Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BO9989

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
175710 / KG ZA 10-419
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

IE-zaak. Kostenveroordeling met uitsplitsing naar gedaagden en grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 175710 / KG ZA 10-419

Vonnis in kort geding van 13 oktober 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DESSO GROUP B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENIA CARPET NL HOLDING B.V.,

gevestigd te Goirle,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENIA CARPET NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Goirle,

eiseressen,

advocaat mr. R.W.M.L. Delissen te ‘s-Gravenhage,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COTAP B.V.,

gevestigd te Genemuiden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VLOER TOTAAL CONCEPT B.V.,

gevestigd te Genemuiden,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. G.A. Smit te Amsterdam.

Partijen zullen hierna enerzijds Desso Group (c.s.), Enia Holding en Enia Nederland, en anderzijds Cotap (c.s.), VTC en [gedaagde 3] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Desso Group c.s.

- de pleitnota van Cotap c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Enia Holding houdt alle aandelen in Enia Nederland. Desso Group heeft op 18 maart 2010 alle aandelen in Enia Holding van de Zwitserse vennootschap Enia Carpet Group AG (verder: Enia Zwitserland) overgenomen. Voor 18 maart 2010 voerde Enia Nederland onder andere een tweetal producten in haar assortiment die bekend zijn onder de namen Tapisom en Tecsom. Nadien hebben Desso Group c.s. besloten deze producten uit het assortiment van Enia Nederland te halen.

2.2. De Zwitserse vennootschap Enia Carpet Management AG (verder aan te duiden als Enia Management Zwitserland), een dochtervennootschap van Enia Zwitserland, bezit de intellectuele eigendomsrechten ter zake de Enia-handelsmerken. Op 18 maart 2010 hebben Desso Group en Enia Management Zwitserland een licentieovereenkomst ter zake deze handelsmerken gesloten. Op grond van deze licentieovereenkomst had Desso Group met ingang van 18 maart 2010 gedurende zes maanden een niet-exclusief gebruiksrecht op het gebruik van de Enia-handelsmerken in Nederland en enige andere landen en heeft zij vanaf 18 september 2010 een exclusief gebruiksrecht in Nederland, Zwitserland en Duitsland.

2.3. Cotap, tevens handelende onder de naam Vloer Totaal Concept, houdt zich bezig met de vervaardiging en de in- en verkoop van vloerbedekking. [gedaagde 3] is één van de (middellijk) bestuurders van Cotap. Nadat Enia Nederland had besloten de Tecsom- en Tapisomproducten uit haar assortiment te halen is Cotap deze producten gaan verkopen. Cotap betrekt deze producten van de Franse vennootschap Tecsom S.A.S. Voornoemde producten werden eerder vervaardigd door een aan Enia Zwitserland gelieerde Franse (inmiddels gefailleerde) vennootschap (verder te noemen: Enia Frankrijk), waarvan de onderneming na een faillissement een doorstart heeft gemaakt. De onderneming wordt thans gedreven door Tecsom S.A.S.

Begin juni 2010 heeft Cotap een mailing aan haar klanten gestuurd. In deze mailing is aangegeven dat voornoemde producten voortaan bij Vloer Totaal Concept kunnen worden besteld.

2.4. Enia Nederland heeft in het verleden, toen zij de Tecsom- en Tapisomproducten nog verkocht, bij haar afnemers stalenkaarten, dat wil zeggen albums met daarin stukjes tapijt, geplaatst. Zij heeft deze stalenkaarten gekocht van Enia Management Zwitserland. Aan de hand van deze stalenkaarten kunnen klanten van afnemers de keus voor hun product bepalen. Op de stalenkaarten is onder meer het merk en logo van Enia op verschillende plaatsen aangebracht. Een deel van de stalenkaarten heeft betrekking op de Tecsom- en Tapisomproducten. Aangezien deze producten niet meer door Enia Nederland worden gevoerd, heeft Enia Nederland besloten de stalenkaarten die betrekking hebben op deze producten terug te halen.

