Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BO7662

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
10-12-2010
Datum publicatie
03-01-2011
Zaaknummer
07.660045-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BV0005, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het aanzetten van het slachtoffer tot prostitutie na en tijdens de relatie met verdachte levert ingevolge artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht mensenhandel op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.660045-10

Uitspraak: 10 december 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

verblijvende in de [penitentiarie inrichting].

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg op 23 en 26 november 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.J.E. Vink, en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte, mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort, en de verdachte naar voren is gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2001 tot 01 januari 2005 in de gemeente [plaats ] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) ander(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen,

(lid 1 sub 1)

door geweld of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met (of voor) een derde tegen betaling,

en/of

onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die ander(en) zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden beschikbaar stelde(n),

en/of

(lid 1 sub 4)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit die seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden van die ander(en), genaamd [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen, met (of voor) een derde tegen betaling,

en/of

(lid 1 sub 6)

die [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen, heeft bewogen hem, verdachte en/of zijn mededader(s), uit de opbrengst van haar/hun seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met een (of voor) derde te bevoordelen,

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of die misleiding en/of dat opzettelijk voordeel trekken en/of die (ondernomen) handelingen hieruit dat, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (meermalen)

- een (liefdes)relatie is/zijn aangegaan en/of heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 1], en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangezet/overgehaald om in de prostitutie te (gaan) werken en hierbij/hiervoor de financieel afhankelijke positie waarin die [slachtoffer 1] op dat moment verkeerde misbruikt/gebruikt, en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen (met kracht) in/tegen haar gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of elders (met kracht) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of geschopt (onder andere op/tegen de borst van die [slachtoffer 1] heeft geschopt), althans die [slachtoffer 1] meermalen heeft/hebben mishandeld, en/of

- die [slachtoffer 1] direct en/of indirect met de dood en/of geweld en/of ontvoering van haar kind en/of de dood van haar moeder en zus heeft/hebben bedreigd, en/of

- die [slachtoffer 1] in een door verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer handelingen heeft/hebben verricht (zoals het sociaal isoleren van die [slachtoffer 1] en/of het vrijwel permanent controleren van die [slachtoffer 1]) strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer 1] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie, en/of

- die [slachtoffer 1] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres(sen), in elk geval op enig adres, heeft/hebben ondergebracht/gehouden (te weten op één of meer adressen in [plaats] en/of [plaats]), en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(s) in [plaats ] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland heeft/hebben geregeld, alwaar die [slachtoffer 1] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en/of

- die [slachtoffer 1] naar haar prostitutiewerkplek heeft/hebben gebracht en/of van haar prostitutiewerkplek heeft/hebben opgehaald, en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gecontroleerd en/of heeft/hebben laten controleren op het moment dat zij als prostituee aan het werk was, en/of

- die [slachtoffer 1] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht een groot aantal dagen per week en/of een groot aantal uren per dag als prostituee te werken en/of door te werken tijdens ziekte en/of menstruatie en/of herstel van ziekte/verwondingen, en/of

- die [slachtoffer 1] een zeer groot deel van haar (prostitutie)verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben laten afgeven aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of op zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), rekening(en) heeft laten storten, althans die [slachtoffer 1] slechts een zeer klein deel van die verdiensten heeft/hebben laten behouden;

art 250a lid 1 ahf /ond sub 1 en/of sub 4 en/of sub 6 jo

art 250a lid 2 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht (oud)

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 01 oktober 2006 in de gemeente [plaats ] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) ander(en) genaamd [.] [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen,

(lid 1 sub 1)

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

(lid 1 sub 1)

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen,

en/of

(lid 1 sub 4 jo sub 1)

die [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen, (telkens) (met één of meer van de onder de in lid 1 sub 1 omschreven middelen dan wel onder één of meer van de in dat sub 1 omschreven omstandigheden) heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden en/of enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander(en) zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden,

en/of

(lid 1 sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen,

en/of

(lid 1 sub 9 jo sub 1)

die [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen (met één of meer van de onder de in lid 1 sub 1 omschreven middelen dan wel onder één of meer van de in dat sub 1 omschreven omstandigheden) heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met en/of voor een derde,

(lid 1 sub 1)

waarbij die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die dreiging met geweld en/of die afpersing en/of die fraude en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare positie hieruit heeft/hebben bestaan dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (meermalen)

- een (liefdes)relatie is/zijn aangegaan en/of heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 1], en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangezet/overgehaald om in de prostitutie te (gaan) werken en hierbij/hiervoor de financieel afhankelijke positie waarin die [slachtoffer 1] op dat moment verkeerde misbruikt/gebruikt, en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen (met kracht) in/tegen haar gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of elders (met kracht) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of geschopt (onder andere op/tegen de borst van die [slachtoffer 1] heeft geschopt), althans die [slachtoffer 1] meermalen heeft/hebben mishandeld (ook terwijl zij zwanger was), en/of

- die [slachtoffer 1] direct en/of indirect met de dood en/of geweld en/of ontvoering van haar kind en/of de dood van haar moeder en zus heeft/hebben bedreigd, en/of

- die [slachtoffer 1] in een door verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer handelingen heeft/hebben verricht (zoals het sociaal isoleren van die [slachtoffer 1] en/of het vrijwel permanent controleren van die [slachtoffer 1]) strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer 1] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie,

en/of

(lid 1 sub 1)

waarbij dat werven en/of dat vervoeren en/of dat overbrengen en/of dat huisvesten en/of dat opnemen ((telkens) met het oogmerk van uitbuiting),

en/of

(lid 1 sub 4 jo sub 1)

waarbij dat dwingen en/of bewegen van die [slachtoffer 1] zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden en/of dat ondernemen van enige handeling (waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden) dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden,

en/of

(lid 1 sub 9 jo sub 1)

dat dwingen en/of het bewegen van die [slachtoffer 1] om hem en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van die seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met of voor een derde, (telkens met één of meer van de onder de in lid 1 sub 1 omschreven middelen dan wel onder één of meer van de in dat sub 1 omschreven omstandigheden),

en/of

(lid 1 sub 6)

die opzettelijke voordeeltrekking uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] hieruit heeft bestaan dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (meermalen)

- die [slachtoffer 1] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres(sen), in elk geval op enig adres, heeft/hebben ondergebracht/gehouden (te weten op één of meer adressen in [plaats] en/of [plaats]), en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(s) in [plaats ] en/of één of meer andere plaatsen in Nederland heeft/hebben geregeld, alwaar die [slachtoffer 1] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en/of

- die [slachtoffer 1] naar haar prostitutiewerkplek heeft/hebben gebracht en/of van haar prostitutiewerkplek heeft/hebben opgehaald, en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gecontroleerd en/of heeft/hebben laten controleren op het moment dat zij als prostituee aan het werk was, en/of

- die [slachtoffer 1] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht een groot aantal dagen per week en/of een groot aantal uren per dag als prostituee te werken en/of door te werken tijdens ziekte en/of menstruatie en/of herstel van ziekte/verwondingen, en/of

- die [slachtoffer 1] een zeer groot deel van haar (prostitutie)verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben laten afgeven aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of op zijn, verdachtes en/of zijn mededader(s), rekening(en) heeft laten storten, althans die [slachtoffer 1] slechts een zeer klein deel van die verdiensten heeft/hebben laten behouden;

art 273a lid 1 ahf/sub 1 en sub 4 en sub 6 en sub 9 Wetboek van Strafrecht

art 273a lid 3 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2001 tot en met 01 oktober 2006, in de gemeente [plaats] en/of gemeente [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) een voorwerp, te weten één of meerdere geldbedrag(en) (zijnde opbrengsten/verdiensten uit seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of één of meer andere vrouwen), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven geldbedrag(en), althans voorwerp(en), - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank is van oordeel, dat de dagvaarding, telkens daar waar deze inhoudt “en/of één of meer andere vrouwen”, voor dat deel van de tenlastelegging nietig verklaard moet worden, omdat onduidelijk is op welke vrouwen de tenlastelegging ziet; daardoor is een goede verdediging van verdachte niet te voeren en wordt verdachte geschaad in zijn belang.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding, met uitzondering van het hiervoor gestelde, geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

4.1 Vaststaande feiten

Op 28 september 2008 kwam er informatie binnen bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (RCIE)van politie Flevoland dat [medeverdachte 1] een vrouw, genaamd [persoon 1], als hoer laat werken en dat die [persoon 1] het verdiende geld afstaat aan [medeverdachte 1]. Die informatie wordt vanaf 19 februari 2009 aangevuld met informatie dat ook [medeverdachte 2] vrouwen voor zich in de prostitutie laat werken. In juni 2009 wordt aan de RCIE gemeld dat [persoon 2] bij [medeverdachte 2] en zijn vrouw [persoon 3] woont en dat [persoon 2] al jaren de hoer speelt voor [medeverdachte 2]. Ook zijn er voorvallen door de politie gemuteerd die erop wijzen dat [medeverdachte 2] zich bezig houdt met loverboypraktijken. Uit politiesystemen blijkt voorts dat [persoon 2] in de prostitutie werkzaam is. Uit observaties blijkt dat [persoon 2] bij [medeverdachte 2] en diens vrouw woont. Er is informatie uitgewisseld tussen de Belastingdienst en de politie.

Uit nader onderzoek komt ook naar voren dat [.] [slachtoffer 1] mogelijk slachtoffer is van mensenhandel. Gebleken is dat zij contact onderhield met verdachte. Zij heeft een intakegesprek gehad bij de politie en later heeft zij aangifte tegen verdachte gedaan. Zij is tussen 25 januari en 4 mei 2010 een aantal keren gehoord. Lopende het onderzoek is een aantal getuigen gehoord. Verdachte is op 5 februari 2010 als verdacht van mensenhandel en witwassen aangehouden. Hij heeft vervolgens een vijftal verklaringen afgelegd, waarbij hij zich voornamelijk op zijn zwijgrecht heeft beroepen.

4.2 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, doch alleen voor zover dit [.] [slachtoffer 1] betreft. Hij baseert zijn standpunt onder meer op de verklaringen van [.] [slachtoffer 1] en van andere getuigen, op observaties, getapte telefoongesprekken en leugenachtige verklaringen van verdachte. De officier van justitie heeft zich ook op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte door gebruik te maken van de uit mensenhandel verdiende geldbedragen zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Hij acht ten aanzien van alle feiten medeplegen niet te bewijzen, reden waarom hij voor dat gedeelte van de tenlastelegging vrijspraak heeft gevorderd.

4.3 Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft in haar pleidooi aangegeven dat de verklaringen van [.] [slachtoffer 1] niet tot de overtuiging mogen leiden dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, omdat die verklaringen niet consistent zijn, haar verklaringen door sturend optreden van de recherche tot stand zijn gekomen, haar verklaringen wegens een mogelijk aanwezige persoonlijkheidsstoornis niet betrouwbaar zijn en haar verklaringen niet overeen komen met verklaringen van derden. Verder heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verklaringen van [.] [slachtoffer 1] niet gedragen worden door ondersteunend bewijs.

Verdachte was het er niet mee eens dat [slachtoffer 1] geld verdiende in de prostitutie, maar hij kon haar niet tegenhouden. Het geld dat ze verdiende beheerde ze zelf.

De raadsvrouw concludeert tot vrijspraak van het ten laste gelegde en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij.

4.4. Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank zijn er onvoldoende aanwijzingen dat verdachte zich bezig hield met de prostitutiewerkzaamheden van [persoon 1] en [persoon 2] en dat hij iets te maken heeft gehad met de rol die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daarin speelden.

De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel voor zover dit [.] [slachtoffer 1] betreft en dat hij de uit die mensenhandel voortkomende geldbedragen heeft witgewassen. De rechtbank baseert zich op de volgende bewijsmiddelen.

De verklaring(en) van [.] [slachtoffer 1], waarin zij aangifte doet tegen verdachte. Op 25 januari 2010 verklaart zij als volgt. Zij heeft een problematische jeugd gehad, onder andere als gevolg van het feit dat haar ouders gescheiden waren, haar moeder alcoholiste was en zij niet goed kon opschieten met haar stiefvader. Zij raakte depressief en is zes weken opgenomen geweest op de psychiatrische paaz afdeling in Lelystad. Op haar 18e , in 1997, kreeg zij een problematische relatie. Toen zij deze relatie in 2001 beëindigde en haar ex haar stalkte werd ze geholpen door verdachte. Onder andere sprong deze er tussen toen die ex met een steen op haar afkwam.

Toen [slachtoffer 1] verdachte vertelde over haar schulden zei hij dat hij daar wel een oplossing voor wist. Zij zou in [plaats ] in de prostitutie kunnen gaan; verdachte zou haar begeleiden en beschermen. Hij wilde daarvoor een percentage van de verdiensten hebben van twintig tot dertig procent. [slachtoffer 1] vond dit redelijk.

De week daarna zijn verdachte, [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] naar [plaats ] gegaan. Verdachte liet haar zien waar zij kon werken, aan de [adres] bij [persoon 4], een particuliere raamverhuurder. De familie [verdachte] kende deze man en regelde daar de kamers. Na het bezichtigen zei [slachtoffer 1] dat de afspraak door kon gaan. Met verdachte is vervolgens in een seksshop een setje ondergoed gekocht. Die avond zijn [slachtoffer 1] en verdachte voor het eerst met elkaar naar bed geweest. Ze waren vanaf dat moment echt een stel en onafscheidelijk. [slachtoffer 1] is voor het eerst gaan werken op de wallen in mei of juni 2001. Ze werd door [medeverdachte 2] en verdachte gebracht. Verdachte gaf instructies. Terwijl zij werkte liepen [medeverdachte 2] en hij regelmatig langs het raam. Verdachte haalde om de twee a drie klanten het verdiende geld op.

In het verhoor op 5 februari 2010 vertelt [slachtoffer 1] onder andere dat verdachtes wil wet was. De eerste vijf a 6 maanden van de relatie was het een leuke tijd. Daarna begon hij haar te vernederen. Hij zei dat [persoon 1] veel meer verdiende dan zij en dat hij zich schaamde dat hij met zo’n laag bedrag naar [land] moest gaan. Zij werkte in het begin zes dagen in de week, ook als ze ongesteld was. In de zomer van 2002 werd ze door verdachte met volle kracht in de borst getrapt, waardoor ze geen lucht meer kreeg. Ze is naar de politie gegaan, maar haar werd geadviseerd om geen aangifte te doen. Het was voor verdachte, vertelt [slachtoffer 1], niet altijd nodig om haar te slaan. “De blikken van [verdachte] en zijn lichaamstaal, intimiderende houding en het feit hoe de familie [verdachte] bekend staat was voor mij al genoeg.”

In het verhoor van 8 februari 2010 vertelt [slachtoffer 1] over de [auto] die in 2002 werd gekocht met het geld dat zij in de prostitutie verdiende en dat verdachte hiermee op haar kosten met [persoon 5] 4 weken naar [land] ging. Ze vertelt ook over een incident in [land 2], waar verdachte haar, haar moeder en zus met de dood bedreigde.

In het verhoor op 12 februari 2010 verklaart [slachtoffer 1] over de [auto] die verdachte in 2002 kocht van het geld dat zij in de prostitutie verdiende, om daarmee met zijn familie op vakantie te gaan in [land]. Aangeefster becijfert dat ze wel EUR 50.000,- per jaar zal hebben verdiend. Ze vindt dit heel onrealistisch want heeft daar zelf nooit iets van gezien. Van haar geld werden auto’s, dure kleding van Prada, Versace en Dolce & Gabana gekocht, benzine, [land], noem maar op. Er werd ook geld naar [land] gestuurd naar zijn moeder. [slachtoffer 1] hield niets over van het verdiende geld. Haar kleding kwam van de markt.

In het verhoor van 19 februari 2010 verklaart [slachtoffer 1] dat zij in 2004 door verdachte en zijn familie werd gedwongen abortus te plegen. Direct daarna moest zij weer gaan werken in de prostitutie; er moest immers inkomen zijn.

In het verhoor op 23 februari 2010 verklaart [slachtoffer 1] dat verdachte haar heeft doen geloven dat wanneer ik voor hem een reis naar [land] kon regelen en een [auto] en een goed huis zij een kind konden krijgen samen. Zij wilde deze droom waarmaken en is van 20 maart 2004 tot oktober 2006 keihard gaan werken. Verdachte bleef alle geld innemen, zij hield af en toe kleine bedragen achter. Ze werkte ook als ze ziek was. Het was nooit genoeg. In april of mei 2005 kocht verdachte van het prostitutiegeld een [auto]. In 2006 raakte [slachtoffer 1] weer zwanger. Verdachte was er niet blij mee, maar [slachtoffer 1] besloot dat ze dit kind koste wat kost wilde krijgen.

In het verhoor op 2 april 2010 zegt [slachtoffer 1] samenvattend: “(..) ik was zo verliefd op die man dat ik voor weinig geld mijn lichaam wilde weggeven. (…) Ik kon er niet uitkomen. Dat kwam door de bedreigingen en het constante gesmeek van de familie aan [verdachte] om geld.”

[slachtoffer 1] heeft als getuige ter terechtzitting van 28 september 2010 overeenkomstig het voorgaande verklaard. Zij heeft bij die gelegenheid bovendien verklaard dat zij een paar goede vriendinnen had, maar dat verdachte die vriendinnen niet vertrouwde. Die vriendschappen zijn afgekapt. [slachtoffer 1] en verdachte hadden drie jaar geen contact met de moeder van [slachtoffer 1]. Verdachte had liever een meisje dat minder contact had met haar ouders, aldus [slachtoffer 1].

De rechtbank acht de hiervoor weergegeven verklaringen van [slachtoffer 1] anders dan de raadsvrouw voldoende consistent en betrouwbaar om als bewijsmiddel te dienen, temeer nu die verklaringen worden ondersteund door de hierna weer te geven bewijsmiddelen. Het verzoek van de raadsvrouw om [slachtoffer 1] aan een onderzoek naar haar geestvermogens te onderwerpen wijst de rechtbank van de hand.

De rechtbank ziet ook geen grond voor de stelling de verhorende politieambtenaren ongeoorloofd sturend zouden zijn geweest in hun vraagstelling. Het verzoek om deskundigen (Wagenaar, Merckelbach) te benoemen om die de verklaringen van [slachtoffer 1] door te lichten zal dan ook worden afgewezen.

Ondersteunend bewijs vindt de rechtbank in het volgende.

De verklaring van [getuige 1] die zij op 18 februari 2010 bij de politie heeft afgelegd, waarin zij verklaart dat [.] [slachtoffer 1] een relatie had met [verdachte] en achter het raam terecht kwam. Ze moest van [verdachte] gewoon werken; ze is door [verdachte] achter het raam gezet en heeft niks van het geld gezien. De jongens [van de familie van verdachte] beslisten wat er met het geld gedaan werd. De [van de familie van verdachte]`s waren allemaal in de buurt. [verdachte] was er toen ook bij. [slachtoffer 1] en [verdachte] reden mee met [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2]. De [van de familie van verdachte]`s zaten in de kroeg tegenover de ramen. We waren kwetsbaar en we trapten erin. We werden door de [van de familie van verdachte]`s gemanipuleerd. We waren waardeloos en gewoon hoeren. Ze raakten ons met woorden, dat hoefde niet altijd met klappen.

De verklaring van [getuige 2] , moeder van [.] [slachtoffer 1], waarin zij verklaart dat [slachtoffer 1] een relatie kreeg met [verdachte], dat zijn broers regelmatig op een bankje voor het huis zaten en dat zij niet binnen mocht komen; een taart moest buiten opgegeten worden. [getuige 2] verklaart dat zij regelmatig blauwe plekken bij [slachtoffer 1] heeft gezien, op de arm, been en gezicht. Dat vertelde zij mij toen ze eenmaal veilig was. Ook begreep zij dat [slachtoffer 1] bang was. Toen zij verdachte daarmee confronteerde, zei hij dat hij dat moest doen van zijn broers. Voorts verklaart zij dat [slachtoffer 1] in elkaar geschopt is op het station van Utrecht en dat [slachtoffer 1] naar een blijf-van-mijn-lijf-huis is gegaan. [getuige 2] verklaart ook dat zij en haar dochters [getuige 3] en [slachtoffer 1] tijdens een vakantie in [land 2] zijn bedreigd met de dood door verdachte.

Die bedreiging wordt bevestigd door [getuige 3].

[getuige 4] verklaart dat zij [slachtoffer 1] in 2004 heeft leren kennen, dat zij net als zijzelf als prostituee werkzaam was in [plaats ] en dat [slachtoffer 1] soms 7 dagen in de week werkte. Zij heeft ook verklaard dat [slachtoffer 1] door haar vriend mishandeld werd en dat zij ook blauwe plekken heeft gezien bij [slachtoffer 1]. Haar vriend maakte haar in ieder geval psychisch helemaal kapot. Uit de telefoongesprekken tussen [slachtoffer 1] en [verdachte] maakt zij op dat [verdachte] haar, [slachtoffer 1], op kwam halen van haar werk. Ze heeft vaker gesprekken gehoord van [slachtoffer 1] en haar vriend. [slachtoffer 1] was dan altijd aan het huilen. Er was veel stress. Hij maakte haar paranoïde door haar het werk te laten doen.

Uit de hierboven genoemde verklaringen van [.] [slachtoffer 1], die op onderdelen worden gesteund door verklaringen van [getuige 1], [getuige 2], [getuige 4] en [getuige 3] maakt de rechtbank op dat [.] [slachtoffer 1] gedurende de ten laste gelegde perioden werkzaam was in de prostitutie. Daarbij heeft verdachte een grote rol gespeeld. Hij is met [slachtoffer 1] , die een moeizame jeugd had gehad en op dat moment niet sterk in haar schoenen stond, een (liefdes)relatie aangegaan - en heeft die relatie onderhouden – en heeft haar overgehaald om in de prostitutie te gaan werken. Hij heeft [slachtoffer 1], gelet op de door anderen geconstateerde blauwe plekken, meermalen geslagen. [slachtoffer 1] mocht geen contact hebben met anderen en werd door verdachte of zijn broer(s) gecontroleerd. Het is voorgekomen dat verdachte [slachtoffer 1] naar haar werk in [plaats ] bracht en haar daar ophaalde. Gesteld kan worden dat verdachte aanzienlijke geldbedragen van [slachtoffer 1] heeft ontvangen, waarmee onder meer auto`s werden gekocht en vakanties naar [land] werden gefinancierd. Er kan dan ook gezegd worden dat, nu die bedragen uit gedwongen prostitutie zijn verkregen, sprake is van uitbuiting van [slachtoffer 1] door verdachte.

Een en ander zoals hierboven is omschreven impliceert dat verdachte het door [slachtoffer 1] verdiende geld, afkomstig uit mensenhandel, heeft witgewassen

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2001 tot 1 januari 2005 in de gemeente [plaats ] en/of elders in Nederland telkens een ander genaamd [slachtoffer 1]

(lid 1 sub 1)

door geweld en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheiden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met een derde tegen betaling,

en

(lid 1 sub 4)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit die seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden van die ander, genaamd [slachtoffer 1], met een derde tegen betaling,

en

(lid 1 sub 6)

die [slachtoffer 1] heeft bewogen hem, verdachte, uit de opbrengst van haar seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met een derde te bevoordelen,

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkheden en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of die misleiding en/of dat opzettelijk voordeel trekken en/of die (ondernomen) handelingen hieruit dat, verdachte

- een (liefdes)relatie is aangegaan en heeft onderhouden met die [slachtoffer 1], en

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft aangezet/overgehaald om in de prostitutie te (gaan) werken en hierbij/hiervoor de financieel afhankelijke positie waarin die [slachtoffer 1] op dat moment verkeerde misbruikt/gebruikt, en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt (onder andere tegen de borst van die [slachtoffer 1] heeft geschopt), en

- die [slachtoffer 1] direct en/of indirect met de dood en/of geweld en/of de dood van haar moeder en zus heeft bedreigd, en

- die [slachtoffer 1] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft gehouden, in elk geval één of meer handelingen heeft verricht (zoals het sociaal isoleren van die [slachtoffer 1] en/of het vrijwel permanent controleren van die [slachtoffer 1]) strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer 1] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie en

- één of meer kamer(s)/ruimte(s) in [plaats ] heeft geregeld, alwaar die [slachtoffer 1] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten, en

- die [slachtoffer 1] naar haar prostitutiewerkplek heeft gebracht en/of van haar prostitutiewerkplek heeft opgehaald, en

- die [slachtoffer 1] heeft gecontroleerd en/of heeft laten controleren op het moment dat zij als prostituee aan het werk was, en

- die [slachtoffer 1] opdracht heeft gegeven en onder druk heeft gezet en ertoe heeft aangezet en gebracht een groot aantal dagen per week en een groot aantal uren per dag als prostituee te werken en door te werken tijdens menstruatie en

- die [slachtoffer 1] een zeer groot deel van haar (prostitutie)verdiensten heeft laten afgeven aan hem, verdachte;

2.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 oktober 2006 in de gemeente [plaats ] en/of elders in Nederland telkens een ander genaamd [.] [slachtoffer 1]

(lid 1 sub 1)

door dwang en/of geweld en/of andere feitelijkheiden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met andere feitelijkheiden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

en

(lid 1 sub 4 jo sub 1)

die [slachtoffer 1] telkens (met de onder de in lid 1 sub 1 omschreven middelen) heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden en/of enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist dat die ander zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden,

en

(lid 1 sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en

(lid 1 sub 9 jo sub 1)

die [slachtoffer 1] (met de onder de in lid 1 sub 1 omschreven middelen) heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met een derde,

(lid 1 sub 1)

waarbij die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkheden en/of die dreiging met geweld en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare positie hieruit heeft/hebben bestaan dat verdachte

- een (liefdes)relatie heeft onderhouden met die [slachtoffer 1], en

- (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft aangezet/overgehaald om in de prostitutie te werken en hierbij/hiervoor de financieel afhankelijke positie waarin die [slachtoffer 1] op dat moment verkeerde misbruikt/gebruikt, en

- elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt (onder andere tegen de borst van die [slachtoffer 1] heeft geschopt) en

- die [slachtoffer 1] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft gehouden, in elk geval handelingen heeft verricht (zoals het sociaal isoleren van die [slachtoffer 1] en het vrijwel permanent controleren van die [slachtoffer 1]) strekkende tot het houden van die [slachtoffer 1] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte afhankelijke positie

en

(lid 1 sub 4 jo sub 1)

waarbij dat dwingen en/of bewegen van die [slachtoffer 1] zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden en dat ondernemen van enige handeling waarvan hij, verdachte wist dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden

en/of

(lid 1 sub 9 jo sub 1)

dat dwingen en/of het bewegen van die [slachtoffer 1] om hem te bevoordelen uit de opbrengst van die seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden met een derde, telkens met de onder de in lid 1 sub 1 omschreven middelen,

en

(lid 1 sub 6)

die opzettelijke voordeeltrekking uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] hieruit heeft bestaan dat verdachte

- die [slachtoffer 1] heeft gecontroleerd en heeft laten controleren op het moment dat zij als prostituee aan het werk was, en

- die [slachtoffer 1] opdracht heeft gegeven en onder druk heeft gezet en ertoe heeft aangezet en gebracht een groot aantal dagen per week en een groot aantal uren per dag als prostituee te werken en/of door te werken tijdens ziekte en/of menstruatie en

- die [slachtoffer 1] een zeer groot deel van haar (prostitutie)verdiensten heeft laten afgeven aan hem, verdachte, en op zijn, verdachtes, rekening(en) heeft laten storten

3.

hij in de periode van 14 december 2001 tot en met 1 oktober 2006, in Nederland van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, telkens een voorwerp, te weten geldbedragen (zijnde opbrengsten/verdiensten uit seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1]), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit een misdrijf;

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1:

Een ander door geweld of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dwingen en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding een ander heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en onder voornoemde omstandigheden enige handeling ondernemen waarvan hij weet dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt

en

Opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling

en

Een ander door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding bewegen haar uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat artikel luidde tot 1 januari 2005.

Feit 2:

Mensenhandel, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat artikel luidde tot 31 augustus 2006, en artikel 273f, zoals dat artikel luidt vanaf 1 september 2006.

Feit 3:

Van het plegen van witwassen een gewoonte maken, strafbaar gesteld bij artikel 420ter, juncto artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Dit levert het genoemde strafbare feit op.

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

7. DE STRAFOPLEGGING

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Ten aanzien van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte blijkens een uittreksel justitiële documentatie d.d. 24 augustus 2010 meermalen is veroordeeld, onder meer voor geweldsmisdrijven.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden. Verdachte is een relatie aangegaan met een kwetsbare jonge vrouw, die hij gouden bergen beloofde, in financieel opzicht (alle schulden konden snel worden afgelost) maar ook in de zin van een serieuze liefdesrelatie. Na een wellicht vrijwillig begin in de prostitutie werd het slachtoffer al snel gedwongen om door te werken, er was naar verdachte`s zin nooit genoeg geld. Het merendeel van de verdiensten gingen naar verdachte, die daarvan onder andere auto’s kocht en met zijn broer vakantie vierde in [land]. Toen het slachtoffer de eerste keer in verwachting raakte werd zij gedwongen abortus te laten plegen, voor haar een traumatische ervaring.

Verdachte heeft met het bovenstaande het slachtoffer, gedurende een periode van bijna vijf en een half jaar, geëxploiteerd voor eigen gewin. Hij heeft er hiermee blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffer, alsmede van haar persoonlijke vrijheid. De rechtbank rekent dit verdachte in ernstige mate aan.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de richtlijn voor strafvordering mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting van het college van procureurs-generaal, die in werking getreden is op 1 september 2010. Voor een pleegperiode van langer dan 12 maanden wordt een strafeis van 36-48 maanden genoemd. De rechtbank weegt zwaar mee dat het i.c. gaat om een lange pleegperiode van bijna vijf en een half jaar. Als strafverzwarende omstandigheden weegt zij mee dat sprake is geweest van een gedwongen abortus en dat, gelet op de justitiële documentatie van verdachte, sprake is van algemene recidive.

De rechtbank is van oordeel dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen aan verdachte kunnen worden teruggegeven.

8. BENADEELDE PARTIJ

[.] [slachtoffer 1] (gemachtigde: mr. A. Koopsen te Alkmaar) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en heeft een vordering van € 105.000,- ingediend. Zij begroot haar materiële schade voorlopig op € 100.000,- en de immateriële schade voorlopig op € 5000,-. Zij verzoekt beide bedragen als voorschot toe te kennen.

Ter toelichting heeft zij gesteld dat zij gedurende de ten laste gelegde periode in de prostitutie € 300,- tot € 700,- per dag verdiende. Zij moest al haar verdiensten afstaan aan verdachte. In de berekening gaat zij uit van een bedrag van € 100,- per dag aan afgestane inkomsten; dit bedrag vermenigvuldigd met 50 maanden (5 jaar, terwijl gemiddeld per jaar twee maanden niet gewerkt werd) maakt € 100.000,-. Mr. Koopsen heeft ter zitting benadrukt dat, teneinde iedere discussie op dit moment te voorkomen, een zeer voorzichtige schatting gemaakt is.

Voor wat betreft de immateriële schade is verwezen naar een verslag diagnostiek betreffende mevrouw [slachtoffer 1], opgemaakt op 19 mei 2008 door GZ psycholoog Blijfgroep [plaats ] drs. C.J. Janssen. Uit dit verslag blijkt onder meer dat mevrouw [slachtoffer 1] lijdt aan een posttraumatische stress stoornis. Zij had last van paniekaanvallen, slaapstoornissen, onrust, boosheid en schuldgevoelens. Voorst had zij psychosomatische klachten. Mr. Koopsen licht toe dat zij hiervoor onder behandeling is geweest en ook nu nog wordt begeleid door een psychotherapeut. Verdachte heeft haar door een gewiekst spel van aantrekken en afstoten aan zich weten te binden en heeft haar zover gekregen dat zij over haar eigen grenzen heenging. Zij had het gevoel totaal geen controle meer te hebben over haar eigen leven. Ze werd mishandeld en vernederd en toch hield ze ook van verdachte c.q. vond ze hem zielig. Zij heeft als gevolg van het bovenstaande ernstige psychische schade opgelopen. Mevrouw [slachtoffer 1] had, blijkens voornoemd verslag, ook voor zij verdachte leerde kennen al last van psychische problemen. Haar psychische klachten kunnen derhalve niet geheel, maar zeker wel voor een gedeelte worden toegeschreven aan de ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen en daaraan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden.

Verdachtes raadsvrouwe heeft niet-ontvankelijkheid bepleit.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden.

De rechtbank acht aannemelijk dat het bedrag van € 100,- voor iedere gewerkte dag een minimum betreft. Zij verwijst in dat kader naar de door de raadsvrouw aangehaalde arrest van het gerechtshof [plaats ] en van het gerechtshof Arnhem, van respectievelijk 18 februari 2010 en 15 juli 2009, waarin eveneens een bedrag van € 100,- per gewerkte dag werd aangehouden.

De rechtbank stelt vast dat het handelen van verdachte enorme impact op het leven van mevrouw [slachtoffer 1] heeft gehad. Dit blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ook het immateriële gedeelte van de vordering integraal kan worden toegewezen.

De rechtbank zal voorts ter zake van schadevergoeding aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 105.000,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].

9. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart de dagvaarding nietig voor zover de tenlastelegging telkens de zinsnede “en/of één of meer andere vrouwen” bevat.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen.

Veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [.] [slachtoffer 1] van een bedrag van € 105.000,- (zegge: honderdvijfduizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop de thans onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 1 mei 2001, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 105.000,-, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en M.A.A. ter Meer-Siebers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Ruitenbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2010.