Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BP7320

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-01-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
Awb 10/631
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Disciplinair ontslag wegens veelvuldig bellen naar buitenland; beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 10/631

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

eiser te woonplaats,

gemachtigde: mr. R.C.M. Klatten, juridisch adviseur te Zoetermeer,

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als rechtsopvolger van de Minister van Justitie,

verweerder.

Procesverloop

Bij mondelinge mededeling van 29 december 2008, schriftelijk bevestigd bij brief van 30 december 2008, heeft verweerder aan eiser, met ingang van 29 december 2008, de toegang tot de gebouwen van de dienst ontzegd. Bij brief van 6 februari 2009 heeft eiser hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 10 juli 2009 heeft verweerder aan eiser, met ingang van 20 juli 2009, ontslag bij wijze van disciplinaire straf verleend. Bij brief van 19 augustus 2009 heeft eiser hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij besluiten van 4 maart 2010 heeft verweerder de bezwaren van 6 februari 2009 en van 19 augustus 2009 ongegrond verklaard. Bij brief van 14 april 2010 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 15 december 2010 behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H.J. Kleine, adviseur rechtspositie, en E. Adriaansen-van Wijk, hoofd facilitair management.

Overwegingen

Eiser was werkzaam als medewerker post en archiefzaken bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) van het Ministerie van Justitie, te Hoofddorp. Eiser was aangesteld in vaste dienst. Eiser beschikte over een eigen werkplek, met telefoon, op de postkamer. Vanaf 2007 werd eiser tevens ingezet voor het verrichten van werkzaamheden bij de afdeling Financiën van de IND in Hoofddorp.

Op enig tijdstip in het jaar 2008 is gebleken dat door de medewerkers van de IND regelmatig vanaf het werk, via 0900-nummers, naar het buitenland werd gebeld. Voor het voeren van dergelijke gesprekken worden aan de IND kosten in rekening gebracht. Uit onderzoek dat vervolgens plaatsvond is gebleken dat (ondermeer) vanaf eisers toestel, met intern telefoonnummer 9572, veel naar het buitenland was gebeld. Gebleken is dat vanaf dit nummer een groot aantal malen gebeld is met 0900-nummers, waarmee naar verschillende landen in Afrika kan worden gebeld.

Op 29 december 2008 heeft verweerder aan eiser de toegang tot de gebouwen van de dienst ontzegd. Bij besluit van 2 maart 2009 heeft verweerder eiser, met behoud van bezoldiging, geschorst in de uitoefening van zijn ambt.

Verweerder heeft eiser disciplinair ontslag verleend, omdat aannemelijk wordt geacht dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Aannemelijk is dat eiser veelvuldig, met gebruik van een aan de dienst toebehorend telefoontoestel, naar het buitenland heeft gebeld.

Eiser ontkent dat hij, vanaf het werk, naar het buitenland heeft gebeld. De postkamer in het gebouw van de IND in Hoofddorp is vrij toegankelijk voor alle medewerkers.

Artikel 77, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) bepaalt dat het bevoegd gezag aan de ambtenaar de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, kan ontzeggen.

De rechtbank is van oordeel dat eiser nog belang heeft bij een beoordeling van het gehandhaafde besluit van 29 december 2008. Een dergelijke maatregel wordt immers veelal als diffamerend ervaren en kan zijn weerslag hebben op het kunnen blijven functioneren van een ambtenaar, ook nadat deze maatregel beëindigd is.

De rechtbank stelt voorop dat de maatregel om een ambtenaar de toegang tot de gebouwen van de dienst te ontzeggen een ordemaatregel is, die in het belang van de dienst kan worden getroffen. Niet vereist is dat op het moment waarop een dergelijke maatregel wordt getroffen vaststaat dat de desbetreffende ambtenaar zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid kunnen besluiten om eiser de toegang tot de gebouwen van de dienst te ontzeggen. In verband met het onderzoek naar eisers belgedrag was het, in het belang van de dienst, wenselijk dat eiser tijdelijk niet aanwezig was op de werkvloer. Niet uit te sluiten viel immers dat eisers aanwezigheid van invloed zou kunnen zijn op de bereidheid van collega’s om over eiser te verklaren.

