Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN3265

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-06-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
157333 / HA ZA 09-645
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afbreken van onderhandelingen. Reeds ontstane verplichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 157333 / HA ZA 09-645

Vonnis van 16 juni 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACTYS WONEN B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. M.E. Csillag,

tegen

de stichting

WONINGSTICHTING RENTREE,

gevestigd te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Mendel.

Partijen zullen hierna Actys en Rentree genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de akte overlegging producties zijdens Actys

- de antwoordakte zijdens Rentree.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Rentree is een wooncorporatie met circa 4.500 woningen in de stedendriehoek Deventer – Apeldoorn – Zutphen.

2.2. Actys is een landelijk opererende vastgoedmanagementorganisatie, die zorg draagt voor het commercieel, technisch, facilitair en administratief management van vastgoed in opdracht van diverse beleggers en woningcorporaties.

2.3. Rentree wil haar werkveld verleggen van overwegend beheer en uitvoering naar beleid, regievoering en opdrachtgeverschap om als wooncorporatie een bredere rol in het maatschappelijk veld te kunnen spelen. Zij treedt in december 2007 met Actys in overleg over samenwerking betreffende het beheer van klantprocessen, alsmede over de gezamenlijke ontwikkeling van een beheerconcept dat in de markt van wooncorporaties ten gunste van partijen ook aan derden verkoopbaar is. Onlosmakelijk onderdeel van de samenwerking is de realisatie van een “Rentree Woonwinkel” waar klanten terecht kunnen voor informatie en ondersteuning in brede zin met betrekking tot hun woning.

2.4. Zijdens Actys zijn bij de onderhandelingen betrokken de heer [B], algemeen directeur en de heer [A], manager operations. Van de zijde van Rentree zijn dat onder meer de heer [C], directeur bestuurder en mevrouw [D], adjunct directeur.

2.5. Op 27 mei 2008 tekenen partijen een intentieovereenkomst, waarin zij afspraken hebben opgenomen op basis waarvan partijen bereid zijn door te onderhandelen over de door hen beoogde samenwerking.

In deze intentieovereenkomst staat opgenomen:

1. De onderhavige onderhandelingen zijn gericht op de mogelijke samenwerking tussen partijen inzake de ontwikkeling van een beheerconcept voor klantprocessen voor de bedrijfstak woningcorporaties. Indien een dergelijk beheerconcept wordt gerealiseerd, zal dit na goedkeuring door partijen als eerste geïmplementeerd worden bij Rentree. (…) Partijen beogen gezamenlijk voor een gelijk deel eigenaar te worden van het beheerconcept. De verdere onderhandelingen dienen te resulteren in nader over een te komen afspraken hieromtrent. Voor de beoogde ontwikkeling van een technisch en functioneel ICT-ontwerp voor het beheerconcept beogen partijen een derde in te schakelen. De kosten van ontwikkeling van het beheerconcept zullen voor wat betreft de eigen organisatiekosten worden gedragen door elk der partijen afzonderlijk. Externe kosten zullen ten laste komen van een gezamenlijke rekening van partijen.

2. Inzake de genoemde implementatie van het beheerconcept beogen partijen uiterlijk op 31 december 2008 het beheerconcept bij Rentree geïmplementeerd te hebben of zoveel eerder als mogelijk. Partijen zijn het er over eens dat Rentree een voortrekkersrol vervult voor de implementatie van het beheerconcept. Actys zal voor dit beheer aan Rentree voor het eerste jaar (2009) de aantoonbare kostprijs plus een nog nader bedrag voor doorontwikkeling in rekening brengen.

(…)

5. De verdere onderhandelingen dienen uiterlijk 16 juli 2008 te resulteren in een naar het oordeel van ieder van de partijen bevredigende (samenwerkings)overeenkomst die in een later stadium doch uiterlijk vóór implementatie bij Rentree zal worden vervangen door een tussen partijen te sluiten “Service Level Agreement”.

6. De totstandkoming van de beoogde (samenwerkings)overeenkomst zal in ieder geval afhankelijk zijn van de goedkeuring van de volgens de statuten van partijen daarvoor aangewezen organen alsmede – indien van toepassing – van de betreffende ondernemingsraden.

7. Partijen hebben het recht de onderhandelingen op ieder moment te beëindigen. Partijen komen overeen dat zij elkaar onmiddellijk schriftelijk op de hoogte zullen stellen, indien een partij voornemens is van dit recht gebruik te maken.

(…)

9. Indien de onderhandelingen niet leiden tot de realisering van de beoogde samenwerking, is geen van partijen gehouden tot enige vorm van schadevergoeding jegens de andere partij.

(…)

12. Ieder der partijen draagt haar eigen kosten die verband houden met de onderhandelingen en de eventuele realisering van de beoogde samenwerking.

13. De inhoud van deze intentieovereenkomst blijft tot 31 december 2008 van kracht, of tot het eerder gelegen moment waarop een partij aan de andere partij schriftelijk heeft laten weten de onderhandelingen te staken.

14. De in deze intentieovereenkomst vastgelegde afspraken treden in de plaats van alle voorgaande door partijen gemaakte afspraken.

(…)”

2.6. Rentree brengt vervolgens op 3 juni 2008 een offerteaanvraag Outsourcen klantprocessen, vastgoedbeheer en financiële administratie aan Actys uit. Onder outsourcen wordt verstaan het overdragen van activiteiten die normaal in de eigen organisatie worden verricht naar een externe organisatie. Arbeidscontracten van medewerkers van Rentree zullen overgaan naar Actys waarbij sprake is van overgang van onderneming (OVO).

2.7. In deze offerteaanvraag geeft Rentree aan dat ze de operationele beheersactiviteiten van haar vastgoed wil uitbesteden en dat ze in de rol van opdrachtgever een overeenkomst met Actys wil sluiten waarin afspraken worden vastgelegd over de diensten en producten die Actys zal leveren. In een zogenaamd “service level agreement” (verder: SLA) zal worden vastgelegd welk prestatieniveau van Actys verwacht wordt. Gelijktijdig met het sluiten van de overeenkomst, zal ook een SLA afgesloten worden.

