Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BR1711

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
26-05-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
07.630332-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

promis, diefstal met geweld, gemotiveerde vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.630332-09 (P)

Uitspraak: 26 mei 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren (geboorteplaats)

wonende te (adres)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2011.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort.

Als officier van justitie was aanwezig mr. M. Zwartjes.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 oktober 2009 in de gemeente Kampen tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, bankpasjes,

geld, een rijbewijs, één of telefoontoestellen, flesjes bier, autosleutels,

twee, althans één of meer fotocamera's, een kist met een fles wijn en/of een

agenda, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen die (benadeelde partij), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat:

- verdachte en/of zijn mededader de voordeur van die (benadeelde partij) open duwde(n) en/of

- die (benadeelde partij) tegen de grond werd gewerkt en/of geduwd en/of

- een knie in de nek van die (benadeelde partij) werd gezet en/of

- die (benadeelde partij) tegen het lichaam werd geslagen en/of gestompt en/of

- met een scherp voorwerp in een bil en/of in de rechterzij van het lichaam

werd gestoken;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 21 oktober 2009 in de gemeente Kampen ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de (naam Bank) aan de

(straatnaam) weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij

de toegang tot die geldautomaat te verschaffen en/of het weg te nemen geld

onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een bankpas

ten name van die (benadeelde partij) in die geldautomaat heeft ingevoerd en/of een pincode

heeft ingetoetst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde en verdachte te veroordelen ter zake van het subsidiair ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het primair en het subsidiair ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, aangezien het niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte in de woning van aangever (benadeelde partij) is geweest.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde het volgende.

De rechtbank constateert dat er een brief van de (naam bank) d.d. 5 november 2009 in het dossier zit, waarin staat dat er op 21 oktober 2009 te 20:20:34 uur bij automaatnummer 377334 is gepoogd te pinnen met een pas behorend bij rekeningnummer 129336874, te weten de rekening van aangever (benadeelde partij), maar dat dit is mislukt omdat de pas reeds was geblokkeerd en dat de veiliggestelde camerabeelden bij Coöperatieve (naam bank) IJsseldelta U.A. te Zwolle kunnen worden opgevraagd. In het dossier zitten vervolgens camerabeelden betreffende een pintransactie op 21 oktober 2009 aanvangend op 20:27:36 uur en eindigend op 20:28:42 uur. De rechtbank constateert dat deze tijdstippen niet overeenkomen met het tijdstip genoemd in bovengenoemde brief van de (naam bank) d.d. 5 november 2009.

Indien derhalve al kan worden vastgesteld dat de camerabeelden in het dossier de pintransactie betreffen met de onder aangever weggenomen pinpas op 21 oktober 2009, overweegt de rechtbank dat de fotoprints van de camerabeelden in combinatie met de herkenning van verdachte op de fotoprints van de camerabeelden door twee verbalisanten de enige voor verdachte belastende bewijsmiddelen zijn in het dossier. Ten aanzien hiervan merkt de rechtbank op dat verdachte weliswaar gelijkenis vertoont met de persoon op de camerabeelden, maar naar het oordeel van de rechtbank kan niet onomstotelijk worden vastgesteld dat verdachte ook daadwerkelijk de persoon is op de camerabeelden. De rechtbank houdt voorts rekening met de omstandigheid dat aangever heeft verklaard tijdens de overval in zijn woning de daders, van wie de gezichten, in elk geval mond en neus, wel - gedeeltelijk – voor hem te zien waren, niet te hebben herkend, en evenmin de stemmen heeft herkend. Dit is opmerkelijk gezien het feit dat verdachte een periode van circa een jaar in de woning van aangever heeft gewoond. Nadat aangever geconfronteerd is met de hierbovenbedoelde camerabeelden betreffende een pintransactie bij de (naam bank) heeft hij, op de vraag van verbalisant of de persoon bij de geldautomaat verdachte zou kunnen zijn dit bevestigend beantwoord.

Verdachte dient derhalve ook van het subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de slotsom dat verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Aldus gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en F. van der Maden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2011.