Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR2212

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
07.660055-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ramkraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.660055-11 (P)

Uitspraak: 14 juni 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [plaats],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het [huis van bewaring].

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 31 mei 2011, waarbij de verdachte niet is verschenen, maar wel mr. F.N. Dijkers, advocaat te Almere, die heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om deze ter terechtzitting te verdedigen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 maart 2011 te [plaats], (althans) in de gemeente [plaats],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een tankshop/een bedrijfspand (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een of meerdere pakje(s) Dextro Energy, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een tankshop/bedrijfspand,( gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of (een) ander(e) goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of (een) ander(e) goed(eren) van zijn/hun gading onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, is/zijn verdachte en/of verdachte's mededader(s), meermalen, althans eenmaal, met (behulp van) een (personen)auto ingereden tegen/op een rolluik dat zich voor de toegangsdeur van voornoemd pand bevond, en/of tegen/op een of meerdere schap(pen) (met goederen) welke zich achter voornoemde toegangsdeur bevond(en) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 10 maart 2011 te [plaats], (althans) in de gemeente [plaats], en/of te [plaats], (althans) in de gemeente [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk [merk], type [type]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks het tijdvak omvattende 24 februari 2011 en 25 februari 2011 te [plaats], (althans) in de gemeente [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk [merk], type [type]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting niet in zijn verdediging geschaad.

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding

De volgende feiten kunnen op grond van de bewijsmiddelen als genoemd in voetnoten 2 tot en met 9 naar het oordeel van de rechtbank als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag dienen.

Feit 1

Op donderdag 10 maart 2011 omstreeks 3:15 uur wordt bij de Regionale Meldkamer Politie Flevoland een melding gemaakt van een ramkraak bij een benzinestation (te weten [slachtoffer], aangeduid als “[naam]”) aan de [adres] [nummer] te [plaats]. Verbalisant [verbalisant 1] is om 3:20 uur ter plaatste en treft een aantal sporen aan, waaronder een grijze autobumper en glasscherven van achterlichten. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] zien om 3:26 uur op de [adres] te [plaats] een aan de achterzijde beschadigde grijze [merk] [type] (met kenteken [kenteken]) met drie inzittenden vanuit de richting [plaats] rijden. Op basis van de door de meldkamer doorgegeven sporen ontstaat de verdenking dat het hier de auto betreft waarmee de ramkraak te [plaats] gepleegd is. Na een korte achtervolging rijdt de betreffende [merk] [type] tegen een wegversperring. Alle inzittenden verlaten de auto en rennen weg. Verbalisant [verbalisant 3] heeft de bestuurder in het zicht gehouden, is hem achterna gerend en heeft hem om 3:33 uur aangehouden. De bestuurder blijkt later te zijn genaamd [verdachte], te weten verdachte.

Tijdens de aanhouding van verdachte nadert een ander persoon. Deze man rent weer weg nadat verdachte hem toeroept: “Nee weg man, ze pakken je toch niet”. Op aanwijzingen van verbalisant [verbalisant 3] wordt de man later aangehouden; naar later blijkt is dit medeverdachte [medeverdachte 1]. Op aanwijzingen van verbalisant [verbalisant 2] zoeken verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] in de omgeving van de [adres] te [plaats] naar de derde inzittende. Om 4.35 uur horen zij een vrouw om hulp roepen; haar man heeft een persoon achter in hun tuin aan de [adres] [nummer] te [plaats] aangetroffen. Deze persoon wordt aangehouden en blijkt later te zijn medeverdachte [medeverdachte 2].

Uit de beveiligingsbeelden blijkt dat een grijze [merk] [type] met de achterzijde het rolluik van het benzinestation heeft geforceerd. Uit rapportage van de Forensische Opsporing volgt dat de op het plaats van delict aangetroffen onderdelen afkomstig zijn van de [merk] [type] met kenteken [kenteken].