2.8. Achter punt 1.3. van de offerteaanvraag staat:

“Wat is het gevolg van niet outsourcen. In de intentieovereenkomst met Actys (d.d. 27 mei 2008) is opgenomen dat partijen het recht hebben om de onderhandelingen op elk moment te beëindigen zonder enige verplichting tot het vergoeden van enig schadebedrag. Partijen zullen elkaar dit onmiddellijk schriftelijk kenbaar maken. Eveneens is aangegeven dat de beoogde samenwerkingsovereenkomst afhankelijk is van de goedkeuring van de volgens de statuten van partijen daarvoor aangewezen organen.” (…).

2.9. In punt 5.5. van die aanvraag staat dat de afspraken zoals vastgelegd in de Letter of Intent (LOI) onverkort van toepassing zijn op het offertetraject.

2.10. Punt 1.6. van de offerteaanvraag vermeldt onder meer: “Rentree beoogt een samenwerkingsovereenkomst met Actys te sluiten voor de duur van 4 jaar, met mogelijkheid tot verlenging. Rentree beschouwt het eerste jaar als een ontwikkeljaar en beoogt na het derde jaar de samenwerking te evalueren en afspraken over een vervolg te maken. In de periode juli 2008 – december 2008 zullen partijen de samenwerking verder vormgeven.”

2.11. In hoofdstuk 2 van de offerteaanvraag zijn de uitgangspunten opgenomen en onder punt 2.1. staat dat partijen beogen uiterlijk op 31 december 2008 het beheerconcept geïmplementeerd te hebben of zoveel eerder als mogelijk. Actys zal voor dit beheer aan Rentree voor het eerste jaar (2009) de aantoonbare kostprijs plus een nog nader te bepalen bedrag voor doorontwikkeling in rekening brengen. Tevens is vermeld: “In 2009 zullen (waarschijnlijk) zogenaamde ‘hidden services’ zichtbaar worden, diensten die wel aan de klant geleverd moeten worden, danwel gewenst zijn, maar die niet omschreven zijn in het uitbestedingsdocument of de definitieve SLA. In afstemming met Rentree wordt bepaald of de SLA zal worden aangepast. Daarnaast vinden er beleidsmatige ontwikkelingen plaats binnen het kernbedrijf van Rentree die mogelijk van invloed zijn op de uit te voeren activiteiten door Actys. In afstemming met Actys zal voor ontwikkelingen in 2009 een ‘ontwikkelbudget’ bepaald worden om de wijzigingen op te vangen”. (…) Partijen zijn bereid voor het realiseren van bedoelde “Rentree Woonwinkel” de noodzakelijke investeringen in tijd en mankracht te verrichten, waarbij heeft te gelden dat extern te maken kosten voor advies en ondersteuning door partijen gezamenlijk (in nadere afstemming) zullen worden gedragen. De “Rentree Woonwinkel” zal onder de naam “Rentree” in de markt worden gezet, waarbij Actys zorg zal dragen voor de bedrijfsvoering tegen nader overeen te komen voorwaarden.”

2.12. Punt 5 van de offerteaanvraag, dat handelt over de juridische impact, vermeldt: “De samenwerking en gevraagde dienstverlening wordt vastgelegd in en op basis van verschillende documenten. Van de te leveren diensten zijn op globaal niveau procesbeschrijvingen opgenomen. Voor aansturing en verantwoording is een planning en control document opgesteld. Voor het niveau van dienstverlening en de te leveren prestaties is een SLA ingericht. De SLA en de procesbeschrijvingen vormen het hart van de overeenkomst. In het najaar, bij de bepaling van de definitieve prijs, zal een mantelovereenkomst worden opgesteld met onder andere bepalingen over duur en beëindiging en garanties. Deels zijn in dit uitbestedingsdocument al onderwerpen opgenomen die ook in de mantelovereenkomst zullen worden opgenomen.”

2.13. Actys brengt in reactie op de offerteaanvraag op 30 juni 2008 een eerste offerte aan Rentree uit waarover partijen nader onderhandelen. Op 6 augustus 2008 brengt Actys een gewijzigde offerte uit.

2.14. [D] stuurt op donderdag 7 augustus 2008 een e-mail aan [A] met als onderwerp: “voorstellen + reactie op offerte 06-08-2008” waarin zij schrijft:

“Wij hebben jullie offerte-voorstel van 06-08-2008 beoordeeld mede bezien vanuit de situatie dat we jullie aanbod, in combinatie met onze offerte-aanvraag en bijlage van 03-06-2008, zien als een heel goede basis voor de (geplande) GO volgende week dinsdag (danwel donderdag). Ik ben bezig geweest met de vastgoedmanagementovereenkomst en kwam erachter dat ik in de bijlagen van deze overeenkomst ofwel verwees naar de offerte-aanvraag + bijlagen of naar een bijlage die we nog met elkaar moeten ontwikkelen. Kortom, de overeenkomst zoals die er nu zou moeten liggen voegt niet veel meer toe aan de afspraken die we in genoemde documenten al hebben vastliggen. We zouden dan ook graag op basis van jullie aanbod van 06-08-2008, onze aanvraag van 03-06-2008 + bijlagen en de nu toegestuurde voorstellen komen tot een GO (waarbij we uiteraard het met elkaar moeten eens worden over de voorgestelde aanpassingen in jullie offertetekst en de genoemde voorstellen). Ik heb dit getoetst bij onze jurist en ook vanuit die hoek wordt aangegeven dat op grond van deze stukken een prima basis ligt voor de GO (en we in geval van eventuele problemen kunnen terugvallen op de regels in het BW tav de redelijkheid en billikheid). In de komende maanden werken we dan aan een overeenkomst op maat, met daarin de definitieve afspraken en de definitieve SLA.

Gelet op onze open en plezierige samenwerking, onze intenties en de gemaakte afspraken, vastgelegd in documenten, gaan we ervan uit dat jij, [X en Y] zich hierin kunnen vinden en dat we volgende week tot een mooie vervolgstap kunnen komen.(…)

2.15. Vervolgens brengt Actys op 12 augustus 2008 een aangepaste definitieve offerte uit, die Rentree dezelfde dag accepteert. Zowel de offerteaanvraag als de definitieve offerte worden door beide partijen geparafeerd.