2.5. Vertegenwoordigers van Cotap hebben klanten die over de stalenkaarten van de Tecsom- en Tapisomproducten beschikten meegedeeld dat Enia Nederland niet langer deze producten in haar assortiment heeft en dat Vloer Totaal Concept de distributeur van deze producten in Nederland was geworden. Zij boden aan een sticker op de stalenkaarten te plakken waarbij de adres- en bestelgegevens van Enia Nederland werden vervangen door die van Vloer Totaal Concept. De naam “Enia” en het daarbij behorende logo blijft echter op andere plaatsen van de stalenkaarten zichtbaar.

3. Het geschil

3.1. De vorderingen van Desso Group c.s. strekken ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Cotap c.s. zal veroordelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis tot staking van het benaderen van de accountmanagers en andere medewerkers van eiseressen met hun dreigementen en onjuiste stellingen ter zake van de Tapisom- en Tecsom-producten;

2. Cotap c.s. zal veroordelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis tot staking van het benaderen van de opdrachtgevers van Desso Group c.s. met onjuiste stellingen ter zake van de Tapisom- en Tecsom-producten;

3. Cotap c.s. zal veroordelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis zich te onthouden van het gebruiken van de klantenbestanden van Desso Group c.s. en deze klantenbestanden te retourneren aan Desso Group c.s.;

4. Cotap c.s. zal gebieden met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis zich te onthouden van enige bemoeienis met de bedrijfsvoering van Desso Group c.s.;

5. Cotap c.s. zal gebieden met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis zich te onthouden van het wegnemen van de stalenkaarten van Desso Group c.s., althans te dreigen zulks te doen;

6. Cotap c.s. zal gebieden, voor zover er reeds stalenkaarten weg zijn genomen, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de weggenomen stalenkaarten te retourneren aan Desso Group c.s.;

7. Cotap c.s. zal gebieden met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis zich te onthouden van het beplakken dan wel op een andere wijze wijzigingen aan te brengen op de stalenkaarten van Desso Group c.s.;

8. Cotap c.s. zal gebieden binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de reeds beplakte stalenkaarten in hun oorspronkelijke toestand te brengen dan wel een vergoeding te betalen aan Desso Group c.s. vanwege de beschadiging van de stalenkaarten als gevolg van het beplakken van stalenkaarten;

9. Cotap c.s. zal gebieden om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan alle door Cotap c.s. benaderde opdrachtgevers van Desso Group c.s., in een voor de geadresseerde begrijpelijke taal, een brief te zenden met uitsluitend de volgende inhoud:

"Geachte …………………………………………………………,

Bij vonnis van [datum vonnis] heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank te Zwolle-Lelystad beslist dat de aanpassingen door Cotap B.V./VTC B.V. van de zich bij u bevindende Enia-stalenkaarten inbreuk maken op de exclusieve merkrechten van Desso Group B.V. In verband hiermee dient Cotap B.V./VTC B.V. binnen enkele dagen na heden de stalenkaarten in hun oorspronkelijke toestand te brengen en zal Cotap B.V./VTC B.V. u om deze reden een dezer dagen een bezoek brengen teneinde de aanpassingen van de stalenkaarten terug te draaien.

Hoogachtend,"

onder gelijktijdige toezending van kopieën van deze brief alsmede een lijst van de geadresseerden met volledige adresgegevens aan mr. R.W.M.L. Delissen;

10. Cotap c.s. zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van EUR 10.000, althans een door de Voorzieningenrechter te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat Cotap c.s. met de gehele of gedeeltelijke nakoming van de onder 1 tot en met 9 verzochte bevelen in gebreke blijven;

11. Cotap c.s. zal veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding ten bedrage van EUR 12.489,36 overeenkomstig artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de nakosten ten belope van EUR 131 zonder betekening, dan wel EUR 199 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

12. op basis van art. 1019i Rv de termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt zal bepalen op zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis.

3.2. Cotap voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang van Desso Group c.s. bij haar vorderingen is in voldoende mate gebleken.

4.2. Als meest verstrekkende verweer - voor zover het VTC betreft - hebben Cotap c.s. naar voren gebracht dat:

1. Cotap (mede) handelt onder de naam Vloer Totaal Concept;

2. de activiteiten met betrekking tot de Tecsom- en Tapisomproducten enkel door (een divisie van) Cotap zijn verricht; en

3. VTC (nog) geen activiteiten heeft ontplooid.

Deze stellingen zijn door Desso Group c.s. niet gemotiveerd weersproken. Voor zover de vorderingen zijn ingesteld tegen VTC, dienen zij derhalve te worden afgewezen.

