Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BO2115

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-10-2010
Datum publicatie
29-10-2010
Zaaknummer
07.976404-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De zaken tegen de vijf verdachten zijn in september en oktober 2010 inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft echter besloten om het onderzoek te heropenen. Door de verdediging is aangevoerd dat in het Kluivingsbos-onderzoek mogelijk sprake is geweest van beïnvloeding en/of ongeoorloofd uitgeoefende druk bij de vermeende slachtoffers door de ervaringsdeskundige. De rechtbank heeft beslist dat audio-opnamen van de gesprekken tussen de ervaringsdeskundige en de slachtoffers, met behulp van een tolk in het Nederlands vertaald moeten worden. De vertalingen moeten daarna aan het dossier worden toegevoegd zodat de rechtbank er kennis van kan nemen. De zaken zijn voor onbepaalde tijd aangehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.976404-07

Uitspraak: 29 oktober 2010

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte A],

geboren op [Datum] 1974 te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 en 29 september 2010. De verdachte is niet verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

De officieren van justitie, mr. L.N. Stempher en G.R.C. Veurink, hebben ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht,

- toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, [Slachtoffer A] en [Slachtoffer B] - telkens bij wijze van voorschot - tot respectievelijk een bedrag van € 40.000,--,-- en € 11.100,-- hoofdelijk met dien verstande dat, indien de medeverdachte [Verdachte B] betaalt, verdachte daarvan zal zijn bevrijd,

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot bovenvermelde bedragen.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt nadere aanpassing tenlastelegging)

ONTVANKELIJKHEID VAN HET OPENBAAR MINISTERIE

Namens verdachte is door zijn raadsman aangevoerd, dat het openbaar ministerie terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging voor zover het de personen genaamd: [Slachtoffer C], [Slachtoffer D], [Slachtoffer E], [Slachtoffer F], [Slachtoffer G], [Slachtoffer H] en [Slachtoffer I] betreft, aangezien verdachte reeds op 22 januari 2008 door het Gerechtshof te Leeuwarden is veroordeeld voor het plegen van mensensmokkel ten aanzien van deze personen. De fysieke handelingen die toen ten grondslag lagen aan de ten laste gelegde delicten zijn exact dezelfde als de fysieke handelingen die thans aan verdachte ten laste zijn gelegd, zodat er sprake is van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (ne bis in idem).

De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende.

Verdachte is bij arrest van 22 januari 2008 door het Gerechtshof in Leeuwarden veroordeeld terzake mensensmokkel voor wat betreft de door de raadsman genoemde personen. De feitelijke handelingen die ten grondslag lagen aan de mensensmokkel zijn dezelfde die thans mede de basis vormen voor de ten laste gelegde mensenhandel. Tevens is er sprake van eenheid van tijd en plaats. Weliswaar zijn in de tenlastelegging die nu voorligt nog enkele aanvullende feitelijkheden toegevoegd, doch dit doet aan het daadwerkelijke feitelijk gebeuren en de feitelijke samenhang niet af.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er ten aanzien van [Slachtoffer C], [Slachtoffer D], [Slachtoffer E], [Slachtoffer F], [Slachtoffer G], [Slachtoffer H] en [Slachtoffer I] sprake is van een dubbele vervolging van verdachte wegens hetzelfde feitelijk gebeuren als bedoeld in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal het openbaar ministerie derhalve niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging voor zover het bovengenoemde personen betreft.

HERVATTING VAN HET ONDERZOEK

De rechtbank is van oordeel dat nog nader onderzoek nodig is. Zij acht zich thans onvoldoende geïnformeerd om tot een verantwoorde beslissing te kunnen komen.

In (onder meer) het Kluivingsbos-onderzoek heeft het openbaar ministerie een verhoorprotocol opgesteld waarin niet alleen de rol van de politie, de ervaringsdeskundige en de dominee is beschreven, maar waarin ook is aangegeven op welke wijze de gesprekken met c.q. verhoren van vermeende slachtoffers dienen plaats te vinden. De ervaringsdeskundige en de dominee zijn bij enkele getraceerde slachtoffers ook daadwerkelijk ingezet. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal slachtoffers bereid was te verklaren over wat hen was overkomen. Bij de gesprekken, die de ervaringsdeskundige met de vermeende slachtoffers heeft gevoerd, is gebruik gemaakt van geluidsapparatuur.

Gelet op hetgeen de verdediging in de zaken van het Kluivingsbos-onderzoek heeft aangevoerd met betrekking tot mogelijke beïnvloeding van en/of ongeoorloofd uitgeoefende druk op de vermeende slachtoffers door de ervaringsdeskundige, acht de rechtbank het noodzakelijk de beschikking te hebben over de inhoud van de gesprekken die de ervaringsdeskundige heeft gevoerd met de hierna te noemen slachtoffers, teneinde te kunnen toetsen of bij de totstandkoming van de aangifte (en nadere verhoren) van enige druk dan wel beïnvloeding door de ervaringsdeskundige sprake is geweest.

De rechtbank acht het onderzoek in zoverre onvolledig en zal derhalve het onderzoek heropenen en terstond schorsen en de stukken in handen stellen van de rechter-commissaris, teneinde - voorafgaande aan een nader te bepalen terechtzitting - met behulp van een tolk/vertaler een in de Nederlandse taal gesteld proces-verbaal van de gemaakte audio-opnamen van de gesprekken van de ervaringsdeskundige met de slachtoffers [Slachtoffer B] en [Slachtoffer A] verbatim te laten uitwerken.

BESLISSING

Het onderzoek wordt heropend en terstond voor onbepaalde tijd geschorst.

De rechtbank stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde bovenbedoelde processen-verbaal aan de stukken toe te voegen.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. F. van der Maden en

J.W.M. Bunt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek en W.F. Grotenhuis, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2010.

Mr. Van der Maden voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.