2.16. In de definitieve offerte staat ten aanzien van de ICT onder punt 6.4 opgenomen:

“het beheer door Actys zal plaatsvinden met behulp van ons Real estate management Systeem REMS. (…) In september zal een proefconversie worden georganiseerd. (…) Wij stellen voor om de kosten van conversie, begroot op circa EUR 25.000,- in rekening te brengen bij Rentree.

2.17. Hoofdstuk 8 van de definitieve offerte heeft als onderwerp prijsopbouw. Achter 8.1. staat:

“Projectmanagement, opstart team en opstartvergoeding 2008

Na opdrachtverlening stellen wij qua projectmanagement een rolwisseling van Rentree naar Actys plaats, waarbij Actys in de lead zal gaan nemen in de ontwikkeling en opstart van de nieuwe beheerorganisatie. Het exacte moment waarop deze wisseling plaatsvindt stellen wij graag in overleg vast. In 2008 en begin 2009 zal vanuit Actys sprake zijn van onderstaand implementatieteam:

(…)

Naam # dagen per week Kwartaal FTE op jaarbasis 2008

[F] 2 1e en 2e 2009

[E] 5 3e 2008 0,2

[E] 2 1e, 2e 2009

[A] 2 3e, 4e 2008 0,2

(…)

Voor de activiteiten van dit implementatieteam stellen wij voor om in 2008 een vergoeding in rekening brengen van 0,9 FTE vermenigvuldigd met 80.000,- euro. wat neer komt op een bedrag van 72.000,- euro. exclusief BTW. Deze kosten zijn opgenomen in het ontwikkelbudget.

Verder stellen wij voor om de werving en selectiekosten die in 2008 gemaakt worden tegen kostprijs in rekening te brengen. Deze kosten zijn opgenomen in het ontwikkelbudget.

8.2. Beheervergoeding 2008

Verder heeft Rentree aangegeven de OVO per 1 november 2008 te willen laten plaatsvinden en vanaf 1 oktober 2008 de vestigingsmanager van Actys de woonwinkel (verhuur en techniek) te willen laten aansturen.

Dit betekent dat vanaf 1 november 2008 beheervergoeding in rekening gebracht zal worden voor alle activiteiten, inclusief de administratie. In het bovenstaande overzicht is [E] daarom alleen het derde kwartaal genoemd. In het vierde kwartaal maken haar kosten deel uit van de beheervergoeding. Dit geldt ook voor de inzet van [F] vanaf 1 november 2008.

Inzake de administratieve start wordt als uiterste datum 1-1-2009 aangehouden om zorg te kunnen dragen voor een goede conversie van de gegevens van Rentree naar de systemen van Actys. Met betrekking tot de administratieve medewerkers moet nagegaan worden op welke wijze zij vanaf 1 november t.b.v. Rentree ingezet kunnen worden. Voor een gedeelte zullen zij ingezet worden voor voorbereidingen en controles m.b.t. de conversie, maar daarnaast kunnen zij mogelijk ook reeds productietaken op zich nemen.

De kosten verbonden aan de opstart en de OVO per 1 november 2008 (salaris, secundaire arbeidsvoorwaarden, werkgeverslasten) tot 1 januari 2009 worden in 2008 doorbelast aan Rentree, inclusief een 5% opslag voor Actys. Wij stellen voor om de beheervergoeding maandelijks vooraf in rekening te brengen bij Rentree.

2.18. Een schriftelijk stuk gedateerd 12 augustus 2008 van Actys en Rentree door de directeuren [B] en [C] ondertekend vermeldt:

“Afspraken outsourcing klantprocessen, vastgoedbeheer en financiële administratie

Woningstichting Rentree (‘Rentree’) en Actys Wonen BV (‘Actys’) verklaren de samenwerking verder vorm te geven waarbij overeenstemming bestaat over de volgende documenten:

- De offerte aanvraag van Rentree aan Actys:

Offerte Aanvraag Outsourcing klantprocessen, vastgoedbeheer en financiële administratie,

d.d. 03 juni 2008, inclusief alle bijbehorende bijlagen

- Het aanbod van Actys aan Rentree:

Offerte Rentree Uitbesteding operationele beheeractiviteiten, d.d. 12 augustus 2008, inclusief bijlage A

- Voorstel Rentree invulling ontwikkelbudget d.d. 7 augustus 2008

(…)

De verdere onderhandelingen dienen uiterlijk 31 oktober 2008 te resulteren in een samenwerkingsovereenkomst en bijbehorende service level agreement.

De totstandkoming van de overeenkomst zal in ieder geval afhankelijk zijn van de goedkeuring van de volgens de statuten van Rentree en Actys daarvoor aangewezen organen, alsmede van de betreffende ondernemingsraden.

Aldus overeengekomen te Deventer op 12 augustus 2008

2.19. Op 22 september 2008 schrijft Actys, in overleg met de HR-adviseur van Rentree, medewerkers van Rentree aan in een brief over de samenwerking. Zij schrijft dat Rentree met ingang van 1 november 2008 het primaire verhuurproces, het administratieve beheer en het onderhoud uitbesteed aan Actys en dat medewerkers waarop deze werkzaamheden betrekking hebben per 1 november 2008 overgaan naar Actys. Actys doet daarbij een functievoorstel aan de betreffende medewerkers, dat door hen wordt aanvaard.

2.20. [G] van Rentree mailt op 26 september 2008 het volgende aan [A]:

Ik ben benieuwd naar de voortgang van een aantal dingen:

(…)

Projectvoorstel ICT. De planning en de offerte van kalshoven heb ik gezien, maar ben ook benieuwd naar het projectvoorstel (vooral voor het DISKIS, K/CIS en webportalen verhaal).

2.21. Op 27 oktober 2008 ontvangt Actys een eerste concept voor de samenwerkingsovereenkomst, gedateerd 22 oktober 2008 van Rentree. Het eerste concept van de samenwerkingsovereenkomst wordt na overleg op 29 oktober 2008 door Rentree vervangen door een tweede concept gedateerd 28 oktober 2008. Bij deze concepten ontbreekt een concept voor een SLA.

