Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BP1255

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
180462/FT-RK 11.16
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft vandaag het faillissement vernietigd van een horecagelegenheid aan de Plantage in Kampen. Deze was op 21 december 2010 failliet verklaard.

Gebleken is nu dat er voldoende geld beschikbaar is om de schuldeisers te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

rekestnr.: 180462/FT-RK 11.16

vonnis van de enkelvoudige civiele kamer d.d. 18 januari 2011

Op 4 januari 2011 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift van:

[Eiser],

geboren op [geboortedatum] te [plaats],

wonende [adres],

handelend onder de naam EFES,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Oost Nederland onder nummer 05051646,

vestigingsadres: [adres],

hierna te noemen opposante,

advocaat mr. A. Ben Daoued.

Het verzoekschrift strekt tot vernietiging van de faillietverklaring, uitgesproken op verzoek van

1. de stichting STICHTING PENSIOENFONDS HORECA & CATERING,

gevestigd te Zoetermeer;

2. de stichting STICHTING SOCIAAL FONDS VOOR HET HORECABEDRIJF

(SHF),

gevestigd te Zoetermeer;

3. de stichting STICHTING OVERGANGSREGELING VERVROEGD

UITTREDEN VOOR HET HORECABEDRIJF (SOHOR),

gevestigd te Zoetermeer,

hierna te noemen geopposeerden,

procesadvocaat: mr. F.W. van Vloten.

Het procesverloop

Bij vonnis van 21 december 2010 van deze rechtbank is opposante bij verstek in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. J.H. Bosch tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. C.W. Timmer, advocaat te Kampen, tot curator.

Opposante heeft op 13 januari 2011 nadere stukken ingediend.

Op 13 januari 2011 heeft de curator in een verslag zijn bevindingen ten aanzien van het faillissement van opposante uitgebracht.

Op 13 januari 2011 heeft de behandeling van het verzoekschrift van opposante plaatsgevonden ter openbare zitting, waarbij zijn verschenen:

- opposante, bijgestaan door haar advocaat mr. A. Ben Daoued;

- mr. C.W. Timmer, curator;

- mr. F.W. van Vloten, voornoemd.

Vervolgens heeft de rechtbank partijen de tijd gegund tot uiterlijk vrijdag 14 januari 2011 om 17.00 uur, teneinde nadere stukken ter onderbouwing van hun standpunten bij de rechtbank in te dienen.

De curator en opposante hebben op 14 januari 2011 nadere stukken ingediend.

Motivering

Het verzoekschrift is tijdig ingediend; opposante is conform artikel 8 van de Faillissementswet in haar verzoek ontvankelijk.

Niet in geschil is dat verweerders elk een vordering hebben op opposante en dat deze vorderingen nog niet zijn voldaan.

Voor de beoordeling van het verzet dient de vraag te worden beantwoord of opposante verkeert in een toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. Daarbij moet worden gekeken naar de situatie op het moment van behandeling van het verzoekschrift tot verzet.

Uit de behandeling ter zitting en de nader ingediende stukken is het volgende naar voren gekomen. Een aantal vorderingen zijn door opposante gemotiveerd weersproken. Voor enkele andere vorderingen geldt dat crediteuren akkoord zijn met een (betalings)regeling indien het faillissement wordt vernietigd. Met inachtneming hiervan resteert aan preferente en concurrente schuldvorderingen een bedrag van € 90.108,76.

Verder staat vast dat de advocaat van opposante, mr. A. Ben Daoued, thans over voldoende gelden beschikt op zijn derdenrekening om het bedrag ad € 90.108,76, de faillissementskosten ad € 21.393,37 en de kosten van de aanvrager van het faillissement ad

€ 1.200,00 te betalen. Hij is daartoe onvoorwaardelijk gevolmachtigd.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat opposante niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen en dat het vonnis van faillietverklaring vernietigd dient te worden.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzet gegrond dient te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt het door deze rechtbank op 21 december 2010 gewezen faillissementsvonnis van [Eiser] voornoemd;

- bepaalt het salaris van de curator op € 17.286,18 exclusief BTW en de niet specificeerbare verschotten op € 691,45 exclusief BTW;

- bepaalt dat het salaris en de verschotten van de curator ten laste komen van opposante en beveelt ten behoeve van de curator de tenuitvoerlegging jegens deze opposante voor wat betreft de veroordeling van opposante in deze kosten.

Aldus gedaan ter openbare zitting door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, rechter, en uitgesproken op 18 januari 2011 in tegen¬woor¬dig¬heid van de grif¬fier.