Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN8666

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
09-11-2010
Zaaknummer
173147 - KG ZA 10-310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geschil over voor buitenschoolse dan wel tussenschools opvang gehuurde ruimte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummers / rolnummers: 173147 / KG ZA 10-310 en 173237 / KG ZA 10-315

Vonnis in kort geding van 16 juli 2010

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 173147 / KG ZA 10-310 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE KLEINE REUS B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eiseres,

advocaat mr. J.C.E. Siebenga- Moggré te Zwolle,

tegen

de vereniging

DE VERENIGING VOOR GEREFORMEERD PRIMAIR ONDERWIJS ACCRETIO,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. J.S.C. Liebrand- Bos te Zwolle,

en

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 173237 / KG ZA 10-315 van

de vereniging

DE VERENIGING VOOR GEREFORMEERD PRIMAIR ONDERWIJS ACCRETIO,

gevestigd te Zwolle,

eiseres,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.S.C. Liebrand-Bos te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE KLEINE REUS B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.C.E. Siebenga- Moggré te Zwolle.

Partijen zullen hierna De Kleine Reus en Accretio genoemd worden.

1. De procedure in de zaak 173147 / KG ZA 10-310

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 12 producties

- de brief van 7 juli 2010 met producties 13 en 14 van de zijde van De Kleine Reus

- de brief van 7 juli 2010 inhoudende de schriftelijke reactie en met 11 bijlagen van de zijde van Accretio

- de fax van 7 juli 2010 van de zijde van Accretio

- de fax van 8 juli 2010 van de zijde van Accretio

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van De Kleine Reus.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de zaak 173237 / KG ZA 10-315

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 11 producties

- de brief van 7 juli 2010 inhoudende de schriftelijke reactie in de zaak 173147 / KG ZA

10-310 en met 11 bijlagen van de zijde van Accretio

- de fax van 7 juli 2010 van de zijde van Accretio

- de fax van 8 juli 2010 van de zijde van Accretio

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van De Kleine Reus, tevens houdende eis in reconventie.

3. De feiten in de zaak 173147 / KG ZA 10-310 en in de zaak 173237 / KG ZA 10-315

3.1. De Kleine Reus is een organisatie die het verzorgen van kinderopvang en naschoolse opvang tot doel heeft.

3.2. Accretio is bestuurder van de gereformeerde basisschool De Sprankel te Zwolle (hierna: De Sprankel).

3.3. Vanaf 2007 verzorgt De Kleine Reus in samenwerking met De Sprankel de tussenschoolse opvang (hierna: de TSO) en de buitenschoolse opvang (hierna: BSO) van de leerlingen van De Sprankel, eerst op de voormalige locatie van de noodgebouwen en sinds februari 2009 in het nieuwe gebouw van De Sprankel.

3.4. De Kleine Reus sluit met de ouders die gebruik willen maken van de TSO en/of de BSO afzonderlijke contracten.

3.5. In verband met de snelle groei van de BSO zijn partijen een mondelinge huurovereenkomst aangegaan, inhoudende dat De Kleine Reus vanaf het voorjaar van 2009 het speellokaal (samen met de keuken en de helft van de centrale hal) en vanaf 17 augustus 2009 het crealokaal in het schoolgebouw van De Sprankel gedurende de periode buiten schooltijd van Accretio huurt.

3.6. Ook de TSO, waarvan de kosten op verzoek van Accretio laag moesten blijven, groeide snel, terwijl onvoldoende ouders bereid bleken om medewerking aan de TSO te verlenen, waardoor de overblijfgroepen te groot werden. Omdat partijen dit probleem niet konden oplossen heeft De Kleine Reus in december 2009 de TSO per het einde van het schooljaar opgezegd. Partijen zijn in januari 2010 weer in overleg getreden over de voortzetting van zowel de TSO als de BSO. Naar aanleiding van een gesprek op 19 februari 2010, waarbij in ieder geval de heer [A], interim-directeur van Accretio, mevrouw [B], directeur van De Kleine Reus, tezamen met haar echtgenoot, en een lid van de schoolraad aanwezig waren, heeft Accretio bij brief van 25 maart 2010 het volgende aan De Kleine Reus meegedeeld:

“Bij dezen bevestig ik de door u mondeling aan mij aangegeven en in een mailbericht medio december aan ouders door u gecommuniceerde, opzegging van het aanbieden van TSO. Ook bevestig ik de door mij in een gesprek op 11 maart jl. aan u aangegeven opzegging van het gebruik van schoolruimten ten behoeve van de door u aangeboden BSO met ingang van het nieuwe schooljaar t.w. met ingang van 16 augustus 2010.”

