek van strafrecht, althans het plegen van misdrijven;

2.

hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of Kampen en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer (hierna genoemde) auto's en/of kentekenbewijzen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van die auto's wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, te weten (onder andere):

-een op of omstreeks 24 oktober 2008 in Amersfoort weggenomen blauwe Mini Cooper (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 6 tot 8 oktober 2008 in Terheijden weggenomen BMW, type 320 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 5 tot 7 februari 2009 in Pijnacker weggenomen Audi, type A3 (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 23 tot 25 februari 2009 in Nieuw Vennep weggenomen Volkswagen Passat (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 26 maart 2009 tot 28 maart 2009 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Transporter (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een op of omstreeks 24 februari 2009 in Alphen aan de Rijn weggenomen BMW, type 318 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 31 maart 2009 tot 2 april 2009 in Schiedam weggenomen Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een op of omstreeks 21 januari 2009 in België weggenomen BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 30 september 2008 tot 2 oktober 2008 in Portugaal weggenomen Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een op of omstreeks 6 november 2007 in Ouderkerk a/d Amstel weggenomen Volkswagen Touran (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een op 27 juni 2007 in Duitsland weggenomen Audi TT (XXX-XX-XX)(XX XX) en/of

-een op of omstreeks 3 januari 2009 in Nuenen weggenomen BMW 320d (XX-XX-XX)

(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 6 tot 8 februari 2009 in Wijk en Aalburg weggenomen BMW, type 320SI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een op of omstreeks 16 november 2008 in Belgie weggenomen BMW 116 (XX-XX-XX)

(XX XXX) en/of

-een in of omstreeks de periode van 16 tot 18 oktober 2008 in Made weggenomen BMW (XX-XX-XX)(ZD 316) en/of

-een op of omstreeks 30 maart 2009 in Haulerwijk weggenomen BMW 535d (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een op of omstreeks 4 maart 2009 in Nijmegen weggenomen Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(ZD 326) en/of

-een of meer op of omstreeks 26 november 2008 in Tilburg bij autobedrijf (Naam) VOF weggenomen kentekenbewijzen (XX XXX);

3.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, een of meer (hierna genoemde) (aspirant) kopers van auto('s)/personen heeft bewogen tot de afgifte van (een) (hierna genoemde) geldbedrag(en), in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-een auto (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e), VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/ instructieboekje en/of (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit en/of

-die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, via een advertentie op www.markplaats.nl, voor een scherpe prijs te koop aangeboden en/of

-nadat een (aspirant) koper zich, via een in die advertentie vermeld telefoonnummer had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of -nadat de (aspirant) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/althans als een

te goeder trouw zijnde verkoper en/of

-(aan) die (aspirant) koper die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, laten zien en/of -(daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het in/bij die auto

aanwezige VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje voor die auto was afgegeven en/of (aldus) bij die auto hoorde en/of dat het een "eerlijke" auto betrof en/of -(vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs, die al dan niet (aanzienlijk) lager lag dan de werkelijke waarde van die auto, overeen was gekomen, die (aspirant) koper meegenomen naar een postkantoor teneinde die auto op naam van die (aspirant) koper te laten overschrijven en/of

-nadat de auto op naam van de (aspirant)koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (aspirant) koper overhandigd, waardoor die (aspirant) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte,

te weten met betrekking tot (onder andere):

-een BMW, type 320 op of omstreeks 19 december 2008 in 's-Gravenhage, (slachtoffer 9)

14.441 euro (XX XXX) en/of

-een Audi A3 op of omstreeks 9 maart 2009 in Schiedam, (slachtoffer 2) een geldbedrag van 23.400 euro (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Passat op of omstreeks 13 maart 2009 althans in of omstreeks de maand maart 2009 in Capelle aan de IJssel althans in Nederland, (slachtoffer 3) een geldbedrag van 17.500 euro (XX XXX) en/of

-een BMW, type 318 in of omstreeks de periode van 20 tot 23 mei 2009 in Nijmegen, (slachtoffer 10) een geldbedrag van 20.290 euro (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf GTI in of omstreeks de periode van 14 tot 19 april 2009 in Schiedam, (slachtoffer 6) een geldbedrag van 15.000 euro (XX XXX) en/of

