Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BO1285

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
21-10-2010
Zaaknummer
Awb 09/1042
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob-verzoek naar aanleiding van de demonstratie van de Nederlandse Volks Unie van 30 augustus 2008 te Zwolle. Beroep gegrond voor wat betreft het deel van het bestreden besluit dat ziet op de geluidsopnamen, het draaiboek, de foto's en de sitrap's.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer

Registratienummer: Awb 09/1042

Uitspraak

in het geding tussen:

A te B

eiser,

gemachtigde: mr. H. van Drunen

en

de korpsbeheerder van de Regiopolitie IJsselland,

verweerder.

1.Procesverloop

Bij brief van 31 augustus 2008 heeft eiser verweerder met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) verzocht nader aangeduide gegevens toe te zenden met betrekking tot de demonstratie van de Nederlandse Volks Unie van 30 augustus 2008 te Zwolle.

Bij besluit van 26 september 2008 heeft verweerder eiser documenten verstrekt.

Tegen dit besluit is namens eiser bij brief van 27 oktober 2008 bezwaar gemaakt.

Bij schrijven van 13 februari 2009 is namens eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bewaar.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 18 mei 2009 eisers beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar gegrond verklaard en verweerder op straffe van een dwangsom opgedragen uiterlijk 15 juni 2009 een beslissing op bezwaar aan eiser bekend te maken.

Bij brief van 25 juni 2009 heeft eiser wederom beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar.

Bij besluit van 11 september 2009 heeft verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.

Bij brief van 9 oktober 2009 heeft eiser aanvullende beroepsgronden ingediend.

Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

De zaak is op 11 maart 2010 ter zitting behandeld. Namens eiser is verschenen gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich onder voorafgaande kennisgeving daarvan ter zitting niet laten vertegenwoordigen.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Bij brief van 6 april 2010 heeft verweerder met een beroep op artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nadere stukken overgelegd.

De toepassing van dit artikel is beoordeeld door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van deze rechtbank. De rechtbank heeft op 27 mei 2010 bepaald dat de beperking van de kennisneming van het betreffende stuk gerechtvaardigd is te achten.

Eiser heeft toestemming verleend om mede op basis van de geheim gehouden stukken uitspraak te doen.

Op 1 juli 2010 is de nadere zitting gehouden. Namens eiser is verschenen gemachtigde voornoemd. Op verzoek van eiser is als getuige gehoord mr. G. A. Oosterop, werkzaam bij de Regiopolitie IJsselland.

2.Overwegingen

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob, voor zover thans van belang, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.

Ingevolge het vijfde artikellid wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, van de Wob,voor zover thans van belang, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

c. opsporing en vervolging van strafbare feiten;

d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Bij besluit van 26 september 2008, zoals gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder eiser afschriften doen toekomen van de sitrap-rapportages inzake de NVU-demonstratie op 30 augustus 2008, voor zover deze geen gegevens bevat die inzicht geven in tactieken, technieken en strategieën van politieoptreden bij grootschalige evenementen en openbaarmaking daarvan toekomstig politieoptreden ernstig zou bemoeilijken.

Van het draaiboek “Demonstratie NVU 30 augustus 2008 te Zwolle” heeft verweerder eiser eveneens een afschrift verstrekt. Aangegeven is dat, anders dan onder andere de inhoudsopgave doet vermoeden, het gehele draaiboek is verstrekt.

Verder zijn alle mutaties en processen-verbaal opgemaakt naar aanleiding van de NVU-demonstratie verstrekt, waarbij de gegevens die te herleiden zijn naar natuurlijke personen, waaronder betrokken politieambtenaren, zijn geanonimiseerd. Volgens verweerder heeft eiser terecht aangevoerd dat geboortejaar en woonplaats van betrokkenen ten onrechte niet openbaar zijn gemaakt. Verweerder zal binnen twee weken een hernieuwde uitdraai van de BPS-mutaties beschikbaar stellen, waarin geboortejaar en woonplaats van betrokkenen niet onleesbaar zijn gemaakt.

Foto’s gemaakt tijdens de demonstratie dienen ter opsporing en vervolging van strafbare feiten en worden onder verwijzing naar artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d en e, van de Wob niet openbaar gemaakt.

De geluidsopnamen van het mobilofoonverkeer kunnen niet openbaar worden gemaakt omdat openbaarmaking inzicht zou kunnen verschaffen in tactieken, technieken en strategieën van politieoptreden bij grootschalige evenementen en daarmee toekomstig politieoptreden ernstig zou bemoeilijken, aldus verweerder.