4. Het geschil in de zaak 173147 / KG ZA 10-310

4.1. De Kleine Reus vordert – uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

a. Accretio te gelasten tot nakoming van de huurovereenkomst en/of samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot buitenschoolse opvang, in die zin dat aan De Kleine Reus het speellokaal en het crealokaal ter beschikking worden gesteld voor BSO vanaf 16 augustus 2010, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,- per dag voor elke dag dat Accretio in gebreke is vanaf 16 augustus 2010;

b. Accretio, daaronder begrepen een ieder die onder haar verantwoordelijkheid valt, in het bijzonder directie en medewerkers van De Sprankel, te verbieden:

- om zich publiekelijk negatief uit te laten over De Kleine Reus, en

- concurrentie door andere aanbieders van kinderopvang bij De Sprankel toe te laten en/of te stimuleren,

beide op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,- per keer dat Accretio dit verbod overtreedt;

c. Accretio te gelasten binnen één week nadat uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter [voorzieningenrechter voegt in: daarvan] mededeling te doen aan de ouders en verzorgers van leerlingen van De Sprankel onder intrekking van de brieven aan ouders en verzorgers van 18 en 25 maart 2010 of anderszins De Kleine Reus te rehabiliteren,

subsidiair:

d. Accretio te veroordelen tot betaling van een voorschot op een schadevergoeding aan De Kleine Reus ter grootte van EUR 125.000,-, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitspraak,

zowel primair als subsidiair:

e. Accretio te veroordelen in de kosten van deze procedure.

4.2. Accretio voert verweer.

4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. Het geschil in de zaak 173237 / KG ZA 10-315

5.1. Accretio vordert in conventie – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad:

1. De Kleine Reus te veroordelen om uiterlijk 16 augustus 2010 het speellokaal, het crealokaal, de keuken en de helft van de centrale hal in het schoolgebouw van De Sprankel aan de Klokkengieterlaan 3B te Zwolle met al het hunne en al de hunnen volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en in de lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking aan Accretio te stellen en deze ruimten vervolgens verlaten en ontruimd te houden, op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,- per dag,

2. Accretio te machtigen, voor het geval De Kleine Reus niet tijdig aan het sub 1 gevorderde mocht voldoen, deze verlating en ontruiming en het verlaten en ontruimd houden zelf te bewerkstelligen, zo nodig met behulp van sterke arm van politie en justitie en op kosten van De Kleine Reus,

3. De Kleine Reus in de kosten van dit geding te veroordelen.

5.2. De Kleine Reus voert verweer.

5.3. De Kleine Reus vordert in reconventie, voor het geval de voorzieningenrechter de vordering van Accretio niet afwijst, de ontruimingstermijn met een jaar te verlengen en Accretio te veroordelen om aan De Kleine Reus het griffierecht van EUR 263,- voor de verschenen gedaagde te vergoeden, met veroordeling van Accretio in de proceskosten.

5.4. Accretio voert verweer.

5.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6. De beoordeling in de zaak 173147 / KG ZA 10-310

6.1. Van een spoedeisend belang is in voldoende mate gebleken.

6.2. Tussen partijen is niet in geschil dat tussen hen geen schriftelijke maar een mondelinge huur-/samenwerkingsovereenkomst bestaat, die ziet op de ruimten in het schoolgebouw waar De Kleine Reus de TSO en de BSO verzorgt.