-een Volkswagen Touran in of omstreeks de periode van 6 november 2007 tot 28 januari 2009 in Renswoude althans in Nederland, (slachtoffer 5) een geldbedrag van 14.000 euro (XX XXX) en/of

-een Audi TT in of omstreeks de periode van 8 tot 30 augustus 2007 in Emmen en/of Apeldoorn (slachtoffer 4) een geldbedrag van 17.500 euro althans enig geldbedrag (XX XX) en/of

-een BMW 320d in of omstreeks de periode van 20 tot 30 januari 2009 in Reeuwijk (slachtoffer 11) een geldbedrag van 2000 euro (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320SI in of omstreeks de periode van 14 maart 2009 tot 2 april 2009 in Capelle aan de IJssel althans in Nederland (slachtoffer 1) een geldbedrag van 15.500 euro (XX XXX) en/of

- een BMW in of omstreeks de periode de maand november 2008 in Amersfoort althans in Nederland (slachtoffer 7) een geldbedrag van 23.000 euro althans enig geldbedrag (XX XXX) en/of

- een BMW op of omstreeks 16 mei 2008 althans in of omstreeks de maand mei 2008 in Arnhem een geldbedrag van 29.000 euro althans enig geldbedrag (XX XXX);

4.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer kentekenbewijzen - zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op (een) kentekenbewijs/kentekenbewijzen

gegevens te weten (onder andere):

-het typegoedkeuringsnummer en/of

-het kenteken en/of

-het VIN-nummer en/of

-het chassisnummer en/of

-het merk en/of type van de auto en/of

-de kleur van de auto en/of

-de datum afgifte van de/het kentekenbewijzen/kentekenbewijs van (onder andere):

-een Mini Cooper (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Audi A3 (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Passat (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Transporter (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een BMW, type 3 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Touran (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Audi TT (XXX-XX-XX)(XX XX) en/of

-een BMW 320d (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320SI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 116 (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of -een BMW (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 535d (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW (XX-XX-XX) (XX XXX)

vermeld terwijl die gegevens (telkens) niet bij die auto('s) hoorde(n) en/of niet voor die auto('s) was/waren afgegeven, zulks met het oogmerk om die/dat kentekenbewijzen/ kentekenbewijs en/of (aldus) dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een om meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) kentekenbewijs/kentekenbewijzen, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat die/dat kentekenbewijs/kentekenbewijzen bij een of meer te verkopen auto's werd(en) gevoegd en/of werd(en) gebruikt om die auto('s) bij een postkantoor op naam

van de koper te laten overschrijven en/of (vervolgens) na de verkoop van die auto('s) aan de koper(s) werd(en) overhandigd en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op die/dat kentekenbewijs/ kentekenbewijzen een of meer gegevens te weten (onder andere):

-het typegoedkeuringsnummer en/of

-het kenteken en/of

-het VIN-nummer en/of

-het chassisnummer en/of

-het merk en/of type van de auto en/of

-de kleur van de auto en/of

-de datum afgifte van de/het kentekenbewijzen/kentekenbewijs

van (onder andere):

-een Mini Cooper (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Audi A3 (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Passat (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Transporter (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een BMW, type 3 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Touran (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Audi TT (XXX-XX-XX)(XX XX) en/of

-een BMW 320d (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320SI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 116 (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 535d (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW (XX-XX-XX) (XX XXX)

was/waren vermeld terwijl die gegevens (telkens) niet bij die auto('s)

hoorde(n) en/of niet voor die auto('s) was/waren afgegeven;

5.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een of meer auto's

te weten (onder andere)

-een Mini Cooper S (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Audi A3 (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Passat (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Transporter (XX-XXX-X)(XX XXX) en/of

-een BMW, type 3 (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Polo (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Touran (XX-XX-XX)(XX XXX)

-een Audi TT (XXX-XX-XX)(XX XX) en/of

-een BMW 320d (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW, type 320SI (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 116 (XX-XX-XX) (XX XXX) en/of

-een BMW (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW 535d (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en/of

