Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR2014

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-07-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
Awb 11/1262
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek tot voorlopige voorziening tegen besluit verlenging buitengewoon verlof en verzoek terugplaatsing in functie. Verzoek afgewezen. Nu het buitengewoon verlof is beëindigd, en in zoverre is bereikt wat verzoeker met het verzoek heeft beoogd, is van een spoedeisend belang in voorbedoelde zin geen sprake. Weliswaar beoogde verzoeker met dit verzoek tevens om weer te worden toegelaten tot de functie van observatierechercheur, maar dat kan met onderhavig verzoek niet worden bereikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 11/1262

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker],

wonende te Zwartsluis, verzoeker,

gemachtigde: mr. S.M.C. Verheyden,

en

De Korpsbeheerder van de Landelijke Politiediensten,

gevestigd te Driebergen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2011 heeft verweerder het aan eiser verleende buitengewoon verlof verlengd tot en met 17 juni 2011. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt op 21 juni 2011. Op 27 juni 2011 heeft verzoeker verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bevoegd gezag wordt gelast verzoeker weer toe te laten tot zijn functie.

Het verzoek is ter zitting van 11 juli 2011 behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Kho.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voorzover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2. Bij besluit van 5 juli 2011 heeft verweerder aan verzoeker op grond van artikel 64 van het Besluit algemene rechtspositie politie tijdelijk een andere functie opgedragen. Tevens is bij dit besluit het verleende buitengewoon verlof beëindigd. De rechter ziet zich daarom vooreerst gesteld voor de vraag of in dit geval sprake is van de in artikel 8:81 van de Awb genoemde onverwijlde spoed.

3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat een spoedeisend belang ontbreekt omdat het verlof is opgeheven. Verzoeker acht een dergelijk belang wel aanwezig en heeft er daartoe op gewezen dat in het verzoek om een voorlopige voorziening tevens is verzocht te bepalen dat verzoeker wordt toegelaten tot zijn eigen functie. Elke dag dat verzoeker langer buiten zijn vroegere team blijft, kan hij zich niet verder in dat werk bekwamen en wordt zijn geloofwaardigheid als lid van dat team aangetast.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat nu het buitengewoon verlof is beëindigd, en in zoverre is bereikt wat verzoeker met het verzoek heeft beoogd, van een spoedeisend belang in voorbedoelde zin geen sprake is. Weliswaar beoogde verzoeker met dit verzoek tevens om weer te worden toegelaten tot de functie van observatierechercheur, maar dat kan met onderhavig verzoek niet worden bereikt. Bij besluit van 5 juli 2011 heeft verweerder immers aan verzoeker tijdelijk een andere functie opgedragen, met ingang van 7 juli 2011. Zolang verweerder dit besluit handhaaft, dan wel de rechtsgevolgen van dit besluit niet door de voorzieningenrechter zijn geschorst, is toelating tot de functie niet aan de orde. Het schorsen van de rechtsgevolgen van het besluit van 5 juli 2011 is in het kader van onderhavig verzoek, dat enkel betrekking heeft op het buitengewoon verlof, niet mogelijk. Verzoeker zal dit in een aparte procedure, die inmiddels door hem is gestart, aan de orde moeten stellen.

5. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, en door hem en drs. M.P. de Zwart als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011.