Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2011:BP0128

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-01-2011
Datum publicatie
10-01-2011
Zaaknummer
Awb 10/1047
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Samenloopregeling van de Regeling samenloop ziekengeld met AAW/WAO-uitkering gaat voor op de samenloopregeling van artikel 32 Ziektewet in het geval dat aan de samenloop een periode van anticumulatie voorafging. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Registratienummer: Awb 10/1047

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

(…)

wonende te Lelystad, eiseres,

gemachtigde: mr. M.A. Jansen,

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,

gevestigd te Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2010 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat zij met ingang van 14 juni 2009 recht heeft op € 8,26 bruto aan ziekengeld per dag.

Bij een tweede besluit van deze datum heeft verweerder eiseres meegedeeld dat zij per

1 oktober 2009 geen recht meer heeft op ziekengeld.

De door eiseres tegen deze besluiten gemaakte bezwaren zijn bij het besluit van 10 juni 2010 ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 25 november 2010 behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J. van Steenwijk.

Overwegingen

1. Aan de gedingstukken en het verhandelde ter zitting ontleent de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Eiseres heeft recht op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid en een dagloon van € 92,89 als zij op 1 april 2008 voor 20 uur in de week aan het werk gaat als administratief medewerkster bij Wouter en Partners Holding B.V.. In verband met haar inkomsten wordt haar uitkering onder toepassing van artikel 44 WAO uitbetaald naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.

Eiseres heeft haar werkzaamheden wegens ziekte met ingang van 18 mei 2009 gestaakt. Haar arbeidsovereenkomst is per 1 oktober 2009 van rechtswege geëindigd.

1.2. Verweerder heeft eiseres per 18 mei 2009 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van € 58,26 bruto per dag. Na vier weken arbeidsongeschiktheid is de WAO-uitkering van eiseres per 14 juni 2009 herzien naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid en een dagloon van € 115,34.Vervolgens heeft besluitvorming plaatsgevonden zoals weergegeven in de rubriek procesverloop.

2. In geschil is de vraag of verweerder het recht op ziekengeld van eiseres terecht per 14 juni 2009 heeft vastgesteld op € 8,26 per dag en of op goede gronden is bepaald dat er per 1 oktober 2009 geen recht meer bestaat op ziekengeld.

2.1. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 32, tweede lid van de ZW, terwijl artikel 3 van de Regeling samenloop ziekengeld met AAW/WAO-uitkering van toepassing is.

2.2. Verweerder heeft gesteld bij de besluitvorming wel toepassing te hebben gegeven aan het bepaalde in artikel 3 van de Regeling samenloop ziekengeld met AAW/WAO-uitkering, maar niettemin te komen tot een andere berekening dan eiseres.

3. Ingevolge artikel 32, tweede lid, aanhef en sub b, van de ZW, wordt, voor zover hier van belang, indien de verzekerde ter zake van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond van deze wet als op herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 39a van de WAO, het ziekengeld slechts uitbetaald voor zover dit het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO in verband met die herziening is verhoogd, overtreft.

3.1. Volgens artikel 32, vierde lid, van de ZW kan de minister onder meer met betrekking tot de gevallen van samenloop van ziekengeld met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO regels stellen.

3.2. Met de Regeling samenloop ziekengeld met AAW/WAO-uitkering (Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 30 september 1976, nr.54 655, Stcrt. 1976, 191, laatstelijk gewijzigd bij Regeling van 18 februari 2002, Stcrt. 2002, 37, verder: de Regeling) zijn bedoelde regels gesteld.

3.3. Artikel 3 van de Regeling luidt als volgt:

-1. Indien degene die na afloop van het tijdvak gedurende hetwelk:

a. artikel 33 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; of

b. artikel 44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

op hem van toepassing is geweest, nog recht heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet dat hem gedurende dat tijdvak is toegekend, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald indien en voor zover het overtreft het verschil tussen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat laatstelijk met toepassing van het onder a of b genoemde artikel aan hem werd uitbetaald.

Indien de onder a en b genoemde artikelen gelijktijdig van toepassing zijn geweest, wordt het ziekengeld slechts uitbetaald indien en voor zover het overtreft het gezamenlijk bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen dat na beëindiging van de toepassing van de onder a en b genoemde artikelen wordt uitbetaald.

-2. Het bepaalde in artikel 32, tweede lid, van de Ziektewet blijft buiten toepassing ten aanzien van degene op wie het bepaalde in het vorige lid van toepassing is.

4.1. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen in confesso is dat de situatie van eiseres, waarin sprake was van anticumulatie van inkomsten op haar WAO-uitkering, per 14 juni 2009 wordt beheerst door het bepaalde in artikel 3 van de Regeling. Partijen zijn verdeeld over de uitleg van de zinsnede ‘overtreft het verschil tussen het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat laatstelijk met toepassing van het onder a of b genoemde artikel aan hem werd uitbetaald’ en dan met name over de vraag wat ‘het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering’ is.

