Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR2017

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-07-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
Awb 11/1054
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek tot voorlopige voorziening tegen besluit B&W Ommen over dwangsommen tegen cafetaria in Ommen. Verzoek afgewezen; verzoekster heeft geen spoedeisend belang aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 11/1054

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], h.o.d.n. Kiosk Nieuwebrug, verzoekster,

wonende te Ommen,

gemachtigde: A.C.W. Versteeg,

en

het college van burgemeester en wethouders van Ommen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 april 2011 heeft verweerder besloten € 1.600,-- aan dwangsommen in te vorderen.Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Op 22 mei 2011 heeft verzoekster verzocht de voorlopige voorziening te treffen,

dat verweerder de invordering staakt tot dat op bezwaar is beslist.

Het verzoek is ter zitting van 5 juli 2011 behandeld. Verzoekster is vertegenwoordigd

door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door W. Steevensz

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel

van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2. Bij de beoordeling gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Na een milieucontrole op 17 juli 2009 is verzoekster op 12 februari 2010 gevraagd binnen een maand een gespecialiseerd bedrijf het zuiveringstechnische werk te laten onderzoeken

en daar waar noodzakelijk aan te laten passen om toekomstige verstoppingen te voorkomen. Na een hercontrole op 12 mei 2010 is verzoekster op 22 juni 2010 in kennis gesteld van het voornemen een last onder dwangsom op te leggen vanwege gestelde overtredingen van het Activiteitenbesluit en de Wet Milieubeheer. Verzoekster is een maand in de gelegenheid gesteld de overtredingen op te heffen door onder meer een gespecialiseerd bedrijf het zuiveringstechnische werk te laten onderzoeken en daar waar noodzakelijk aan te laten passen om toekomstige verstoppingen te voorkomen. Verzocht is een kopie van de bevindingen van de uitkomst van dit onderzoek toe te sturen. Hiertegen is een zienswijze ingediend.

Verweerder heeft vastgesteld dat het zuiveringstechnisch werk niet binnen de gestelde maand is onderzocht door een gespecialiseerd bedrijf.

Bij besluit van 13 september 2010 is verzoekster vervolgens onder dwangsommen tot een maximum van € 1.600,-- de last opgelegd de zuiveringstechnische werken gelegen op het perceel aan de [adres] te Ommen binnen een maand te laten controleren en indien noodzakelijk aan te laten passen.

Hiertegen is bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij besluit van 1 april 2011 ongegrond is verklaard. Er is geen beroep ingesteld. Aan de lastgeving is niet voldaan.

Dit heeft geleid tot het besluit van 13 april 2011.

Op 18 april 2011 is een acceptgirokaart verzonden, waarbij is aangeven dat het bedrag van € 1.600,00 voor 18 mei 2011 moet worden betaald.

3. Van de zijde van verzoekster is naar voren gebracht dat betaling van de dwangsom sluiting van de kiosk ten gevolge zou hebben. Voorts zouden de aanschrijving onjuist zijn, nu er in de kiosk geen vetafscheider aanwezig is en er dus niet geconstateerd kan zijn dat er een niet goed functionerende vetafscheider aanwezig is die geledigd moet worden. De overtreding heeft dus volgens verzoekster nooit plaatsgevonden, reden waarom de dwangsom ten onrechte is opgelegd.

4. De voorzieningenrechter komt aan een inhoudelijke beoordeling niet toe, nu er geen onverwijlde spoed is die, bij afweging van de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door betaling van de verbeurde dwangsommen in haar voortbestaan wordt bedreigd of ernstig in haar bedrijfsuitoefening wordt belemmerd. De gegevens uit de overgelegde bankafschriften, die grotendeels betrekking hebben op een periode waarin de Kiosk gesloten was, vormen onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vereist.

Daar komt bij dat verweerder ingevolge het bepaalde in artikel 4:94 van de Awb uitstel

van betaling kan verlenen. Dit kan worden bezien in het verlengde van het verzoek om de invordering te staken, zoals dat is gedaan in het bezwaarschrift.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, en door hem en mr. D. Hardonk-Prins als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2011.