Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BO5004

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
10-01-2011
Zaaknummer
164107 - HA ZA 09-1623
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit parketvloer (art. 7: 21 lid 3 BW), vernietigbaarheid van algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 164107 / HA ZA 09-1623

Vonnis in verzet van 28 juli 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HABO BEHEER B.V.,

gevestigd te Zeewolde,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARTICORQ TRADING B.V.,

gevestigd te Zeewolde,

eiseressen in het verzet,

oorspronkelijk gedaagden,

advocaat mr. K. van der Leij te Hoofddorp,

tegen

[gedaagde in het verzet],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in het verzet,

oorspronkelijk eiser,

advocaat mr. O.G.B. Postma te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [gedaagde in het verzet], Habo Beheer en Articorq Trading genoemd worden. Habo Beheer en Articorq Trading zullen gezamenlijk ook als Parketmeester Nijkerk worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 november 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 12 februari 2010

- de akte van Habo Beheer en Articorq Trading

- de akte van [gedaagde in het verzet].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 3 juni 2006 heeft [gedaagde in het verzet] een bezoek gebracht aan de showroom van Parketmeester Nijkerk, tijdens welk bezoek [gedaagde in het verzet] door [werknemer A Parketmeester Nijkerk] werd geadviseerd over een door [gedaagde in het verzet] aan te schaffen parketvloer. Naar aanleiding van dit bezoek is aan [gedaagde in het verzet] een offerte uitgebracht voor het leveren en leggen van een eiken parketvloer van het type “1 Bis” voor een bedrag van EUR 7.250,00.

2.2. Omdat [gedaagde in het verzet], die op zoek was naar een “stille” houten vloer met een uiterst rustige uitstraling, een voorbeeld wilde zien van de geoffreerde vloer en in de showroom van Parketmeester Nijkerk zo’n voorbeeld niet beschikbaar was, heeft [gedaagde in het verzet] vervolgens andere parketwinkels bezocht om een voorbeeld van de geoffreerde vloer te kunnen zien. [gedaagde in het verzet] is hierbij tot de conclusie gekomen dat hij het geoffreerde type parket niet wilde en dat – gelet op het advies van diverse parketwinkels – een zogenaamde “QFQ-vloer” beter aan zijn wensen zou voldoen.

2.3. [gedaagde in het verzet] heeft daarop wederom gesproken met [werknemer A Parketmeester Nijkerk] en heeft tegen laatstgenoemde gezegd dat hij een “QFQ-vloer” wenste. [werknemer A Parketmeester Nijkerk] heeft in reactie hierop gezegd dat hij in dat geval een “Exquisit Selectvloer” zonder knoesten (ook wel noesten genoemd) adviseerde. Naar aanleiding van dit vervolggesprek is aan [gedaagde in het verzet] het leveren en leggen van een eiken Exquisit parketvloer zonder knoesten geoffreerd voor een bedrag van EUR 7.700,00. [gedaagde in het verzet] heeft deze offerte geaccepteerd en op 16 juni 2006 ondertekend. Aldus is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen, waarbij is overeengekomen dat de vloer op 19 september 2006 zou worden geleverd en dat de werkzaamheden betreffende het leggen van de vloer op 21 september 2006 zouden starten.

2.4. Op de overeenkomst zijn de Algemene voorwaarden voor Consumenten van de Coöperatie Parketmeesters U.A. (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. Artikel 13 van de algemene voorwaarden luidt, voor zover hier van belang:

“Alle geschillen of klachten van een opdrachtgever die voortvloeien uit de door een lid van ons met een opdrachtgever gesloten overeenkomst dienen in eerste instantie te worden voorgelegd aan de Klachtencommissie Parketmeesters indien dit schriftelijk door ons of ons betreffende lid schriftelijk aan de opdrachtgever is meegedeeld. Binnen één maand nadat door ons of ons desbetreffende lid schriftelijk op dit beding een beroep is gedaan, kan de opdrachtgever zich eventueel wenden tot de volgens de wet bevoegde rechter.

[...]

Teneinde ontvankelijk te zijn in zijn klacht dient de opdrachtgever voorts zijn financiële verplichtingen jegens ons lid te hebben voldaan of voorzover hij daaraan nog niet heeft voldaan, het bedrag van zijn financiële verplichtingen in depot te hebben gestort onder de Stichting Parket-, Kunststof- en Kurkvloeren. [...]”

2.5. Nadat aanvankelijk vloerdelen met een verkeerde maatvoering waren geleverd, zijn andere vloerdelen geleverd en is de vloer grotendeels gelegd in de laatste week van september 2006. [gedaagde in het verzet] heeft eind september aan Parketmeester Nijkerk meegedeeld dat de vloer volgens hem en een door hem ingeschakelde deskundige niet voldeed aan de overeenkomst, omdat alle vloerdelen dosse gezaagd waren en de vloer een wilde print had. [gedaagde in het verzet] heeft Parketmeester Nijkerk daarbij meegedeeld haar aansprakelijk te houden voor schade. Parketmeester Nijkerk heeft hierop de (leg)werkzaamheden opgeschort.

2.6. Op 2 oktober 2006 hebben de heren [werknemer B Parketmeester Nijkerk] en [werknemer A Parketmeester Nijkerk] de vloer namens Parketmeester Nijkerk aanschouwd. Op verzoek van Parketmeester Nijkerk, heeft [werknemer firma Albers] van de firma Albers uit Weert (de leverancier van de vloerdelen) de vloer op 5 oktober 2006 geïnspecteerd.

2.7. Naar aanleiding van de klacht van [gedaagde in het verzet] heeft een medewerker van Parketmeester Nijkerk vervolgens lak aangebracht op enkele nog niet met olie bewerkte stroken. [gedaagde in het verzet] was niet tevreden met het resultaat en heeft aan Parketmeester Nijkerk meegedeeld dat het afwerken van de vloer met lak in plaats van met olie naar zijn mening niet de juiste oplossing was.

2.8. Op 9 november 2006 heeft er op verzoek van [gedaagde in het verzet] een gesprek plaatsgevonden over de ontstane situatie, in welk gesprek [gedaagde in het verzet] Parketmeester Nijkerk heeft verzocht om schriftelijk te reageren op zijn klachten en met een voorstel te komen.

2.9. Parketmeester Nijkerk heeft hierop gereageerd door bij brief van 11 november 2006 aan [gedaagde in het verzet] te vragen om eerst zijn wensen inzake zijn klacht over de vloer schriftelijk aan Parketmeester Nijkerk te doen toekomen.

2.10. In een brief, gedateerd 8 januari 2007, heeft [gedaagde in het verzet] onder meer aan Parketmeester geschreven:

“Middels dit schrijven doen wij u het voorstel om tegen terugbetaling van de door ons gedane aanbetaling ad EUR 5.575,- plus door u te betalen schadevergoeding ad EUR 3.000,00 de overeenkomst (dd 16 juni 2006) te ontbinden.

Na ontvangst van het totaalbedrag ad EUR 8.575,- op onze rekening zult u worden ontslagen van alle verplichtingen om de huidige vloer uit de woning te breken, alle mogelijke schade (o.a. stucwerk en betonnen ondervloer) te herstellen, reeds gemaakte en nog bijkomende kosten te vergoeden (conform hetgeen in uw algemene voorwaarden gesteld) en een nieuwe juiste vloer te plaatsen en op te leveren.

Zoals u bekend heeft een opeenstapeling van grove fouten, miscommunicatie en twijfelachtige prioritering [...] er toe geleid dat:

* aanvankelijk een vloer (1e vloer) werd geleverd met verkeerde plankbreedte

* aanzienlijke vertraging is opgetreden bij het leggen van de 2e vloer, waardoor de vooraf overeengekomen tijdspanne niet werd gehaald

* de 2e vloer, welke door uw medewerkers bijna volledig is geplaatst, ook niet de door ons bestelde vloer bleek te zijn. (hetgeen door leverancier Albers ter plekke werd beaamd tijdens hun bezoek aan ons).

* het aandragen van alternatieven een zeer moeizaam traject is gebleken (10 weken!)

* het nakomen van afspraken onmogelijk is gebleken.

Ik zou u overigens een 8 pagina tellend feiten relaas kunnen presenteren op welke vlakken Parketmeester Nijkerk een wanprestatie heeft geleverd.

Bovenstaande lijst lijkt mij vooralsnog voldoende, zeker gegeven het feit dat e.e.a in ons gesprek d.d. 9 november te uwen kantoor al aan de orde is gekomen.

In het streven om tot een oplossing te komen hebben we moeten vaststellen dat alle besproken en onderzochte alternatieven niet aanvaardbaar zijn. Daarmee rest feitelijk één oplossing, zijnde: het volledig vervangen van de vloer. [...] Het vertrouwen in uw organisatie is zodanig geschaad dat wij willen aandringen op ontbinding van de overeenkomst zoals bovenstaand omschreven. [...]”

2.11. Bij brief van 30 januari 2007 heeft Parketmeester Nijkerk onder meer geschreven:

“In antwoord op uw schrijven dd. 8 januari jl berichten wij u dat wij ons totaal niet kunnen verenigen met uw voorstel, en wel om de volgende motiverende reden: de door u gekozen afwerking met olie accentueren bepaalde delen van de vloer meer, dan bijvoorbeeld met een lakafwerking. Tijdens het verkoopgesprek hebben wij dit ook aangegeven.

