Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ3734

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
09-05-2011
Zaaknummer
Awb 10/1988
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handhaving. Geluidshinder jacuzzi. Verbodsbepaling APV van toepassing. Omdat APV geen geluidsnormen bevat heeft verweerder niet ten onrechte aansluiting gezocht bij de in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer neergelegde maximaal toegelaten geluidniveaus. Uit geluidmeting verweerder blijkt dat deze geluidniveaus niet worden overschreden. Geen tegenrapportage. Tijdstippen reinigingscyclus aangepast, zodat eisers niet meer om 6.00 uur worden gewekt. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen weigeren handhavend op te treden. Ongegrond beroep.

Wetsverwijzingen
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/4887
JOM 2011/621
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 10/1988

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] en [eiseres],

wonende te [woonplaats], eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almere, verweerder,

alsmede

[derde partij],

Wonende te [woonplaats], derde partij.

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2010 heeft verweerder geweigerd handhavend op te treden tegen het realiseren en gebruiken door de derde partij van een jacuzzi.

Het daartegen gemaakte bezwaar is bij het besluit van 15 oktober 2010 ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 17 maart 2011 behandeld. Eiser is verschenen Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door L. Niekoop en J.H. Haalboom.

Overwegingen

1. Eisers wonen op het perceel [perceel A], de derde partij op het perceel [perceel B]. De derde partij heeft in juni 2009 een jacuzzi in hun tuin geplaatst nabij de erfgrens van eisers.

Op 6 januari 2010 hebben eisers verweerder gevraagd om handhavend op te treden tegen de jacuzzi. Voor de jacuzzi is geen bouwvergunning verleend en deze veroorzaakt geluidsoverlast, doordat tweemaals daags automatisch wordt doorgespoeld (waaronder eenmaal ’s nachts) en door gebruik in de avonduren.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft verweerder op 29 maart 2010 geluidmetingen laten uitvoeren. Bij brief van 6 april 2010 heeft verweerder de derde partij gevraagd de doorspoeltijden dusdanig aan te passen dat dit niet meer in de nachtelijke uren plaatsvindt.

Verweerder heeft eisers hierover geïnformeerd.

Bij brief van 20 april 2010 heeft verweerder de derde partij medegedeeld dat de jacuzzi bouwvergunningplichtig is. De derde partij wordt in de gelegenheid gesteld het bouwwerk te legaliseren door een bouwvergunning aan te vragen. Als de benodigde vergunning niet wordt aangevraagd zal verweerder handhavend optreden.

Op 20 mei 2010 heeft de derde partij een bouwaanvraag ingediend.

Hierna heeft verweerder het primaire besluit genomen. Het daartegen ingediende bezwaarschrift heeft verweerder ter advisering voorgelegd aan de Commissie voor de bezwaar- en beroepschriften (de Commissie).

Op 9 september 2010 heeft verweerder aan de derde partij bouwvergunning verleend ten behoeve van de jacuzzi.

Op 4 oktober 2010 heeft de Commissie advies uitgebracht aan verweerder, strekkende tot ongegrondverklaring van het bezwaar. Verweerder heeft conform beslist.

2. Eisers voeren aan dat de jacuzzi structureel geluidsoverlast veroorzaakt. Twee maal daags spoelt de jacuzzi een half uur door. Dat vindt plaats om 6.00 uur en om 18.00 uur. Het bouwwerk staat vlak bij de erfgrens en vrijwel onder het raam van de dochter van eisers.

Zij - en de rest van het gezin - wordt daardoor elke ochtend vroeg wakker. Ook is er sprake van incidentele overlast als de jacuzzi na 22.00 uur ’s avonds wordt gebruikt.

Eisers verwijzen naar artikel 7.3.2. van de Bouwverordening en artikel D.1.5 van de Algemene plaatselijke verordening (APV), die beogen hinder voor omwonenden te voorkomen.

Eisers vinden de situatie – anders dan verweerder – helemaal niet aanvaardbaar. De geluidmeting vond plaats met dichte kap; dat geluid is in het meetrapport als hinderlijk beschreven. Zonder kap is er nog meer geluid.

3. De rechtbank overweegt als volgt.

Op 9 september 2010 heeft verweerder aan de derde partij een lichte bouwvergunning verleend ten behoeve van de bouw van de jacuzzi.

Ter zitting heeft eiser betoogd dat hiervoor geen lichte, maar een reguliere bouwvergunning vereist is. Verder heeft eiser gesteld dat het vergunningtraject niet transparant is verlopen en dat verweerder te coulant is geweest jegens de derde partij.

Eisers hadden deze bezwaren tegen de bouwvergunning door middel van een bezwaarschrift kenbaar kunnen maken. De rechtbank stelt vast dat eisers dat niet hebben gedaan; de bouwvergunning is daardoor onherroepelijk geworden, waardoor de rechtbank aan bespreking van deze punten niet toekomt.

4. Ingevolge het bepaalde in artikel 44 van de Woningwet (zoals dat luidde ten tijde in geding) hoeft een aanvraag om een lichte bouwvergunning slechts te worden getoetst aan de in de Bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige aard.

Uit het voorgaande volgt dat het bouwplan van de derde partij niet aan het bepaalde in artikel 7.3.2 van de Bouwverordening behoefde te worden getoetst.

5. Ten aanzien van de Algemene Plaatselijke Verordening (verder: APV) overweegt de rechtbank als volgt.

Artikel D.1.5, eerste lid, van de APV bepaalt dat het verboden is buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat genoemde bepaling in dit geval niet van toepassing is omdat deze niet ziet op bouwwerken en verder alleen ziet op geluidhinder door apparaten die zijn bedoeld en/of worden gebruikt voor het voortbrengen van geluid.

De rechtbank overweegt dat de redactie van artikel D.1.5 geen aanknopingspunten biedt voor een dergelijke beperkte uitleg. Naar het oordeel van de rechtbank is deze verbodsbepaling dan ook onverkort van toepassing op het in werking hebben van een jacuzzi zoals die van de derde partij.

De APV kent echter geen normen aan de hand waaraan kan worden bepaald of sprake is van geluidhinder voor omwonenden of de omgeving. Voor het antwoord op die vraag is de subjectieve beleving van een omwonende niet relevant. Door middel van geluidmetingen kan de ervaren hinder worden geobjectiveerd.

Omdat de APV geen geluidsnormen bevat heeft verweerder aansluiting gezocht bij de in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (verder: Activiteitenbesluit) neergelegde maximaal toegelaten geluidniveaus. Hoewel eisers hebben gesteld dat het Activiteitenbesluit niet van toepassing is omdat dit alleen ziet op geluidhinder door inrichtingen, komt de keuze van verweerder de rechtbank niet onjuist voor. Niet valt in te zien dat geluidhinder veroorzaakt door een particulier op andere wijze zou moeten of kunnen worden bepaald dan geluidhinder veroorzaakt door een inrichting.

Hoewel eisers ook incidenteel last hebben van het gewone gebruik van de jacuzzi, met name als dit in de late avond plaatsvindt, hebben zij vooral last van het doorspoelen dat dagelijks tweemaal plaatsvindt en dan een half uur duurt.

Verweerder heeft, gelet op de gestelde overlast, een geluidmeting laten uitvoeren. Daarbij is het geluidsniveau van het gewone gebruik en dat van de reinigingscyclus gemeten. Dat laatste is gemeten met een dichte kap. Eisers hebben gesteld dat dit niet juist is. Ter zitting is evenwel gebleken dat de kap van de jacuzzi ten tijde van de reinigingscyclus altijd dicht is, zodat deze beroepsgrond niet kan slagen.

Hoewel de opgestelde rapportage vrij summier is, blijkt hieruit wel dat de in het Activiteitenbesluit opgenomen maximum geluidniveaus niet worden overschreden.

Niet gebleken is dat sprake is van laagfrequent geluid, zoals door eisers gesteld. Gemachtigde van verweerder heeft uiteengezet dat laagfrequent geluid niet kan worden gemeten met gewone meetapparatuur. De gewone apparatuur, die in dit geval door verweerder is gebruikt, heeft in dit geval wel tot een meting geleid.

In het rapport wordt erkend dat het geluid van de reinigingscyclus hinderlijk is. Ter zitting heeft gemachtigde van verweerder toegelicht dat weliswaar sprake is van enige hinder, maar deze niet dusdanig is dat handhavend optreden aan de orde is.

Eisers hebben geen tegenrapportage in geding gebracht die hun stellingen onderschrijft. Niet aannemelijk is geworden dat eisers daartoe niet in staat zijn geweest.

Tot slot overweegt de rechtbank dat de derde partij de tijdstippen van de reinigingscyclus op verzoek van verweerder enigszins heeft aangepast, zodat eisers niet meer om 6.00 uur worden gewekt.

6. Gezien voorgaande overwegingen heeft verweerder in redelijkheid kunnen weigeren handhavend op te treden jegens de derde partij. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, en door hem en mr. P.A.M. Spreuwenberg als griffier ondertekend.

Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

<i>Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag</i>