Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BU3914

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
14-11-2011
Zaaknummer
152472 - HA ZA 08-1531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet tijdig publiceren jaarrekening; niet hebben voldaan aan boekhoudplicht; onttrekking van liquiditeiten: oorzaak van faillissement (art. 2: 248BW)

Rechtbank matigt bedrag waarvoor bestuurders aansprakelijk zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: 152472 / HA ZA 08-1531

Vonnis van 17 november 2010

in de zaak van

SYBE JOHANNES DE VRIES,

in zijn hoedanigheid van curator van de besloten vennootschap

SAMMIE ZWOLLE B.V.,

wonende te Wezep, kantoorhoudende te Zwolle,

eiser,

advocaat mr. drs. P.L. Hellinga te Zwolle,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1],

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. H.P. van der Veen te Zwolle.

Partijen zullen hierna de curator, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden en gedaagden gezamenlijk [gedaagde sub 1 en sub 2]

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 december 2008 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek met producties

- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De besloten vennootschap Sammy Zwolle is op 19 mei 2005 opgericht. Enig aandeelhouder van Sammy Zwolle was [gedaagde sub 1]. Enig aandeelhouder van [gedaagde sub 1] was de Stichting Rayco, waarvan [gedaagde sub 2] de enige bestuurder was.

2.2. Tot 1 oktober 2007 werd door [gedaagde sub 2] onder de handelsnaam Sammy Zwolle B.V. een kinderkledingzaak geëxploiteerd. Op 1 oktober 2007 is de kinderkledingzaak verkocht. Het verkoopbedrag van EUR 53.573,- is op 16 oktober 2007 aan Sammy Zwolle betaald. Sammy Zwolle bleef bestaan onder de handelsnaam [Beheer A] met als nieuwe bedrijfsomschrijving "beheer van vermogen".

2.3. Op 19 december 2007 is Sammy Zwolle in staat van faillissement verklaard onder benoeming van de curator tot curator.

2.4. Naast Sammy Zwolle vallen onder [gedaagde sub 1] nog drie besloten vennootschappen, die eveneens eind 2007/begin 2008 in staat van faillissement zijn verklaard: SHR-fashion B.V., Sammie B.V. en Sammy Emmen B.V.

2.5. Bij brieven van 18 januari 2008, 21 februari 2008, 26 maart 2008 en in een email van 10 april 2008 is [gedaagde sub 2] namens de curator verzocht om informatie en of stukken te verstrekken met betrekking tot de administratie van Sammy Zwolle.

2.6. De curator heeft op 27 november 2008 conservatoir beslag laten leggen op een aan [gedaagde sub 2] toebehorend onroerend goed alsmede conservatoir derdenbeslag onder de SNS Bank N.V. op de tegoeden van [gedaagde sub 1 en sub 2]

3. Het geschil

3.1. De curator vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I primair

a. [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk zal veroordelen om aan de curator het bedrag van de schulden in het faillissement van Sammy Zwolle te voldoen, voor zover deze niet uit de overige baten kunnen worden voldaan, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

b. [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk zal veroordelen om aan de curator bij wijze van voorschot op het onder a. gevorderde een bedrag te voldoen van EUR 125.000,-

subsidiair

c. [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk zal veroordelen om aan de curator ter zake van schadevergoeding een bedrag te voldoen van EUR 44.072,-, vermeerderd met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2007 althans vanaf de rechtens eerst mogelijke datum tot aan de dag van voldoening;

II [gedaagde sub 1] zal veroordelen om aan de curator ter zake van volstorting van aandelen een bedrag te voldoen van EUR 18.000,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente vanaf 19 mei 2005 althans vanaf de rechtens eerst mogelijke datum tot aan de dag van voldoening;

III [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk zal veroordelen om aan de curator ter zake van de kosten van het conservatoir beslag een bedrag te voldoen van EUR 578,23, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente vanaf 5 december 2008 althans vanaf de rechtens eerst mogelijke datum tot aan de dag van voldoening;

IV [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

[gedaagde sub 1 en sub 2] hebben bij conclusie van dupliek een bewijs overgelegd van volstorting van de aandelen van Sammy Zwolle. Bij gelegenheid van pleidooi heeft de curator de vordering sub II ingetrokken.