Nadat de fabrikant u heeft bezocht hebben wij voorgesteld de hal anders af te werken met bijvoorbeeld lak of skylt, waardoor een rustiger beeld zou ontstaan. U heeft ons echter verzocht de hal ook met olie af te werken waardoor wij mochten aannemen dat u de vloer accepteerde.

Medio november heeft u telefonisch contact opgenomen om bij ons in de showroom de klacht te komen bespreken. Tijdens dit gesprek heeft u aangegeven van de vloer af te willen en teneinde een en ander helder te krijgen hebben wij u toen verzocht de klacht schriftelijk te formuleren. Uw constatering dat Parketmeester Nijkerk een wanprestatie zou hebben geleverd achten wij ver bezijden de waarheid. [...]

Achteraf is geconstateerd dat de geleverde eiken exquisit niet helemaal aan de specificaties voldoet. Hoewel het een foutvrije sortering betreft zonder spint, knoesten of gebreken, is de hoeveelheid kwartiers/halfkwartiers gezaagd hout niet geheel in verhouding, dit behoort +/- 20% te bedragen.

[...]

Ondanks [...] zijn wij bereid, onder garantie, het aantal kwartiers/halfkwartiers gezaagde delen in uw vloer op +/- 20% te brengen. Wij zullen daartoe een aantal delen vervangen en vervolgens de gehele vloer schuren en opnieuw afwerken ter uwer keuze, in olie, lak of skylt.

Van een eenzijdige ontbinding van de koopovereenkomst kan absoluut geen sprake zijn. [...]

Mocht u zich niet kunnen verenigen met het voorstel kunt u zich keren tot:

Klachtencommissie

Postbus 55

3881 PM Putten [...]”

2.12. Op 23 februari 2007 heeft [gedaagde in het verzet] onder meer aan Parketmeester Nijkerk geschreven:

“[…] [werknemer firma Albers], die namens de leverancier van de vloer (Albers te Weert) 5 oktober 2006 de geplaatste vloer heeft geïnspecteerd […] verklaarde letterlijk ‘de vloer, zoals die er thans ligt, bestaat voor 99% uit dosse hout en wel met zeer uitgesproken tekening en kleurverschillen’. Hij gaf daarbij tevens aan dat de vloer in hele sterke mate afwijkt van een Exquisit Select vloer. Juist deze Exquisit Select vloer werd ons door [werknemer A Parketmeester Nijkerk] geadviseerd, vanwege een zeer rustige uitstraling met slechts zeer lichte kleurverschillen welke eigen zijn aan de rustige structuur van de geselecteerde delen van het eikenhout. Daarbij merkte hij op dat de vloer haast vergelijkbaar is met een QFQ vloer, maar dan minder saai.

Op grond van bovenstaande typering van de vloer en het advies van [werknemer A Parketmeester Nijkerk] zijn wij een overeenkomst met Parketmeester Nijkerk aangegaan.

In het licht van het bovenstaande vragen wij u uw voorstel nader toe te lichten.

Graag zouden wij vernemen hoe u aankijkt tegen een vloer, die in hele sterke mate afwijkt van hetgeen is overeengekomen. Met name hoe uw voorstel om slechts enkele delen te vervangen valt te rijmen met het product dat wij zijn overeengekomen en het beeld dat daarbij geschetst werd. Daarnaast zouden wij graag vernemen wat de technische implicaties zijn voor de vloer, de ondervloer en de waarde van de vloer van de door u voorgestelde reparaties.”

2.13. In antwoord hierop heeft Parketmeester Nijkerk op 22 maart 2007 aan [gedaagde in het verzet] – zonder nadere toelichting - meegedeeld dat zij ervan overtuigd zijn ‘dat de geleverde ambachtelijke parketvloer na het uitvoeren van de door ons vastgestelde aanpassingswerkzaamheden zal voldoen aan datgene wat van een dergelijke vloer verwacht mag worden’ en heeft Parketmeester Nijkerk [gedaagde in het verzet] er nogmaals op gewezen dat hij zich kan wenden tot de Klachtencommissie van Parketmeesters.

2.14. In een in opdracht van [gedaagde in het verzet] door [werknemer CED Nomex B.V.] van CED Nomex B.V. te Capelle aan de IJssel opgemaakt rapport, gedateerd 2 mei 2007, staat onder meer vermeld:

“[…] Wij hebben een eiken tapis stroken parketvloer aangetroffen met een strookbreedte van 16 centimeter. De eiken stroken zijn uitsluitend dosse gezaagd en het hout heeft een uitgesproken wilde tekening, hetgeen nog wordt benadrukt door de brede, donkere nerven van het hout.

Volgens de overeenkomst zou een “Eiken Exquisit sortering zonder noesten” worden geleverd.

