Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7604

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
31-05-2011
Datum publicatie
09-06-2011
Zaaknummer
537575 CV 11-545
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Civiel overig. Advocaat vordert betaling van zijn declaratie, waartegenover de opdrachtgever matiging van de declaratie bepleit, gezien de door haar ervaren kwaliteit van de dienstverlening. Begroting van de declaratie door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten is aangewezen, zodat de advocaat in zijn vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 537575 CV EXPL 11-545

datum : 31 mei 2011

Vonnis in de zaak van:

De besloten vennootschap DEBIFORCE B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eisende partij in het verzet, verder te noemen Debiforce,

procederend zonder gemachtigde,

tegen

mr. [N], h.o.d.n. [N] Advocaten,

wonende en kantoorhoudende te Zwolle,

gedaagde partij in het verzet, verder te noemen [N],

gemachtigde Tijhuis Gerechtsdeurwaarders te Meppel.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de oorspronkelijke dagvaarding,

- het verstekvonnis,

- de dagvaarding in het verzet,

- het antwoord van de gedaagde partij in het verzet,

- de reactie van de eisende partij in het verzet.

Het geschil

Bij verstekvonnis van 23 november 2010 is, onder toewijzing van de daartoe strekkende vordering van [N], Debiforce veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.438,95, vermeerderd met rente en kosten.

Tegen dat vonnis heeft Debiforce verzet gedaan en gevorderd dat zij zal worden ontheven van de veroordeling tegen haar uitgesproken bij het vonnis van 23 november 2010, met veroordeling van [N] in de kosten van de verzetprocedure.

De beoordeling

1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten die, als gesteld en niet of onvoldoende weersproken, als vaststaand hebben te gelden.

1.1.

[N] heeft in opdracht en voor rekening van Debiforce werkzaamheden verricht, bestaande uit het verzorgen van een faillissementsaanvraag, en daarvoor aan Debiforce een factuur verzonden ad € 2.014,86.

1.2.

Debiforce heeft die factuur onbetaald gelaten.

2.

[N] doet zijn vordering steunen op de stelling dat hij met Debiforce een overeenkomst van opdracht is aangegaan en dat hij die opdracht naar behoren heeft uitgevoerd.

3.

Debiforce heeft de vordering betwist, stellende dat het in rekening gebrachte bedrag buitenproportioneel is, in aanmerking nemende de tijd die nodig is voor het indienen van een faillissementsverzoek, en voorts dat de negatieve afloop - het verzoek is afgewezen – mede te wijten is aan het feit dat [N] niet conform de hem gegeven opdracht heeft gehandeld door een wel bekende vordering buiten de aanvraag te houden.

4.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.1.

Bij eerste beschouwing is de aard van het geschil tweeërlei: enerzijds een geschil over de hoogte van de declaratie, anderzijds over de vraag of de declaratie gerechtvaardigd is, waar [N] tekort zou zijn geschoten in de correcte nakoming van de gegeven opdracht.

4.2.

Door Debiforce wordt echter aan de, in haar ogen niet juiste, nakoming geen andere consequentie verbonden dan dat zij minder zou moeten betalen. Zij heeft immers aangegeven bereid te zijn de declaratie te voldoen wanneer deze aanzienlijk zou worden gemodereerd. In de visie van Debiforce heeft het feit, dat [N] zich niet van zijn opdracht heeft gekweten conform de hem gegeven instructies, zich vertaald in een groter risico op een negatief resultaat. Dat risico heeft zich volgens Debiforce ook gerealiseerd, althans zij voert aan dat het faillissementsverzoek onder andere om die reden is afgewezen.

4.3.

Waar Debiforce aanstuurt op matiging van de declaratie én vanwege het in haar ogen te groot aantal in rekening gebrachte uren én vanwege de (ongunstige) afloop van de zaak moet in lijn met het arrest van de Hoge Raad d.d. 12.10.2001 (RvdW 2001,155) het oordeel zijn dat het geschil in zijn geheel is aan te merken als een geschil over de hoogte van de declaratie als bedoeld in artikel 32 van de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken (WTBZ).

4.4.

Het vorenstaande brengt mee dat op de voet van artikel 32 WTBZ begroting van de declaratie door de Raad van Toezicht is aangewezen, zodat de kantonrechter niet bevoegd is.

4.5.

[N] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Daarbij zullen de kosten van de verzetdagvaarding buiten beschouwing worden gelaten. Debiforce heeft wel gesteld dat, maar niet onderbouwd waarom betekening van de dagvaarding op het adres Willemsvaart 16A te Zwolle niet juist zou zijn. Dit is het adres, vermeld op het briefpapier van Debiforce, daar is ook het verstekvonnis naar toe gezonden, dat Debiforce kennelijk wel bereikt heeft en in de verzetdagvaarding noemt Debiforce zelf Willemsvaart 16A te Zwolle als haar vestigingsadres.

De beslissing

De kantonrechter:

I verklaart het verzet gegrond;

II vernietigt het tussen partijen bij verstek gewezen vonnis van 23 november 2010;

III verklaart zich onbevoegd van het geschil kennis te nemen;

IV veroordeelt [N] in de kosten van de procedure, voor zover gevallen aan de zijde

van Debiforce tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. H.C. Moorman, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 31 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.