Feit 2

Door [aangever] is op 25 februari 2011 aangifte gedaan van diefstal van een personenauto, type [merk] [type] met kenteken [kenteken]. Uit rapportage van de Forensische Opsporing volgt dat het contactslot van de onderzochte personenauto ([merk] [type] met kenteken [kenteken]) geforceerd was. Op foto’s is dit te zien, evenals een aantal loshangende draadjes links van het stuur.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de melding bij de Regionale Meldkamer Politie Flevoland, de beveiligingsbeelden en de bevindingen van de politie bij het benzinestation. Voorts baseert zij zich op de bevindingen van de verbalisanten met betrekking tot de achtervolging van de [merk] [type] in [plaats] en de aanhouding van de 3 inzittenden, evenals op de aangifte van de diefstal van de [merk] [type] en het sporenonderzoek.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde onder 1 dient te worden vrijgesproken nu op basis van de feiten twijfel kan bestaan over mogelijke alternatieve scenario’s. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden dat verdachte bij het tankstation aanwezig is geweest. Daarnaast is geen sprake van opzet en is er evenmin sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. Subsidiair betoogt de raadsman dat geen sprake is van een voltooid delict, aangezien er onvoldoende duidelijkheid is over het wegnemen van de pakjes dextro energy. Er blijkt niet uit het dossier dat deze daadwerkelijk zijn weggenomen.

Feit 2.

De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde feit, aangezien in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de auto van diefstal afkomstig was.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van de stukken van het onderliggende strafdossier en van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Feit 1.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] blijkt dat zij de [merk] [type] (met kenteken [kenteken]) onafgebroken in het zicht hadden. Ook nadat de inzittenden van de [merk] [type] de auto hebben verlaten heeft verbalisant [verbalisant 3] onafgebroken zicht gehad op de persoon die de [merk] [type] via de bestuurdersportier heeft verlaten. Na aanhouding blijkt dit verdachte te zijn.. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte voorafgaand aan zijn aanhouding de [merk] [type] heeft bestuurd.

Uit de rapportage van Forensische Opsporing blijkt dat de op de plaats delict (het tankstation aan de [adres] te [plaats]) aangetroffen onderdelen afkomstig zijn van de [merk] [type] met kenteken [kenteken] .

De ramkraak heeft omstreeks 3:15 uur plaatsgevonden te [plaats]. Verdachte is als bestuurder van de [merk] [type] 3:31 uur gesignaleerd in [plaats]. Gelet op het geringe tijdsverloop en de gereden afstand van [plaats] naar [plaats] acht de rechtbank het geenszins aannemelijk dat een ander dan verdachte bestuurder was van de [merk] [type] ten tijde van de ramkraak. Door verdachte is bovendien geen aannemelijke verklaring afgelegd op basis waarvan een ander alternatief scenario kan worden aangenomen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte bestuurder van de [merk] [type] was tijdens de ramkraak.

Ten aanzien van het onder 1 cumulatief/alternatief ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. Uit de eerste verklaring van aangever volgt dat geen goederen zijn weggenomen. Later komt aangever hierop terug en legt hij een tweetal overzichten over waaruit, door middel van vergelijking van de betreffende lijsten, zou blijken dat een aantal pakjes dextro energy uit de tankshop zijn weggenomen. Ter toelichting op een verschil tussen de lijsten heeft aangever uitgelegd dat soms niet alle goederen door de dienstdoende verkoopster onder de juiste code worden ingevoerd. Ter terechtzitting heeft aangever in dit kader voorts verklaard dat de vorige inventarisatie ongeveer rond de jaarwisseling is geweest. Nu de rechtbank niet kan vaststellen dat enig goed daadwerkelijk is weggenomen, dient de verdachte van het onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. Uit de camerabeelden blijkt dat de [merk] [type] tegen het rolluik is gereden. Dat dit niet is gedaan om het rolluik te vernielen blijkt eveneens uit de camerabeelden waarop te zien is dat twee personen proberen het rolluik verder open te duwen dan wel binnen te komen. Nadat dit kennelijk niet gelukt is probeert een persoon een greep te doen naar de goederen die op de grond liggen. Naar de uiterlijke verschijningsvorm is de rechtbank van oordeel dat de personen getracht hebben om goederen weg te nemen uit het tankstation. Uit dezelfde handelingen kan worden afgeleid dat er sprake is van opzet gericht op het wegnemen van goederen, zodat een poging tot diefstal kan worden aangenomen. Tevens is sprake van medeplegen nu er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de twee personen die getracht hebben de goederen weg te nemen, evenals een gezamenlijke uitvoering. Doordat verdachte de auto bestuurde waarmee de ramkraak is verricht en niet aannemelijk is geworden dat hij zich op enige wijze heeft gedistantieerd is hij naar het oordeel van de rechtbank als medepleger aan te merken.

De rechtbank acht derhalve het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2.