2.22. De heren [B] en [C] worden in oktober 2008 geïnterviewd ten behoeve van een artikel in het Aedes Magazine van november 2008. Het artikel met als titel: “Afgeslankt Rentree kiest nieuwe rol”, vermeldt: [C]: ‘verder besteden we sinds 1 november al onze beheeractiviteiten uit aan Actys Wonen B.V. Deze landelijke commerciële vastgoedmanagementorganisatie bemant nu, onder onze naam, de woonwinkel van Rentree op dezelfde locatie waar we al zaten. (…) had Rentree voorheen 60 medewerkers in dienst, nu is de bezetting teruggebracht naar een kernorganisatie van nog geen twintig personen. Het afgeslankt Rentree fungeert als opdrachtgever en houdt de regie in handen, zodat de beoogde kerndoelen van de corporatie worden gehaald. Niemand is op straat komen te staan, benadrukt [C]. De overige medewerkers zijn elders gaan werken, meegenomen in de interne verzelfstandiging, zoals in de Buurtkamer voor wijk- en buurtbeheer, of overgenomen door Actys. Actys heeft deze mensen - in totaal gaat het om 17 fte’s – de afgelopen maanden bijgeschoold, zodat ze voortaan commerciëler, effectiever en efficiënter kunnen werken.”

2.23. Een implementatieplan d.d. 17 oktober 2008 van [A] vermeldt als activiteiten en mijlpalen onder meer: de afronding overgang van onderneming (OVO) waarbij alle OVO-medewerkers in dienst bij Actys zijn met als geplande datum 15-11-08, alsmede de conversie en opstart administratie waarbij convensie en overdracht van administratie naar Arnhem plaatsvindt met geplande datum 15-12-08.

2.24. Per 1 november 2008 is de vestigingsmanager van Actys de heer [H] werkzaam in de woonwinkel.

2.25. Zijdens de advocaat van Rentree wordt op 31 oktober 2008 een voorstel tot wijziging van artikel 6.3. van de conceptsamenwerkingsovereenkomst aan [G] van Rentree gestuurd. Zij verwerkt die wijziging in het concept en zij mailt op 3 november 2008 de laatste versie van de overeenkomst aan [B] en [A] van Actys.

2.26. Op 3 november 2008 schrijft [C] aan [B] dat hij heeft vastgesteld dat Actys wegens organisatorische redenen (nog) niet tot ondertekening van de voorliggende samenwerkingsovereenkomst heeft kunnen overgaan, dat hij dat betreurt en dat hij genoodzaakt is alle eventuele schade die Rentree door die vertraging lijdt of nog zal lijden voor rekening van Actys te laten komen.

2.27. In een brief d.d. 11 november 2008 schrijft [C] aan [B] dat hij nog in afwachting is van de aanvullingen en aanpassingen op de conceptovereenkomst. Tevens schrijft hij:

“Oorspronkelijk zou de ingangsdatum 1 januari 2009 zijn. In de bespreking van 12 augustus werd door jou aangegeven dat door het wegvallen van een grote klant er bij Actys ruimte zou ontstaan voor een eerdere overgang. Hierop hebben wij gezamenlijk besloten te streven naar een overgang per 1 november 2008. Hoewel dit boekjaar op ons systeem afgemaakt zou worden, zou dit gedaan worden door mensen van Actys, die als gevolg van het wegvallen van de klant, ruimte zouden hebben. Hierdoor zou leegloop aan Actys’ kant voorkomen kunnen worden.

In de periode die daarop volgde bleek dat een volledige overgang op 1 november, toch op problemen stuitte. De afwikkeling van de contractverplichtingen naar de bij jullie vertrekkende klant vroeg meer tijd en inspanning dan oorspronkelijk gedacht.

Hierop hebben wij gezamenlijk besloten tot alleen een overgang van klantenservice, verhuur en techniek, ofwel de Woonwinkel.

Omdat wij eraan hechtten ook deze overgang van activiteiten te baseren op een ondertekende overeenkomst, die verder gaat dan wat wij op 12 augustus vastgelegd hebben, is er door ons hard gewerkt aan een voor dat moment zo volledig mogelijke overeenkomst. Inhoudelijk is deze op ons aandringen met jou besproken. Voor alle duidelijkheid wordt nog eens opgemerkt dat het nu voorliggende concept gebaseerd is op een door Actys aangeleverde eerste versie.

Helaas heeft dit niet geleid tot ondertekening en naar later bleek ook overeenstemming, voor de feitelijke overgang van activiteiten per 1 november jl., waardoor overgang van onderneming een feit werd.

Ik stel mij op het standpunt dat een verdere uitbreiding van jullie dienstverlening alleen kan op basis van een ondertekende overeenkomst, c.q. in de bijlagen, waarin vastgelegd wordt wat de dienstverlening behelst, onder welke condities deze uitgevoerd wordt en wat de criteria zijn die leiden tot overgang naar deze dienstverlening.

Dit houdt in dat we een zorgvuldig proces met elkaar moeten afspreken waarbij, zowel inhoudelijk als procesmatig, goede afspraken worden gemaakt.(…)

Aangezien Actys het voortouw heeft in dit proces, verzoek ik je met een voorstel te komen dat beantwoordt aan de vraag, hoe dit in te vullen. Hierbij hecht ik aan zorgvuldigheid, boven snelheid.

Hierbij, wil ik tevens je aandacht vestigen op de per 1 november jl. overgedragen activiteiten en de impact hiervan.

Alhoewel er op 1 november een klant-leverancier relatie tot stand is gekomen constateer ik o.a. dat:

* Er in de woonwinkel gewerkt wordt alsof er niets veranderd is en werkcontacten niet aan de nieuwe situatie zijn aangepast. (…)

Overigens ga ik ervan uit dat door de overdracht van activiteiten de overeenkomst m.b.t. de detachering van [F] ook beëindigd is.”

2.28. Op 13 november 2008 stuurt de raadsvrouwe van Actys het uitgewerkte concept van de samenwerkingsovereenkomst met bijlagen naar de raadsman van Rentree.

2.29. Bij aangetekende brief van 17 november 2008 schrijft [C] aan [B] dat Rentree het (voorgenomen) project met Actys met onmiddellijke ingang stopt. Op die datum deelt [C] die beslissing tevens aan de medewerkers van de Woonwinkel mee. Ook stuurt [C] aan medewerkers, waaronder [H], op die datum een brief dat, nu de samenwerking met Actys met onmiddellijke ingang is geëindigd, zij in beginsel op grond van overgang van onderneming van rechtswege in dienst treden van Rentree.

2.30. [C] schrijft op 17 november 2008 de volgende brief aan B. [H]:

Geachte heer [H], beste [H],

Vanmorgen heb ik aan medewerkers van de Woonwinkel bekend gemaakt dat Rentree de samenwerking met Actys met onmiddellijke ingang beëindigt. Dit betekent dat jij in beginsel op grond van overgang van onderneming van rechtswege in dienst treedt bij Rentree.

Je was daarbij niet aanwezig en ik heb je daarom ook niet persoonlijk op de hoogte kunnen stellen.

Echter, je zou er vandaag wel zijn, ik heb niets van je gehoord. Ik heb begrepen dat jouw afwezigheid verband houdt met bovenstaande beslissing om de samenwerking met Actys te beëindigen. Daaruit leid ik af dat je geen behoefte hebt aan enige vorm van dienstverband bij Rentree en dat jij bij Actys in dienst wenst te blijven.

Zonder tegenbericht ga ik er dan ook vanuit dat je met Actys afspraken maakt over het verdere verloop van je dienstverband aldaar. (…)

2.31. [H] heeft Rentree in kort geding gedagvaard bij de kantonrechter van deze rechtbank, waarin hij een gebod aan Rentree heeft gevorderd om hem een functie aan te bieden gelijk of gelijkwaardig aan zijn functie van vestigingsmanager zoals hij in dienst van Actys vervulde, alsmede betaling van het met Actys overeengekomen salaris. De kantonrechter heeft het door [H] gevorderde bij vonnis van 16 juni 2009 afgewezen.

3. Het geschil

3.1. Actys vordert, na wijziging van eis en samengevat:

I. primair de overeenkomst tussen Actys en Rentree van 12 augustus 2008 te ontbinden en subsidiair te verklaren voor recht dat Rentree onrechtmatig heeft gehandeld jegens Actys door de onderhandelingen op 17 november 2008 af te breken;

II. veroordeling van Rentree tot betaling aan haar van:

a) EUR 27.482,00 excl btw wegens uitloopkosten personeel;

b) EUR 74.858,00 ex btw ter zake werkgeverslasten de heer [H];

c) EUR 4.366,00 ex btw wegens kosten van assessments:

d) EUR 23.800,00 incl btw wegens detacheringskosten van [F];

e) EUR 72.000,00 ex btw wegens opstartfee;

f) EUR 149.594,00 ex btw wegens ICT kosten;

g) EUR 2.664,00 incl btw aan hotel- en verblijfskosten;

h) EUR 17.444,00 incl btw wegens kosten van financieel en juridisch advies;

i) EUR 70.515,00 ex btw wegens gederfd positief contractsbelang over 2009;

j) EUR 229.500,00 ex btw wegens overheadkosten;

k) EUR 12.000,00 ex btw ter zake van door ING uit beheer genomen portefeuille.

III. te verklaren voor recht dat Rentree jegens Actys aansprakelijk is voor en gehouden is tot betaling van enige vergoeding waartoe Actys in het kader van de beëindiging van het dienstverband met [H] zal worden veroordeeld;

IV. veroordeling van Rentree tot betaling van EUR 5.160,00 wegens buitengerechtelijke kosten.

V. veroordeling van Rentree tot betaling aan Actys van de wettelijke handelsrente over de onder II en IV genoemde bedragen;

VI. veroordeling van Rentree in de proceskosten.

3.2. Actys grondt haar vorderingen, zakelijk weergegeven, op de stelling dat partijen op 12 augustus 2008 overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de samenwerkingsovereenkomst, waarmee op Rentree de (contractuele) verplichting rustte om te goeder trouw door te onderhandelen over de nog te regelen zaken. Actys wijst op feiten en omstandigheden waaruit de bedoeling van partijen volgt, althans waaruit volgt dat Actys er op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen, zoals de e-mail van [D] van 7 augustus 2008, de uitspraken van [C] in het Aedes Magazine, het toesturen door Rentree van de concept samenwerkingsovereenkomst op 27 oktober 2008 en de feitelijke overname van het beheer op 1 november 2008. Actys stelt dat zij vanaf 12 augustus 2008 investeringen heeft gepleegd, die zij op Rentree wil verhalen, evenals door haar geleden schade wegens het stopzetten van de samenwerking.

3.3. Rentree voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Kern van het geschil is of tussen partijen een (romp)overeenkomst tot stand is gekomen, alsmede of Rentree de onderhandelingen daarover onrechtmatig heeft afgebroken. Als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen geldt dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is om de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en de gerechtvaardigde belangen van deze partij (Hoge Raad 12 augustus 2005 RvdW 2005, 93 CBB/JPO). Dat is een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf.