4.2. Verweerder heeft zijn visie toegelicht dat ‘het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering’ ziet op de WAO-uitkering ná de herziening, derhalve in de situatie van eiseres, de uitkering per 14 juni 2009 naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid en een dagloon van € 115,34. Dit bedrag dient volgens verweerder afgezet te worden tegen het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering tijdens anticumulatie. Verweerder heeft berekend, dat per 14 juni 2009 de WAO-uitkering (€ 115,34 x 100/108 x 75% =) € 80,10 bedraagt, en het laatstelijk onder toepassing van artikel 44 van de WAO betaalde bedrag

(€ 92,89 x 100/108 x 35% =) € 30,10. Het verschil is € 50,00.

Het ziekengeld bedraagt € 58,26 zodat dit het verschil overtreft met € 8,26. Eiseres heeft mitsdien volgens verweerder per 14 juni 2009 recht op € 8,26 ziekengeld per dag. Nu het ziekengeld per 1 oktober nog € 41,78 bedraagt, is er geen sprake meer van een uit te betalen verschil per die datum.

4.3. Namens eiseres is dit standpunt gemotiveerd bestreden. Naar de mening van de gemachtigde van eiseres verwijst ‘het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering’ naar de hoogte van de WAO-uitkering als ware er niet geanticumuleerd, de uitkering naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid derhalve. Het relevante verschil betreft in de visie van gemachtigde derhalve het verschil tussen de uitkering vóór en ná de anticumulatie, wat zou neerkomen op het verschil tussen 35% en 42% van 100/108 x het dagloon van € 92,89. Volgens de gemachtigde van eiseres is het verschil dus geen € 50,00 maar € 6,02, wat ertoe zou leiden dat het ziekengeld dat het verschil overtreft op een hoger bedrag moet worden bepaald. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres terzake toegelicht, dat een en ander naar haar mening voortvloeit uit het feit dat op grond van het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 van meergenoemde Regeling, artikel 32, tweede lid ZW buiten toepassing blijft en dit het artikel is dat de herziening regelt.

5. De rechtbank overweegt het volgende.

5.1. Artikel 32, tweede lid van de ZW ziet op de situatie dat iemand ter zake van ziekte recht heeft op zowel toekenning van ziekengeld als op heropening dan wel herziening van de WAO (op grond van artikel 38, 39 of 39a WAO) zoals eiseres per 14 juni 2009. Als die situatie aan de orde is, dan wordt het ziekengeld slechts betaald voor zover het de WAO-uitkering overtreft.

5.2. Op grond van het vierde lid van artikel 32 van de ZW heeft de Minister een speciale regeling getroffen. Artikel 3 van deze Regeling regelt de samenloop van ZW en WAO na afloop van de toepassing van anticumulatie-artikelen. Het tweede lid van artikel 3 bepaalt dat artikel 32, tweede lid van de ZW buiten toepassing blijft als er sprake is van een situatie zoals in artikel 3, eerste lid van de Regeling beschreven. Anders dan de gemachtigde van eiseres leidt de rechtbank hieruit niet meer af dan dat de samenloopregeling van de Regeling voorgaat op de samenloopregeling van artikel 32 ZW in het geval dat aan de samenloop een periode van anticumulatie voorafging. De rechtbank vermag niet in te zien, waarom hieruit ook zou volgen, dat de herziening van de WAO-uitkering niet in de beoordeling mag worden betrokken. Deze herziening vloeit immers niet voort uit artikel 32, tweede lid van de ZW maar uit de relevante bepalingen in de WAO. De uitleg van de gemachtigde zou er overigens toe leiden dat eiseres in het genot zou komen van een hogere uitkering dan zij in totaal aan inkomen uit loon en uitkering had ten tijde van haar werkzaamheden. Verweerder heeft ter zitting voorgerekend dat eiseres bij de berekening zoals die thans heeft plaatsgevonden per 14 juni 2009 een inkomen heeft nagenoeg gelijk aan haar inkomen toen zij werkte. Eerst na beëindiging van haar dienstverband per 1 oktober 2009 is er sprake van een inkomensachteruitgang. Dat eiseres bestraft wordt voor het feit dat zij zich heeft ingezet om te gaan werken, nu zij als gevolg daarvan wordt geconfronteerd met een inkomensachteruitgang, zoals door haar gemachtigde betoogd, wordt door de feiten derhalve weerlegd.

5.3. Op grond van het hiervoor overwogene komt de rechtbank tot de slotsom dat verweerder op juiste wijze toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 3 van de Regeling door bij de vaststelling van het recht op ziekengeld uit te gaan van het bedrag van de WAO-uitkering per 14 juni 2009. Verweerders besluit op bezwaar kan mitsdien de rechterlijke toetsing doorstaan.

6. Het beroep is daarom ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Vijftigschild, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr.L.G. Wijma, rechters, en door de voorzitter en mr. F. Ernens als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.