4.3. Ook de vorderingen tegen [gedaagde 3] zullen worden afgewezen. Dat [gedaagde 3] een ernstig persoonlijk verwijt treft ter zake de door Desso Group c.s. gestelde inbreuken is gesteld noch gebleken.

4.4. De vordering onder 1.

4.4.1. Aan de eerste vordering hebben Desso Group c.s. ten grondslag gelegd dat vertegenwoordigers van Cotap op onrechtmatige wijze klanten van Enia Nederland hebben getracht over te halen om niet mee te werken aan het terughalen van stalenkaarten van Enia Nederland en aldus deze klanten onjuist hebben geïnformeerd. Ter illustratie hebben zij gewezen op de verklaring van mw. [A], werkzaam bij [bedrijf]? B.V.. Zij verklaart, zakelijk weergegeven dat zij is bezocht door de heer [B] van Cotap, die stelde afkomstig te zijn van Enia, waarna hij stelde dat Enia niet langer bestond. Hij zou hebben opgemerkt de stalenkaarten mee te willen nemen. Nadat [A] had meegedeeld dit niet te wensen, zou hij hebben opgemerkt dat zij de stalenkaarten dan maar zou moeten weggooien.

4.4.2. Cotap c.s. hebben met klem betwist dat zij klanten van Enia Nederland op onrechtmatige wijze hebben benaderd. Zij stellen dat zij bij klanten op bezoek zijn geweest en daarbij hebben meegedeeld dat Enia Nederland niet langer de Tecsom- en Tapisomproducen voert en dat Vloer Totaal Concept dat inmiddels doet. Voorts hebben zij verzocht om stickers op de litigieuze stalenkaarten te plakken, zodat voor de klanten duidelijk is waar zij deze producten kunnen bestellen.

4.4.3. In het licht van dit verweer zijn de stellingen van Desso Group c.s. niet voldoende aannemelijk geworden. Daarbij moet worden aangetekend dat de verklaring van mw. [A] vragen oproept in die zin dat niet valt in te zien met welke reden [B] zou hebben gezegd dat hij van Enia afkomstig is én dat Enia niet langer bestaat. Bovendien hebben Desso Group c.s. weliswaar in het algemeen gesteld dat klanten (meervoud) op onrechtmatige wijze worden benaderd, maar zij hebben, op de verklaring van mw. [A] na, niet op concrete wijze uiteengezet welke andere klanten zouden zijn benaderd en wat aan hen is meegedeeld, nog daargelaten dat niet elke onjuiste opmerking ook onrechtmatig is jegens Desso Group c.s.. Het is dan ook niet voldoende aannemelijk geworden dat de vertegenwoordigers van Cotap klanten op een dermate onzorgvuldige wijze hebben benaderd dat dit gekwalificeerd dient te worden als onrechtmatig. Van een dreigend onrechtmatig handelen door Cotap c.s. is, in het verlengde daarvan, evenmin gebleken.

4.4.4. Nog daargelaten dat op grond van het voorgaande de vordering reeds dient te worden afgewezen, moet worden opgemerkt dat de vordering te onbepaald is om te kunnen worden toegewezen.

4.5. De vordering onder 2.

4.5.1. Aan de tweede vordering hebben Desso Group c.s. ten grondslag gelegd dat:

1. Cotap en [gedaagde 3] op 14 en 15 juli 2010 van accountmanagers van Enia Nederland hebben geëist dat Desso Group c.s. de stalenkaarten van Tecsom- en Tapisomproducten niet terug zouden halen bij hun klanten;

2. Cotap en [gedaagde 3] hebben gedreigd om klanten over te halen niet mee te werken aan de afgifte van de stalenkaarten aan Enia Nederland

4.5.2. Cotap c.s. stellen ten verwere dat [gedaagde 3] telefonisch aan de directeur van Desso Group zijn zienswijze op de situatie heeft gegeven, naar de voorzieningenrechter begrijpt, erop neerkomende dat de stalenkaarten die Enia Nederland bij de klanten had uitgezet, aan de klanten zelf toebehoorden, op grond waarvan het volgens Cotap c.s. Desso Group c.s. niet zonder meer vrijstond de litigieuze stalenkaarten terug te halen, en zij aan klanten in overweging mocht geven om de stalenkaarten te bestickeren op de wijze zoals is omschreven in rechtsoverweging 2.5.

4.5.3. Hoewel, zoals hieronder zal worden vastgesteld, Cotap c.s. zich dient te onthouden van het gebruik van de door Desso Group c.s. bij klanten uitgezette stalenkaarten van Tecsom- en Tapisomproducten, dient ook deze vordering te worden afgewezen. De vordering is dermate ruim omschreven dat daar niet slechts beweerdelijke uitspraken zoals genoemd in rechtsoverweging 4.5.1 onder vallen, maar elke mededeling waarvan zou kunnen worden vastgesteld dat deze onjuist is. Desso Group c.s. gaat er daarbij aan voorbij dat niet iedere onjuiste mededeling onrechtmatig is.

4.6. De vordering onder 3.

4.6.1. Aan deze vordering hebben Desso Group c.s. ten grondslag gelegd dat: “aannemelijk is dat de heren [werknemer 1] en [werknemer 2] ten behoeve van Cotap dan wel VTC gebruik hebben gemaakt van de klantenbestanden” van Desso Group c.s. Dat zou blijken uit de omstandigheden dat [werknemer 1] en [werknemer 2] (werknemers die eerst bij Enia Nederland en thans bij Cotap in dienst zijn) vaker dan gebruikelijk op de databases van Desso Group hebben ingelogd en uit de omstandigheid dat [werknemer 2] voorafgaande aan zijn vertrek bij Enia Nederland nog een klantenbestand heeft gekopieerd.

4.6.2. Cotap c.s. hebben de vordering gemotiveerd weersproken. Zij stellen dat [werknemer 2] het klantenbestand heeft gekopieerd ten behoeve van zijn werkzaamheden voor Enia Nederland, dat zij geen gebruik hebben gemaakt van de klantenbestanden van Enia Nederland en dat zij over eigen klantenbestand beschikken met deels dezelfde klanten als die van Enia Nederland. De gegevens van dit klantenbestand zijn afkomstig van Tecsom S.A.S.

4.6.3. In het licht van de stellingen van Cotap c.s. is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende aannemelijk geworden dat Cotap c.s. gebruik hebben gemaakt van door [werknemer 2] en of [werknemer 1] meegenomen klantenbestanden. De vordering zal mitsdien worden afgewezen.

4.7. De vordering onder 4.

4.7.1. Een afzonderlijke grondslag hebben Desso Group c.s. voor deze vordering niet gegeven. De vordering is, nog daargelaten dat een voldoende concrete onderbouwing ontbreekt, te onbepaald om te kunnen worden toegewezen, met name omdat in het geheel niet duidelijk is wat onder “bemoeienis” op zichzelf en in het bijzonder wat onder “bemoeienis met de bedrijfsvoering” dient te worden verstaan, terwijl voorts zonder meer duidelijk is dat niet iedere vorm van bemoeienis ook onrechtmatig is.

4.8. De vorderingen onder 5. tot en met 10.

4.8.1. Aan deze vorderingen hebben Desso Group c.s. eerst ten grondslag gelegd dat Enia Nederland eigenaar is van de litigieuze stalenkaarten, zodat Cotap c.s. zich dienen te onthouden van inbreuken daarop en ten tweede dat Cotap c.s. inbreuk maken op de licentierechten van Desso Group. Het betreft, naar de voorzieningenrechter begrijpt, twee grondslagen die in de visie van Desso Group c.s. onafhankelijk van elkaar het gevorderde kunnen dragen.

4.8.2. Ten aanzien van - samengevat - de eigendomsgrondslag stellen Desso Group c.s. dat Enia Nederland de stalenkaarten van de Tecsom- en Tapisomproducten van Enia Zwitserland en Enia Frankrijk hebben gekocht en aldus eigenaar daarvan is geworden. De stalenkaarten zijn vervolgens aan klanten in bruikleen gegeven.

4.8.3. Cotap c.s. hebben niet bestreden dat (het merendeel van) de stalenkaarten door Enia Nederland is aangekocht en door haar is uitgezet onder klanten. Zij stellen zich op het standpunt dat van bruikleen geen sprake is, maar dat Enia Nederland de stalenkaarten heeft geschonken aan klanten. Voor zover de stalenkaarten evenwel nog aan Enia Nederland zouden toebehoren, was de relatie tussen Enia Nederland en haar klanten zodanig, dat het de klanten vrijstond toe te staan dat op de stalenkaarten stickers werden geplakt.