4.2. De rechtbank stelt vast dat partijen uitdrukkelijk in de intentieovereenkomst onder punt 2. en in de offerteaanvraag onder 1.3. (“Wat is het gevolg van niet outsourcen”) het recht hebben verankerd om de onderhandelingen over de samenwerking tussen hen op ieder moment te beëindigen. Partijen moeten elkaar daarvan wel onmiddellijk schriftelijk op de hoogte stellen, hetgeen Rentree bij aangetekend schrijven van 17 november 2008 ook heeft gedaan. Dat Rentree dat recht niet meer kan inroepen in het zeer ver gevorderde stadium van de onderhandelingen wordt door Rentree betwist en volgt niet uit de door Actys overgelegde stukken. Sterker nog, uit het schriftelijke stuk van 12 augustus 2008 van beide partijen, de e-mail van [D] van 7 augustus 2008, de parafering door partijen van de offerteaanvraag en de definitieve offerte blijkt juist dat overeenstemming bestond bij partijen over deze documenten en de inhoud daarvan, dus ook over het daarin opgenomen recht om de onderhandelingen af te breken. In dat verband is het dan ook niet relevant of al dan niet een rompovereenkomst tot stand is gekomen. Dat Rentree op enig moment niet langer gerechtigd zou zijn om haar beëindigingrecht in te roepen volgt uit die stukken of de door Actys gepresenteerde feiten niet. Zo blijkt uit voormelde e-mail van [D], alsmede uit punt 5 van de offerteaanvraag dat alle afspraken nog dienden te worden vastgelegd in een mantelovereenkomst. [D] schrijft in dat verband dat partijen het nog wel eens moeten worden over aanpassingen en voorstellen en dat bij problemen wordt teruggevallen op de redelijkheid en de billijkheid, wat een duidelijk voorbehoud impliceert met betrekking tot de totstandkoming van een definitieve overeenkomst. Actys en Rentree zijn professionele partijen en hebben zich voorzien van juridische bijstand. Daar waar Rentree het recht om de onderhandelingen af te breken heeft vastgelegd in de documenten die de basis vormden van de onderhandelingen en zij dat recht niet heeft prijsgegeven, komt Actys geen beroep toe op gerechtvaardigd vertrouwen ten aanzien van de totstandkoming van een definitieve samenwerkingsovereenkomst, terwijl evenmin sprake kan zijn van onrechtmatig handelen door Rentree. Feit is dat Actys het concept van Rentree voor de definitieve samenwerkingsovereenkomst niet heeft aanvaard, maar een tegenvoorstel heeft gedaan, waarna Rentree de onderhandelingen daarover om haar moverende redenen heeft afgebroken.

4.3. Nu geen definitieve samenwerkingsovereenkomst tot stand is gekomen, dienen de vorderingen van Actys onder I primair en subsidiair en onder II strekkende tot betaling van EUR 70.515,00 ex btw wegens gederfd positief contractsbelang over 2009 (post i) en van EUR 229.500,00 wegens overheadkosten (post j) te worden afgewezen. In de intentieovereenkomst staat immers duidelijk dat in een dergelijk geval geen der partijen gehouden is tot enige vorm van schadevergoeding, waartoe dergelijke posten moeten worden gerekend.

4.4. Ten aanzien van de overige posten onder II waarvan Actys betaling vordert, geldt het volgende. Rentree is, anders dan zij bij de rechtbank ingang wil doen vinden, op een bepaald moment akkoord gegaan met de opstart (de “GO”), de ontwikkeling van de beheersorganisatie door Actys en bepaalde in dat verband door Actys te maken kosten en overgang van activiteiten en medewerkers van Rentree naar Actys. Dat volgt uit de hiervoor genoemde e-mail van [D] en uit de brief van [C] van 11 november 2008. Ook is daarvoor steun te vinden in het met [C] gehouden interview. Op grond daarvan kan als vaststaand worden aangenomen dat activiteiten van Rentree en bepaalde werknemers, met haar instemming en medewerking, over zijn gegaan naar Actys. In de door Rentree voor akkoord ondertekende definitieve offerte van Actys zijn over de ICT (punt 6.4.), het projectmanagement en de opstart van het implementatieteam en de kosten daarvan door partijen bindende afspraken gemaakt (hoofdstuk 8). Voor zover ten aanzien van kosten en investeringen geen prijsafspraken zijn gemaakt, zijn partijen overeengekomen dat de beoordelingsmaatstaf daarvoor de redelijkheid en de billijkheid zou zijn, zo blijkt uit de mail van [D] van 7 augustus 2008. In ieder geval mocht Actys er na die mail, dus na 7 augustus 2008, op vertrouwen dat door haar ten behoeve van de samenwerking gedane investeringen, voor zover daarover geen afspraken waren gemaakt in de definitieve offerte, naar redelijkheid en billijkheid vergoed zouden worden. Door deze nadere, van artikel 12 van de intentieovereenkomst afwijkende, afspraken met Actys ten aanzien van de kosten te maken, kan Rentree zich niet langer op dat artikel beroepen en dient de beëindiging van de samenwerking conform die nadere afspraken te worden afgewikkeld en tussen partijen te worden afgerekend. Dat Actys - zoals Rentree stelt - vanwege haar onprofessionele, trage en initiatiefloze handelen geen recht heeft op vergoeding van haar kosten is gemotiveerd betwist en volgt evenmin uit de in deze zaak vaststaande feiten. Sterker nog, Rentree dringt op 11 november 2008 nog bij Actys aan op ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst, hetgeen zij toch niet gedaan zou hebben indien Actys op dat moment al ernstig tekortgeschoten zou zijn in vorenstaande zin. Dat neemt niet weg dat Rentree vanwege gebrek aan vertrouwen in haar samenwerkingspartner de onderhandelingen mocht staken, zoals hiervoor is overwogen, maar niet zonder betaling van de overeengekomen vergoeding aan Actys.

4.5. Uit hoofdstuk 8 van de definitieve offerte, dat handelt over prijsopbouw, volgt dat overeengekomen is dat Rentree na de “GO” voor de activiteiten van het implementatieteam in 2008 een vergoeding diende te betalen van EUR 72.000,- euro exclusief BTW. Feit is dat het implementatieteam van start is gegaan. Aldus is Rentree dit bedrag aan Actys verschuldigd en zal het onder II e) gevorderde worden toegewezen. De verschuldigdheid van deze post is door Rentree slechts in zijn algemeenheid betwist en zij heeft geen gemotiveerde stellingen betrokken waaruit blijkt dat zij gehouden is tot betaling van een ander bedrag. Partijen hebben ook afgesproken dat Actys de door haar in 2008 gemaakte werving en selectiekosten tegen kostprijs van Rentree vergoed zou krijgen, zodat de vordering onder II c) ad EUR 4.366,00 ex btw eveneens zal worden toegewezen.

