Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ6164

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
01-04-2011
Datum publicatie
26-05-2011
Zaaknummer
Awb 10/2070
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:CRVB:2012:BY8429
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen volledige zorg bij plaatsing dochter in instelling voor crisisopvang. Betrokkene terecht aangemerkt als alleenstaande in de zin van de WWB; beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 10/2070

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Eiseres te woonplaats,

gemachtigde: mr. E. Schriemer,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

gevestigd te Hardenberg, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2010 heeft verweerder de uitkering die eiseres ontving in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB) per 1 juli 2010 gewijzigd van de norm voor een alleenstaande ouder naar de norm voor een alleenstaande.

Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 22 november 2010 ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 10 februari 2011 behandeld.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H.J.G. Meijer.

Overwegingen

1. Eiseres ontving een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder. Per 1 juli 2010 is haar, op dat moment nog thuiswonende, 11-jarige dochter (…) geplaatst in een instelling voor crisisopvang. Van deze wijziging in haar situatie heeft eiseres bij mutatieformulier van 1 juli 2010 melding gemaakt aan verweerder. Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals hierboven onder procesverloop is uiteengezet.

2. De rechtbank overweegt als volgt.

2.1 Ingevolge artikel 4, aanhef en onder b, van de WWB, voor zover van belang, wordt onder alleenstaande ouder verstaan de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander.

2.2 Tussen partijen is in geschil of eiseres ten tijde in geding de volledige zorg had over haar dochter. Van de zijde van eiseres is aangevoerd dat dit het geval is, waarbij de gemachtigde van eiseres verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Maastricht van 17 mei 2005 (LJN: AT7958). In die uitspraak wordt bij verblijf van een kind in een internaat volledige zorg aangenomen. Volgens de gemachtigde van eiseres valt niet in te zien waarom dat in dit geval anders zou zijn. Verweerder is echter van mening dat geen sprake is van volledige zorg en baseert zich daarbij op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 21 december 2010, LJN: BO9010, waarin geen volledige zorg wordt aangenomen bij een kind dat in een pleeggezin verblijft.

2.3 De rechtbank volgt verweerder in diens standpunt dat voor de beantwoording van de vraag of ten tijde in geding al dan niet sprake was van volledige zorg, aangesloten dient te worden bij de uitspraak van de CRvB van 21 december 2010. Daarbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

2.3.1 Ondanks dat voornoemde uitspraak van de CRvB op een andere situatie ziet – te weten ondertoezichtstelling van het betreffende kind en plaatsing in een pleeggezin – , leidt de rechtbank daaruit in het algemeen af, dat het feit dat iemand nog steeds in het onderhoud van zijn of haar kind voorziet en kleding en andere kosten voor het kind betaalt, niet van belang is voor de vraag of al dan niet sprake is van volledige zorg. Het feit dat eiseres dergelijke kosten – voor bijvoorbeeld kleding en sport – ook tijdens het verblijf van (…) in de crisisopvang betaalde, is in het onderhavige geval derhalve niet van belang.

2.3.2 Daarnaast leidt de rechtbank uit de betreffende uitspraak af, dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van volledige zorg, in dat geval met name van belang wordt geacht de aan de pleegouders opgedragen zorg en hun feitelijke verzorging van het kind. De rechtbank stelt vast dat (…) ten tijde in geding in elk geval doordeweeks in de crisisopvang verbleef. Nu dit in een vrijwillig kader was, kan weliswaar niet gesproken worden van aan de crisisopvang “opgedragen” zorg, maar wel van aan de crisisopvang toevertrouwde zorg. Ter zitting is aangevoerd dat eiseres (…) doordeweeks zelf naar sport bracht. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank echter niet af aan het feit dat de zorg over (…) voor het grootste deel van de week aan de crisisopvang was toevertrouwd en dat voor dit deel de crisisopvang de feitelijke verzorging van (…) op zich nam. De rechtbank acht dit van doorslaggevend belang voor het oordeel dat eiseres ten tijde in geding niet de volledige zorg had over haar dochter.

4. Derhalve komt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder eiseres vanaf 1 juli 2010 terecht heeft aangemerkt als een alleenstaande in de zin van de WWB en terecht besloten de bijstandsuitkering van eiseres met ingang van 1 juli 2010 te wijzigen. Het beroep is derhalve ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. H. den Haan, rechter, en door haar en mr. M.D. Moeke als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.