3.2. De curator baseert zijn vordering op de volgende stellingen. [gedaagde sub 1] heeft haar taak als bestuurder van Sammy Zwolle onbehoorlijk vervuld, doordat (a) de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd, (b) niet voldaan is aan de boekhoudplicht en (b) liquiditeiten aan Sammy Zwolle zijn onttrokken. Ingevolge artikel 2:248 BW wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van Sammy Zwolle. [gedaagde sub 1] is daarom hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden van de vennootschap. Als (indirect) bestuurder van [gedaagde sub 1] is ook [gedaagde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk.

3.3. [gedaagde sub 1 en sub 2] voeren gemotiveerd verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank zal eerst de omstandigheden bespreken die de curator ten grondslag heeft gelegd aan zijn stelling dat sprake was van een onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur van Sammy Zwolle.

a. publicatie jaarrekening

4.2. Tussen partijen staat vast dat de jaarrekening van Sammy Zwolle uiterlijk op 8 februari 2007 neergelegd had moeten zijn bij het handelsregister, maar dat dit op 19 december 2007, de datum van het faillissement, (nog) niet was geschied. De jaarrekening van Sammy Zwolle is dus niet tijdig gepubliceerd.

4.3. [gedaagde sub 1 en sub 2] betogen dat het niet tijdig publiceren moet worden beschouwd als een onbelangrijk verzuim. Zij voeren daartoe aan dat de onderneming is gestart in 2005 en dat de jaarstukken die hadden moeten worden gedeponeerd, slechts betrekking hebben op de eerste maanden van de onderneming, terwijl de schuldvorderingen die hebben geleid tot het faillissement volgens hen niet zijn ontstaan in die periode. Het tijdig deponeren zou volgens [gedaagde sub 1 en sub 2] niet hebben geleid tot meer duidelijkheid voor de schuldeisers. Verder voeren [gedaagde sub 1 en sub 2] aan dat bij de oprichting van Sammy Zwolle er ook voor gekozen had kunnen worden het eerste boekjaar te laten eindigen op 31 december 2006. In dat geval had de jaarrekening pas in februari 2008 gepubliceerd hoeven te worden. [gedaagde sub 1 en sub 2] leiden daaruit af dat de wetgever de publicatie van de jaarrekening van een jonge onderneming niet zo zwaarwegend vindt dat die altijd binnen 13 maanden gepubliceerd moet worden.

4.4. Nu vast staat dat de jaarrekening niet tijdig is gepubliceerd, is op grond van artikel 2:248 BW sprake van onbehoorlijke taakvervulling die wordt vermoed een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement, tenzij het verzuim onbelangrijk is. In het geval van Sammy Zwolle hebben de bestuurders er niet voor gekozen het eerste boekjaar te laten eindigen op 31 december 2006, is de termijn voor publicatie met meer dan 10 maanden overschreden en hebben [gedaagde sub 1 en sub 2] geen verklaring voor die overschrijding gegeven. Dat de vorderingen die tot het faillissement hebben geleid, zijn ontstaan in 2005 wordt bovendien door de curator betwist. Onder die omstandigheden kan de overschrijding niet als een onbelangrijk verzuim worden beschouwd.

b. boekhoudplicht

4.5. [gedaagde sub 1 en sub 2] menen dat zij aan hun boekhoudplicht hebben voldaan. Zij bestrijden niet dat er veelvuldig kruisbetalingen binnen de vennootschappen van de groep plaatsvonden, zoals de curator heeft betoogd, maar volgens hen is desondanks goed te achterhalen welke betalingen hebben plaatsgevonden en ten behoeve van wie die betalingen hebben plaatsgevonden. De boekhouding werd bijgehouden in een administratief boekhoudpakket (SnelStart), waaruit de vermogenstoestand van de vennootschap kon worden gekend. [gedaagde sub 2] heeft de hele boekhouding, met de inlogcodes, aan (de medewerkster van) de curator overhandigd alsmede alle bankafschriften en hij heeft aangeboden om te helpen indien er onduidelijkheden zouden optreden.

Bij conclusie van dupliek hebben [gedaagde sub 1 en sub 2] kopieën overgelegd van bankafschriften van [gedaagde sub 1], waaruit naar hun zeggen het verloop van de rekening-courantverhouding tussen de vennootschappen gereconstrueerd kan worden.