4.6. Wegens uitloopkosten personeel vordert Actys betaling van EUR 27.482,00 excl. btw, post II a). Daartoe stelt Actys dat het gaat om kosten en werkgeverslasten van medewerkers die per 1 november 2008 activiteiten hebben verricht ten behoeve van de Rentree-portefeuille, welke activiteiten per 17 november onverwacht vervielen en welke medewerkers zij heeft moeten laten afvloeien. Na de betwisting van deze post door Rentree heeft Actys naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd en onderbouwd gesteld, onder meer met de specificatie gevoegd als productie 44 bij dagvaarding en het overzicht van de medewerkers gevoegd als productie 52 bij haar akte. Daaruit kan worden afgeleid dat Rentree na de plotselinge beëindiging van de onderhandelingen een personeelsprobleem in de door Actys gestelde zin heeft veroorzaakt. Uitdrukkelijk zijn partijen onder 8.2. van de definitieve offerte overeengekomen dat kosten van administratieve medewerkers, die al ten behoeve van Rentree ingezet zouden worden, aan Rentree zouden worden doorbelast. Ook de redelijkheid en billijkheid brengen mee dat Rentree deze werkgeverslasten van personeel, dat Actys na de “GO” ten behoeve van Rentree heeft ingezet, vergoedt. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen.

4.7. Actys vordert aan detacheringskosten van de heer [F] onder post II d) betaling van EUR 23.800 incl btw. Actys heeft daartoe gesteld dat [F] in november en december 2008 werkzaamheden zou verrichten ten behoeve van Rentree, alsmede dat de betreffende detacheringsovereenkomst voor die periode was aangegaan en niet eerder kon worden beëindigd, wat Rentree niet gemotiveerd betwist heeft. Anders dan Rentree thans ten aanzien van de detacheringsovereenkomst stelt, volgt uit haar brief van 22 januari 2009 (productie 36 bij dagvaarding), de brief van [C] van 11 november 2008 en de door Rentree overgelegde e-mail van [F] (productie 4 bij antwoord) dat [F] gedetacheerd was en ten behoeve van Rentree per 1 november 2008 werkzaamheden heeft verricht. Rentree zal daarom worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde EUR 23.800,00.

4.8. De gevorderde kosten ICT (post II f) zien volgens Actys op de kosten met betrekking tot de hard- en de software, specifiek nodig voor het beheer van de Rentree-portefeuille. Actys vordert uit dien hoofde een bedrag van EUR 149.594,00 excl btw. De rechtbank stelt vast dat partijen in de definitieve offerte ten aanzien van de ICT in 6.4 hebben opgenomen: “het beheer door Actys zal plaatsvinden met behulp van ons Real estate management Systeem REMS. (…) In september zal een proefconversie worden georganiseerd. (…) Wij stellen voor om de kosten van conversie, begroot op circa EUR 25.000,- in rekening te brengen bij Rentree.

De heer [A] van Actys heeft daarna, op 19 september 2008 (productie 12 bij dagvaarding), aan Rentree een overzicht van de kosten en planning met bijbehorende offerte van [I] (nummer: 200809012) gestuurd die ziet op de conversie van de data van Rentree naar het systeem van Actys, welke offerte sluit op EUR 32.720,00. Dat Actys dat bedrag vervolgens ook daadwerkelijk aan [I] heeft betaald, is door Rentree gemotiveerd betwist en daarna door Actys niet behoorlijk onderbouwd, bijvoorbeeld met een factuur en een betalingsbewijs daarvan, hoewel zij daartoe voldoende gelegenheid heeft gehad. Ook de stelling van Actys dat zij thans een bedrag ad EUR 149.594,00 aan [I] verschuldigd is geworden, wordt gemotiveerd door Rentree betwist en kan de rechtbank niet afleiden uit de door Actys overgelegde specificatie zijdens [I] (productie 48 bij dagvaarding) en de door Actys bij akte overgelegde offertes. Bovendien is die stelling in tegenspraak met de factuur die Actys op 21 november 2008 aan Rentree stuurt voor automatisering conform specificatie ten bedrage van EUR 106.870,00, waarin staat dat 50% van die kosten voor rekening van Rentree komen, zijnde een bedrag van EUR 63.587,65. Door Actys zijn geen stellingen betrokken waaruit volgt dat zij met instemming van Rentree een omvangrijkere ICT-opdracht aan [I] heeft verstrekt en van een betaling van dat bedrag aan [I] blijkt de rechtbank evenmin. Verder dan het overleggen van door haar ondertekende offertes komt Actys niet. Ook vindt de vordering geen steun in bijvoorbeeld de intentieovereenkomst, waarin met zoveel woorden staat dat de kosten van derden voor de ontwikkeling van een functioneel ICT-ontwerp voor het beheerconcept ten laste komen van een gezamenlijke rekening van partijen. Dat een nadere regeling op dat punt tot stand is gekomen is gesteld, noch gebleken. Uit de door Actys overgelegde e-mail van [G] van Rentree aan [A] d.d. 26 september 2008 (productie 59 bij akte overlegging productie) blijkt veeleer dat ICT-project in het stadium van “projectvoorstel” verkeerde, waarover nog nadere afspraken door partijen gemaakt dienden te worden. Het gevorderde zal op dit punt dan ook aanstonds, zonder nadere bewijslevering, worden afgewezen.

4.9. De rechtbank zal de gevorderde hotel- en verblijfskosten (post II g) toewijzen nu Actys ten aanzien van deze post heeft gesteld dat de kosten zijn gemaakt in verband met besprekingen tussen leden van het opstartteam en Rentree te Deventer. Rentree heeft dat niet betwist, maar slechts in zijn algemeenheid aangevoerd dat die kosten haar niet regarderen. In hoofdstuk 8 van de definitieve offerte staat echter onder 8.2.: “De kosten verbonden aan de opstart en de OVO per 1 november 2008 (salaris, secundaire arbeidsvoorwaarden, werkgeverslasten) tot 1 januari 2009 worden in 2008 doorbelast aan Rentree, inclusief een 5% opslag voor Actys.”. Dat de gevorderde kosten daaronder niet begrepen zijn, is gesteld noch de rechtbank anderszins gebleken. In ieder geval acht de rechtbank het redelijk en billijk dat partijen dergelijke bij helfte dragen. Blijkens haar eigen specificatie heeft Actys met voormeld bedrag ook slechts 50% van de kosten doorbelast. De vordering tot betaling van EUR 2.664,00 zal daarom worden toegewezen.