Ten aanzien van het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt vast dat verweerder hangende het beroep tegen het niet-tijdig beslissen van verweerder op eisers bezwaar een reële beslissing op bezwaar heeft genomen. De rechtbank vat onder toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het beroep van eiser op als zijnde mede gericht tegen de beslissing op bezwaar. Eiser heeft geen belang meer bij beoordeling van het beroep tegen het uitblijven van de beslissing op bezwaar. Het beroep wordt in zoverre niet ontvankelijk verklaard.

Ten aanzien van de beslissing op bezwaar van 11 september 2009 overweegt de rechtbank als volgt

Voor wat betreft de geluidsopnamen van het mobilofoonverkeer is namens verweerder bij brief van 6 april 2010 meegedeeld dat deze niet bewaard zijn gebleven. Ter zitting is door de getuige verklaard dat deze gegevens in augustus 2009 zijn vernietigd. Vernietiging van de betreffende geluidsopnamen heeft tot gevolg dat de rechtbank door toedoen van verweerder niet meer in staat is om na te gaan of verstrekking van de desbetreffende informatie op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, terecht achterwege is gelaten. De gevolgen van de door verweerder teweeggebrachte bewijsnood dienen voor rekening van verweerder te komen. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit voor zover dit betrekking heeft op de geluidsopnamen van het mobilofoonverkeer is genomen in strijd met artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wob. Het beroep van eiser is wat dit onderdeel van het bestreden besluit betreft gegrond. Het bestreden besluit wordt op dit punt vernietigd.

Het draaiboek heeft verweerder eerst na sluiting van het onderzoek ter zitting op 1 juli 2010 bij brief van 6 juli 2010, ingekomen op 12 juli 2010, aan de rechtbank overgelegd.

De rechtbank had reeds bij brief van 15 maart 2010 om toezending daarvan gevraagd.

De rechtbank is door toedoen van verweerder niet in staat gesteld om na te gaan of verweerder met betrekking tot het draaiboek volledig heeft voldaan aan zijn plicht tot informatieverstrekking op grond van de Wob. De gevolgen hiervan komen voor rekening van verweerder. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiser voor wat betreft dit onderdeel van het bestreden besluit gegrond is. Het bestreden besluit wordt ook op dit punt vernietigd.

Ten aanzien van de foto’s is de rechtbank van oordeel dat verweerder verstrekking daarvan niet achterwege heeft kunnen laten vanwege eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De betreffende foto’s kunnen zodanig worden bewerkt dat deze een indruk geven van de situatie ter plaatse van de demonstratie, zonder dat de personen op de foto’s herkenbaar zijn.

Het door verweerder gestelde belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten wordt naar het oordeel van de rechtbank bij openbaarmaking van de geanonimiseerde foto’s niet onevenredig geschaad. Het beroep van eiser is voor wat betreft dit onderdeel van het besluit eveneens gegrond. Het bestreden besluit wordt op dit punt vernietigd.

Ten aanzien van de sitrap’s heeft verweerder alleen de niet-bewerkte versie aan de rechtbank overgelegd. Omdat de rechtbank niet beschikt over de sitrap’s zoals die aan eiser zijn verstrekt kan niet worden beoordeeld of verweerder volledig heeft voldaan aan zijn plicht tot informatieverstrekking op grond van de Wob. De gevolgen hiervan komen voor rekening van verweerder. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiser voor wat betreft dit onderdeel van het bestreden besluit gegrond is. Het bestreden besluit wordt ook op dit punt vernietigd.

Voor wat betreft eisers grief dat verweerder nog geen uitvoering heeft gegeven aan de toezegging een hernieuwde uitdraai van de BPS-mutaties beschikbaar te stellen, waarin geboortejaar en woonplaats van betrokkenen niet onleesbaar zijn gemaakt, geldt dat dit de uitvoering van het bestreden besluit betreft dat geen onderdeel is van het onderhavige geding.

Het beroep is derhalve gegrond voor wat betreft het deel van het bestreden besluit dat ziet op de geluidsopnamen, het draaiboek, de foto’s en de sitrap’s. Verweerder wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten ten bedrage van € 805,-(1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor de zitting en ½ punt voor de nadere zitting met wegingsfactor 1).

3.Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk;

-verklaart het beroep gegrond voor wat betreft het deel van het bestreden besluit van 11 september 2009 dat ziet op de geluidsopnamen, het draaiboek, de foto’s en de sitrap’s;

-vernietigt het bestreden besluit in zoverre;

-draagt verweerder op voor het vernietigde gedeelte een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen;

-verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

-bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,- vergoedt;

-veroordeelt verweerder in de kosten welke eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken welke kosten worden begroot op in totaal € 805,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen en door deze en mr. A. Landstra als griffier ondertekent.

Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op: