Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ2039

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
21-04-2011
Datum publicatie
21-04-2011
Zaaknummer
07.660055-10; 07.690184-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 53-jarige man is vandaag door de rechtbank te Lelystad veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar. De man stond terecht omdat hij werd verdacht van een gewelddadige verkrachting met in-en uitwendig letsel als gevolg.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat in aanmerking genomen dat verdachte door zijn beestachtig, sadistisch en mensonterend handelen een grove inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van het slachtoffer. De rechtbank weegt mee dat dergelijke feiten zeer ernstig zijn en de slachtoffers ernstig kunnen traumatiseren. Door toedoen van verdachte is het slachtoffer een lange tijd geconfronteerd met hetgeen haar is aangedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummers: 07.660055-10; 07.690184-10 (gev.ttz.) [P]

Uitspraak: 21 april 2011

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [Datum] 1957 te [Plaats],

wonende te [Plaats],

thans verblijvende in de P.I. Almelo, Huis van Bewaring Karelskamp te Almelo.

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 20 mei 2010, 10 augustus 2010, 4 november 2010 en 27 januari 2011 te Lelystad, waarbij de verdachte telkens niet is verschenen. Ter terechtzitting van 20 mei 2010, 10 augustus 2010 en 4 november 2010 is telkens verschenen mr. J.A.C. van der Brink, advocaat te Almere, die heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om deze ter terechtzitting te verdedigen.

De inhoudelijke behandeling heeft op 7 april 2011 plaatsgevonden, waarbij verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.C. van den Brink, advocaat te Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.E.M. van de Ven en van de standpunten door de raadsman van verdachte naar voren gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting nader is omschreven d.d. 10 augustus 2010 en gewijzigd d.d. 4 november 2010 en 7 april 2011)

Parketnummer 07.660055-10.

1.

hij op of omstreeks de periode van 13 februari 2010 tot en met 14 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [Slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 1], hebbende verdachte

- meermalen, althans eenmaal, met grote kracht, zijn, verdachtes, vuist(en) en/of hand(en) en/of (een groot gedeelte van) diens arm(en) en/of een zweepje in de vagina en/of de anus van die [Slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of gestoten en/of gestompt deze (vervolgens) weer, met grote kracht, uit die vagina en/of die anus gehaald en/of getrokken

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft geduwd en/of

- (hierbij) de woorden heeft toegevoegd: "Je moet van goede huize komen om mij tegen te houden" en/of "Je kunt van mij niet winnen", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] bij haar keel of hals heeft vastgepakt en/of de keel of hals van die [Slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of

- die [Slachtoffer 1] bij (de kraag van) haar jas heeft vastgepakt, waardoor of waarna zij niet meer de woning uit kon komen, althans niet meer bij verdachte weg kon komen en/of

- die [Slachtoffer 1] op een stoel (in de woonkamer) heeft neergezet en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Zitten en smoel houden", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer heeft gestuurd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en/of "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen." en/of "Ik ga je laten merken wat hoer zijn is.", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] een zweep heeft getoond en/of voorgehouden en/of hierbij gezegd dat hij die [Slachtoffer 1] met die zweep zou slaan en/of haar hiermee pijn zou gaan doen en/of hierbij gezegd dat zij al haar kleren uit moest doen en/of

- die [Slachtoffer 1] (een stuk) touw heeft getoond en/of voorgehouden en/of een stuk van dit touw om de polsen van die [Slachtoffer 1] heeft gelegd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Of moet ik je vastbinden?," althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep tegen of op haar borst(en) heeft geslagen en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Smoel houden of ik douw iets in je smoel", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep op de binnenzijden van haar dijbe(e)n(en) en/of haar vagina, heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar", waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de vagina van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- meermalen, althans eenmaal dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest zitten, waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de anus van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de anus van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- (hierbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Hoe voelt het nou om hoer te zijn?" en/of "Ik zal je laten voelen hoe het voelt om hoer te zijn", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij zodanig op het bed moest gaan liggen dat zij met haar gezicht boven de penis van hem, verdachte, terecht kwam en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Kijk naar die lul.", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- (terwijl hij, verdachte, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] bleef duwen of stoten) tegen die [Slachtoffer 1] gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen en/of

- die [Slachtoffer 1] zoveel pijn deed dat zij naar voren schoot, waardoor of waarna die [Slachtoffer 1] met haar hoofd stootte tegen het voeteneind van het bed en/of

- hierbij (telkens) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", en/of "Ik zal je laten voelen wat een hoer is" en/of "Laat jij je betalen om hoer te zijn" en/of "Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking,

en/of (aldus) voor die [Slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op of omstreeks de periode van 13 februari 2010 tot en met 14 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [Slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet

- aan de schoudertas van die [Slachtoffer 1] heeft getrokken, waardoor of waarna het hengsel van die tas stuk ging en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft geduwd en/of

- (hierbij) de woorden heeft toegevoegd: “Je moet van goede huize komen om mij tegen te houden” en/of “Je kunt van mij niet winnen”, althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] bij haar keel of hals heeft vastgepakt en/of de keel of hals van die [Slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of

- die [Slachtoffer 1] bij (de kraag van) haar jas heeft vastgepakt, waardoor of waarna zij niet meer de woning uit kon komen, althans niet meer bij verdachte weg kon komen en/of

- die [Slachtoffer 1] op een stoel (in de woonkamer) heeft neergezet en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: “Zitten en smoel houden”, althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer heeft gestuurd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en/of "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen." en/of "Ik ga je laten merken wat hoer zijn is.", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] een zweep getoond en/of voorgehouden en/of hierbij gezegd dat hij die [Slachtoffer 1] met die zweep zou slaan en/of haar hiermee pijn zou gaan doen en/of hierbij gezegd dat zij al haar kleren uit moest doen en/of

- die [Slachtoffer 1] (een stuk) touw heeft getoond en/of voorgehouden en/of een stuk van dit touw om de polsen van die [Slachtoffer 1] heeft gelegd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Of moet ik je vastbinden?," althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep tegen of op haar borst(en) heeft geslagen en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Smoel houden of ik douw iets in je smoel", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep op de binnenzijden van haar dijbe(e)n(en) en/of haar vagina, heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar", waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de vagina van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- meermalen, althans eenmaal dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest zitten, waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de anus van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de anus van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- (hierbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: “Hoe voelt het nou om hoer te zijn?” en/of “Ik zal je laten voelen hoe het voelt om hoer te zijn”, althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij zodanig op het bed moest gaan liggen dat zij met haar gezicht boven de penis van hem, verdachte, terecht kwam en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: “Kijk naar die lul.”, althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- (terwijl hij, verdachte, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] bleef duwen of stoten) tegen die [Slachtoffer 1] gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen en/of

- die [Slachtoffer 1] zoveel pijn deed dat zij naar voren schoot, waardoor of waarna die [Slachtoffer 1] met haar hoofd stootte tegen het voeteneind van het bed en/of

- hierbij (telkens) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", en/of "Ik zal je laten voelen wat een hoer is" en/of "Laat jij je betalen om hoer te zijn" en/of "Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks de periode van 13 februari 2010 tot en met 14 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, aan een persoon (te weten [Slachtoffer 1]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (aan de linkerzijde een onregelmatig verlopen ca. 2 cm. diepe inscheuring van de wand van de vagina over een lengte van ca. 10 cm, en/of rechts een onregelmatig verlopende inscheuring van de wand van de vagina over een lengte van 8 cm. en/of een -oppervlakkig gelegen- verscheuring van vooral de slijmvlieslaag naar de ingang van de vagina toe en/of op meerdere plaatsen -oppervlakkige- scheurtjes in het slijmvlies en/of -oppervlakkige- scheurtjes in het slijmvlies van de anus), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft geduwd en/of

- die [Slachtoffer 1] bij haar keel of hals heeft vastgepakt en/of de keel of hals van die [Slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of

- die [Slachtoffer 1] bij (de kraag van) haar jas heeft vastgepakt, waardoor of waarna zij niet meer de woning uit kon komen, althans niet meer bij verdachte weg kon komen en/of

- die [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer heeft gestuurd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en/of "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen." en/of "Ik ga je laten merken wat hoer zijn is.", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] een zweep getoond en/of voorgehouden en/of hierbij gezegd dat hij die [Slachtoffer 1] met die zweep zou slaan en/of haar hiermee pijn zou gaan doen en/of hierbij gezegd dat zij al haar kleren uit moest doen en/of

- die [Slachtoffer 1] (een stuk) touw heeft getoond en/of voorgehouden en/of een stuk van dit touw om de polsen van die [Slachtoffer 1] heeft gelegd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Of moet ik je vastbinden?," althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep tegen of op haar borst(en) heeft geslagen en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Smoel houden of ik douw iets in je smoel", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep op de binnenzijden van haar dijbe(e)n(en) en/of haar vagina, heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar", waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de vagina van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- meermalen, althans eenmaal dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest zitten, waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de anus van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de anus van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- (terwijl hij, verdachte, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] bleef duwen of stoten) tegen die [Slachtoffer 1] gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen en/of

- die [Slachtoffer 1] zoveel pijn deed dat zij naar voren schoot, waardoor of waarna die [Slachtoffer 1] met haar hoofd stootte tegen het voeteneind van het bed en/of

- hierbij (telkens) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", en/of "Ik zal je laten voelen wat een hoer is" en/of "Laat jij je betalen om hoer te zijn" en/of "Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks de periode van 13 februari 2010 tot en met 14 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [Slachtoffer 1], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel tot te brengen, met dat opzet, na kalm beraad en rustig overleg, althans, met dat opzet,

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft geduwd en/of

- die [Slachtoffer 1] bij haar keel of hals heeft vastgepakt en/of de keel of hals van die [Slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of

- die [Slachtoffer 1] bij (de kraag van) haar jas heeft vastgepakt, waardoor of waarna zij niet meer de woning uit kon komen, althans niet meer bij verdachte weg kon komen en/of

- die [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer heeft gestuurd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en/of "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen." en/of "Ik ga je laten merken wat hoer zijn is.", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] een zweep getoond en/of voorgehouden en/of hierbij gezegd dat hij die [Slachtoffer 1] met die zweep zou slaan en/of haar hiermee pijn zou gaan doen en/of hierbij gezegd dat zij al haar kleren uit moest doen en/of

- die [Slachtoffer 1] (een stuk) touw heeft getoond en/of voorgehouden en/of een stuk van dit touw om de polsen van die [Slachtoffer 1] heeft gelegd en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Of moet ik je vastbinden?," althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep tegen of op haar borst(en) heeft geslagen en/of hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Smoel houden of ik douw iets in je smoel", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] met een zweep op de binnenzijden van haar dijbe(e)n(en) en/of haar vagina, heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [Slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar", waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de vagina van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- meermalen, althans eenmaal dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest zitten, waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de anus van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, met zijn vuist in de anus van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en/of

- (terwijl hij, verdachte, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] bleef duwen of stoten) tegen die [Slachtoffer 1] gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen en/of

- die [Slachtoffer 1] zoveel pijn deed dat zij naar voren schoot, waardoor of waarna die [Slachtoffer 1] met haar hoofd stootte tegen het voeteneind van het bed en/of

- hierbij (telkens) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", en/of "Ik zal je laten voelen wat een hoer is" en/of "Laat jij je betalen om hoer te zijn" en/of "Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 13 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een schoudertas met inhoud (waaronder o.a. ongeveer 1.000,00 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

- aan de schoudertas van die [Slachtoffer 1] heeft getrokken, waardoor of waarna het hengsel van die tas stuk ging en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft geduwd en/of

- (hierbij) de woorden heeft toegevoegd: "Je moet van goede huize komen om mij tegen te houden" en/of "Je kunt van mij niet winnen", althans woorden van dergelijk dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] bij haar keel of hals heeft vastgepakt en/of de keel of hals van die [Slachtoffer 1] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden;

Parketnummer 07.690184-10.

1.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 1 november 2009 tot en met 15 december 2009 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [Slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 2], hebbende verdachte

- meermalen, althans eenmaal, met grote kracht, zijn, verdachtes, penis in de anus van die [Slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht en/of gestoten

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- op dwingende en/of dreigende toon tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij naar boven moest gaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij klappen zou krijgen als zij geen seks met hem zou hebben en/of

- tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij nu hetgeen gingen doen wat hij, verdachte, al heel lang wilde en/of

- tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat vaseline niet nodig is, omdat hij hem er zo in zou rammen en/of

- tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij op haar handen en knieen moest gaan zitten

en/of (aldus) voor die [Slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op of omstreeks 05 december 2009 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, [Slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [Slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je mij eruit gooit, dan zul je bloed aan de muur zien", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 december 2009 tot en met 12 december 2009 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [Slachtoffer 2]),

- die [Slachtoffer 2] bij haar keel of hals heeft gegrepen en/of de keel of hals van die [Slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of (vervolgens of hierbij) die [Slachtoffer 2] tegen of in een kast heeft geduwd en/of

- die [Slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, tegen of op haar gezicht, althans haar hoofd, heeft gestompt en/of geslagen waardoor of waarna die [Slachtoffer 2] met haar hoofd tegen een muurtje achter haar viel of terechtkwam,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 december 2009 tot en met 12 december 2009 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, [Slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een bierflesje naar, althans in de richting van, het lichaam en/of het hoofd van die [Slachtoffer 2] heeft gegooid;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank nummert het bij dagvaarding met parketnummer 07.660055-10 onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde en het bij dagvaarding met parketnummer 07.690184-10 onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde als de feiten 1 tot en met 6.

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Inleiding feiten 1, 2 en 3

Op 14 februari 2010 omstreeks 6.55 uur kregen de verbalisanten [Naam 1] en [Naam 2] de melding dat in de buurt van de [adres] een vrouw stond die was verkracht. Ter plaatse troffen verbalisanten een vrouw, naar later bleek [Slachtoffer 1], aan die hen wenkte. De vrouw verklaarde dat zij verkracht was door [Verdachte], te weten verdachte. De vrouw was overstuur, trilde en zei dat ze bang was voor verdachte. De vrouw bloedde uit haar schaamstreek en het bloed kwam door de kleding van de vrouw. Ter plaatse bevonden zich een groot aantal verbalisanten. De vrouw werd met de ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis in Lelystad. In het ziekenhuis vond een informatief gesprek met [Slachtoffer 1] plaats. Zij werd onderzocht door een arts en een gynaecoloog, tevens werd zij geopereerd aan haar letsel.

Naar aanleiding van de melding werd verdachte diezelfde dag omstreeks 7.40 uur in zijn woning aan de [adres] aangehouden. De woning van verdachte werd doorzocht waarbij diverse goederen in beslag werden genomen. Na aanhouding werd verdachte meermalen door de politie gehoord.

Op 15 februari 2010 deed [Slachtoffer 1] – nog steeds verblijvende in het ziekenhuis te Lelystad – aangifte van verkrachting, mishandeling en diefstal.

Het standpunt van de officier van justitie

Feiten 1, 2 en 3.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het onder 2 primair ten laste gelegde, te weten de poging doodslag.

De officier van justitie acht de onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van [Slachtoffer 1] is geloofwaardig en wordt ondersteund door het proces-verbaal van uitwerking van de 112-melding, de processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die haar nabij de plaats delict aantreffen, de letselrapporten opgemaakt door forensisch geneeskundige J.A.P Haastrecht, de foto’s van het letsel in de hals, de kapotte jas, de verwonding van verdachtes vinger, het bloed onder verdachtes nagels, de deels verbrande visitekaartjes (pagina 244), de portemonnee met het aangetroffen geld, de verklaring van de getuige [Getuige 1] en de verklaring van verdachte “Ik denk dat het op het laatst iets te ruw is geweest”.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Verdachte erkent seksuele handelingen met [Slachtoffer 1] te hebben verricht. Verdachte ontkent echter dat hij door geweld of een andere feitelijkheid dan wel bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [Slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van de seksuele handelingen.

De raadsman geeft weer hoe zich het seksuele contact tussen verdachte en [Slachtoffer 1] heeft voorgedaan. Nadat het bloeden van [Slachtoffer 1] door hen beiden is opgemerkt is gestopt met het verrichten van de seksuele handelingen.

De verklaring van [Slachtoffer 1] is onbetrouwbaar dan wel onaannemelijk. Niet aannemelijk is dat zij gegild heeft van de pijn, aangezien dit niet is gehoord door de buren die eerder diezelfde nacht bij verdachte hadden geklaagd over geluidsoverlast. Gezien het geconstateerde letsel is niet aannemelijk dat verdachte – zoals [Slachtoffer 1] heeft verklaard – met zijn arm [Slachtoffer 1] zowel anaal als vaginaal heeft gepenetreerd. [Slachtoffer 1] heeft immers verklaard dat zij dit niet heeft kunnen zien. De verklaring van verdachte dat hij [Slachtoffer 1] anaal en vaginaal niet verder dan zijn pols heeft gepenetreerd is derhalve aannemelijker.

De forensische arts heeft geconcludeerd dat het letsel van [Slachtoffer 1] het gevolg kan zijn van de wijze waarop de seksuele handelingen zijn verricht zoals door verdachte is verklaard. Hoewel de forensische arts eveneens heeft geconcludeerd dat het letsel past bij de verklaring zoals door [Slachtoffer 1] zelf is beschreven, is dit minder waarschijnlijk, gelet op de verhoogde kwetsbaarheid van het slijmvlies in de schede en de houdingen, handelingen en interacties tussen verdachte en [Slachtoffer 1].

Feit 2.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde. Verdachte ontkent geweld te hebben gebruikt jegens [Slachtoffer 1]. Subsidiair ontbrak bij verdachte het (voorwaardelijke) opzet op het overlijden dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [Slachtoffer 1]. Verdachte heeft niet bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [Slachtoffer 1] ten gevolge van zijn handelen zou komen te overlijden dan wel dat hij haar zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Ook uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte kan dit niet worden afgeleid.

Het letsel van [Slachtoffer 1] is bovendien niet dusdanig dat gesproken kan worden van zwaar lichamelijk letsel.

Feit 3.

De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Er is geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich enig goed van [Slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft toegeëigend. Uit het dossier kan tevens niet worden afgeleid dat verdachte aan de schoudertas van [Slachtoffer 1] heeft getrokken, haar heeft geduwd, of de in de tenlastelegging gebruikte woorden heeft gebezigd. Tevens ontbreekt enig causaal verband tussen het bij de keel grijpen en de vermeende diefstal van goederen.

Het oordeel van de rechtbank

Algemeen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van de stukken van het onderliggende strafdossier en van hetgeen bij het onderzoek op voornoemde zitting naar voren is gebracht.

De hoofdregel van het wettelijk bewijsstelsel is dat bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, slecht kan worden aangenomen indien de rechter door de inhoud van de bewijsmiddelen die overtuiging heeft bekomen. Enkel en alleen een aangifte, hoe betrouwbaar deze ook is, is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring. Wanneer de verdachte zwijgt of ontkent kan het feit desalniettemin worden bewezen indien de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vindt in enig ander bewijsmiddel.

De raadsman heeft gesteld dat artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering is geschonden. Verdachte is immers – gelet op de letterlijke weergave van het eerste politieverhoor – niet medegedeeld dat hij niet verplicht is te antwoorden. Dit levert volgens de raadsman een onherstelbaar vormverzuim op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman acht strafvermindering wegens dit verzuim aangewezen.

De rechtbank heeft met de raadsman geconstateerd dat, in strijd met artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, verdachte niet de cautie was gegevens alvorens hij werd gehoord. Het gaat hier om een essentieel recht van de verdachte, waarvan schending een ernstig vormverzuim oplevert. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting van het verhoor van de verdachte.

Bruikbaarheid van de verklaring van [Slachtoffer 1].

[Slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij verdachte via Hyves heeft leren kennen. Het contact via Hyves heeft geleid tot telefonische contacten en uiteindelijk een afspraak in persoon.

[Slachtoffer 1] en verdachte hebben elkaar voor het eerst ontmoet op 11 februari 2010. [Slachtoffer 1] is per trein naar Zwolle gereisd waar verdachte haar kwam ophalen met de auto. Samen zijn zij in een blauwe auto naar de woning van verdachte in [Plaats] gereden. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte zei dat de auto van zijn schoonzoon was, daar hij geen beschikking had over zijn eigen auto omdat deze bij de garage stond vanwege een APK .

De schoonzoon van verdachte, te weten [Naam schoonzoon] heeft verklaard dat hij een blauwe auto heeft en verdachte een rode auto. Tevens heeft [Naam schoonzoon] verklaard dat verdachte zijn auto heeft geleend op 11 februari 2010, omdat verdachte een vrouw op wilde halen in Zwolle. Verdachtes eigen auto diende een APK te ondergaan.

De rechtbank constateert dat de verklaring van [Slachtoffer 1] op dit onderdeel wordt ondersteund door de verklaring van [Naam schoonzoon].

Op 13 februari 2010 ontstond in de avond een woordenwisseling tussen [naam slachtoffer 1] en verdachte. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte haar uitschold voor “vieze vuile kankerhoer” en “teringhoer”.

Voorts heeft [Slachtoffer 1] verklaard dat verdachte haar tas pakte en daaraan trok, waardoor het hengsel van de tas kapot ging. Hierdoor ontstond een worsteling tussen haar en verdachte en verdachte duwde haar weg en zei: “Je moet van goede huize komen om mij tegen te houden” en “Je kunt van mij niet winnen”. Tijdens de worsteling heeft verdachte [Slachtoffer 1] bij de keel gepakt.

Deze verklaring van [Slachtoffer 1] vindt steun in de constatering van de verbalisanten [Naam 3] en [naam 4] dat zij in de linkerhals van [Slachtoffer 1], onder de kaaklijn, een blauw/groene verkleuring met daarin drie paarsgekleurde strepen van circa drie centimeter lang zien, welke haaks op de kaaklijn staan.

Tijdens de worsteling heeft verdachte zich aan zijn vinger verwond, volgens [Slachtoffer 1]. Uit het sporenonderzoek naar verdachte blijkt dat verdachte een pleister op zijn linkervinger had.

Tijdens de worsteling is meerdere keren gegild door [Slachtoffer 1]. Er kwam iemand aan de voordeur en verdachte had daar een gesprek mee. Na de worsteling ontdekt [Slachtoffer 1] dat haar rode jasje – dat zij droeg tijdens de worsteling – kapot gescheurd was bij de mouw. Door verbalisant [naam 5] is een beschadigd rood jasje, afkomstig van [Slachtoffer 1], in beslag genomen toen zij in het ziekenhuis lag . Dit ondersteunt de hiervoor weergegeven verklaring van [Slachtoffer 1].

[Slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat verdachte haar tas leeg gooide en haar portemonnee pakte. Verdachte pakte de papiertjes met telefoonnummers uit haar portemonnee en stak deze in brand in een asbak op de eettafel.

Tijdens de doorzoeking is geconstateerd dat er in de asbak half verbrande kaartjes liggen, onder andere visitekaartjes , hetgeen de betrouwbaarheid van de verklaring van [Slachtoffer 1] eveneens bevestigt.

[Slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij trachtte de papiertjes te pakken, maar dat verdachte zei dat zij van de papiertjes af moest blijven, anders zou zij klappen krijgen. Verdachte zei “Zie je wel. Dit is hoerengeld. Dat krijg je niet meer terug.”

Daarna pakte verdachte duizend euro aan briefgeld uit de bruine suède portemonnee en gaf het geld en de portemonnee niet meer terug aan [Slachtoffer 1].

Tijdens de doorzoeking is de bruine suède portemonnee aangetroffen bij verdachte en is er in totaal duizend en tien euro in beslag genomen. Ook dit gegeven ondersteunt de verklaring van [Slachtoffer 1].

[Slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat zij de woning van verdachte wilde verlaten, maar verdachte haar bij de kraag van haar jas naar de woonkamer sleurde en haar op een stoel zette en zei “zitten en je smoel houden”. [Slachtoffer 1] zei tegen verdachte dat zij naar huis wilde gaan, waarop verdachte zei: “Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven.” Vervolgens stuurde verdachte [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer en zei: “Daar kom je nog wel achter, één ding is zeker, ik ga je veel pijn doen. Dat ga je wel voelen. Ik ga je laten merken wat hoer zijn is”.

Verdachte toonde [Slachtoffer 1] een zweepje en zei dat hij haar daarmee ging slaan en pijn doen. Voorts zei verdachte dat [Slachtoffer 1] haar kleren moest uittrekken.

Verdachte pakte daarna een geel touw en deed het touw om de polsen van [Slachtoffer 1] en zei: “Of moet ik je vastbinden?”. [Slachtoffer 1] smeekte dat verdachte haar niet zou vastbinden.

In een nachtkastje naast verdachtes bed in zijn slaapkamer is een geel touw aangetroffen, hetgeen de verklaring van [Slachtoffer 1] ondersteunt.

Verdachte pakte hierna het zweepje en sloeg [Slachtoffer 1] op haar borsten. [Slachtoffer 1] gilde het uit van de pijn, waarop verdachte zei: “Smoel houden of ik douw iets in je smoel”. Verdachte sloeg meerdere malen met het zweepje op de borsten van [Slachtoffer 1].

De rechtbank constateert dat op zich in het dossier bevindende foto’s rode striemen over de borsten van [Slachtoffer 1] zichtbaar zijn, hetgeen ook door verbalisant [naam 5] is geconstateerd.

Verdachte zei dat [Slachtoffer 1] haar benen uit elkaar moest doen en vervolgens sloeg verdachte met het zweepje meermalen tegen de binnenzijden van de dijbenen en tegen de vagina van [Slachtoffer 1]. De forensisch geneeskundige J.A.P. Haastrecht heeft het volgende letsel geconstateerd: “Aan de voorzijde van het linkerbovenbeen was een onderhuidse bloeduitstorting van compacte vorm zichtbaar en aan de achterzijde van het rechterbovenbeen dicht bij de bilstreek een langgerekte onderhuidse bloeduitstorting. In de schaamstreek was de huid op meerdere plaatsen in een lijnvormig patroon licht gezwollen en rood verkleurd. Dit past bij onderhuidse bloedingen en kneuzingen als gevolg van geweld van buitenaf.” De rechtbank is van oordeel dat deze letselverklaring de hiervoor weergegeven verklaring van [Slachtoffer 1] ondersteunt.

Verdachte bracht vervolgens het zweepje in de vagina van [Slachtoffer 1] en trok het zweepje er met een rotgang uit.

Verdachte zei steeds dat zij haar smoel moest houden. Daarom hield [Slachtoffer 1] haar hand voor haar mond om haar gegil te smoren.

De buurman van verdachte, te weten de heer [Getuige 1], heeft verklaard dat hij rond drie uur ’s nachts gebonk hoorde en dat de hond van verdachte ging blaffen. Hierna heeft hij op het raam van verdachtes woonkamer geklopt, waarna verdachte de deur open deed. Tijdens het gesprek van de buurman met verdachte, hoorde de buurman een vrouw huilen. Nadien heeft de buurman niets meer gehoord. De rechtbank is van oordeel dat dit de verklaring van [Slachtoffer 1] niet ongeloofwaardig of onbetrouwbaar maakt, aangezien zij eveneens verklaart dat er op het raam van de woonkamer is geklopt en er iemand aan de voordeur is geweest en dat zij tijdens het incident haar gegil trachtte te smoren en de pijn probeerde te onderdrukken. De rechtbank acht deze verklaring van de buurman derhalve ondersteunend voor de verklaring van [Slachtoffer 1].

Verdachte smeerde vervolgens zijn hand in met massageolie. Verdachte zei: “Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar”. Verdachte maakte hierna draaiende bewegingen met zijn vuist tegen de vagina van [Slachtoffer 1], waarna hij met zijn vuist de vagina binnen ging. Verdachte probeerde dieper in de vagina te komen. Verdachte had eenmaal met grote kracht zijn vuist dieper in de vagina van [Slachtoffer 1] gestoten, waarna hij zijn vuist in een beweging uit de vagina trok.

Verdachte zei dat [Slachtoffer 1] zich moest omdraaien en op haar knieën moest gaan zitten. Hierna maakte verdachte draaiende bewegingen met zijn vuist tegen de anus van [Slachtoffer 1], waarna hij met zijn vuist de anus binnen ging. Hierna trok verdachte in een keer zijn vuist uit de anus van [Slachtoffer 1]. Hierna zei verdachte dat [Slachtoffer 1] op haar buik moest gaan liggen. Daarna drong verdachte wederom de anus van [Slachtoffer 1] met zijn vuist binnen. Volgens [Slachtoffer 1] ging verdachte daarna weer met zijn vuist in haar vagina. Verdachte zei hierbij meerdere keren “Hoe voelt het nou om hoer te zijn?”en “Ik zal je laten voelen hoe het voelt om hoer te zijn”.

[Slachtoffer 1] moest van verdachte vervolgens haar lichaam zo draaien dat zij met haar gezicht boven verdachtes penis kwam waarbij verdachte zei: “Kijk naar die lul”. Terwijl verdachte met zijn vuist in de vagina van [Slachtoffer 1] stootte zei verdachte dat [Slachtoffer 1] hem moest pijpen.

[Slachtoffer 1] heeft verklaard dat de pijn op een gegeven moment zo hevig is dat zij met haar hoofd naar voren schoot en dat zij daarbij haar hoofd tegen het voeteneind van het bed stootte.

Verdachte bleef wild met zijn vuist in de vagina van [Slachtoffer 1] draaien.

[Slachtoffer 1] smeekte verdachte om te stoppen, maar verdachte zei: “Goed zo, goed zo. Je moet pijn hebben” en “Ik zal je laten voelen wat een hoer is”.

Verdachte trok op een gegeven moment zijn vuist uit de vagina van [Slachtoffer 1], waarna zij zag dat verdachtes vuist en onderarm onder het bloed zaten. Verdachte zei hierna “Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen.”

Als verdachte in slaap valt weet [Slachtoffer 1] verdachtes woning te verlaten en belt zij 112.

Blijkens het uitgewerkte 112 gesprek blijkt dat [Slachtoffer 1] in paniek is en direct aangeeft dat zij is verkracht door verdachte. Tevens geeft zij aan te bloeden.

Als de politie [Slachtoffer 1] aantreft wordt eveneens geconstateerd dat zij angstig is en bloedt. Ook geeft [Slachtoffer 1] direct aan dat zij is verkracht door verdachte.

[Slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij verdachte heeft gekrabd tijdens de verkrachting. Dit vindt steun in het geconstateerde letsel bij verdachte, te weten rode striemen over zijn lichaam.

Nadien is [Slachtoffer 1] een aantal malen gehoord, waarvan op 2 november 2010 voor het laatst bij de rechter-commissaris.

De rechtbank heeft geen onverklaarbare tegenstrijdigheden in de door [Slachtoffer 1] afgelegde verklaringen kunnen vaststellen, op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat haar verklaringen niet op waarheid berusten. Er is sprake van een grote hoeveelheid aan ondersteunende bewijsmiddelen, waaruit afgeleid kan worden dat die delen van de verklaring van [Slachtoffer 1] overeenstemmen met de waarheid. De rechtbank acht de verklaringen van [Slachtoffer 1] authentiek en betrouwbaar en ziet ook overigens in het dossier geen aanknopingspunten die zouden kunnen leiden tot twijfel omtrent de geloofwaardigheid van die verklaringen. Niet aannemelijk is geworden dat zij haar verklaringen in strijd met de waarheid heeft afgelegd. Overigens is ook geen alternatief scenario uit het dossier aannemelijk geworden.

Feit 1.

Met betrekking tot het verweer van de raadsman omtrent de dwang merkt de rechtbank op dat het aanvankelijk vrijwillige seksuele contact tussen verdachte en [Slachtoffer 1] op eerdere tijdstippen niet uitsluit dat verdachte op enig moment ertoe is overgegaan om tegen de wil van [Slachtoffer 1] seksuele handelingen met haar te verrichten.

De forensisch arts H.N.J.M. van Venrooij concludeert dat het letsel van [Slachtoffer 1] kan zijn veroorzaakt op de wijze zoals door haar beschreven in de aangifte. Niet uitgesloten is dat het letsel van [Slachtoffer 1] kan zijn veroorzaakt op de wijze zoals door verdachte omschreven. De rechtbank is van oordeel dat dit gegeven de betrouwbaarheid van de verklaring van [Slachtoffer 1] niet aantast, aangezien ook het overige deel van haar verklaring steun vindt in overig bewijsmateriaal.

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen, te weten de verklaring van [Slachtoffer 1], de in de asbak aangetroffen visitekaartjes, de verklaring van [Getuige 1], het uitgewerkte telefoongesprek van de 112-melding en de processen-verbaal van bevindingen van het aantreffen van [Slachtoffer 1] vlak na het ten laste gelegde feit, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van [Slachtoffer 1] op de wijze als weergegeven in de bewezenverklaring.

De rechtbank zal verdachte (partieel) van het eerste, tweede, derde en vierde gedachtenstreepje vrijspreken, aangezien de rechtbank deze handelingen niet ziet als uitvoeringshandelingen van de verkrachting.

Feit 2.

De rechtbank is – evenals de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Zoals bij hiervoor aangegeven acht de rechtbank de verklaring van [Slachtoffer 1] geloofwaardig en betrouwbaar en vindt haar verklaring steun in overige bewijsmiddelen zoals hiervoor reeds aangegeven.

Zwaar lichamelijk letsel.

Uit de letselrapportage van J.A.P. Haastrecht blijkt het volgende letsel bij [Slachtoffer 1]:

“Aan de linkerzijde was er een onregelmatig verlopen ca. 2 cm diepe inscheuring van de wand van de vagina over een lengt van ca. 10 cm, rechts een onregelmatig verlopende inscheuring van de wand van de vagina over een lengte van 8 cm en wat minder diep dan de eerst beschreven scheur. De scheuren lopen door tot op de spierlaag. Beide scheuren zijn door de behandelend gynaecoloog met hechtmateriaal gesloten.

Er was een meer oppervlakkig gelegen verscheuring van vooral de slijmvlieslaag naar de ingang van de vagina toe, beginnend op een plek meer naar de anus toe, zichtbaar, welke geen behandeling behoefde. Rondom de intrede naar de vagina waren er in het slijmvlies op meerdere plaatsen oppervlakkige scheurtjes. Het slijmvlies rondom de anus was gezwollen. Het slijmvlies van de anus vertoonde enige oppervlakkige scheurtjes”.

Daarbij merkt J.A.P. Haastrecht op dat (op 15 mei 2010) er sprake kan zijn van niet-waarneembare of niet waargenomen schade als een gevolg van inwendig letsel. Tevens kan blijvende schade zijn ontstaan als gevolg van niet goed genezen van het hiervoor beschreven letsel. Een maand na het ten laste gelegde, te weten 19 maart 2010, zijn de diepe scheuren niet geheel genezen.

Deze lezing wordt ondersteund door de verklaring van [naam].

Op 2 november 2010 is [Slachtoffer 1] door de rechter-commissaris gehoord. [Slachtoffer 1] verklaart dat de gynaecoloog vertelde dat de scheurtjes in de vagina zullen genezen. Voorts heeft zij verklaard dat zij anaal nog wel wat problemen heeft.

Uitgangspunt is dat lichamelijk letsel als ‘zwaar’ te beschouwen is, wanneer dit letsel voldoende ernstig is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangemerkt. De indicatoren zijn onder meer de aard en ernst van het toegebrachte letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het ontbreken van uitzicht op (volledig) herstel.

Hoewel onmiddellijk medisch ingrijpen niet noodzakelijk was, heeft [Slachtoffer 1] 650 cc – dus meer dan een halve liter – bloed verloren. De pijn was zodanig ernstig dat zij onder narcose behandeld diende te worden aan haar letsel. Ook het herstel van het letsel heeft dusdanig lang geduurd dat naar het oordeel van de rechtbank zonder meer sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Opzet.

De rechtbank acht de verklaring van [Slachtoffer 1] geloofwaardig en betrouwbaar zoals eerder reeds is aangegeven.

[Slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte tegen haar heeft gezegd “Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen.” Hieruit blijkt reeds het opzet van verdachte om pijn en letsel toe te brengen aan [Slachtoffer 1]. Daarna volgen handelingen die niet anders uitgelegd kunnen worden dan gericht te zijn geweest op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Voorbedachte raad.

Voorbedachte raad wijst op een moment van bedaard nadenken voorafgaand aan de uitvoering. Verdachte heeft van tevoren besloten dat hij [Slachtoffer 1] pijn wilde doen, zoals hiervoor overwogen. Verdachte stuurt [Slachtoffer 1] naar zijn slaapkamer en verricht daar gedurende enige tijd seksuele handelingen met haar.

Verdachte stopt pas met zijn handelingen als [Slachtoffer 1] bloedt en dan zegt hij "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", “Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen".

Hierbij is er enige voor reflectie te benutten bedenktijd geweest om over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad – kennelijk [Slachtoffer 1] straffen aangezien verdachte haar verdenkt hoer te zijn nadat hij duizend euro in haar portemonnee aantreft – na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

De rechtbank kan dan ook tot geen andere conclusie komen dan dat de daad van verdachte niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar van een enige tijd tevoren genomen besluit om bij [Slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zodat zij vaginaal en anaal letsel zou oplopen.

Gezien de periode liggende tussen het besluit en het einde van de verkrachting, had verdachte ruim de tijd om na te denken en zich rekenschap te geven van de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad. Door desondanks aldus te handelen heeft verdachte getracht het slachtoffer opzettelijk en met voorbedachte raad zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen, te weten de verklaring van [Slachtoffer 1] en de letselverklaring van J.A.P. Haastrecht, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde feit op de wijze als weergegeven in de bewezenverklaring.

Feit 3.

De verklaring van [Slachtoffer 1] vindt op een aantal punten steun in de overige bewijsmiddelen. Derhalve acht de rechtbank de verklaring van [Slachtoffer 1] geloofwaardig en betrouwbaar. Niet aannemelijk is geworden dat zij haar verklaring in strijd met de waarheid heeft afgelegd. Overigens is ook geen alternatief scenario uit het dossier aannemelijk geworden.

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen, te weten de verklaring van [Slachtoffer 1], het door verbalisanten geconstateerde letsel, het beschadigde rode jasje en het aantreffen van het geld en de portemonnee bij verdachte, komt de rechtbank tot het oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewezen is zoals op de wijze genoemd in de bewezenverklaring.

Inleiding feiten 4, 5 en 6

Op 17 februari 2010 had [Slachtoffer 2] een informatief gesprek met verbalisant [Naam 6], gecertificeerd zedenrechercheur van Politie Flevoland, Districtsrecherche Noord. In het kort verklaarde [Slachtoffer 2] dat zij op de kabelkrant op de televisie had gezien dat verdachte was aangehouden voor mishandeling en verkrachting. [Slachtoffer 2] gaf hierna te kennen dan zij eveneens aangifte wenste te doen van soortgelijke feiten.

Op 22 februari 2010 deed [Slachtoffer 2] daadwerkelijk aangifte van de in de tenlastelegging genoemde feiten, te weten verkrachting, mishandeling en bedreiging. Als bijlage bij haar aangifte zijn uitdraaien van haar hotmail.com account en Hyves pagina’s gevoegd.

Verdachte werd op 23 februari 2010 gehoord en beriep zich op zijn zwijgrecht.

Op 10 maart 2010 werd [zoon slachtoffer 2], te weten de zoon van [Slachtoffer 2], gehoord. Op 11 maart 2010 werd [vriendin slachtoffer 2], een vriendin van [Slachtoffer 2], gehoord.

Op 12 februari 2011 werden [Slachtoffer 2] en [vriendin slachtoffer 2] (afzonderlijk van elkaar) door de rechter-commissaris gehoord.

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 4.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte van [Slachtoffer 2] en de getuigenverklaringen die spreken over geweld in de relatie van [Slachtoffer 2] en verdachte. Tevens acht de officier van justitie als schakelbewijs de verklaringen van [Slachtoffer 1] toelaatbaar, alsmede de verklaringen van de ex-echtgenoten van verdachte.

Feit 5.

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte van [Slachtoffer 2] en de e-mailberichten tussen [Slachtoffer 2] en verdachte op de pagina’s 156 tot en met 162.

Feit 6.

De officier van justitie acht het eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De aangifte van [Slachtoffer 2] wordt ondersteund door de verklaringen van [zoon slachtoffer 2] en [vriendin slachtoffer 2] en het e-mailbericht van verdachte op 12 december 2009.

Het standpunt van de verdediging

Feit 4.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. [Slachtoffer 2] heeft nimmer gesproken met anderen omtrent de vermeende verkrachting en overig steunbewijs voor het ten laste gelegde ontbreekt.

Feit 5.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, aangezien [Slachtoffer 2] verschillende verklaringen heeft afgelegd over de datum waarop de bedreiging zou hebben plaatsgevonden.

Feit 6.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank omtrent het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde, met uitzondering van het bij de keel/hals grijpen of dichtdrukken of dichtknijpen of dichtgedrukt dan wel dichtgeknepen houden, daar [Slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat verdachte haar bij de kleding heeft gepakt.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde. Bij de rechter-commissaris heeft [Slachtoffer 2] verklaard dat zij het gooien vanuit een ooghoek heeft gezien en kan niet verklaren hoe het bierflesje is gegooid. Hierdoor kan niet vastgesteld worden dat het gooien met een bierflesje daadwerkelijk een bedreiging jegens [Slachtoffer 2] heeft opgeleverd.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 4.

De rechtbank gebruikt de verklaringen van [Slachtoffer 1] en de verklaringen van verdachtes ex-echtgenoten, te weten [ex-echtgenote 1] en [ex-echtgenote 2], niet als schakelbewijs.

Ten aanzien van [Slachtoffer 1] komen de door haar afgelegde verklaringen op essentiële punten omtrent de modus operandi van verdachte niet overeen met de verklaringen van [Slachtoffer 2].

De verklaringen van [ex-echtgenote 1] en [ex-echtgenote 2] zijn opgenomen in het rapport van het Pieter Baan Centrum (verder: PBC), in het kader van het persoonlijkheidsonderzoek van verdachte door het PBC. Deze verklaringen zijn dan ook niet opgenomen door een opsporingsambtenaar. Uit jurisprudentie blijkt dat de inhoud van reclasseringsrapporten en overige rapporten omtrent de persoon van verdachte niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden. De verklaringen van [ex-echtgenote 1] en [ex-echtgenote 2] zijn derhalve niet bruikbaar als schakelbewijs.

Reeds op grond van het gegeven dat het belastend bewijsmateriaal louter bestaat uit de verklaringen van [Slachtoffer 2] en verder wat betreft hetgeen verdachte ten laste is gelegd geen steun vindt in de overige inhoud van het procesdossier moet worden geoordeeld dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om (daargelaten de vraag naar de overtuiging) te komen tot een bewezenverklaring.

De rechtbank acht daarom niet wettig bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook van dat feit vrijspreken.

Feit 5.

[Slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte op 5 december 2009 tegen haar heeft gezegd dat als zij verdachte eruit zou gooien zij bloed aan de muur zou zien. Bij de rechter-commissaris heeft [Slachtoffer 2] wederom verklaard dat verdachte haar heeft bedreigd met de woorden “als je niet luistert, vloeit er bloed aan de muur”. Dat [Slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris – meer dan een jaar na het ten laste gelegde feit – in eerste instantie verklaart dat deze bedreiging op een andere datum heeft plaatsgevonden, maakt haar verklaring niet onbetrouwbaar of ongeloofwaardig. Uit de door [Slachtoffer 2] gestuurde e-mail naar verdachte d.d. 6 december 2009, blijkt immers dat zij op die datum al heeft verklaard dat verdachte tegen haar heeft gezegd “als ik weg ga dan zit je huis onder het bloed”.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting van 7 april 2011 niets verklaard omtrent de bedreiging. Verdachte heeft echter op 6 december 2009 de hiervoor aangehaalde e-mail van [Slachtoffer 2] beantwoord. In deze e-mail verklaart verdachte dat hij “dat van dat bloed” niet meende. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging gebruikte woorden tegen [Slachtoffer 2] heeft gebezigd. De rechtbank acht het ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Feit 6.

Eerste cumulatief/alternatief.

[Slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte haar op 12 december 2009 tegen de kast drukte. Verdachte heeft haar tevens een stomp in haar gezicht gegeven, waardoor zij een tand door haar lip kreeg en ze met haar hoofd tegen een muurtje viel. Tenslotte heeft verdachte haar nogmaals een stomp in het gezicht gegeven.

De verklaring omtrent het voorval op die dag wordt ondersteund door de verklaringen van [vriendin slachtoffer 2] en [zoon slachtoffer 2] .

[vriendin slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op zaterdag 11 december 2009 (de rechtbank leest hierin zaterdag 12 december 2009) te horen kreeg dat [Slachtoffer 2] in elkaar was geslagen door verdachte. [vriendin slachtoffer 2] heeft gezien dat het gezicht van [Slachtoffer 2] was opgezet aan de linkerkant, dat haar lip dik was en er bloed onder haar neus zat.

Dat de woonkamer van [Slachtoffer 2] een ravage was en de kerstboom was omgevallen wordt ondersteund door de verklaringen van [vriendin slachtoffer 2] en [zoon slachtoffer 2] .

De verklaring van [Slachtoffer 2] acht de rechtbank derhalve betrouwbaar en geloofwaardig.

Gelet op de hiervoor aangehaalde aangifte van [Slachtoffer 2] en de verklaringen van [vriendin slachtoffer 2] en [zoon slachtoffer 2] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [Slachtoffer 2] heeft mishandeld op de wijze zoals in de bewezenverklaring vermeld.

De rechtbank spreekt verdachte (partieel) vrij van het bij de keel/hals grijpen of dichtdrukken of dichtknijpen of dichtgedrukt dan wel dichtgeknepen houden, aangezien hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is.

Tweede cumulatief/alternatief.

Alleen uit de verklaring van [Slachtoffer 2] blijkt dat verdachte een bierflesje naar, althans in de richting van, haar lichaam dan wel haar hoofd heeft gegooid. Reeds op grond van het gegeven dat het belastend bewijsmateriaal louter bestaat uit de hiervoor vermelde verklaring van [Slachtoffer 2] en verder wat betreft hetgeen verdachte ten laste is gelegd geen steun vindt in de overige inhoud van het procesdossier moet worden geoordeeld dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om (daargelaten de vraag naar de overtuiging) te komen tot een bewezenverklaring.

De rechtbank acht daarom niet wettig bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook van dat feit vrijspreken.

5. DE BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 subsidiair, 3, 5 en 6 eerste cumulatief/alternatief ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op of omstreeks de periode van 13 februari 2010 tot en met 14 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [Slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 1], hebbende verdachte

- meermalen met grote kracht, zijn, verdachtes, vuisten en handen en een zweepje in de vagina en de anus van die [Slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of gestoten

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 1] op een stoel (in de woonkamer) heeft neergezet en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Zitten en smoel houden", en

- die [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer heeft gestuurd en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen." en "Ik ga je laten merken wat hoer zijn is." en

- die [Slachtoffer 1] een zweep heeft getoond en voorgehouden en hierbij gezegd dat hij die [Slachtoffer 1] met die zweep zou slaan en haar hiermee pijn zou gaan doen en hierbij gezegd dat zij al haar kleren uit moest doen en

- die [Slachtoffer 1] (een stuk) touw heeft getoond en voorgehouden en een stuk van dit touw om de polsen van die [Slachtoffer 1] heeft gelegd en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Of moet ik je vastbinden?," en

- meermalen die [Slachtoffer 1] met een zweep tegen of op haar borsten heeft geslagen en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Smoel houden of ik douw iets in je smoel" en

- meermalen die [Slachtoffer 1] met een zweep op de binnenzijden van haar dijbenen en haar vagina, heeft geslagen en

- meermalen die [Slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar", waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de vagina van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en

- meermalen dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest zitten, waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de anus van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist in de anus van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en

- (hierbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Hoe voelt het nou om hoer te zijn?" en "Ik zal je laten voelen hoe het voelt om hoer te zijn" en

- tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij zodanig op het bed moest gaan liggen dat zij met haar gezicht boven de penis van hem, verdachte, terecht kwam en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Kijk naar die lul." en

- (terwijl hij, verdachte, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] bleef duwen of stoten) tegen die [Slachtoffer 1] gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen en

- die [Slachtoffer 1] zoveel pijn deed dat zij naar voren schoot, waardoor of waarna die [Slachtoffer 1] met haar hoofd stootte tegen het voeteneind van het bed en

- hierbij (telkens) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", en "Ik zal je laten voelen wat een hoer is" en "Laat jij je betalen om hoer te zijn" en "Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen"

en (aldus) voor die [Slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

2. (subsidiair)

hij op of omstreeks de periode van 13 februari 2010 tot en met 14 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, aan een persoon (te weten [Slachtoffer 1]), opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (aan de linkerzijde een onregelmatig verlopen ca. 2 cm. diepe inscheuring van de wand van de vagina over een lengte van ca. 10 cm, en rechts een onregelmatig verlopende inscheuring van de wand van de vagina over een lengte van 8 cm. en een -oppervlakkig gelegen- verscheuring van vooral de slijmvlieslaag naar de ingang van de vagina toe en op meerdere plaatsen -oppervlakkige- scheurtjes in het slijmvlies en -oppervlakkige- scheurtjes in het slijmvlies van de anus), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

- die [Slachtoffer 1] bij (de kraag van) haar jas heeft vastgepakt, waardoor of waarna zij niet meer de woning uit kon komen en

- die [Slachtoffer 1] naar de slaapkamer heeft gestuurd en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een beter plan met jou. Je gaat met mij mee naar boven." en "Daar kom je wel achter wat ik ga doen. Een ding is zeker, ik ga je heel veel pijn doen." en "Ik ga je laten merken wat hoer zijn is." en

- die [Slachtoffer 1] een zweep getoond en voorgehouden en hierbij gezegd dat hij die [Slachtoffer 1] met die zweep zou slaan en haar hiermee pijn zou gaan doen en/of hierbij gezegd dat zij al haar kleren uit moest doen en

- die [Slachtoffer 1] (een stuk) touw heeft getoond en voorgehouden en een stuk van dit touw om de polsen van die [Slachtoffer 1] heeft gelegd en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Of moet ik je vastbinden?," en

- meermalen die [Slachtoffer 1] met een zweep tegen of op haar borsten heeft geslagen en hierbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Smoel houden of ik douw iets in je smoel" en

- meermalen die [Slachtoffer 1] met een zweep op de binnenzijden van haar dijbenen en haar vagina, heeft geslagen en

- meermalen die [Slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Vieze sloerie, doe die poten uit elkaar", waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de vagina van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en

- meermalen dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op haar knieën moest zitten, waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist draaiende bewegingen heeft gemaakt tegen de anus van die [Slachtoffer 1], waardoor of waarna hij, verdachte, meermalen met zijn vuist in de anus van die [Slachtoffer 1] is binnengedrongen en

- (terwijl hij, verdachte, met zijn vuist in de vagina van die [Slachtoffer 1] bleef duwen of stoten) tegen die [Slachtoffer 1] gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen en

- die [Slachtoffer 1] zoveel pijn deed dat zij naar voren schoot, waardoor of waarna die [Slachtoffer 1] met haar hoofd stootte tegen het voeteneind van het bed en

- hierbij (telkens) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Goed zo, goed zo, je moet pijn hebben", en "Ik zal je laten voelen wat een hoer is" en "Laat jij je betalen om hoer te zijn" en "Goed zo. Ik zal je laten zien en laten voelen dat je een hoer bent. Nu kan je helemaal niets meer. Het is helemaal kapot daarbinnen".

3.

hij op 13 februari 2010 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 1.000,00 Euro, toebehorende aan [Slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk gewelddadig en dreigend

- aan de schoudertas van die [Slachtoffer 1] heeft getrokken, waardoor of waarna het hengsel van die tas stuk ging en

- tegen het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft geduwd of

- (hierbij) de woorden heeft toegevoegd: "Je moet van goede huize komen om mij tegen te houden" en/of "Je kunt van mij niet winnen", en

- die [Slachtoffer 1] bij haar keel of hals heeft vastgepakt.

5.

hij omstreeks 05 december 2009 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, [Slachtoffer 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [Slachtoffer 2]

dreigend de woorden toegevoegd: "Als je mij eruit gooit, dan zul je bloed aan de muur zien".

6. (eerste cumulatief/alternatief)

hij op tijdstippen op 12 december 2009 te [Plaats], gemeente Noordoostpolder, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [Slachtoffer 2]),

- tegen een kast heeft geduwd en

- meermalen tegen of op haar gezicht heeft gestompt waardoor of waarna die [Slachtoffer 2] met haar hoofd tegen een muurtje achter haar viel of terechtkwam,

waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Van het onder 1, 2 subsidiair, 3, 5 en 6 eerste cumulatief/alternatief meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit uitsluiten.

7. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1

Verkrachting.

Feit 2 (subsidiair)

Zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade.

Feit 3

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Feit 5

Bedreiging met zware mishandeling.

Feit 6 (eerste cumulatief/alternatief)

Mishandeling, meermalen gepleegd.

8. DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

9. DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit rekening te houden met het jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf dat verdachte dient te ondergaan in het kader van een andere strafzaak, de leeftijd van verdachte, eventuele meerdaadse samenloop, de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en er geen terbeschikkingstelling kan volgen aangezien niet aan de wettelijke eisen is voldaan. De raadsman heeft bepleit een lagere gevangenisstraf op te leggen gelet op de richtlijnen.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich in korte periode schuldig gemaakt aan een vijftal strafbare feiten, die alle een geweldskarakter hebben. De rechtbank legt het zwaartepunt van de strafbare feiten bij de verkrachting en de zware mishandeling met voorbedachten rade van [Slachtoffer 1].

Verdachte heeft door zijn bruut, sadistisch en mensonterend handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van [Slachtoffer 1]. Verdachte heeft op niets ontziende wijze zijn eigen lustgevoelens laten prevaleren boven de gevoelens van de ander.

De rechtbank weegt mee dat dergelijke feiten zeer ernstig zijn en de slachtoffers ernstig kunnen traumatiseren. Gelet op het letsel van [Slachtoffer 1] is zij tevens gedurende lange tijd geconfronteerd met hetgeen haar door verdachte is aangedaan.

De rechtbank houdt als aanknopingspunt voor de op te leggen straf voor dit feit rekening met de richtlijnen van het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (verder te noemen: LOVS). Het LOVS heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting voor verkrachting een gevangenisstraf van 24 maanden vastgesteld. Daarbij heeft het LOVS een aantal strafvermeerderende factoren opgesomd die in casu tevens van toepassing zijn zoals de duur, het gebruikte geweld, de aard van de gedraging, de recidive (verdachte is blijkens een uittreksel van de justitiële documentatie reeds eerder veroordeeld wegens verkrachting), de bijzondere bedreigende en vernederende setting (anale penetratie en penetratie met voorwerpen) en de relatiesfeer.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunt voor straftoemeting bij zware mishandeling.

De rechtbank merkt op dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn persoon, daar hij niet wilde meewerken aan het opstellen van rapportages, ook niet in het PBC.

Gelet op het feit dat de deskundigen geen oordeel hebben kunnen geven over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Bij het opleggen van de straf is de rechtbank er derhalve vanuit gegaan dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een forse, geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

10. HET BESLAG

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft teruggave aan [Slachtoffer 1] gevorderd van haar bruine portemonnee en haar duizend euro. Voor het overige heeft de officier van justitie teruggave aan verdachte gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank omtrent de in beslag genomen voorwerpen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen voorwerpen, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer, te weten de mobiele telefoons T-Mobile, HP Ipaq en Digi Walker, een zwarte portemonnee en tien euro.

De rechtbank zal de teruggave aan [Slachtoffer 1] gelasten van de aan haar toebehorende in beslag genomen voorwerpen, te weten een bruine suède portemonnee en duizend euro.

11. DE BENADEELDE PARTIJEN

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen respectievelijk [Slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] tot een bedrag van respectievelijk

€ 20.534,07 en € 3.000,00, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van deze slachtoffers tot voornoemde bedragen. De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partijen [Slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering van [Slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te verklaren, gezien de door hem bepleite vrijspraak van de ten laste gelegde feiten. Subsidiair is de vordering niet eenvoudig van aard, waardoor de vordering zich niet leent voor behandeling in de strafzaak. Er is geen onderbouwing van de psychische schade en het letsel is op geen enkele wijze aangetoond.

De raadsman heeft bepleit de vordering van [Slachtoffer 2] eveneens niet-ontvankelijk te verklaren, gezien de door hem bepleite vrijspraak van de ten laste gelegde feiten. Subsidiair is de vordering niet eenvoudig van aard, waardoor de vordering zich niet leent voor behandeling in de strafzaak.

Het oordeel van de rechtbank

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [Slachtoffer 1] – daartoe vertegenwoordigd door mr. M.R. Bruins – zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 21.534,07.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [Slachtoffer 1] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feit.

De hoogt van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 20.534,07.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De benadeelde partij [Slachtoffer 1] dient in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard, aangezien zij het door verdachte gestolen geldbedrag via een andere weg retour zal ontvangen, te weten middels de beslissing van de rechtbank omtrent teruggave aan haar van de duizend euro dat onder verdachte in beslag is genomen.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 20.534,07 ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 1].

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [Slachtoffer 2] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 4.000,00.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [Slachtoffer 2] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 5 en 6 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 500,00.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De benadeelde partij [Slachtoffer 2] dient in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard nu dit ziet op immateriële schade ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit waarvoor de verdachte zal worden vrijgesproken.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 500,00 ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 2].

12. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 242, 285, 300, 303, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13. BESLISSING

De rechtbank:

Ten aanzien van het ten laste gelegde

verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair, 4 en 6 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3, 5 en 6 eerste cumulatief/alternatief laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar;

bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Ten aanzien van het beslag

gelast de teruggave van de mobiele telefoons T-Mobile, HP Ipaq, Digi Walker, een zwarte portemonnee en tien euro aan verdachte;

gelast de teruggave van de bruine suède portemonnee en duizend euro aan [Slachtoffer 1];

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen

[Slachtoffer 1]

veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer 1], van een bedrag van € 20.534,07 (zegge: twintigduizend en vijfhonderd en vierendertig euro en zeven cent) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 5 en 6 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 13 februari 2010, tot die van de voldoening;

legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 20.534, 07, ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 137 dagen hechtenis;

bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partij [Slachtoffer 1] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

[Slachtoffer 2]

veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer 2], wonende te [Plaats], van een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 5 en 6 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 5 december 2009, tot die van de voldoening;

legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 500,00, ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 2], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis;

bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partij [Slachtoffer 2] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. A.I. van der Kris en mr. J.R. Krol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2011.

Mr. J.R. Krol voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.