De sortering “Eiken Exquisit sortering zonder noesten” behoort aan de volgende specificaties te voldoen:

1) […]

5) Lichte kleurverschillen, eigen aan de structuur van het hout, zijn toegelaten.

6) […]

8) De sortering omvat minimaal 20% kwartiers en vals kwartiers gezaagde stroken.

De geleverde sortering voldoet niet aan de overeenkomst.

1) Er zijn grote kleurverschillen aanwezig. De nerven zijn veel donkerder als het omliggende hout en erg wild van structuur.

2) De geleverde stroken zijn dosse gezaagd en er zijn in de vloer geen kwartiers en vals kwartiers gezaagde stroken aanwezig.

(dosse gezaagd hout heeft een zogenaamde vlammen-tekening, kwartiers gezaagd hout heeft een nagenoeg recht lopende nerf en in vals kwartiers gezaagd eikenhout komen zogenaamde spiegeltjes voor)

[…]

Het vervangen van 20% van de dosse gezaagde stroken door kwartiers en vals kwartiers gezaagde stroken is theoretisch mogelijk, praktisch nauwelijks uitvoerbaar, terwijl de erg wilde uitstraling van de vloer blijft gehandhaafd en de kwartiers en vals kwartiers gezaagde stroken zullen, door de uitgesproken nerfstructuur van de dosse gezaagde stroken, niet in het totaalbeeld van de vloer passen.”

2.15. Bij brief van 7 februari 2008 heeft de advocaat van [gedaagde in het verzet] de koopovereenkomst, voor zover nog vereist, ontbonden en Parketmeester Nijkerk uitgenodigd om op 4 maart 2008 aanwezig te zijn bij een opneming van het werk door een deskundige om te komen tot het vaststellen van de hoogte van de schade.

2.16. Bij brief van 9 juli 2008 heeft [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.] van Hensing Bouwkunde B.V. naar aanleiding van zijn onderzoek op 4 maart 2008 aan de advocaat van [gedaagde in het verzet] opgave gedaan van de door hem begrote kosten van herstel. [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.] heeft deze kosten begroot op EUR 8.092,00 inclusief BTW.

2.17. Op de in rechtsoverweging 2.3. genoemde offerte staat vermeld de naam “Parketmeester Nijkerk”, het adres Westkadijk 10-11 te Nijkerk en het Kamer van Koophandelnummer 39082790.

Uit de gegevens van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat “Parketmeester Nijkerk” de handelsnaam is (geweest) van Articorq Trading, welke vennootschap ook de naam Parketmeester Nijkerk Harderwijk B.V. heeft gehad.

Onder het Kamer van Koophandelnummer 39082790 staat in het handelsregister Habo Beheer geregistreerd. Habo Beheer is de moedermaatschappij en bestuurster van Articorq Trading.

2.18. [gedaagde in het verzet] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Habo Beheer en Articorq Trading hoofdelijk zal veroordelen:

Primair

1. tot betaling aan [gedaagde in het verzet] van EUR 17.588,66 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf moment ontbinding zijnde 8 januari 2007 althans 23 februari 2007 althans 7 februari 2008 althans de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele betaling;

2. tot betaling van de kosten van dit geding;

3. tot betaling van nakosten, zijnde een bedrag van EUR 131,00 (EUR 205,00 bij conventie en reconventie tezamen) zonder betekening van het vonnis en een bedrag van EUR 199,00 (EUR 273,00 bij conventie en reconventie tezamen) na betekening van het vonnis,

Subsidiair

1. tot betaling aan [gedaagde in het verzet] van een bedrag ter hoogte van de vermindering van de prijs in evenredigheid met de mate van afwijking van het overeengekomene, welk bedrag nader dient te worden vastgesteld door een ter zake deskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

2. tot betaling van de (buitengerechtelijke) kosten ad EUR 2.471,66 bestaande uit

a. kosten van het expertiserapport door CED Nomex B.V. ad EUR 445,66

b. de kosten van het opstellen van het rapport door Hensing Bouwkunde B.V. ad EUR 357,00

c. de kosten van de huur van een partytent en caravan ad EUR 765,00

d. de kosten van rechtsbijstand ad EUR 904,00

3. tot betaling van de kosten van dit geding,

4. tot betaling van de nakosten, zijnde een bedrag van EUR 131,00 (EUR 205,00 bij conventie en reconventie tezamen) zonder betekening van het vonnis en een bedrag van EUR 199,00 (EUR 273,00 bij conventie en reconventie tezamen) na betekening van het vonnis.

2.19. Bij verstekvonnis van 23 september 2009 zijn de primaire vorderingen van [gedaagde in het verzet] toegewezen behoudens de vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De gevorderde wettelijke rente is toegewezen vanaf 23 februari 2008.

