Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN5747

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-08-2010
Datum publicatie
01-09-2010
Zaaknummer
Awb 09/20979
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank oordeelt dat het gebruik van het bijgebouw als jeugdhonk in dit geval niet als een aan de bestemming ondergeschikt nevengebruik aangemerkt kan worden. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer

Registratienummer: Awb 09/2079

Uitspraak

in het geding tussen:

(…),

wonende te IJsselmuiden, eisers,

gemachtigde: mr. S. Oord

en

het college van burgemeester en wethouders van Kampen,

verweerder,

en

(…)

wonende te IJsselmuiden, belanghebbenden

1.Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2008 heeft verweerder het verzoek van eisers om handhavend op te treden tegen het gebruik van een bijgebouw van belanghebbenden aan de (..) te IJsselmuiden als jeugdhonk gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 4 november 2008 heeft verweerder het hiertegen ingestelde bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 4 april 2008 herroepen en het handhavingsverzoek geheel afgewezen.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 juni 2009 het tegen dit besluit ingestelde beroep gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers.

Bij besluit van 12 oktober 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek opnieuw afgewezen. Tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 13 juli 2010. Eisers zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigde, voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door A.J. Blankert, J.A. Bakker en E. Leusink. (..) en J(..) zijn eveneens verschenen.

2.Overwegingen

2.1. In de uitspraak van deze rechtbank van 5 juni 2009 is het besluit van 4 november 2008 vernietigd op de grond dat verweerder voorafgaand aan dat besluit geen nader onderzoek naar de feiten had verricht. Verweerder is in de uitspraak van 5 juni 2009 daarom opgedragen, alvorens een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, de feitelijke situatie nader te onderzoeken. Hierbij overwoog deze rechtbank dat er sterke aanwijzingen zijn dat het gebruik van het pand in strijd is met de ter plaatse geldende bestemming en dat de aantallen bezoekers van het pand hierbij van belang kunnen zijn.

Voorafgaand aan het thans bestreden besluit heeft verweerder zeven controles ter plaatse van het bijgebouw uitgevoerd op vrijdag- of zaterdagavond. Bij elke controle is geconstateerd dat minder dan 30 doch, één controle om 03.10 uur ’s nachts uitgevoerd uitgezonderd, steeds meer dan 9 personen aanwezig waren. Naar het oordeel van de rechtbank is de feitelijke situatie hiermee voldoende onderzocht. Niet is aangetoond dat de controles van verweerder onjuist of onzorgvuldig waren.

De rechtbank heeft vervolgens te beoordelen of verweerder, op basis van het verrichte onderzoek, het handhavingsverzoek van eisers in redelijkheid mocht afwijzen.

2.2. Bij deze beoordeling gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Aan de (..) te IJsselmuiden is achter de woning van belanghebbenden een bijgebouw gelegen. Dit bijgebouw wordt gebruikt als jeugdhonk. Het jeugdhonk is zowel doordeweeks als op vrijdag- en zaterdagavond geopend voor bezoekers. In het bijgebouw bevinden zich onder meer een houten bar met barkrukken, een eettafel met stoelen, een zithoek, een computer, een geluidsinstallatie en een aparte ruimte met een dames- en herentoilet. Verder wordt door de bezoekers van tijd tot tijd voor de consumpties betaald en wordt in de computer bijgehouden wat per persoon wordt genuttigd.

Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan “De Zodde” rust op het perceel (..) te IJsselmuiden de bestemming “Eengezinshuizen EG”.

Ingevolge artikel 5 van de bestemmingsplanvoorschriften zijn gronden aangewezen voor “Eengezinshuizen EG” bestemd voor eengezinshuizen met de daarbij behorende bijgebouwen, andere-bouwwerken, tuinen en erven.

Ingevolge artikel 33, lid A, van de bestemmingsplanvoorschriften is het verboden gronden of opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming.

2.3. Verweerder heeft, zowel in de stukken als ter zitting, aangegeven van mening te zijn dat het gebruik van het bijgebouw als jeugdhonk in dit geval aangemerkt moet worden als aan de bestemming ‘Eengezinshuizen EG’ ondergeschikt nevengebruik. Verweerder acht dit nevengebruik ondergeschikt aan, en daarmee niet strijdig met, de woonfunctie, indien het aantal bezoekers minder dan dertig bedraagt. Verweerder verwijst ter onderbouwing hiervan naar het ketenbeleid, waarin dit is opgenomen. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat het ketenbeleid inmiddels zowel door verweerder als door de raad van verweerders gemeente is vastgesteld. Bovendien acht verweerder in dit geval van belang dat het jeugdhonk slechts wordt gebruikt door vrienden en kennissen van de kinderen van belanghebbenden.

Eisers zijn van mening dat het gebruik van het bijgebouw als jeugdhonk in strijd is met de woonbestemming. Eisers wijzen hierbij onder meer op het rapport van de Stichting Alcoholpreventie (verder: STAP) ‘Keten in Kampen’ van december 2006, waarin het jeugdhonk als buurtkeet wordt aangeduid. In dit rapport wordt geadviseerd om ten aanzien van dergelijke keten een afbouwbeleid met een termijn van ongeveer vijf jaar te hanteren.

2.4. Naar het oordeel van de rechtbank kan het gebruik van het bijgebouw als jeugdhonk in dit geval niet als een aan de bestemming ondergeschikt nevengebruik aangemerkt worden. De rechtbank overweegt hiertoe dat het bijgebouw structureel en meerdere malen per week door bezoekers voor samenkomsten wordt gebruikt, waarbij anders dan om niet alcoholische dranken worden verstrekt. Daarnaast is de inrichting, mede gelet op de aanwezigheid van een houten bar met barkrukken en een aparte ruimte met een dames- en herentoilet, min of meer ingericht als bar of café. Op grond van deze omstandigheden en mede gelet op de kwalificatie van het jeugdhonk in het STAP-rapport als buurtkeet, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van activiteiten die niet met de woonbestemming zijn te verenigen. De omstandigheid dat de keet niet voor iedereen toegankelijk zou zijn en het aantal bezoekers niet meer dan dertig bedraagt, maakt dit niet anders.

2.5. Gelet op het algemeen belang dat met handhaving is gediend, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.6. Ter zitting heeft verweerder aangegeven legalisatie van de activiteiten niet overwogen te hebben, omdat er volgens verweerder geen sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan. Zoals hiervoor aangegeven, acht de rechtbank dit standpunt onjuist. Verweerder dient zich derhalve te bezinnen op de vraag of het gebruik van het bijgebouw als jeugdhonk gelegaliseerd kan worden en, indien deze vraag ontkennend beantwoord wordt, gebruik te maken van zijn handhavingsbevoegdheid in deze. Of verweerder het handhavingsverzoek in redelijkheid kon afwijzen is afhankelijk van de uitkomst van deze bezinning.

2.7. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven en dient vernietigd te worden. Het beroep is gegrond. Verweerder zal opnieuw op het bezwaar moeten beslissen, met inachtneming van deze uitspraak.

2.8. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eisers in beroep hebben moeten maken, welke kosten worden begroot op € 874,-.

3.Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt het bestreden besluit;

-draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

-veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding ten bedrage van € 874,-, te betalen aan eisers;

-bepaalt dat verweerder aan eisers het betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door deze en mr. P.J.H. Bijleveld als griffier ondertekend.

Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op: