Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR2924

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
25-07-2011
Zaaknummer
07.660375-10 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht de onder 3 ten laste gelegde woninginbraak wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert zich daarbij op de in de woning aangetroffen knoop, de jas die onder verdachte in beslag is genomen waarvan een knoop ontbreekt en de wisselende verklaringen van verdachte. Er is geen sprake van omkering van de bewijslast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.660375-10 (P)

Uitspraak: 10 juni 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende [adres, postcode en woonplaats],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 31 maart 2011, waarbij verdachte is verschenen, bijgestaan door [naam raadsman]

De inhoudelijke behandeling ter terechtzitting heeft op 27 mei 2011 plaatsgevonden, waarbij verdachte is verschenen, bijgestaan door [naam raadsman]

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.E.M. van de Ven en van de standpunten door verdachte en zijn raadsman naar voren gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 december 2010 tot en met

28 december 2010, in de gemeente [plaatsnaam], althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een (personen)auto (merk: Fiat Punto, kenteken: [kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten die (personen)auto (merk: Fiat Punto, kenteken: [kenteken]), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk

of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

althans, indien vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 december 2010 tot en met

28 december 2010, in de gemeente [plaatsnaam], althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een goed, te weten een (personen)auto (merk: Fiat Punto, kenteken: [kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd goed redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dit goed een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 21 december 2010 in de gemeente [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen

- twee laptops (merk(en): Acer en/of Packard Bell) en/of

- een fotocamera (merk: Canon) en/of

- drie cameralenzen (merk: Canon) en/of

- een cameratas en/of

- een Battery Grip (merk: Canon) en/of

- twee camera-accu's (merk: Canon) en/of

- twee geheugenkaarten en/of

- een spelcomputer (merk: Wii) en/of

- een balanceboard (merk: Wii) en/of

- vijf computerspellen en/of

- diverse sieraden en/of

- een pc en/of

- twee monitors (merk(en): Videoseven en/of DataColor) en/of

- een tegelsnijder,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in de periode van 23 december 2010 tot en met 26 december 2010 in de gemeente [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 2]) heeft weggenomen

- een televisie (merk: Philips) en/of

- een laptop (merk: Compaq) en/of

- drie (gouden) (trouw)ringen en/of

- een (gouden) ketting en/of

- een verrekijker (merk: Revue),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 28 december 2010 in de gemeente [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 3]) heeft weggenomen

- drie flatscreens (merk(en): Samsung en/of LG) en/of

- vier laptops (merk(en): Toshiba en/of HP en/of Compaq) en/of

- drie beeldschermen (merk: Samsung) en/of

- 4800,- dollar en/of

- 900,- euro en/of

- een sporttas en/of

- een OV-chipkaart en/of

- een telefoon (merk: LG) en/of

- twee spelcomputers (merk: Playstation, type: Portable en/of 3) en/of

- een (gouden) ring en/of

- een (gouden) ketting en/of

- diverse cadeaubonnen (met een totaal waarde van 170,- euro) (merk: Douglas) en/of

- een horloge en/of

- twee broeken (merk(en): G-star en/of True Religion) en/of

- een fotocamera (merk: Sony) en/of

- een kluis en/of

- een zonnebril (merk: Gucci) en/of

- een headset (merk: Bose) en/of

- een tondeuse,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] en/of [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Feiten 1 en 4.

Op 11 december 2010 deed [naam aangever] aangifte van diefstal van haar auto, te weten een Fiat Punto met kenteken [kenteken]. Op 28 december 2010 reed verbalisant [naam verbalisant] in een voertuig met Automatic number plate recognition (verder: ANPR) op de Rijksweg A6. In het beeldscherm van de ANPR ziet verbalisant [naam verbalisant] dat een passerende auto stond gesignaleerd als ‘gestolen’. De auto betrof een zwarte Fiat Punto met kenteken [kenteken]. De auto werd tot stilstand gebracht, waarna verbalisanten

[namen verbalisanten] constateren dat een man, te weten verdachte, als bestuurder van de Fiat Punto optrad, waarna verdachte werd aangehouden.

In de auto wordt een aantal goederen aangetroffen waarvan uit nader onderzoek blijkt dat deze afkomstig zijn van een woninginbraak in [plaatsnaam]. Bij deze woninginbraak is een spoor aangetroffen dat waarschijnlijk afkomstig is van verdachte. Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte op de dag van deze woninginbraak in [plaatsnaam] is aangestraald.

Feit 2.

Op 21 december 2010 deed [naam slachtoffer] aangifte van inbraak in zijn woning aan [adres] te [plaatsnaam]. Ter plaatse zijn schoensporen in de sneeuw aangetroffen, maar niet verder onderzocht.

Feit 3.

Op 28 december 2010 deed [naam slachtoffer 2] aangifte van inbraak in zijn woning aan [adres 2] te [plaatsnaam] tussen 23 december 2010 en 27 december 2010. Ter plaatse is een knoop met als opdruk “Fraccella” aangetroffen, die vermoedelijk van de kleding van de dader is losgeraakt. Bij verdachte is een jas van het merk ‘Fraccella” in beslag genomen waarvan een knoop ontbreekt.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Feit 1.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte en de wijze waarop verdachte in het bezit is gekomen van de Fiat Punto.

Feit 2.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde feit, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Feit 3.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte, het aantreffen van een knoop – gelijkend op de knopen van de jas van verdachte van welke jas een knoop ontbreekt – en de wisselende verklaringen van verdachte omtrent het uitlenen van zijn jas.

Feit 4.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangiftes, het schoenspoor dat waarschijnlijk afkomstig is van verdachte, de historische telefoongegevens en de leugenachtige verklaring van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Daartoe heeft hij gesteld dat het enkele gegeven dat verdachte als bestuurder in de gestolen auto heeft gereden onvoldoende wettig bewijs oplevert voor het weten dan wel het vermoeden dat de auto gestolen was.

Feit 2.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verklaring van getuige [naam getuige] levert onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Feit 3.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, aangezien de enkele knoop onvoldoende wettig bewijs oplevert dat verdachte een inbraak heeft begaan. De verklaring van verdachte is aannemelijk. Er dient geen omkering van de bewijslast plaats te vinden in die zin dat verdachte zijn onschuld moet bewijzen.

Feit 4.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Het enkele in de buurt zijn van [plaatsnaam] levert geen wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte een inbraak heeft begaan. De verklaring van [naam slachtoffer 6] betreft enkel vermoedens. Daarbij komt dat de verklaringen van de getuigen [naam getuige 2] en [naam getuige 3] niet met elkaar in overeenstemming zijn en verdachte niet bij de gegeven signalementen past. Ten aanzien van het schoenspoor merkt de raadsman op dat de schoenen van verdachte veel voorkomen, zodat het spoor geen wettig en overtuigend bewijs op kan leveren.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1.

Uit niets blijkt dat verdachte had kunnen weten dan wel vermoeden dat de door hem geleende auto, de Fiat Punto, afkomstig was van een misdrijf. De rechtbank is derhalve – evenals de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Feit 2.

Reeds op grond van het gegeven dat het belastend bewijsmateriaal louter bestaat uit de verklaringen van aangever en verder wat betreft hetgeen verdachte ten laste is gelegd geen steun vindt in de overige inhoud van het procesdossier, moet worden geoordeeld dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring. Derhalve zal de rechtbank verdachte van het hem ten laste gelegde vrijspreken.

Feit 3.

Uit de aangifte van [naam slachtoffer 2] blijkt dat in zijn woning tussen 23 december 2010 en

27 december 2010 de in de tenlastelegging genoemde goederen zijn weggenomen.

Bij onderzoek op de plaats delict (te weten de woning aan [adres 2] te [plaatsnaam]) is een metalen knoop met houder aangetroffen (met opdruk “Fracella), die niet afkomstig is van de bewoners. Bij verdachte is een jas in beslag genomen waarvan een knoop ontbreekt. Verbalisant [naam verbalisant] constateert dat de lange zwarte jas van verdachte van het merk Fracella is. De overige knopen op de jas van verdachte hebben het opschrift “Fracella”. De knoop aangetroffen op de plaats delict is soortgelijk aan de knopen van de jas van verdachte.

De getuige [naam getuige] heeft verklaard dat hij een jongen in een lange zwarte jas zag lopen die een plat beeldscherm droeg.

Gelet op voorgaande in combinatie met de wisselende verklaringen van verdachte omtrent het uitlenen en bewaren van zijn jas acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 23 december 2010 tot en met 26 december 2010 heeft ingebroken in de woning van [naam slachtoffer 2] waarbij verdachte de in de bewezenverklaring genoemde goederen heeft weggenomen.

Feit 4.

In de auto waarin verdachte als bestuurder is aangetroffen is een mobiele telefoon gevonden die afkomstig is van [naam slachtoffer 4] . Tevens heeft [naam slachtoffer 6] een in de auto aangetroffen horloge herkend als zijnde zijn eigendom.

Bij en in de woning aan [adres 3] te [plaatsnaam] is een aantal schoensporen aangetroffen. Uit vergelijkend schoensporenonderzoek blijkt dat het schoenspoor aangetroffen in de woonkamer waarschijnlijk is veroorzaakt met de linkerschoen van verdachte. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat zijn telefoon op 28 december 2010 tweemaal aanstraalt in [plaatsnaam], te weten tussen 18.00 en 21.54 uur.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 27 mei 2011 verklaard dat hij mogelijk in [plaatsnaam] is geweest op 28 december 2010, terwijl verdachte eerder heeft verklaard niet in [plaatsnaam] te zijn geweest. Verdachte geeft tevens geen te verifiëren verklaring voor zijn aanwezigheid in [plaatsnaam].

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen, te weten het in de auto waarin verdachte reed aantreffen van goederen afkomstig van de inbraak in de woning in [plaatsnaam], het in de woning aangetroffen schoenspoor van verdachte en verdachtes aanwezigheid ten tijde van de inbraak in [plaatsnaam], acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan. De verklaring van verdachte dat hij wellicht bij toeval door [plaatsnaam] is gereden acht de rechtbank onaannemelijk, nu verdachte daarmee eerst in een laat stadium is gekomen en daarvan ook geen nadere onderbouwing geeft.

5. DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3 en onder 4 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

3.

hij in de periode van 23 december 2010 tot en met 26 december 2010 in de gemeente [plaatsnaam], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 2]) heeft weggenomen

- een televisie (merk: Philips) en

- een laptop (merk: Compaq) en

- drie (gouden) (trouw)ringen en

- een (gouden) ketting en

- een verrekijker (merk: Revue),

toebehorende aan [naam slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

4.

hij op of omstreeks 28 december 2010 in de gemeente [plaatsnaam], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 3]) heeft weggenomen

- drie flatscreens (merken: Samsung en LG) en

- vier laptops (merken: Toshiba en HP en Compaq) en

- drie beeldschermen (merk: Samsung) en

- 4800,- dollar en

- 900,- euro en

- een sporttas en

- een OV-chipkaart en

- een telefoon (merk: LG) en

- twee spelcomputers (merk: Playstation, type: Portable en 3) en

- een (gouden) ring en

- een (gouden) ketting en

- diverse cadeaubonnen (met een totaal waarde van 170,- euro) (merk: Douglas) en

- een horloge en

- twee broeken (merken: G-star en True Religion) en

- een fotocamera (merk: Sony) en

- een kluis en

- een zonnebril (merk: Gucci) en

- een headset (merk: Bose) en

- een tondeuse,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 5] en [naam slachtoffer 6], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Van het onder 3 en onder 4 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit uitsluiten.

7. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 3 en 4 (telkens):

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

8. DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

9. DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich onthouden van een standpunt omtrent een eventuele strafoplegging gezien de door hem bepleite vrijspraken.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Aan woninginbraken tilt de rechtbank zwaar, nu deze niet alleen materiële schade en praktische overlast voor de bewoners veroorzaken, maar vooral ook een forse inbreuk op hun privacy en een aantasting van hun gevoel van veiligheid opleveren. Voorgaande heeft verdachte ondergeschikt gemaakt aan zijn drang naar geldelijk gewin.

De rechtbank houdt als aanknopingspunt voor de op te leggen straf voor dit feit eveneens rekening met de richtlijnen van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (verder te noemen: LOVS). Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van strafzaken zoals thans aan de orde drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf vastgesteld. Daarbij gaat het om een inbraak in een woning.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat hij (blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 12 mei 2011) niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te vermelden duur passend en geboden.

10. HET BESLAG

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd tot teruggave aan verdachte van zijn jas, tot onttrekking aan het verkeer van het breekijzer, tot teruggave aan [naam] van een bon en tot bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van de opwaardeerbonnen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit tot teruggave van de aan verdachte toebehorende voorwerpen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het breekijzer dient te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het voorwerp kan dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven als thans onder 3 en 4 bewezen verklaard is.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende jas, aangezien deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

De rechtbank zal de teruggave aan [naam] gelasten van de aan hem toebehorende bon, aangezien deze hem toebehoort en deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) gelasten van de opwaardeerbonnen, nu voorshands niet duidelijk is wie als zodanig kan/kunnen worden aangemerkt.

11. DE BENADEELDE PARTIJ

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard zal worden, aangezien de vordering niet eenvoudig van aard is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich onthouden van een standpunt omtrent de vordering van de benadeelde partij.

Het oordeel van de rechtbank

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [naam slachtoffer 2] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade is door de benadeelde partij niet begroot.

Daar de vordering van de benadeelde partij geen nadere opgave van de hoogte van de schade bevat levert de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

12. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13. BESLISSING

De rechtbank:

Ten aanzien van het ten laste gelegde

verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 3 en onder 4 laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Ten aanzien van het beslag

verklaart onttrokken aan het verkeer een breekijzer;

gelast de bewaring van de opwaardeerbonnen ten behoeve van de rechthebbende(n);

gelast de teruggave van een jas aan verdachte;

gelast de teruggave van een bon aan [naam];

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij

bepaalt dat de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. L.G. Wijma, voorzitter, mr. G. Blomsma en mr. A.I. van der Kris, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2011.

Mr. A.I. van der Kris voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.