Habo Beheer en Articorq Trading zijn hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in het verzet] tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal EUR 914,25. De gevorderde nakosten zijn toegewezen tot een (forfaitair) bedrag van EUR 131,00 aan salaris advocaat zonder dat betekening van het vonnis heeft plaatsgehad, verhoogd met een bedrag van EUR 68,00 indien en voor zover de veroordeelde partij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordeling heeft voldaan en het vonnis om die reden is betekend.

3. Het geschil

3.1. Habo Beheer en Articorq Trading vorderen in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [gedaagde in het verzet] alsnog worden afgewezen, met veroordeling van [gedaagde in het verzet] in de kosten van de verstek- en de verzetprocedure.

3.2. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de door Parketmeester Nijkerk geleverde parketvloer beantwoordt aan de koopovereenkomst. [gedaagde in het verzet] beantwoordt deze vraag ontkennend. Hij stelt daartoe dat hij een klosloze eikenhouten vloer met een rustige uitstraling en zonder knoesten van het type Exquisit Select heeft gekocht, terwijl de geleverde vloer niet voldoet aan de specificaties van een dergelijke vloer omdat alle vloerdelen dosse gezaagd zijn en de vloer een “wilde print” heeft. [gedaagde in het verzet] vordert vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden. Hij stelt als grondslag voor zijn vorderingen dat hij de overeenkomst op goede gronden buitengerechtelijk heeft ontbonden en dat Parketmeester Nijkerk in verzuim verkeert ten aanzien van de uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverplichtingen.

3.3. Parketmeester Nijkerk heeft als verweer gevoerd dat [gedaagde in het verzet] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk is, dat er geen sprake is van non-conformiteit van de parketvloer, dat [gedaagde in het verzet] in schuldeisersverzuim verkeert en dat [gedaagde in het verzet] het aanbod van Parketmeester Nijkerk om (het leggen van) de parketvloer af te maken en te herstellen niet had mogen weigeren.

Voorts heeft Parketmeester Nijboer de hoogte van de gevorderde schade betwist.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De ontvankelijkheid

4.1. Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat Habo Beheer en Articorq Trading in zoverre in hun verzet kunnen worden ontvangen.

4.2. Gelet op de aan [gedaagde in het verzet] verstrekte informatie en de gegevens in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (zie hiervoor r.o. 2.17) is de rechtbank met [gedaagde in het verzet] van oordeel dat [gedaagde in het verzet] gerechtigd was zijn vordering zowel jegens Habo Beheer als tegen Articorq Trading in te stellen. De door Habo Beheer en Articorq Trading in het leven geroepen onduidelijkheid over de vraag wie als contractspartij bij de koopovereenkomst is opgetreden door op de offerte de handelsnaam van de een en het Kamer van Koophandelnummer van de ander te vermelden, dient voor rekening en risico van Habo Beheer en Articorq Trading te komen met als gevolg dat beide vennootschappen als partij bij de koopovereenkomst dienen te worden aangemerkt. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van Habo Beheer dat [gedaagde in het verzet] in zijn vordering jegens Habo Beheer niet-ontvankelijk zou dienen te worden verklaard.

4.3. Habo Beheer en Articorq Trading hebben zich tevens op het standpunt gesteld dat [gedaagde in het verzet] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat hij zich niet binnen de in artikel 13 van de algemene voorwaarden genoemde termijn van een maand nadat hij er door Parketmeester Nijkerk op was gewezen dat hij zijn klacht bij de Klachtencommissie Parketmeesters kon indienen, heeft gewend tot de burgerlijke rechter.

4.3.1. [gedaagde in het verzet] heeft dit standpunt bestreden met de stelling dat hij door het bepaalde in artikel 13 van de algemene voorwaarden in zijn recht tot opschorting van zijn prestatie in afwachting van nakoming of schadevergoeding wordt beperkt. [gedaagde in het verzet] heeft in dit verband aangevoerd dat hij aanvankelijk wel bereid was om zijn klachten over de parketvloer aan de Klachtencommissie Parketmeester voor te leggen, maar dat hij daarvan heeft afgezien toen hem bleek dat hij dan eerst het restant van de koopsom moest voldoen. [gedaagde in het verzet] wilde echter het enige drukmiddel dat hij had niet prijsgeven en heeft om die reden afgezien van de procedure bij de klachtencommissie.

4.3.2. Habo Beheer en Articorq Trading hebben op hun beurt hiertegen ingebracht dat het onjuist is dat [gedaagde in het verzet] zou moeten afzien van zijn opschortingsrecht, omdat de werkwijze van de klachtencommissie aldus is, dat een openstaand factuurbedrag dient te worden gestort onder de klachtencommissie. Al naar gelang de uitkomst van de klachtenprocedure betaalt de klachtencommissie na de beslissing het gestorte bedrag terug aan de klager of aan de ondernemer, aldus Habo Beheer en Articorq Trading.

