Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR2710

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-07-2011
Datum publicatie
22-07-2011
Zaaknummer
07.661013-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander een overval heeft gepleegd. Verdachte had een wapen en was op de hoogte van de overval. Het feit dat er geen concrete afspraken zijn gemaakt over de wijze van uitvoering van het op de ijkijk staan en de verdeling van de buit doet daar niet aan af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.661013-11 (P)

Uitspraak: 14 juli 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende [woonplaats]

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de met gesloten deuren gehouden terechtzitting van 30 juni 2011, waarbij verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.M.C. Verheul, advocaat te Lelystad.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkelpand) cafetaria, genaamd:"[naam cafetaria]" aan de [adres] [nummer], heeft/hebben weggenomen euro 793,80, in ieder geval enig geldbedrag en/of een of meer pakje(s) sigarette(n), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van euro 793,80, in elk geval enig geldbedrag en/of een of meer pakjes sigarette(n) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk gewelddadig en/of dreigend,

- naar voornoemd winkelpand/cafetaria is/zijn toegegaan en/of

- (vervolgens) is/zijn naar binnen gegaan en/of

- (onverhoeds) achter de verkoopbalie is/zijn gelopen en/of

- naar [benadeelde partij 1] is gelopen en/of

- met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of hierbij een of meermalen tegen die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gezegd:"Dit is een overval" en/of "Ik wil geld" en/of "Is er nog iemand in de zaak" en/of

- (vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedwongen om naar de collega van die [benadeelde partij 1], genaamd, [benadeelde partij 2] te lopen en/of het pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gericht en/of

- [benadeelde partij 1] naar de grond heeft/hebben geduwd en/of (daarbij) tevens (met kracht) die [benadeelde partij 1] in de nek/hals, in ieder geval in/bij het lichaam heeft/hebben vastgepakt/geknepen en/of (met kracht) overeind heeft/hebben getrokken en/of vooruit heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) tegen die [benadeelde partij 2] dreigend heeft/hebben gezegd:"Op je knieën" en/of "Ga op de grond liggen",(waarop die [benadeelde partij 2] op de knieën is gaan zitten en de handen en het hoofd op/tegen de grond heeft gelegd) en/of

- tegen die [benadeelde partij 1] dreigend heeft/hebben gezegd:"Nee jij moet meekomen" en/of "Hier komen jij", waarop verdachte en of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedwongen om mee naar de kassa te lopen en/of

- (waarna die [benadeelde partij 1] geld uit de kassa heeft moeten halen en/of in een plastic zakje heeft gedaan) en/of

- (terwijl die [benadeelde partij 1] het geld in het plastic zakje en/of tas deed), met het vuurwapen/pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht heeft/hebben gehouden op die [benadeelde partij 1] en/of tegen die [benadeelde partij 1] een of meermalen heeft/hebben gezegd:"Kassa leeg" en/of Schiet op, schiet op" en/of "Je moet opschieten anders gaan er gaten vallen" en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) het plastic zakje en/of tas met geld uit de handen van die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gerukt en/of

- een of meer rol(len) met kleingeld uit de kassa heeft/hebben genomen en/of

- een of meer pakje(s) sigarette(n) heeft/hebben weggenomen en/of vervolgens in het plastic zakje met geld heeft/hebben gedaan.

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkelpand) cafetaria, genaamd: “[naam cafetaria]” aan de [adres] [nummer], heeft weggenomen euro 793,80, in elk geval enig geldbedrag en/of een of meer pakje(s) sigarette(n), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

verdachte [medeverdachte] op of omstreeks 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft gedwongen tot de afgifte van euro 793,80, in elk geval enig geldbedrag en/of een of meer pakjes sigarette(n) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte]

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte] toen aldaar opzettelijk gewelddadig en/of dreigend,

- naar voornoemd winkelpand/cafetaria is toegegaan en/of

- (vervolgens) is naar binnen gegaan en/of

- (onverhoeds) achter de verkoopbalie is gelopen en/of

- naar [benadeelde partij 1] is gelopen en/of

- met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of hierbij een of meermalen tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd:"Dit is een overval" en/of "Ik wil geld" en/of "Is er nog iemand in de zaak" en/of

- (vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft gedwongen om naar de collega van die [benadeelde partij 1], genaamd, [benadeelde partij 2] te lopen en/of het pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] heeft gericht en/of

- [benadeelde partij 1] naar de grond heeft geduwd en/of (daarbij) tevens (met kracht) die [benadeelde partij 1] in de nek/hals, in ieder geval in/bij het lichaam heeft vastgepakt/geknepen en/of (met kracht) overeind heeft getrokken en/of vooruit heeft geduwd en/of