-een BMW (XX-XX-XX) (XX XXX)

en/of een of meer geldbedragen (welke door de verkoop van die auto('s) was/waren verkregen) en/of een of meer kentekenbewijzen (welke bij die auto('s) was/waren gevoegd) en/of andere voorwerpen/goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

6.

hij in of omstreeks de periode van 3 tot 5 april 2008 in de gemeente Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/bij een woning op of aan de (naam) heeft weggenomen een fotocamera en/of een personenauto (Mitsubishi, Colt) en/of sleutel en/of een geldbedrag van 152,50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 12), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, een valse sleutel en/of inklimming

(XX XXX)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 3 tot 29 april 2008 in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een auto (Mitsubishi Colt) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

auto wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

7.

hij op of omstreeks 28 april 2008 in de gemeente Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (BMW), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 8), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel; (XX XXX)

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 28 april 2008 tot en met 16 mei 2008 te Rotterdam en/of Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een auto (BMW met het kenteken XX-XX-XX) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn medeverdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen (goed) betrof’

GELDIGHEID VAN DE DAGVAARDING

De raadsman van verdachte heeft met betrekking tot het ten laste gelegde aangevoerd dat de dagvaarding nietig is, omdat alle zaakdossiers worden toegeschreven aan alle verdachten en dat een dergelijke grondslag onvoldoende duidelijk is.

De rechtbank verwerpt deze stelling. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging gelezen in combinatie met de dossierstukken leidt niet tot de conclusie dat het voor verdachte onvoldoende duidelijk is wat hem ten laste wordt gelegd. Gelet hierop voldoet de dagvaarding wel aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De dagvaarding is daarom geldig.

ONTVANKELIJKHEID VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat het Openbaar Ministerie in strijd heeft gehandeld met haar gepubliceerde aanwijzing voorlichting en vervolging. Het Openbaar Ministerie heeft de identiteit van verdachte door middel van de uitzending van TROS-opgelicht namelijk onnodig onthuld. Dit heeft schade toegebracht aan verdachte, zo stelt de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is de aanwijzing waarnaar de verdediging verwijst in casu niet van toepassing. De betreffende aanwijzing beschrijft hoe het Openbaar Ministerie en de politie de burger desnodig voorlicht over de opsporing en vervolging van concrete onderzoeken en strafzaken. De uitzending van TROS-opgelicht heeft echter tot doel gehad de burger te waarschuwen voor een bepaald type verkoopactiviteiten van auto’s. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat voornoemde aanwijzing in zodanige mate is geschonden dat dit leidt tot het door de raadsman beoogde doel.

BEWIJS

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken omdat hij slechts hand- en spandiensten heeft verricht.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Voor het antwoord op de vraag of er sprake is van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is bepalend of er sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen. Van belang is daarbij dat sprake is van een vaste rolverdeling, waarin een zekere hiërarchie valt te ontdekken.

In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de onderhavige strafzaak, is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan dat een aantal verdachten zich bezig hield met het dupliceren van auto’s, waarbij gestolen auto’s de identiteit van andere, legale auto’s kregen, en dat er kopers zijn opgelicht door deze omgekatte auto’s aan hen te verkopen. Daartoe werden onder andere kentekenbewijzen vervalst.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er in de strafzaak tegen verdachte en zijn medeverdachten sprake is van een zodanig gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met als oogmerk het plegen van strafbare feiten, dat van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht kan worden gesproken.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er van een dergelijke organisatie sprake is geweest. Uit het dossier blijkt namelijk dat een aantal verdachten zich gedurende langere tijd op grote schaal en systematisch heeft bezig gehouden met het omkatten van gestolen auto’s en het verkopen van die omgekatte auto’s aan derden. Uit het dossier komt een beeld naar voren van een vaste werkwijze bij het plegen van de strafbare feiten, waarbij verschillende verdachten zich nadrukkelijk bezig houden met verschillende onderdelen van het gehele traject dat de gestolen auto’s afleggen. Zo zijn er verdachten die zich bezighouden met het daadwerkelijk geven van een nieuwe identiteit aan de gestolen auto’s, en er zijn verdachten die zich bij uitstek bezig houden met het gehele verkoopproces. Uit de tapgesprekken blijkt dat er sprake is van een zekere hiërarchie tussen de verdachten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gesteld dat àlle verdachten in dit onderzoek hebben deelgenomen aan de criminele organisatie, doch wel dat de organisatie werd gevormd door een aantal van hen. De rechtbank rekent in ieder geval de verdachten (medeverdachte 2), (verdachte) en (medeverdachte 4) tot deelnemers aan de criminele organisatie, nu zij zich meer dan andere verdachten structureel hebben bezig gehouden met het plegen van de strafbare feiten, waarvan in deze zaak sprake is. De intensiteit van de contacten tussen deze 3 verdachten alsmede de lange periode gedurende welke er sprake is geweest van deze contacten, heeft aan dit oordeel bijgedragen.

Uit de bewijsmiddelen is genoegzaam gebleken dat verdachte een aandeel heeft gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie te weten het verkopen van omgekatte auto’s. Naar het oordeel van de rechtbank strekt de rol van verdachte zich verder uit dan het enkel verrichten van hand- en spandiensten ten behoeve van de organisatie, zoals de raadsman van verdachte stelt.

In dit kader verwijst de rechtbank onder meer naar handelingen die verdachten heeft verricht in het kader van de zaakdossiers 306, 310, 313, 252, 253, 256, 323 en 105. Het verweer ten aanzien van feit 1 wordt daarom verworpen.

De verdachte dient van hetgeen hem onder 2, 3, 4 en 5 voor wat betreft de zaakdossiers 196, 198, 259, 312, 190, 169, 24, 252, 256, 308, 316, 326 en 001 ten laste is gelegd te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank volgt de officier van justitie niet in zijn voorgestelde bewijsconstructie dat verdachte en zijn medeverdachten gezien de nauwe samenwerking voor het realiseren van het uiteindelijke doel, te weten het verkopen van een gedupliceerde auto, over en weer voor elkaars gedragingen aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat op grond daarvan kan worden aangenomen dat hij de ten laste gelegde feiten, voor wat betreft bovengenoemde zaakdossiers, tezamen en in vereniging met die anderen heeft gepleegd. Het aandeel van verdachte staat naar het oordeel van de rechtbank in een te ver verwijderd verband met deze gepleegde strafbare feiten om dit aandeel in alle ten laste gelegde gevallen als medeplegen te kunnen kwalificeren. Het door de raadsman gevoerde verweer op dit punt wordt door de rechtbank gevolgd.

De rechtbank acht hetgeen ten aanzien van zaakdossier 306, 310, 313, 252, 253, 256, 323 en 105 ten laste is gelegd wel wettig en overtuigend bewezen op de wijze zoals hieronder bij de betreffende feiten is weergegeven. Hiertoe is redengevend dat uit de bewijsmiddelen in deze gevallen is gebleken dat verdachte zelf direct bij deze gevallen betrokken is geweest.

De wetenschap bij verdachte dat de betreffende auto’s van diefstal afkomstig waren is uit de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, genoegzaam af te leiden.

De verdachte dient van het 4 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in de gemeente Raalte en/of Kampen en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen hem verdachte en/of (medeverdachte 1) en/of (medeverdachte 2) en/of (medeverdachte 3) en/of (medeverdachte 4) en/of (medeverdachte 5) en/of (medeverdachte 6) en/of (medeverdachte 7) en/of (medeverdachte 8) en/of (medeverdachte 9) en/of (medeverdachte 10) en/of (medeverdachte 11) en/of (medeverdachte 12) en/of (medeverdachte 13) en/of (medeverdachte 14) en/of een of meer andere

natuurlijke en/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk (onder andere):

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen als bedoeld in artikel 311 wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als bedoeld in artikel 416/1/A wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en/of het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en/of 225 lid 2 wetboek van strafrecht en/of

-het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van geld en/of auto's en/of andere goederen en/althans voorwerpen als bedoeld in artikel 420bis lid 1 wetboek van strafrecht, althans het plegen van misdrijven;

2.

hij in de periode van 21 januari 2009 tot 8 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen hierna genoemde auto's heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van die auto's wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof, te weten (onder andere):

-een in de periode van 23 tot 25 februari 2009 in Nieuw Vennep weggenomen Volkswagen Passat (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een in de periode van 26 maart 2009 tot 28 maart 2009 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Transporter (XX-XXX-X)(XX XXX) en

-een in de periode van 31 maart 2009 tot 2 april 2009 in Schiedam weggenomen Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een op 21 januari 2009 in België weggenomen BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en

-een op 30 maart 2009 in Haulerwijk weggenomen BMW 535d (XX-XX-XX)(XX XXX).