4.8.4. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat Enia Nederland eigendomsrechten ter zake de stalenkaarten kan doen laten gelden. Enia Nederland heeft deze stalenkaarten aangekocht en is daarvan eigenaar geworden. Zij heeft vervolgens deze stalenkaarten uitgezet onder klanten. Feiten en of omstandigheden waaruit volgt dat Enia Nederland daarbij haar eigendomsrechten heeft prijsgegeven zijn niet aannemelijk geworden. Daarbij is mede van belang dat de stalenkaarten een aanmerkelijk financieel belang vertegenwoordigen en Enia Nederland er dus een belang bij heeft op grond van haar eigendomsrechten te waken voor oneigenlijk gebruik daarvan.

4.8.5. Ten aanzien van - samengevat - de merkenrechtelijke grondslag stellen Desso Group c.s. zich op het standpunt dat Desso Group, gelet op de licentieovereenkomst met Enia Management Zwitserland (inmiddels) exclusief gerechtigd zijn tot het gebruik van de Enia-handelsmerken in, voor zover thans van belang, Nederland en dat Cotap c.s. inbreuk maken op deze merkrechten door op de stalenkaarten - die voorzien zijn van de naam en het logo van “Enia” stickers van en met een verwijzing naar Vloer Totaal Concept te plakken.

4.8.6. Cotap c.s. stellen zich op het standpunt dat van enige merkinbreuk geen sprake is. Het bestickeren van de stalenkaarten dient er - samengevat - juist toe verwarring in de markt te voorkomen.

4.8.7. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat van een merkenrechtelijke inbreuk wél sprake is. Door stalenkaarten met de merknaam en -logo “Enia” te beplakken met een sticker die wijst naar een concurrent van Enia Nederland, Vloer Totaal Concept, wordt gebruik gemaakt van die beschermde merknaam in de zin van artikel 2.20 BVIE. Het is voorts voldoende aannemelijk geworden dat, voor zover op de stalenkaarten nog het logo en/of het woordmerk van “Enia” blijft prijken, daardoor verwarring kan ontstaan. Zowel voor klanten (de directe klanten van Enia Nederland alsmede de consumenten die bij haar Tecsom- en Tapisomproducten kopen) zal het merk “Enia” eveneens worden geassocieerd met de waren van Cotap. Desso Group kan dan ook hier tegen optreden.

4.8.8. Dat Cotap c.s. het ertoe hebben geleid dat stalenkaarten bij klanten zijn “verdwenen” - zoals door Desso Group c.s. is gesteld, is door Cotap c.s. met klem bestreden. De voorzieningenrechter acht dat, gelet op het ontbreken van een voldoende onderbouwing van die stelling, dan ook niet aannemelijk geworden. Daarbij is van belang dat Cotap c.s., blijkens haar stellingen, juist het - overigens onrechtmatig - gebruik van de litigieuze stalenkaarten ten behoeve van haar eigen marktbewerking wenste in te zetten. De vorderingen onder 5. en 6. dienen mitsdien te worden afgewezen.

4.8.9. De vordering onder 7. en 8. zijn wel (deels) toewijsbaar. Tussen partijen is niet in geschil dat Cotap c.s. stalenkaarten van Tecsom- en Tapisomproducten van een sticker heeft voorzien. Zowel op grond van hetgeen onder 4.8.4 als van hetgeen onder 4.8.7 is overwogen behoeft Enia Nederland dit niet te dulden. De onder 8 gevorderde schadevergoeding dient evenwel te worden afgewezen, nu Desso Group c.s. hebben nagelaten enig inzicht te geven in de door haar geleden schade.

4.8.10. Ook de vordering onder 9 is, gelet op de voorshands aannemelijk geachte merkinbreuken, toewijsbaar.

4.8.11. De gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt als volgt.

4.9. De vordering onder 11.

4.9.1. Desso Group c.s. hebben gevorderd dat Cotap c.s. worden veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld aan de hand van artikel 1019h Rv en door hen begroot op EUR 12.489,36. Cotap c.s. hebben zich hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd.

4.9.2. Cotap zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van Desso Group c.s. worden veroordeeld. De voorzieningenrechter ziet aanleiding aansluiting te zoeken bij de “Indicatietarieven in IE-zaken”. In het onderhavige geval hebben Desso Group c.s. de vordering ingesteld tegen drie gedaagden, waarvan slechts Cotap in het (grotendeels) ongelijk is gesteld. Dat brengt mee dat, nu niet anders is aangegeven door Desso Group c.s., het door hen gevorderde bedrag voor 1/3 deel is te relateren aan de procedure die is ingesteld tegen Cotap. Voorts berust de vordering op twee gronden, inbreuk op een eigendomsrecht (waarvoor het proceskostenregime van art. 1019h Rv niet geldt en dus de gebruikelijke tarieven dienen te worden gehanteerd) en inbreuk op een IE-recht (waarop artikel 1019h Rv wel van toepassing is). Nu Desso Group c.s. eveneens heeft nagelaten te stellen in hoeverre de werkzaamheden zijn te herleiden tot één van deze gronden, zal de voorzieningenrechter ervan uitgaan de werkzaamheden voor de ene helft zijn gerelateerd aan de inbreuk op een eigendomsrecht en voor de ander helft aan een inbreuk op het merkenrecht. Dat brengt mee dat Cotap ex artikel 1019h Rv veroordeelt dient te worden in 1/6 van het gevorderde bedrag, derhalve EUR 2.081,56.

Voor wat betreft de grondslag “inbreuk op een eigendomsrecht” worden de kosten aan de zijde van Desso Group c.s. begroot op:

- dagvaarding EUR 24,63

- vast recht 87,67

- salaris advocaat 150,67

Totaal EUR 262,97

4.9.3. Desso Group c.s. zullen, als de jegens VTC en [gedaagde 3] in het ongelijk gestelde partijen, in de kosten van deze partijen worden veroordeeld.

Deze kosten worden begroot op:

- vast recht 175,33

- salaris advocaat 602,67

Totaal EUR 778,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt Cotap met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis zich te onthouden van het beplakken dan wel op een andere wijze wijzigingen aan te brengen op de stalenkaarten van Desso Group c.s.;

5.2. gebiedt Cotap binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de reeds beplakte stalenkaarten in hun oorspronkelijke toestand te brengen;

5.3. gebiedt Cotap om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan alle door Cotap benaderde opdrachtgevers van Desso Group c.s., in een voor de geadresseerde begrijpelijke taal, een brief te zenden met uitsluitend de volgende inhoud:

"Geachte …………………………………………………………,

Bij vonnis van 13 oktober 2010 heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank te Zwolle-Lelystad beslist dat de aanpassingen door Cotap B.V. van de zich bij u bevindende Enia-stalenkaarten inbreuk maken op de exclusieve merkrechten van Desso Group B.V. In verband hiermee dient Cotap B.V. binnen enkele dagen na heden de stalenkaarten in hun oorspronkelijke toestand te brengen en zal Cotap B.V. u om deze reden een dezer dagen een bezoek brengen teneinde de aanpassingen van de stalenkaarten terug te draaien.

Hoogachtend,"

onder gelijktijdige toezending van kopieën van deze brief alsmede een lijst van de geadresseerden met volledige adresgegevens aan mr. R.W.M.L. Delissen;

5.4. veroordeelt Cotap tot betaling van een dwangsom van EUR 5.000,00 voor iedere dag dat Cotap met de gehele of gedeeltelijke nakoming van de onder 5.1 tot en met 5.3 gegeven bevelen in gebreke blijft,

5.5. bepaalt dat uit hoofde van dit vonnis een bedrag van maximaal EUR 200.000,00 aan dwangsommen zal kunnen worden verbeurd;

5.6. bepaalt de termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt op zes maanden, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;

5.7. veroordeelt Cotap in de proceskosten, aan de zijde van Desso Group c.s. tot op heden begroot op EUR 2.344,53, te vermeerderen met de nakosten ten belope van EUR 131,00 zonder betekening, dan wel EUR 199,00 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

5.8. veroordeelt Desso Group c.s. in de proceskosten, aan de zijde van VTC en [gedaagde 3] tot op heden begroot op EUR 778,00;

5.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.A.M. Schreuder en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2010.