6.3. De Kleine Reus heeft ten aanzien van haar vordering tot nakoming van de huur-/samenwerkingsovereenkomst als eerste een beroep gedaan op de huurbeschermingsbepalingen van de artikelen 7:290 e.v. BW, stellende dat er in casu sprake is van huur van bedrijfsruimte. Accretio heeft zich hiertegen verweerd en zich op het standpunt gesteld dat de ruimten die De Kleine Reus huurt niet vrij voor publiek toegankelijk zijn. De Kleine Reus biedt haar diensten aan op basis van plaatsingsovereenkomsten, zodat publiek zonder zo’n overeenkomst geen recht heeft c.q. aanspraak kan maken op de dienstverlening door De Kleine Reus en ook geen toegang heeft tot deze ruimten. De door De Kleine Reus gehuurde ruimten zijn derhalve niet te beschouwen als bedrijfsruimten, aldus Accretio.

6.4. Anders dan Accretio is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de door De Kleine Reus gehuurde ruimten voor het publiek toegankelijke lokalen zijn. Immers, aan het vereiste van een voor het publiek toegankelijk lokaal mogen geen bijzondere eisen worden gesteld. Alleen wanneer komt vast te staan dat elke bedoeling van de ondernemer om het aan het publiek mogelijk te maken hem in het gehuurde op te zoeken ontbreekt, is geen sprake van een dergelijk verkooppunt (zie HR 4 oktober 1996, NJ 1997, 103). Dat hiervan sprake is, is niet door Accretio gesteld, noch is hiervan op andere wijze gebleken. Verder kan blijkens HR 18 juni 1993, NJ 1993, 614 onder “publiek” een enigszins beperkte klantenkring worden begrepen; aan het toegankelijkheidsvereiste is voldaan nu de onderhavige ruimten voor (potentieel) dienstenafnemend publiek toegankelijk zijn. Niet valt in te zien dat er voor de toepasselijkheid van artikel 7:290 BW een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een op zichzelf staande levering van diensten en één die op (duur-) contractuele basis geschiedt, zoals Accretio lijkt te betogen.

6.5. Uit het vorenstaande volgt dat voldoende aannemelijk is geworden dat de door Accretio verhuurde en door De Kleine Reus gehuurde ruimten waar De Kleine Reus de TSO en de BSO verzorgt als bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW kunnen worden beschouwd.

Uit artikel 108 lid 1 Wet op het primair onderwijs (WPO) volgt niet, anders dan Accretio heeft betoogd, dat de verhuur van een gedeelte van een schoolgebouw dat bestemd zal zijn als bedrijfsruimte in bovengenoemde zin, nietig is.

Nu er sprake is van bedrijfsruimte zijn op de onderhavige huur-/samenwerkings-overeenkomst de beschermingsbepalingen van afdeling 6, titel 4 van Boek 7 BW van toepassing, hetgeen Accretio op zichzelf niet heeft betwist. De conclusie is dan ook dat Accretio de huur-/samenwerkingsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd en dat de primaire vordering sub a van De Kleine Reus tot nakoming door Accretio van die overeenkomst zal worden toegewezen.

6.6. Ook overigens, indien er geen sprake zou zijn van toepasselijkheid van artikel 7:290 e.v. BW, is niet uit te sluiten dat de bodemrechter, later oordelende, bij de beoordeling van de vraag of de opzegging van de huur-/samenwerkingsovereenkomst door Accretio naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, de belangen van De Kleine Reus bij voortzetting van die overeenkomst zal laten prevaleren boven de belangen van Accretio bij beëindiging daarvan, nu de door [A] ter zitting gestelde (finale) reden van opzegging (het boos worden van de heer [C], de echtgenoot van de directeur van De Kleine Reus, ter gelegenheid van het in r.o. 3.6 vermelde gesprek van 19 februari 2010) disproportioneel zou kunnen worden geoordeeld ten opzichte van de uit de opzegging voortvloeiende schade voor De Kleine Reus.