4.3.3. De rechtbank overweegt dat [gedaagde in het verzet] bij de gang naar de klachtencommissie niet meer de mogelijkheid heeft om betaling van het resterende factuurbedrag uit te stellen. Bovendien voorziet de algemene voorwaarde niet in de situatie waarin Parketmeester Nijkerk door de klachtencommissie in het gelijk zou worden gesteld – met als gevolg dat het onder de klachtencommissie gestorte bedrag zou worden doorbetaald aan Parketmeester Nijkerk - en [gedaagde in het verzet] zich alsnog tot de burgerlijke rechter zou willen wenden omdat hij zich niet zou kunnen verenigen met de uitspraak van de klachtencommissie.

4.3.4. Met [gedaagde in het verzet] is de rechtbank daarom van oordeel dat artikel 13 van de algemene onredelijk bezwarend is, zodat het beroep van [gedaagde in het verzet] op de vernietigbaarheid van dat artikel slaagt.

4.3.5. De rechtbank acht artikel 13 van de algemene voorwaarden ook om een andere reden onredelijk bezwarend. Het beding valt immers ook onder de omschrijving van artikel 6: 236 aanhef en onder n BW, omdat het bepaalt dat de consument zich binnen een maand nadat de gebruiker zich schriftelijk jegens hem op het beding heeft beroepen, dient te wenden tot de burgerlijke rechter. [gedaagde in het verzet] wordt derhalve niet een termijn van ten minste een maand gegund, zoals de wet vereist.

4.3.6. De conclusie van het voorgaande luidt dat ook dit ontvankelijkheidsverweer faalt.

Non-conformiteit?

4.4. [gedaagde in het verzet] heeft gesteld dat uit de in de branche gehanteerde standaarden (die staan vermeld op het als productie 11 bij de oorspronkelijke dagvaarding in het geding gebrachte informatieblad van het Centrum Hout te Almere) volgt dat voor een Exquisit Select vloer geldt dat per order minimaal 20% kwartiers/vals kwartiers gezaagd hout dient te worden geleverd en dat in de betreffende vloer slechts lichte kleurverschillen – eigen aan de structuur van het hout – waarneembaar mogen zijn. [gedaagde in het verzet] heeft gesteld dat de geleverde parketvloer niet aan deze norm voldoet en heeft ter onderbouwing gewezen op het rapport van CED Nomex, de uitlatingen van de leverancier van het hout (bij monde van [werknemer firma Albers]) en de brief van Parketmeester Nijkerk van 30 januari 2007.

4.5. De rechtbank stelt vast dat de stellingen van Parketmeester Nijkerk in de onderhavige procedure over de voor een Exquisit Select vloer geldende normen en de vraag of de geleverde vloer daar al dan niet aan voldoet, niet eenduidig zijn:

* onder punt 10 van de verzetdagvaarding heeft Parketmeester Nijkerk gesteld dat de benaming Exquisit staat voor een vloer waarin nauwelijks knoesten dienen voor te komen en dat de geleverde vloer daar volledig aan voldoet

* onder punt 17 van de verzetdagvaarding wordt vermeld dat de benaming Exquisit geen op zichzelf erkende standaard is waaraan een bepaalde norm is gekoppeld

* onder punt 23 van de verzetdagvaarding wordt gesteld dat, hoewel Parketmeester Nijkerk zich niet aan de op het informatieblad van Centrum Hout te Almere vermelde specificaties heeft geconformeerd, zij benadrukt dat de geleverde vloer wel degelijk aan die specificaties voldoet

* in de antwoordakte van 10 maart 2010 staat vermeld dat Articorq zich immer bereid heeft getoond de vloer conform de 20% norm op te leveren en af te werken.

4.6. Gelet op deze innerlijk tegenstrijdige stellingen en vooral in aanmerking genomen dat Parketmeester Nijkerk zelf in haar brief van 30 januari 2007 schrijft dat is gebleken dat de geleverde vloer niet aan de specificaties voldoet, omdat de verhouding tussen dosse gezaagd hout en kwartiers/half kwartiers gezaagd hout niet juist is, acht de rechtbank de betwisting van de gestelde non-conformiteit onvoldoende gemotiveerd.

Hieruit volgt dat als vaststaand moet worden aangenomen dat de parketvloer in elk geval vanwege het ontbreken van de juiste verhouding dosse en kwartiers/half kwartiers gezaagd hout als non-conform moet worden beschouwd. Vast staat dat [gedaagde in het verzet] al vóór 2 oktober 2006 heeft geklaagd over dit gebrek.

4.7. Indien de rechtbank veronderstellenderwijs uitgaat van de juistheid van de stelling van Parketmeester Nijkerk dat herstel van dit gebrek (en daarmee het opheffen van de non-conformiteit) mogelijk is door het vervangen van een aantal vloerplanken, dan geldt dat Parketmeester Nijkerk op grond van artikel 7: 21 lid 3 haar verplichting tot dit herstel binnen redelijke termijn na levering van de vloer had moeten nakomen.