- (vervolgens) tegen die [benadeelde partij 2] dreigend heeft gezegd:"Op je knieën" en/of "Ga op de grond liggen",(waarop die [benadeelde partij 2] op de knieën is gaan zitten en de handen en het hoofd op/tegen de grond heeft gelegd) en/of

- tegen die [benadeelde partij 1] dreigend heeft gezegd:"Nee jij moet meekomen" en/of "Hier komen jij", waarop [medeverdachte] die [benadeelde partij 1] heeft gedwongen om mee naar de kassa te lopen en/of

- (waarna die [benadeelde partij 1] geld uit de kassa heeft moeten halen en/of in een plastic zakje heeft gedaan) en/of

- (terwijl die [benadeelde partij 1] het geld in het plastic zakje deed), met het vuurwapen/pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht heeft gehouden op die [benadeelde partij 1] en/of tegen die [benadeelde partij 1] een of meermalen heeft gezegd:"Kassa leeg" en/of Schiet op, schiet op" en/of "Je moet opschieten anders gaan er gaten vallen" en/of

- [medeverdachte] het plastic zakje en/of tas met geld uit de handen van die [benadeelde partij 1] heeft gerukt en/of

- een of meer rol(len) met kleingeld uit de kassa heeft genomen en/of

- een of meer pakje(s) sigarette(n) heeft weggenomen en/of vervolgens in het plastic zakje met geld heeft gedaan.

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op of omstreeks 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- het mes (meegenomen door [medeverdachte] en bestemd voor de overval) vast te houden en/of het mes weer af te geven aan die [medeverdachte] en/of

- op de uitkijk te gaan staan.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

Op 25 februari 2011 omstreeks 20:29 uur vernemen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat een gewapende overval heeft plaatsgevonden op de snackbar [naam] gelegen aan de [adres] te [plaats]. Ter hoogte van de [adres] treffen verbalisanten een medewerker van de snackbar ([benadeelde partij 1]) en een getuige ([getuige 1]) aan die achter de verdachten waren aangerend. De getuige deelt de verbalisanten mee dat de verdachten een van de tuinen gelegen aan de straat [adres] zijn ingegaan. Direct daarop is de omgeving afgezet en is met een hondenbegeleider de vermoedelijke looproute van verdachten afgespeurd. Ter hoogte van [adres] [nummer] slaat de hond aan. Kort daarna ziet verbalisant [verbalisant 3] twee manspersonen, naar later blijkt verdachte en medeverdachte, bij perceel [nummer] van [adres] lopen. Daarop zijn verdachte en medeverdachte aangehouden.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en dat verdachte derhalve kan worden aangemerkt als medepleger. Verdachte heeft immers een mes aangenomen en kleding aangedaan die medeverdachte voor hem had meegenomen. Daarnaast hebben verdachte en medeverdachte samen gewacht bij de snackbaar en heeft verdachte tijdens de overval op de uitkijk gestaan. Na de overval zijn verdachte en medeverdachte samen weggerend en hebben ze de buit verdeeld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde, nu er geen sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en opzet op de overval.

Voorafgaand aan de overval zijn er geen concrete afspraken gemaakt. Medeverdachte heeft hem alleen een wapen getoond en verteld dat hij een overval wilde plegen. Het enkele aannemen van een mes en het aantrekken van andere kleding kan niet worden aangemerkt als een uitvoeringshandeling van een overval.

Verdachte is met medeverdachte meegelopen naar de woonwijk [naam woonwijk] om te voorkomen dat medeverdachte de overval daadwerkelijk zou plegen. Dat verdachte op de uitkijk is gaan staan is een interpretatie van de medeverdachte en getuigen. Verdachte wilde naar huis lopen en medeverdachte heeft na de overval toevallig dezelfde route gekozen.

Verdachte is met medeverdachte meegerend omdat hij bang was. Om diezelfde reden heeft hij zich daarna samen met medeverdachte schuilgehouden. Ten slotte heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte en medeverdachte de buit niet hebben gedeeld.

De raadsman heeft tevens vrijspraak bepleit van het subsidiair ten laste gelegde, daar er geen sprake is van medeplichtigheid van verdachte aan de overval die medeverdachte heeft begaan. Bij verdachte ontbrak het opzet op de medeplichtigheid.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde

Uit de verklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [slachtoffer 1] en medeverdachte [medeverdachte], blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van pakjes sigaretten door middel van geweld en bedreiging met geweld en dat hij [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot afgifte door middel van geweld en bedreiging met geweld (op de wijze zoals blijkt uit de bewezenverklaring) van een geldbedrag van in totaal € 793,80 toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Over de rol van verdachte bij de overval overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank moet de rol van verdachte worden aangemerkt als die van medepleger.

Medeverdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat verdachte op 25 februari 2011 wist dat hij een overval wilde plegen en dat hij in het bezit was van een wapen.

‘s Middags zijn zij daarom samen naar zijn woning gegaan en hebben zij een T-shirt, twee trainingsbroeken en een vleesmes opgehaald. Verdachte heeft het vleesmes aangenomen en in een steeg hebben zij zich omgekleed. Op dat moment heeft de medeverdachte kenbaar gemaakt dat hij een overval op de snackbar in de woonwijk [naam woonwijk] wilde plegen. Voorts verklaart hij dat hij samen met verdachte naar [naam woonwijk] is gelopen. Toen zij in de nabijheid van de snackbar waren en werden gezien door een man, begon verdachte te twijfelen en heeft hij voorgesteld dat verdachte op de uitkijk zou kunnen gaan staan. Verdachte stemde hiermee in en hij is vervolgens alleen de snackbar ingegaan. Na de overval is hij samen met verdachte weggerend en hebben zij zich schuil gehouden onder een brug en in een tuin.

De rechtbank acht de verklaring van de medeverdachte geloofwaardig nu deze steun vindt in andere bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden.

Ter terechtzitting heeft verdachte zelf verklaard dat medeverdachte hem voorafgaand aan de overval een wapen heeft getoond, dat hij een mes van hem heeft aangenomen en dat hij zich heeft verkleed. Verdachte was ook op de hoogte van het feit dat medeverdachte voornemens was een overval te plegen. Bij de politie verklaart hij daarover immers: “Toen we [bij de woonwijk] waren, toen we bijna bij de snackbar waren zei de jongen tegen mij, ik wil een overval plegen op die snackbar.”

Daarnaast blijkt uit de verklaring van getuige [getuige 2] dat verdachte en medeverdachte voorafgaand aan de overval achter de snackbar hebben gestaan.

Tijdens de overval bevond verdachte zich, blijkens de door hem afgelegde verklaring ter terechtzitting, bij een buurthuis. De snackbar “[naam cafetaria]” bevindt zich aan de [adres] [nummer] te [plaats]. Het buurthuis waar de verdachte kennelijk aan refereert is het buuthuis van de [vereniging] gesitueerd aan het [adres] te [plaats]. Uit de zich in het dossier bevindende plattegrond, geraadpleegd via googlemaps, en de door verdachte getekende situatieschets blijkt dat vanaf het buurthuis vrij zicht op de snackbar bestaat.. Verdachte had derhalve vanaf het buurthuis goed zicht op hetgeen zich in de snackbar en in de omgeving van de snackbar afspeelde. Dat hij zich wilde distantiëren van de overval acht de rechtbank om die reden niet aannemelijk.

Daar komt nog bij dat uit de verklaringen getuige [benadeelde partij 1] en [getuige 1] volgt dat medeverdachte na de overval is weggerend, dat verdachte zich bij medeverdachte heeft gevoegd, met hem mee is gerend en dat zij zich daarna samen schuil hebben gehouden.

Dat verdachte en medeverdachte voorgaand aan de overval geen concrete afspraken over de wijze van uitvoering van de uitkijk en de verdeling van de buit hebben gemaakt, doet aan het geheel niet af.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit voorgaande dat medeverdachte en verdachte nauw en bewust hebben samengewerkt teneinde de onderhavige overval te laten slagen. Derhalve acht de rechtbank sprake van medeplegen.

De rechtbank acht gelet op voorgaande bewijsmiddelen het primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5. DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte het primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een cafetaria, genaamd:"[naam cafetaria]" aan de [adres] [nummer], hebben weggenomen pakjes sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

en

hij op 25 februari 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] hebben gedwongen tot de afgifte van euro 793,80, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader toen aldaar opzettelijk gewelddadig en dreigend,

- naar voornoemd cafetaria zijn toegegaan en

- (vervolgens) is naar binnen gegaan en

- (onverhoeds) achter de verkoopbalie is gelopen en

- naar [benadeelde partij 1] is gelopen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [benadeelde partij 1] heeft gericht en gericht heeft gehouden en hierbij een of meermalen tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd: "Dit is een overval"en "Ik wil geld" en "Is er nog iemand in de zaak" en

- (vervolgens) die [benadeelde partij 1] heeft gedwongen om naar de collega van die [benadeelde partij 1], genaamd, [benadeelde partij 2] te lopen en