Uit de aangifte van [aangever] blijkt dat zijn auto, een [merk] [type] met kenteken [kenteken], omstreeks 25 februari 2011 is weggenomen. Uit de rapportage van de Forensische Opsporing volgt bovendien dat het contactslot van de onderzochte personenauto geforceerd is. Op foto’s is dit te zien, evenals een aantal loshangende draadjes links van het stuur. Uit hetgeen hiervoor reeds is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte bestuurder was van de betreffende auto. Uit de loshangende draadjes en het geforceerde contactslot leidt de rechtbank af dat de verdachte wist dat de auto van een misdrijf afkomstig moest zijn. Daarbij komt dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft afgelegd waaruit afgeleid kan worden dat hij de loshangende draadjes dan wel het geforceerde contactslot niet heeft waargenomen. Evenmin is aannemelijk geworden dat hem door de bezitter van de auto daarvoor een aannemelijke verklaring is gegeven. De rechtbank acht derhalve het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5. DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en onder 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op of omstreeks 10 maart 2011 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tankshop,( gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of (een) ander(e) goed(eren) van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak,

zijn verdachte en verdachte's mededaders, met (behulp van) een personenauto ingereden op een rolluik dat zich voor de toegangsdeur van voornoemd pand bevond, en tegen een of meerdere schap(pen) (met goederen) welke zich achter voornoemde toegangsdeur bevond(en) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 10 maart 2011 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een personenauto (merk [merk], type [type]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde auto wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Van het onder 1 en onder 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit uitsluiten.

7. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1 tweede cumulatief/alternatief:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Feit 2 primair:

Medeplegen van opzetheling.

8. DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

9. DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat bij de strafmaat rekening dient te worden gehouden met het feit dat verdachte nog niet eerder gedetineerd is geweest en de jeugdige leeftijd van verdachte. De raadsman heeft bepleit de gevangenisstraf gedeeltelijk voorwaardelijk op te leggen, eventueel in combinatie met een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich met zijn twee medeverdachten schuldig gemaakt aan een ramkraak. Bij deze ramkraak is gebruik gemaakt van een personenauto, van welke auto verdachte wist dat deze gestolen was. Met deze auto is het rolluik van de tankshop geramd en er is gepoogd om goederen weg te nemen. Door deze ramkraak en de daaraan voorafgegane diefstal van de personenauto, waarvan verdachte mee heeft geprofiteerd, is veel schade en overlast veroorzaakt en is veel hinder toegebracht aan de gedupeerde personen.

Het mag als bekend worden verondersteld dat een feit als het onderhavige grote gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving in het algemeen en bij de direct betrokkenen (slachtoffers en omwonenden) in het bijzonder.

De rechtbank houdt als aanknopingspunt voor de op te leggen straf voor dit feit eveneens rekening met de richtlijnen van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (verder te noemen: LOVS). Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van strafzaken zoals thans aan de orde negen maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf vastgesteld. Daarbij gaat het om een ramkraak. Ten aanzien van de heling zoekt de rechtbank aansluiting bij het oriëntatiepunt voor diefstal van een auto waarvoor een gevangenisstraf van zes weken is vastgesteld.

Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat hij reeds eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten, waarbij tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd.

Daar de rechtbank niets bekend is, omtrent een eventuele rolverdeling tussen verdachte en de overige daders, gaat de rechtbank uit van een gelijke rolverdeling. Derhalve zal de rechtbank geen onderscheid maken in strafoplegging tussen verdachte en zijn meerderjarige medeverdachte.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

10. HET BESLAG

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat reeds een oordeel is genomen omtrent alle in beslag genomen voorwerpen en derhalve geen beslissing van de rechtbank vereist is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft teruggave van de onder verdachte in beslag genomen telefoon bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende in beslag genomen mobiele telefoon (merk Nokia, kleur zwart-wit), aangezien deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

11. DE BENADEELDE PARTIJ

Ter terechtzitting heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 10.500,00.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard zal worden, aangezien de vordering niet eenvoudig van aard is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de vordering niet eenvoudig van aard is, danwel onvoldoende is onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

12. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 45, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13. BESLISSING

De rechtbank:

Ten aanzien van de tenlastelegging

verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 tweede cumulatief/alternatief en onder 2 primair laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Ten aanzien van het beslag

gelast de teruggave aan de verdachte van het onder hem in beslag genomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon (merk Nokia, kleur zwart-wit);

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij

bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. L.P. de Haas, voorzitter, mr. A.I. van der Kris en mr. A.J. van Dijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2011.

Mr. A.I. van der Kris was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.