3.

hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 mei 2008 tot 8 april 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid hierna genoemde aspirant kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van hierna genoemde geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededaders toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-een auto (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e), VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/ instructieboekje en/of (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit en/of

-die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, via een advertentie op www.markplaats.nl, voor een scherpe prijs te koop aangeboden en/of

-nadat een (aspirant) koper zich, via een in die advertentie vermeld telefoonnummer had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of -nadat de (aspirant) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/althans als een

te goeder trouw zijnde verkoper en/of

-(aan) die (aspirant) koper die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, laten zien en/of -(daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het in/bij die auto

aanwezige VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of onderhoudsboekje/instructieboekje voor die auto was afgegeven en/of (aldus) bij die auto hoorde en/of dat het een "eerlijke" auto betrof en/of -(vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs, die al dan niet (aanzienlijk) lager lag dan de werkelijke waarde van die auto, overeen was gekomen, die (aspirant) koper meegenomen naar een postkantoor teneinde die auto op naam van die (aspirant) koper te laten overschrijven en/of

-nadat de auto op naam van de (aspirant)koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (aspirant) koper overhandigd, waardoor die (aspirant) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, te weten met betrekking tot (onder andere):

-een Volkswagen Passat op 13 maart 2009 in Capelle aan de IJssel, (slachtoffer 3) een geldbedrag van 17.500 euro (XX XXX) en

-een Volkswagen Golf GTI in de periode van 14 tot 19 april 2009 in Schiedam, (slachtoffer 6) een geldbedrag van 15.000 euro (XX XXX) en

-een BMW 320d in de periode van 20 tot 30 januari 2009 in Reeuwijk (slachtoffer 11) een geldbedrag van 2000 euro (XX XXX) en

- een BMW op 16 mei 2008 in Arnhem een geldbedrag van 29.000 euro (XX XXX);

4. subsidiair:

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse kentekenbewijzen, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat die kentekenbewijzen bij te verkopen auto's werden gevoegd en/of werden gebruikt om die auto's bij een postkantoor op naam van de koper te laten overschrijven en/of (vervolgens) na de verkoop van die auto's aan de kopers werd(en) overhandigd en bestaande die vervalsing hierin dat (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op die kentekenbewijzen een of meer gegevens te weten (onder andere):

-het typegoedkeuringsnummer en/of

-het kenteken en/of

-het VIN-nummer en/of

-het chassisnummer en/of

-het merk en/of type van de auto en/of

-de kleur van de auto en/of

-de datum afgifte van de/het kentekenbewijzen/kentekenbewijs

van (onder andere):

-een BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en

-een BMW (XX-XX-XX) (XX XXX)

waren vermeld terwijl die gegevens (telkens) niet bij die auto's hoorden en/of niet voor die auto's waren afgegeven;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 23 mei 2005 tot 8 april 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen, te weten auto's te weten

-een Volkswagen Passat (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een Volkswagen Transporter (XX-XXX-X)(XX XXX) en

-een Volkswagen Golf (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een BMW 318 (XXX-XXX)(XX XXX) en

-een BMW, type 320SI (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een BMW 535d (XX-XX-XX)(XX XXX) en

-een BMW (XX-XX-XX) (XX XXX)

en geldbedragen (welke door de verkoop van die auto's waren verkregen en/of een of meer kentekenbewijzen (welke bij die auto's waren gevoegd) en/of andere voorwerpen/goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die voorwerpen, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededaders wist(en) dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

6 subsidiair:

hij in de periode van 3 tot 29 april 2008 in Nederland een auto (Mitsubishi Colt) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die

auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

7 subsidiair:

hij in de periode van 28 april 2008 tot en met 16 mei 2008 in Nederland, een auto (BMW met het kenteken (XX-XX-XX) voorhanden heeft gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Van het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1.