4.10. Datzelfde geldt voor de vordering tot vergoeding van EUR 17.444,00 wegens kosten van financieel en juridisch advies. Actys heeft ten aanzien van die vordering gesteld dat deze kosten verband houden met het optuigen van de beheerstructuur, waaronder de overname van Rentree-medewerkers per 1 november 2008. Rentree heeft die stelling niet betwist, maar heeft ook daartegen slechts aangevoerd dat die kosten haar niet regarderen. Gezien de onbetwiste stelling van Actys zijn deze kosten eveneens terug te voeren op werkzaamheden die plaats hebben gevonden na de “GO” ten behoeve van de opstart van de samenwerking, onder meer samenhangende met de overgang van de werknemers, en derhalve te vatten onder 8.2. van de definitieve offerte. De conclusie is dan ook dat Actys op die grond aanspraak kan maken op vergoeding van haar kosten, onbetwist gesteld op EUR 17.444,00, zodat de rechtbank dit bedrag zal toewijzen.

4.11. Actys vordert tot slot vergoeding van EUR 12.000,00 (post II k.) omdat ING een portefeuille bij haar uit beheer heeft genomen wegens het vertrek van portefeuillehouder de heer [H] naar Rentree. Rentree heeft deze schadepost niet gemotiveerd betwist, zodat het gevorderde zal worden toegewezen.

4.12. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal aan Actys uit hoofde van het onder II gevorderde worden toegewezen:

a) EUR 27.482,00 excl btw wegens uitloopkosten personeel

c) EUR 4.366,00 ex btw wegens kosten van assessments

d) EUR 23.800,00 incl btw wegens detacheringskosten van [F]

e) EUR 72.000,00 ex btw wegens opstartfee

g) EUR 2.664,00 incl btw aan hotel- en verblijfskosten

h) EUR 17.444,00 incl btw wegens kosten van financieel en juridisch advies

k) EUR 12.000,00 ex btw terzake van door ING uit beheer genomen portefeuille,

zijnde een totaalbedrag van EUR 159.756,00.

4.13. Ten aanzien van de gevorderde verklaring voor recht (vordering sub III) inhoudende dat Rentree aansprakelijk is voor betaling van de vergoeding waartoe Actys wordt veroordeeld in het kader van de beëindiging van het dienstverband van de heer [H], geldt het volgende. [H] was als vestigingsmanager te Arnhem in dienst van Actys. Hij is medio oktober 2008 activiteiten gaan verrichten voor Rentree. Volgens Actys is [H] in dienst getreden bij Rentree vanwege de overgang van onderneming en zij wijst op de brief van [C] aan [H] van 17 november 2008. Vanaf 1 november 2008 zou dat een voltijds betrekking zijn geweest. Rentree heeft na de beëindiging van de samenwerking de beheeractiviteiten weer aan zich getrokken, waarna er voor [H] bij Actys geen functie meer zou zijn geweest. Rentree zou hebben geweigerd verantwoordelijkheid te nemen voor [H]. Actys heeft toen een ontslagvergunning aangevraagd en verkregen. [H] is ontslag aangezegd tegen 1 augustus 2009 en hij zou inmiddels een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag jegens Actys geëntameerd hebben bij de kantonrechter te Arnhem, aldus Actys. Voor zover in rechte onherroepelijk geoordeeld zal worden dat Actys enige vergoeding uit hoofde van de beëindiging van het dienstverband moet betalen, dient deze voor rekening van Rentree te komen.

4.14. Rentree heeft het gevorderde betwist.

4.15. De rechtbank leidt uit het vonnis van de kantonrechter van 16 juni 2009 het volgende af. De kantonrechter heeft overwogen dat de op dat moment reeds aanhangig gemaakte bodemprocedure uitkomst moet bieden over de vraag of op 17 november 2008 sprake is geweest van de overgang van een bedrijfsonderdeel van Actys naar Rentree als gevolg waarvan [H] van rechtswege in dienst is getreden van Rentree. Gesteld noch gebleken is dat op dit moment al onherroepelijk vonnis in die bodemprocedure tussen [H] en Rentree is gewezen, zodat de rechtbank dit niet bij haar beoordeling kan betrekken. De beoordeling van een dergelijke vordering behoort ook tot de absolute competentie van de kantonrechter en daarop kan in deze procedure niet vooruitgelopen worden. Mocht het niettemin zo zijn dat de bodemrechter beslist dat sprake is geweest van een overgang van onderneming, dan dient Rentree de aan de dienstbetrekking van [H] verbonden kosten te dragen, waaronder de werkgeverslasten ad EUR 74.858,00 (post II b). Nu dat feit waarop Actys het gevorderde grondt nog niet vaststaan, ziet de rechtbank zich vooralsnog genoodzaakt de daarop betrekking hebbende vordering af te wijzen. Indien beslist wordt dat [H] niet in dienst is gekomen van Rentree, heeft Actys de arbeidsverhouding mogelijk kennelijk onredelijk met [H] beëindigd. Of de mogelijk door Actys te betalen vergoeding ten laste van Rentree dient te komen, hangt onder meer af van de bij de beoordeling door de kantonrechter betrokken feiten. De rechtbank kan dat op dit moment niet beoordelen en zal de gevorderde verklaring voor recht dan ook afwijzen.

4.16. Actys heeft tot slot nog vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 5.160,00 gevorderd, gebaseerd op het rapport Voorwerk II. De rechtbank zal aansluiten bij het toepasselijke liquidatietarief (EUR 2.000,00) en zal het gevorderde matigen tot een bedrag van EUR 4.000,00.

4.17. De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente per 17 november 2008 is niet door Rentree betwist. Ook de gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar. Nu Actys niet heeft gesteld op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald, zal de rechtbank de rente toewijzen vanaf de dag der dagvaarding.

4.18. Rentree zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Actys op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding EUR 72,25

- vast recht 4.938,00

- salaris advocaat 5.000,00 (2,5 punt × tarief EUR 2.000,00)

Totaal EUR 10.010,25

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Rentree om aan Actys te betalen een bedrag van EUR 159.756,00 (honderdnegenvijftig zevenhonderdzesenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 17 november 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Rentree om aan Actys te betalen een bedrag van EUR 4.000,00 (vierduizend euro) wegens buitengerechtelijke kosten vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Rentree in de proceskosten, aan de zijde van Actys tot op heden begroot op EUR 10.010,25,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Zomer, mr. J. van der Hulst en mr. A.A.A.M. Schreuder en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2010.