- (vervolgens) tegen die [benadeelde partij 2] dreigend heeft gezegd:"Op je knieën" en "Ga op de grond liggen",(waarop die [benadeelde partij 2] op de knieën is gaan zitten en de handen en het hoofd op de grond heeft gelegd) en

- tegen die [benadeelde partij 1] dreigend heeft gezegd:"Nee jij moet meekomen", waarop verdachte die [benadeelde partij 1] heeft gedwongen om mee naar de kassa te lopen en

- (terwijl die [benadeelde partij 1] het geld in het plastic zakje deed), met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht heeft gehouden op die [benadeelde partij 1] en tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd:"Kassa leeg" en Schiet op, schiet op" en

- zijn mededader het plastic zakje met geld uit de handen van die [benadeelde partij 1] heeft gerukt.

Van het primair eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit uitsluiten.

7. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Eerste cumulatief/alternatief:

Diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Tweede cumulatief/alternatief:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

8. DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

9. DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot 191 dagen jeugddetentie waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarde de maatregel Hulp en Steun, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Tevens heeft zij een taakstraf in de vorm van een werkstraf gevorderd voor de duur van 200 uur.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting, in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte schuldig is aan het medeplegen van een overval. Bij deze overval is een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gebruikt. Het is algemeen bekend dat een overval voor slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring is, waarvan zij veelal nog langere tijd na het voorval de gevolgen ondervinden. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan. Daarbij komt dat het handelen van verdachte in de maatschappij zorgt voor gevoelens van onrust en onveiligheid.

Naast deze voornamelijk psychische gevolgen voor de medewerkers heeft de overval ook financiële schade aan de eigenaren van de snackbar toegebracht.

Ten gunste van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de rol van verdachte toch een andere is geweest dan die van de medeverdachte die daadwerkelijk de zaak is binnengegaan en de snackbarmedewerkers heeft bedreigd.

Voorts acht de rechtbank van belang dat uit een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 28 februari 2011 blijkt, dat verdachte niet eerder als verdachte in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Verder zal de rechtbank rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die uit het adviesrapport van de jeugdreclassering d.d. 9 juni 2011, uitgebracht door S. Peters, naar voren is gekomen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat jeugddetentie voor de duur van

191 dagen, met aftrek, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarde de maatregel Hulp en Steun, passend en geboden is. Met deze deels voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om een werkstraf voor de duur van 200 uur op te leggen.

10. DE BENADEELDE PARTIJEN

Voor aanvang van de terechtzitting hebben [benadeelde partij 1] -daartoe vertegenwoordigd [vertegenwoordiger]- en [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partijen begroot op een bedrag van respectievelijk € 750,00 en € 850,00.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hoofdelijk toe te wijzen en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval een veroordeling zou volgen, bezwaar gemaakt tegen een hoofdelijke veroordeling nu het geweld niet door zijn cliënt is uitgeoefend.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van respectievelijk € 750,00 en € 850,00.

Nu uit hetgeen onder 5. is overwogen volgt dat verdachte kan worden aangemerkt als medepleger, is hij hoofdelijk aansprakelijk voor de door de benadeelde partijen geleden schade.

De vordering van de benadeelde partijen, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege bij wijze van voorschot toewijsbaar.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een geldsom van € 750,00 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1] en € 850,00 ten behoeve van slachtoffer [benadeelde partij 2].

11. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 27, 36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m,77n,77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Ten aanzien van de tenlastelegging

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders ten laste is gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot 191 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- van de jeugddetentie zal een gedeelte, groot 180 dagen, niet worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd in het kader van de maatregel Hulp en Steun moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg, afdeling Jeugdreclassering, zolang die instelling dat nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf, bestaande deze straf uit een werkstraf voor de duur van 200 uren, te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 100 dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht;

Ten aanzien van de benadeelde partijen

[benadeelde partij 1]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] – daartoe vertegenwoordigd [vertegenwoordiger] –, wonende te [plaats], van een bedrag van

€ 750,00 (zegge: zevenhonderdvijftig euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 750,00 ten behoeve van het slachtoffer voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

[benadeelde partij 2]

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], wonende te [plaats], van een bedrag van € 850,00 (zegge: achthondervijftig euro), hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 850,00 ten behoeve van het slachtoffer voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen hechtenis;

- bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. G. Blomsma, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. R.M. van Vuure en mr. W.F. Roelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees en mr. S.J. Verheij-de Vries als griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2011.

Mr. W.F. Roelink voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.