Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ3287

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
28-04-2011
Datum publicatie
03-05-2011
Zaaknummer
550910 vv11-30
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Kort Geding. Werkgever stelt werkneemster op non-actief nadat werkgeefster in zakelijk conflict raakt met de levenspartner van werkneemster, welke partner ICT-werkzaamheden voor werkgeefster verrichte. Werkneemster vordert daarop wedertewerkstelling. Handhaving op non-actiefstelling vooralsnog voldoende gerechtvaardigd, hangende het inmiddels gestarte strafrechtelijke onderzoek naar onder andere werkgeefsters aangifte van onder meer computervredebreuk en het lekken van vertrouwelijke informatie, ook al richt dat onderzoek zich niet op werkneemster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0378
XpertHR.nl 2012-395881
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 550910 VV 11-30

datum : 28 april 2011

Vonnis in het kort geding van:

[eisende partij],

wonende te [woonplaats],

eiseres, hierna te noemen: ‘[eisende partij]’,

gemachtigde mw. mr. S. Bonsen, advocaat te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap SHETLAND PONY PARK SLAGHAREN B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Slagharen,

gedaagde, hierna te noemen: ‘SPPS’,

gemachtigde mr. J.P.C. van Ruiven, advocaat te Enschede.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het exploot d.d. 13 april 2011 met bijlagen, houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad,

- de door [eisende partij] bij faxbrief van 20 april 2011 nader ingezonden producties en

- de door SPPS bij faxbrief van 20 april 2011 ingezonden producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 april 2011. Verschenen zijn:

- [eisende partij], bijgestaan door mw. mr. Bonsen voormeld, en

- namens SPPS haar directeur, de heer [B], en haar commercieel directeur, [A], beiden bijgestaan door mr. Van Ruiven voormeld.

[eisende partij] en SPPS hebben op deze zitting hun standpunten doen toelichten (beiden aan de hand van pleitaantekeningen, die aan de kantonrechter zijn overgelegd) respectievelijk toegelicht en geantwoord op vragen van de kantonrechter.

Het geschil

De vordering van [eisende partij] tot het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. SPPS zal bevelen om [eisende partij] binnen twee dagen na betekening van het vonnis toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat SPPS daarmee in gebreke blijft;

II. SPPS zal bevelen om de navolgende tekst uit te laten gaan naar de klanten van SPPS die door [eisende partij] worden bediend: “Helaas hebben wij mevrouw [eisende partij] ten onrechte met ingang van 24 januari 2011 vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. De kortgedingrechter heeft geconstateerd dat de vrijstelling van werkzaamheden onrechtmatig is en dat wij daartoe niet hadden mogen overgaan. Wij verwelkomen mevrouw [eisende partij] weer in ons midden en benadrukken dat wij alle vertrouwen hebben in haar functioneren, nu en in de toekomst.’, een en ander op straffe van een dwangsom per dag of gedeelte daarvan dat SPPS daarmee in gebreke blijft;

III. SPPS zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 479,33 incl. BTW aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het vonnis;

met veroordeling van SPPS in de kosten van de procedure.

SPPS heeft de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit.

De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast.

a. [eisende partij], geboren op [1981], is vanaf 1 april 2006 bij SPPS in dienst. Haar functie is ‘Marketingcoördinator’. [eisende partij] heeft haar werkzaamheden immer tot tevredenheid van SPPS uitgevoerd.

b. [eisende partij] woont samen met de heer [F] (hierna: [F]). [F] drijft onder de naam ‘[KBA]’ een eenmanszaak gericht op IT-dienstverlening.

c. [F] heeft in de periode van 1986 tot eind 2010 aan SPPS diensten verleend op IT-gebied. In dat kader heeft [F] systemen, netwerken en softwareapplicaties voor SPPS ontwikkeld en deze beheer in genomen. In die hoedanigheid heeft [F] toegang gekregen tot de IT-systemen, ook op afstand (‘remote support’).

d. Tussen SPPS en [F] is begin januari 2011 een geschil ontstaan over hun samenwerking en de voorwaarden waaronder die plaatsvond, althans moest plaatsvinden.

e. Op vrijdag 21 januari 2011 heeft regionaal nieuwsblad ‘De Stentor’ een artikel gepubliceerd, inhoudende dat ‘de interne mail van Slagharen op straat ligt’ doordat een interne medewerker van SPPS emailberichten en documenten naar de website www.looopings.com lekt.

f. Met ingang van 24 januari 2011 heeft SPPS [eisende partij] met behoud van salaris vrijgesteld van haar werkzaamheden. Deze op non-actiefstelling is door SPPS bij brief van die datum aan [eisende partij] bevestigd. In die brief is vermeld:

Naar aanleiding van de recente gebeurtenissen, waarbij zeer vertrouwelijke informatie over Attractie- & Vakantiepark Slagharen, afkomstig van/via emails van onder andere de directie is gelekt naar de website looopings.com en vervolgens via deze site bij De Stentor terecht is gekomen, berichten wij u als volgt.

Zoals u weet, en zoals ook met u besproken, nemen wij deze kwestie zeer hoog op. De eer en goede naam alsmede de privacy van onze organisatie en onze medewerkers is op ernstige wijze geschaad.

Wat ons het meest zorgen baart, is de wijze waarop deze informatie op straat terecht heeft kunnen komen.

U bent belast c.q. verantwoordelijk voor de marketing en PR van onze organisatie. Tegelijkertijd bent u de levenspartner van de heer [F], de IT-deskundige die wij jarenlang hebben ingehuurd, doch met wie wij in een geschil zijn geraakt. De heer [F] heeft ons concreet gedreigd met vertrouwelijke informatie naar de pers te stappen.

Wij willen in de komende drie weken onderzoek naar de oorzaak c.q. de bron van het ‘lekken’.

Inmiddels hebben wij - mede op uw aangeven - besloten om PR aangelegenheden van Slagharen, zeker waar het deze kwestie betreft, uit te besteden aan ons externe PR bureau.

Wij achten het niet in het belang van Slagharen noch in uw belang (uw positie staat reeds bij collega’s onder druk) om u - hangende voormeld onderzoek - werkzaam te laten zijn voor Slagharen.

Gezien het vorenstaande stellen wij u voor de komende drie weken vrij van uw verplichting tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden, uiteraard tegen behoud van salaris en emolumenten.’

g. [eisende partij] heeft tegen deze vrijstelling geprotesteerd. SPPS heeft bij brief van 14 februari 2011 aan haar medegedeeld de op non-actiefstelling met drie weken te verlengen, stellend dat het onderzoek nog niet is afgerond. [eisende partij] heeft daarop bij brief van 21 februari 2011 SPPS vergeefs doen sommeren haar tot de werkzaamheden toe te laten.

h. Op 17 februari 2011 heeft De Stentor wederom een artikel gepubliceerd, stellend dat SPPS door een lek wordt geplaagd, dat ‘de afgelopen week’ de twitteraccount van de commercieel directeur [K] is gekraakt en dat uit haar naam valse twitterberichten zijn verzonden.

i. In opdracht van SPPS heeft Hoffman Investigations te Almere een onderzoek ingesteld naar de aard en de bron van het uitlekken van haar bedrijfsinformatie. In dat onderzoek is ook de rol van [F] meegenomen. Dat onderzoek is inmiddels afgerond.

j. Op aangifte van onder meer SPPS is een strafrechtelijk onderzoek aangevangen naar onder andere computervredebreuk bij SPPS. In dit onderzoek worden de uitkomsten van het onderzoek van Hoffman Investigations betrokken. Dit strafrechtelijk onderzoek is nog niet afgerond.

De standpunten van partijen

Op wat [eisende partij] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd en SPPS in reactie daarop heeft aangevoerd, zal, voor zover van belang, in het navolgende worden ingegaan.

De beoordeling

1.

Uit de aard van het geschil vloeit het spoedeisend belang voort.

2.

Kern van het geschil betreft het antwoord op de vraag of SPPS vanwege de bij haar levende verdenking dat [eisende partij] partner [F] vertrouwelijke bedrijfsinformatie aan derden toespeelt, in redelijkheid [eisende partij] mag beletten de bedongen werkzaamheden uit te voeren.

2.1

Aan [eisende partij] kan, mede gelet op het uit artikel 8 EVRM volgende recht op eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer, worden toegegeven dat het in beginsel aan haar is om te bepalen met wie zij samenleeft en dat SPPS daarover als haar werkgever geen zeggenschap heeft. Dit laat echter onverlet dat zij in arbeidsrechtelijke zin de gevolgen daarvan heeft te dragen indien de gerechtvaardigde belangen van haar werkgever daartoe in redelijkheid nopen.

2.2

Vaststaat dat begin januari 2011 een conflict tussen SPPS en [F] is ontstaan, waaraan inmiddels het zakelijke karakter ontnomen lijkt te zijn, getuige de overgelegde verklaringen van medewerkers van SPPS die spreken over agressie en bedreigingen door [F], de omstandigheid dat de vorige gemachtigde van SPPS zich aan de zaak heeft onttrokken in reactie op als bedreigend ervaren bejegening door [F], de door SPPS tegen [F] gedane aangifte van onder meer computervredebreuk en bedreiging en de inhoud van de recente SMS-berichten van [F] aan [B] voormeld die als weinig vleiend moet worden betiteld.

2.3

Voorts staat vast dat derden als nieuwsblad De Stentor en website looopings.com vanaf januari 2011 zijn gaan beschikken over informatie van SPPS die als vertrouwelijk moet aangemerkt, zoals financiële gegevens en e-mailberichten tussen directie- en managementleden.

2.4

Voorts staat vast dat [F] als - samengevat - bouwer en beheerder van het ICT-netwerk van SPPS beschikt over brede kennis van de hoedanigheden van dat netwerk, de systeemrechten en mogelijkheden tot toegang (op afstand) daaronder begrepen.

2.5

SPPS heeft onomstreden aangevoerd dat zij vanwege het ongewenst openbaar worden van haar bedrijfsinformatie een onderzoek heeft laten instellen door Hoffman Investigations, welk onderzoek inmiddels is afgerond. Naar zeggen van SPPS is door Hoffman onder meer geconcludeerd dat [F] tot eind januari 2011 voortdurend heeft kunnen beschikken over de e-mailberichten van directie- en managementleden die niet voor hem bestemd waren, dat [F] ook heeft kunnen beschikken over de e-mailbox van [eisende partij] bij SPPS en dat [F] hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk is voor de onbevoegde toegang tot voormelde e-mailpostbussen en het gebruik van de inhoud van die postbussen. Wat daar verder zonder kennisname van de inhoud van de rapportage van Hoffman ook van zij, [eisende partij] heeft niet bestreden dat er inmiddels een strafrechtelijk onderzoek is begonnen op de door SPPS gedane aangifte, bij welke aangifte de Hoffman-rapportage is betrokken. Uit de door [eisende partij] overgelegde verklaring van [F] kan worden afgeleid dat dat onderzoek (mede) op hem betrekking heeft.

2.6

Gelet op het voorgaande moet als reëel worden aangemerkt de stelling van SPPS dat bij een terugkeer van [eisende partij] - in ieder geval zolang voormeld onderzoek nog niet is afgerond - er de gerede kans bestaat dat zij kennis krijgt van vertrouwelijke informatie over dat onderzoek dan wel over het ontstane conflict tussen SPPS en [F] als bedoeld in sub d. van de vaststaande feiten. Gelet op haar relatie met [F] is dan geenszins denkbeeldig dat zulke informatie, al was het maar door vergissing of toevalligerwijs, in handen van [F] komt, nog daargelaten dat [eisende partij] in innerlijk conflict komt, gelet op haar loyaliteit jegens zowel SPPS als [F]. Van dit alles zullen de medewerkers van SPPS met wie [eisende partij] (samen) heeft te werken zich eveneens bewust zijn, zodat zich moeilijk laat inzien dat zij in staat zal zijn om volwaardig te functioneren. Daarvan was [eisende partij] zich in de week voorafgaande aan haar op non-actiefstelling ook al bewust, getuige haar vrijwillige terugtred als het gaat om haar externe PR werkzaamheden.

2.7

De slotsom is dan ook vooralsnog dat SPPS in redelijkheid tot een vrijstelling van de werk-zaamheden heeft kunnen komen en dat haar belangen bij een handhaving van de situatie dat [eisende partij] vooralsnog niet binnen haar organisatie aanwezig is, zwaarder wegen dan [eisende partij] belangen bij voortzetting van haar werkzaamheden. Bij de huidige stand van zaken is de gevorderde wedertewerkstelling dan ook niet toewijsbaar.

3.

De door [eisende partij] gevorderde rectificatie is in zoverre voorwaardelijk ingesteld dat deze allereerst afhangt van een positieve beslissing op de gevorderde wedertewerkstelling. Nu dat niet het geval is, is deze vordering al op die grond niet toewijsbaar. Daartegen verzet zich overigens ook dat niet aannemelijk is geworden dat SPPS jegens ‘de klanten’ ruchtbaarheid van [eisende partij]s op non-actiefstelling heeft gegeven, dat niet gebleken is dat SPPS zich voor [eisende partij] in schadelijke zin heeft uitgelaten en dat een rectificatie ‘naar de klanten’ als te vaag en te weinig omlijnd niet toewijsbaar is.

4.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten deelt het lot van de voormelde vorderingen en is mitsdien evenmin toewijsbaar.

5.

In de omstandigheden van dit geval ligt voldoende grond voor een compensatie van proceskosten als nader te melden.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

- weigert de verzochte voorlopige voorziening in al haar onderdelen;

- compenseert de kosten van dit geding aldus dat elke partij belast blijft met de aan haar zijde gevallen kosten;

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 28 april 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.