6.7. Primair sub b heeft De Kleine Reus gevorderd Accretio te verbieden om zich publiekelijk negatief uit te laten over De Kleine Reus. Deze vordering zal worden afgewezen. Daargelaten dat de woorden “negatief uitlaten” te onbepaald zijn en deze niet nader zijn geconcretiseerd door De Kleine Reus, heeft Accretio betwist dat zij zich negatief heeft uitgelaten over De Kleine Reus, in die zin dat de prestaties van De Kleine Reus als onvoldoende zouden zijn aangeduid.

Voorzover de primaire vordering sub b ziet op het verbieden van Accretio concurrentie door andere aanbieders van kinderopvang bij De Sprankel toe te laten en/of te stimuleren zal ook deze worden afgewezen. De Kleine Reus heeft immers, gezien de toewijzing van de primaire vordering sub a geen belang bij toewijzing; nu Accretio de overeenkomst dient na te komen kan er geen sprake zijn van andere aanbieders die de onderhavige bij De Kleine Reus in gebruik zijnde ruimten kunnen exploiteren voor kinderopvang in de zin van TSO en BSO.

6.8. Ten aanzien van de primaire vordering sub c overweegt de voorzieningenrechter dat Accretio heeft bijgedragen aan de opzegging door ouders van hun contracten met De Kleine Reus ten aanzien van de opvang van kinderen van 0-4 jaar, de TSO en de BSO, doordat zij in haar brieven aan de ouders en verzorgers van de leerlingen van De Sprankel van 18 en 25 maart 2010 actief heeft geventileerd dat de samenwerking met De Kleine Reus op het gebied van BSO en TSO met ingang van het schooljaar 2010-2011 zal worden beëindigd en dat de school voor (in ieder geval) de TSO een andere samenwerkingspartner heeft gevonden. Deze vordering zal, behoudens ten aanzien van de gevorderde intrekking van brieven, als na te melden worden toegewezen.

6.9. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

6.10. Accretio zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Kleine Reus worden begroot op:

- dagvaarding EUR 73,89

- vast recht 2.750,00

- salaris advocaat 2.842,00 (factor 2 x tarief EUR 1.421,00)

Totaal EUR 5.665,89

7. De beoordeling in conventie en in reconventie in de zaak 173237 / KG ZA 10-315

7.1. Van een spoedeisend belang is in voldoende mate gebleken.

7.2. Accretio heeft in conventie gevorderd De Kleine Reus te veroordelen tot ontruiming van het speellokaal, het crealokaal, de keuken en de helft van de centrale hal in het schoolgebouw van De Sprankel. De voorzieningenrechter zal deze vordering afwijzen aangezien de vordering van De Kleine Reus tot nakoming door Accretio van de huur-/samenwerkingsovereenkomst in de zaak 173147 / KG ZA 10-310 zal worden toegewezen, zoals blijkt uit de rechtsoverwegingen 6.2 tot en met 6.5.

7.3. De Kleine Reus heeft haar eis in reconventie voorwaardelijk ingesteld. Nu de vordering van Accretio zal worden afgewezen behoeft de eis in reconventie daarom geen behandeling.

7.4. Accretio zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Kleine Reus worden begroot op:

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 452,00 (factor 1,0 x tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 715,00

8. De beslissing

De voorzieningenrechter

in de zaak 173147 / KG ZA 10-310

8.1. gelast Accretio tot nakoming van de huur-/samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot buitenschoolse opvang, in die zin dat aan De Kleine Reus het speellokaal en het crealokaal ter beschikking worden gesteld voor BSO vanaf 16 augustus 2010,

8.2. veroordeelt Accretio om aan De Kleine Reus een dwangsom te betalen van EUR 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 8.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van EUR 125.000,00 is bereikt,

8.3. gelast Accretio binnen één week na betekening van dit vonnis daarvan mededeling te doen aan de ouders en verzorgers van leerlingen van De Sprankel,

8.4. veroordeelt Accretio in de proceskosten, aan de zijde van de Kleine Reus tot op heden begroot op EUR 5.665,89,

8.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

8.6. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak 173237 / KG ZA 10-315

8.7. wijst de vorderingen af,

8.8. veroordeelt Accretio in de proceskosten, aan de zijde van de Kleine Reus tot op heden begroot op EUR 715,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2010.