Parketmeester Nijkerk heeft eerst (tevergeefs) getracht om [gedaagde in het verzet] tevreden te stellen door te laten zien hoe de parketvloer zou tonen met een afwerking van lak in plaats van olie. Parketmeester heeft vervolgens op het tijdens het gesprek van 9 november 2006 geuite gerechtvaardigde verzoek van [gedaagde in het verzet] slechts gereageerd met een wederverzoek om de wensen betreffende de klacht op papier te zetten.

Pas bij brief van 30 januari 2007, nadat [gedaagde in het verzet] al had voorgesteld tot ontbinding van de overeenkomst over te gaan, heeft Parketmeester Nijkerk erkend dat de vloer niet aan de specificaties voldeed en een voorstel tot herstel gedaan. Door aldus te reageren heeft Parketmeester Nijkerk naar het oordeel van de rechtbank de redelijke termijn voor herstel of vervanging overschreden. De rechtbank acht in dit verband van belang dat – zoals door [gedaagde in het verzet] onweersproken is gesteld – Parketmeester Nijkerk (bij monde van [werknemer B Parketmeester Nijkerk] en [werknemer A Parketmeester Nijkerk]) op 2 oktober 2006 (ter gelegenheid van de inspectie van de vloer naar aanleiding van de klacht van [gedaagde in het verzet]) had toegezegd contact op te nemen met de leverancier van het hout en ervoor te zorgen dat een en ander binnen een week goed geregeld zou worden. Ook heeft de rechtbank hierbij in aanmerking genomen dat [gedaagde in het verzet] onweersproken heeft gesteld dat de vloer onbruikbaar was gedurende de drie maanden dat Parketmeester de gelegenheid had om de tekortkomingen te herstellen en dat [gedaagde in het verzet] in die tijd zijn inboedel diende op te slaan.

4.8. [gedaagde in het verzet] had als consument-koper bij gebreke van een adequate reactie van Parketmeester Nijkerk en het uitblijven van herstel dan ook ten tijde van zijn brief van 8 januari 2007 het recht om tot ontbinding van de overeenkomst over te gaan. Als de consument eenmaal kan ontbinden, is herstel een gepasseerd station. Dit betekent dat het antwoord op de vraag of het aanbod tot herstel (zoals gedaan bij brief van 30 januari 2007 en herhaald in de onderhavige gerechtelijke procedure) afdoend is voor het opheffen van de non-conformiteit, in het midden kan blijven. Dit betekent ook dat de stellingen van partijen over de tekening in de parketvloer en de tegen het rapport van CED Nomex geuite bezwaren onbesproken kunnen blijven.

4.9. Uit het voorgaande volgt dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [gedaagde in het verzet].

4.10. In de antwoordakte na de comparitie heeft Parketmeester Nijkerk aangevoerd dat [gedaagde in het verzet] zijn commentaar op de vloer al had geleverd en naar de uitleg van Parketmeester Nijkerk had geluisterd vóórdat hij opdracht gaf om met hetzelfde materiaal nog 8m2 vloer in de gang aan te brengen. De rechtbank kan Parketmeester niet volgen in haar conclusie dat [gedaagde in het verzet] daarmee alsnog het geleverde product zou hebben geaccepteerd. Deze conclusie valt niet te rijmen met het feit dat [gedaagde in het verzet] meteen en voortdurend zijn klachten over de geleverde parketvloer aan Parketmeester Nijkerk heeft meegedeeld.

Voor zover Parketmeester Nijkerk met de hiervoor weergeven stelling heeft beoogd een beroep te doen op rechtsverwerking, verwerpt de rechtbank dit beroep. Van rechtsverwerking kan slechts sprake zijn indien de schuldeiser zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Voor rechtsverwerking is vereist de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden waardoor hetzij bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de positie van de schuldeiser onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard ingeval de schuldenaar zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Het enkele feit dat de door Parketmeester Nijkerk voorgestane oplossing van lakken in plaats van oliën, niet naar tevredenheid van [gedaagde in het verzet] was en [gedaagde in het verzet] heeft gezegd dat ook de parketvloer in de hal met olie moest worden afgewerkt zodat alles één geheel was, is onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen.

4.11. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde in het verzet] grond had voor de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst. Nu bovendien onweersproken is gesteld dat Parketmeester Nijkerk in verzuim is met betrekking tot de nakoming van de uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverplichtingen, is Parketmeester Nijkerk gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden en het reeds betaalde deel van de koopsom terug te betalen.