4.6. Volgens vaste jurisprudentie is het algemene beoordelingscriterium voor de boekhoudplicht dat de administratie zodanig moet zijn dat men snel inzicht kan krijgen in de debiteuren en crediteuren positie op enig moment en dat deze posities en de stand van de liquiditeiten, gezien de aard en de omvang van de onderneming, een redelijk inzicht geven in de vermogenspositie van de failliete rechtspersoon.

4.7. Dat de boekhouding van Sammy Zwolle werd bijgehouden in een boekhoudprogramma en dat werd bijgehouden welke overboekingen werden gedaan naar [gedaagde sub 1], betekent op zich zelf niet dat uit die boekhouding ook de rechten en verplichtingen van de vennootschap (te allen tijde) kunnen worden gekend. Uit de door [gedaagde sub 1 en sub 2] geschetste gang van zaken binnen de groep van vennootschappen blijkt dat er een zeer grote verwevenheid was van de verschillende vennootschappen. Nu niet inzichtelijk is op welke grond overboekingen over en weer werden gedaan, zoals de curator onbetwist heeft gesteld, is niet duidelijk hoe de financiële positie van Sammy Zwolle daardoor is beïnvloed. De financiële positie van de afzonderlijke vennootschappen is niet bekend en er is geen overzicht van of inzicht in de over en weer uitstaande bedragen en dus van de rekening-courantverhouding van Sammy Zwolle met de andere vennootschappen. De door [gedaagde sub 1 en sub 2] bij conclusie van dupliek overgelegde bankafschriften van [gedaagde sub 1] bieden dit inzicht evenmin.

4.8. Ter zitting is door [gedaagde sub 2] bewijs aangeboden van het door hem gevoerde verweer dat hij een adequate administratie voerde. Nu uit de stukken blijkt dat de curator herhaaldelijk om meer informatie heeft gevraagd, zonder respons van de zijde van [gedaagde sub 1 en sub 2], en de overgelegde producties onvoldoende inzicht bieden, is dat aanbod onvoldoende gespecificeerd en dus onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank hieraan voorbijgaat.

4.9. Uit het voorgaande volgt dat de administratie van [gedaagde sub 1 en sub 2] onvoldoende inzicht bood in de rechten en verplichtingen van Sammy Zwolle. [gedaagde sub 1 en sub 2] hebben derhalve niet voldaan aan de boekhoudplicht, zodat ook op die grond sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling die wordt vermoed oorzaak te zijn van het faillissement.

c. onttrekking van liquiditeiten

4.10. Niet in geschil is dat wegens de verkoop van de kinderkledingzaak door Sammy Zwolle een bedrag van EUR 53.573,- ontvangen is op 16 oktober 2007. De curator stelt dat binnen twee dagen nadat Sammy Zwolle dit bedrag had ontvangen, een bedrag van EUR 44.072,- (dat is 82% van de ontvangen verkoopprijs) is betaald aan derden en niet ten goede is gekomen aan de schuldeisers van Sammy Zwolle.

[gedaagde sub 1 en sub 2] heeft op dit punt aangevoerd dat laatstgenoemde gelden zijn aangewend ten behoeve van de totale onderneming, dat wil zeggen de groep van vennootschappen, en dat geen sprake is geweest van persoonlijke verrijking van [gedaagde sub 2]. Vast staat dus dat het grootste deel van de verkoopsom van EUR 53.573,- is aangewend ten behoeve van derden en niet ten behoeve van Sammy Zwolle. Ter comparitie heeft de raadsman van [gedaagde sub 1 en sub 2] verklaard dat de crediteuren "die het hardst schreeuwden" het eerst zijn voldaan uit de verkoopopbrengst van Sammy Zwolle, hoewel deze crediteuren geen crediteuren van Sammy Zwolle waren.

4.11. Met betrekking tot een vennootschap die tot een groep van vennootschappen behoort, kan niet de regel worden aanvaard dat deze vennootschap, wanneer zij heeft besloten haar activiteiten te beëindigen en niet over voldoende middelen beschikt om al haar schuldeisers te voldoen, in beginsel de vrijheid zou hebben om de crediteuren van tot haar groep behorende vennootschappen te voldoen met voorrang boven haar eigen crediteuren. Uit de stukken en tijdens het pleidooi is gebleken dat [gedaagde sub 2] de belangen van de verschillende vennootschappen niet voldoende van elkaar heeft kunnen scheiden en uit de opbrengst van Sammy Zwolle crediteuren van andere vennootschappen heeft voldaan. Met de curator is de rechtbank dan ook van oordeel dat een redelijk denkend bestuurder - onder die omstandigheden - niet zo gehandeld zou hebben.

oorzaak faillissement

4.12. Uit het vorenstaande volgt dat sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling van [gedaagde sub 1 en sub 2], die wordt vermoed een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement van Sammy Zwolle. [gedaagde sub 1 en sub 2] zijn ingevolge artikel 2:248 BW hoofdelijk aansprakelijk jegens de boedel voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet uit de overige baten kunnen worden voldaan, tenzij zij erin slagen voormeld vermoeden te weerleggen.

4.13. [gedaagde sub 1 en sub 2] hebben in het kader van de weerlegging van het vermoeden dat kennelijke onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement in hun conclusie van antwoord betoogd dat in de jaren 2006 en 2007 de omzet en de winst in de branche slecht waren. Zij hebben in dat kader rapporten overgelegd van de brancheorganisatie van Sammy Zwolle. Deze rapporten ondersteunen echter niet het betoog van [gedaagde sub 1 en sub 2], zodat dit moet worden verworpen.

4.14. Bij conclusie van dupliek hebben [gedaagde sub 1 en sub 2] de gang van zaken omschreven met betrekking tot de kinderkledingzaak van september 2005 tot september 2007. Daarmee zijn [gedaagde sub 1 en sub 2] er evenmin in geslaagd het vermoeden te weerleggen dat de kennelijke onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur een belangrijke oorzaak was van het faillissement. Uit de omschrijving blijkt immers dat Sammy Zwolle steeds nieuwe verplichtingen is aangegaan, hoewel van meet af aan de verkopen tegenvielen. Die gang van zaken doet vermoeden dat de omstandigheid dat geen goede administratie werd bijgehouden èn de omstandigheid dat [gedaagde sub 2] geen overzicht had van de resultaten van de afzonderlijke, zeer met elkaar verweven, vennootschappen, ertoe hebben geleid dat [gedaagde sub 2] onvoldoende informatie beschikte om tot goede beslissingen te komen omtrent de bedrijfsvoering van Sammy Zwolle.

4.15. Uit het hiervooroverwogene volgt dat [gedaagde sub 1 en sub 2] er niet in zijn geslaagd het vermoeden te weerleggen dat de kennelijke onbehoorlijke taakvervulling van [gedaagde sub 1 en sub 2] een belangrijke oorzaak is van het faillissement van Sammy Zwolle. Dat betekent dat voldaan is aan de vereisten voor aansprakelijkheid van de bestuurders van Sammy Zwolle jegens de boedel voor het bedrag van de schulden.

matiging

4.16. De rechter kan het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld.

4.17. In de onderhavige zaak is de onbehoorlijke taakvervulling met name daarin gelegen dat de financiële administraties van de vennootschappen onderling te veel verweven zijn. Er is niet gebleken dat door [gedaagde sub 1 en sub 2] gepoogd is de ene vennootschap boven de andere te bevoordelen. Evenmin is gebleken dat de bestuurder zich zelf heeft willen bevoordelen. Van belang is verder dat de curator veronderstelt dat er bij de start goede bedoelingen zijn geweest aan de zijde van [gedaagde sub 1 en sub 2] In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om het bedrag waarvoor [gedaagde sub 1 en sub 2] aansprakelijk zijn te matigen tot het bedrag van EUR 44.072,-. Dat is het bedrag dat ten onrechte niet aan Sammy Zwolle ten goede is gekomen.

4.18. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van EUR 44.072,-, De gevorderde rente zal als niet betwist worden toegewezen. De beslagkosten zullen eveneens worden toegewezen nu daartegen geen verweer is gevoerd.

4.19. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van de procedure, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op

explootkosten EUR 71,80

vast recht EUR 3.160,00

advocaatkosten EUR 5.684,00 (4 x tarief 1.421,00)

totaal EUR 8.915,80

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk tot betaling aan de curator van een bedrag van EUR 44.072,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2007;

5.2. veroordeelt [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk in de kosten van de procedure, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op EUR 8.915,80;

5.3. veroordeelt [gedaagde sub 1 en sub 2] hoofdelijk in de beslagkosten EUR 578,23

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Zomer, mr. J. van der Hulst en mr. J.M. van Jaarsveld en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2010.