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

Strafbaar gesteld bij artikel 140 van het wetboek van Strafrecht.

2.

Medeplegen van opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 416 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Medeplegen van oplichting,

strafbaar gesteld bij artikel 326 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht.

4 subsidiair.

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst,

strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.

5.

Medeplegen van Witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420 bis van het Wetboek van Strafrecht.

6 subsidiair,

Opzetheling,

Strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

7 subsidiair.

Opzetheling,

Strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die als oogmerk had het verkopen van omgekatte gestolen auto’s. Het in georganiseerd verband meewerken aan een dergelijke organisatie vormt aldus een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Daarnaast laat de rechtbank wegen dat verdachte door zijn handelwijze misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat in het handelsverkeer gebruikelijk is. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging voorts gelet op de periode waarin de strafbare feiten zijn gepleegd, de hoeveelheid strafbare feiten, de rol van verdachte binnen de organisatie en de hoeveelheid benadeelde partijen.

Dat verdachte van een aantal zaakdossiers wordt vrijgesproken brengt daarentegen wel mee dat de rechtbank tot een lagere straf komt dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op te leggen.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de op de beslaglijst onder 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19, 49 en 51 genummerde voorwerpen aan de grootvader van verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het op de beslaglijst onder 16 en 23 genummerde voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 tot en met 11, 20, 21, 22, 24 tot en met 48 en 50 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer omdat deze voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang dan wel omdat deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de feiten zijn verkregen of met betrekking tot welke het feiten zijn begaan.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 maart 2011;

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f en 56 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Ten aanzien van de benadeelde partijen (zaakdossiers 105, 256, 259, 24, 169 en 316):

De rechtbank zal de benadeelde partijen (slachtoffer 8), (slachtoffer 1), (slachtoffer 2), (slachtoffer 4), (slachtoffer 5) en (slachtoffer 7) niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, omdat verdachte van de feiten ten gevolge waarvan deze benadeelde partijen rechtstreeks schade zouden hebben geleden zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de benadeelde partij (slachtoffer 3) (zaakdossier 306):

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij (slachtoffer 3) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 3 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 17.955,-, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts terzake van het onder 3 bewezen verklaarde feit aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 17.955,- ten behoeve van het (slachtoffer 3)

Ten aanzien van de benadeelde partij (slachtoffer 6) (zaakdossier 313):

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij (slachtoffer 6) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 3 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 10.213,- vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts terzake van het onder 3 bewezen verklaarde feit aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 10.213,- ten behoeve van het (slachtoffer 3).

BESLISSING

Het onder 4 primair, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair en 7 subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 tot en met 11, 20 tot en met 22, 24 tot en met 48 en 50 genummerde voorwerpen.

De rechtbank gelast de teruggave van op de beslaglijst onder 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19, 49 en 51 genummerde voorwerpen aan de rechthebbende, zijnde de opa van verdachte.

De rechtbank gelast de teruggave van op de beslaglijst onder 16 en 23 genummerde voorwerpen aan de rechthebbende, zijnde verdachte.

Ten aanzien van de benadeelde partij (slachtoffer 3) (zaakdossier 306):

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 3), wonende te Bentelo, van een bedrag van € 17.955,- (zegge: zeventienhonderd negenhonderd vijfenvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 3 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 13 maart 2009, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 17.955,-, ten behoeve van het (slachtoffer 3), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 125 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 3), daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij (slachtoffer 6) (zaakdossier 313):

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde (slachtoffer 6), wonende te Hallum, van een bedrag van € 10213,- (zegge: tienduizend tweehonderd en dertien euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 3 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 14 april 2009, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 10.213,- ten behoeve van het (slachtoffer 6), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 86 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 6) in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 6), daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partijen (zaakdossiers 105, 256, 259, 24, 169 en 316):

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen (slachtoffer 8), (slachtoffer 1), (slachtoffer 2), (slachtoffer 4), (slachtoffer 5) en (slachtoffer 7) in hun vorderingen niet ontvankelijk zijn en dat zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2011.