4.11.1. [gedaagde in het verzet] heeft, gelet op het uitblijven van tijdig herstel en de omstandigheid dat Parketmeester Nijkerk ook nog in de brief van 30 januari 2007 de gestelde wanprestatie en grond voor ontbinding heeft betwist, in redelijkheid kunnen besluiten tot het raadplegen van CED Nomex. Gesteld noch gebleken is dat de kosten van het rapport van CED Nomex ad EUR 445,66 onredelijk hoog zijn, zodat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De omstandigheid dat Parketmeester Nijkerk niet is uitgenodigd om bij het onderzoek door CED Nomex aanwezig te zijn, doet aan de toewijsbaarheid niet af.

4.11.2. Parketmeester Nijkerk heeft onweersproken gesteld dat vergoeding van de kosten van afvoer en opslag van inventaris in de algemene voorwaarden is uitgesloten, zodat de gevorderde vergoeding van deze kosten niet voor toewijzing in aanmerking komt.

4.11.3. De kosten van het verwijderen en afvoeren van de parketvloer zijn door [gedaagde in het verzet] onderbouwd met de hiervoor in r.o. 2.16 bedoelde brief van [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.]. De door [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.] begrote kosten zijn door Parketmeester Nijkerk in algemene bewoordingen betwist. Parketmeester Nijkerk heeft in dit verband slechts gesteld dat het verwijderen en afvoeren van de vloer in de begroting als te ingewikkeld en derhalve te kostbaar wordt voorgesteld en dat de post reparatie stucwerk/schilderwerk van de wanden een uit de lucht gegrepen gissing is. Parketmeester Nijkerk heeft echter nagelaten deze stelling te concretiseren en/of toe te lichten, zodat de rechtbank de betwisting van de kosten onvoldoende gemotiveerd acht.

4.11.4. [gedaagde in het verzet] heeft onweersproken gesteld dat hij zijn schade ook door Hensing Bouwkunde heeft laten begroten, omdat CED Nomex als uitgangspunt bij de begroting in haar rapport heeft genomen dat een nieuwe parketvloer op de bestaande parketvloer zou kunnen worden aangebracht. Ten onrechte, aldus [gedaagde in het verzet], omdat dit vanwege de aanwezigheid van drempels niet (goed) mogelijk is.

Gelet hierop en mede gelet op de vorige rechtsoverweging, is de rechtbank van oordeel dat ook de kosten van het onderzoek door Hensing Bouwkunde de dubbele redelijkheidstoets kunnen doorstaan en op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor vergoeding in aanmerking komen. De enkele omstandigheid dat tussen partijen een misverstand is ontstaan over het al dan niet aanwezig zijn van een medewerker van CED Nomex bij het onderzoek op 4 maart 2008, kan aan de toewijsbaarheid van de gevorderde vergoeding niet in de weg staan. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling dat [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.] geen erkend deskundige is – wat daar verder ook van zij – nu de door [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.] begrote kosten niet (voldoende) gemotiveerd zijn betwist (zie r.o. 4.11.3).

4.12. De in het verstekvonnis uitgesproken veroordelingen zullen op grond van het vorenstaande grotendeels in stand dienen te blijven, met dien verstande dat de vergoeding van de door [werknemer Hensing Bouwkunde B.V.] berekende kosten dient te worden verminderd met EUR 300,00 (betreft kosten voor het tijdelijk elders opslaan van inventaris) en dat de gevorderde vergoeding van EUR 765,00 voor de huur van de opslagtent en caravan alsmede de geschatte kosten ad EUR 1.250,00 voor een alternatief onderkomen voor [gedaagde in het verzet] alsnog zullen worden afgewezen. Omwille van de duidelijkheid zal de rechtbank het gehele verstekvonnis vernietigen.

4.13. Habo Beheer en Articorq Trading zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden verwezen. De kosten worden aan de zijde van [gedaagde in het verzet] begroot op:

- salaris advocaat 678,00 (1,5 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 678,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. vernietigt het door deze rechtbank op 23 september 2009 onder zaaknummer / rolnummer 160649 / HA ZA 09-1097 gewezen verstekvonnis,

en opnieuw rechtdoende:

5.2. veroordeelt Habo Beheer en Articorq Trading hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [gedaagde in het verzet] te betalen een bedrag van EUR 14.369,66 (veertienduizenddriehonderdnegenenzestig euro en zesenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 februari 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Habo Beheer en Articorq Trading hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van [gedaagde in het verzet] tot op heden begroot op EUR 914,25, vermeerderd met een bedrag van EUR 131,00 voor nakosten, zonder dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgehad, verhoogd met een bedrag van EUR 68,00 indien en voor zover de veroordeelde partij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de veroordeling zal hebben voldaan en het vonnis om die reden is betekend,

5.4. veroordeelt Habo Beheer en Articorq Trading hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [gedaagde in het verzet] tot op heden begroot op EUR 678,00,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2010.