Het beroep, voor zover gericht tegen het handhaven van het besluit waarbij eiser de toegang tot de gebouwen van de dienst is ontzegd, is daarom ongegrond.

Ingevolge het bepaalde in artikel 80, eerste lid, van het ARAR kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens schuldig maakt aan plichtsverzuim, disciplinair worden gestraft. Ingevolge het bepaalde in artikel 80, tweede lid, van het ARAR omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig wettelijk voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge het bepaalde in artikel 81, eerste lid, aanhef en onder l, van het ARAR behoort ontslag tot de disciplinaire straffen die kunnen worden opgelegd.

De rechtbank stelt voorop dat in het ambtenarenrecht niet de strikte bewijsregels en bewijsmiddelen van het strafrecht gelden. Wel geldt dat de overtuiging dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim moet zijn verkregen op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens heeft geconcludeerd dat aannemelijk is dat eiser op grote schaal, met gebruikmaking van een aan de dienst toebehorend telefoontoestel, via 0900-nummers naar het buitenland heeft getelefoneerd. In dit verband acht de rechtbank van belang dat verweerder niet enkel heeft onderzocht wanneer en hoe vaak vanaf telefoonnummer 9572 op deze wijze naar het buitenland is getelefoneerd, maar dat tevens andere omstandigheden, waaronder verklaringen van collega’s, bij het onderzoek zijn betrokken. Het onderzoek door het Bureau Veiligheid en Integriteit (BVI) van de IND heeft zich uitgestrekt over een periode van zes maanden. Uit dit onderzoek is gebleken dat honderden malen vanaf telefoonnummer 9572 via 0900-nummers naar het buitenland is gebeld. Meer dan honderd maal duurden deze gesprekken langer dan vijf minuten. In perioden dan eiser niet op het werk aanwezig was, vonden dergelijke telefoongesprekken vrijwel niet plaats. Daarnaast is uit verklaringen van directe collega’s van eiser gebleken dat eiser regelmatig privé telefoneerde vanaf zijn werkplek in de postkamer. Verder heeft verweerder betekenis mogen toekennen aan de omstandigheid dat gebeld is met een 0900-nummer, waarmee naar landen in Afrika kan worden gebeld. Eiser is, anders dan collega’s van eiser die in dezelfde functie werkzaam waren bij de IND in Hoofddorp, afkomstig uit Afrika en familie van eiser woont nog altijd in Afrika. Tevens heeft verweerder betekenis mogen toekennen aan de verklaring die eiser op 29 december 2008, voordat hem de toegang tot de gebouwen van de dienst werd ontzegd, heeft afgelegd. Eiser heeft toen erkend dat hij af en toe via het desbetreffende 0900-nummer heeft gebeld. Dat eiser later heeft verklaard dat hij bedoelde te verklaren dat hij wel eens, in het kader van de uitoefening van functie, via 0900-nummers binnen Nederland belde, komt de rechtbank niet geloofwaardig voor. Gelet op al deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is voldoende aannemelijk dat eiser de gedraging die verweerder hem verwijt daadwerkelijk heeft begaan.

Eiser heeft zich, door met een aan de dienst toebehorend telefoontoestel voor privédoeleinden te telefoneren naar het buitenland, niet zo gedragen als een ambtenaar zich behoort te gedragen. Eiser had hiervoor geen toestemming gekregen van zijn leidinggevende en hij had behoren te beseffen dat het op kosten van de IND en tijdens werktijd voor privédoeleinden naar het buitenland telefoneren niet was toegestaan. Eiser heeft zich dan ook schuldig gemaakt aan plichtsverzuim en verweerder was bevoegd om eiser hiervoor disciplinair te straffen.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten om eiser, bij wijze van disciplinaire straf, ontslag te verlenen. Naar het oordeel van de rechtbank is deze zwaarste sanctie evenredig aan de ernst van het plichtsverzuim, mede gelet op de hoge frequentie waarmee eiser zich, gedurende langere tijd, aan dit plichtsverzuim schuldig heeft gemaakt.

Het beroep, voor zover gericht tegen het handhaven van het besluit waarbij aan eiser disciplinair ontslag is verleend, is daarom ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzitter, mr. J.H.M. Hesseling en mr. P.H. Banda, rechters, en door de voorzitter en mr. A. van der Weij als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.