Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN3254

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-06-2010
Datum publicatie
25-08-2010
Zaaknummer
152362 - HA ZA 09-1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vastellingsovereenkomst ter comparitie. Te late betaling was met instemming van raadsman van wederpartij en heeft dus te gelden als een aanvullende overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 152362 / HA ZA 09-1

Vonnis van 23 juni 2010

in de zaak van

[A], handelende onder de naam [bedrijf X],

wonende en zaakdoende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J.A. Spigt te Arnhem,

tegen

[B], handelende onder de naam [bedrijf Y],

wonende en zaakdoende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.J. Gevers te Zwolle.

Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 november 2009

- de conclusie van repliek in conventie, tevens akte houdende vermindering van eis

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Ter comparitie van partijen van 28 mei 2009 hebben partijen voorwaardelijk overeenstemming bereikt. Het proces-verbaal van de zitting vermeldt onder meer:

‘Partijen komen onder de opschortende voorwaarde dat onderstaande tijdig zal worden uitgevoerd ter beëindiging van het geschil het volgende overeen:

1. [B] betaalt voor 11 juni 2009 aan [A] een bedrag van EUR 2.750,- op rekeningnummer 397348290 ten name van [bedrijf X] te [woonplaats].

2. Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het voorgaande finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van deze procedure hebben gevorderd.

3. Partijen dragen ieder de eigen kosten.

4. De zaak zal worden verwezen naar de rol van woensdag 24 juni 2009 voor uitlating door partijen omtrent doorhaling dan wel doorprocederen.’

2.2. [B] heeft op 6 juli 2009 een bedrag van EUR 1.750,00 en op 13 juli 2009 een bedrag van EUR 1.000,00 aan [bedrijf X] betaald.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [A] vordert – na vermindering van eis – veroordeling van [B] tot betaling van EUR 5.191,63, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

in reconventie

3.3. [B] vordert veroordeling van [A] tot betaling van EUR 9.445,40, vermeerderd met kosten.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. [A] heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aan de opschortende voorwaarde in het kader van de minnelijke regeling is voldaan omdat [B] het overeengekomen bedrag te laat heeft betaald. [B] heeft daar tegenover gesteld dat zij op het moment dat zij het bedrag diende te voldoen contact heeft opgenomen met de raadsman van [A] en dat deze heeft ingestemd met een verlate betaling. Dit heeft [A] niet weersproken. Partijen hebben derhalve een aanvullende overeenkomst gesloten waarin zij de betaaltermijn hebben verlengd. Niet betwist is dat [B] binnen deze (nadere) termijn heeft betaald. De vaststellingovereenkomst is daarmee nagekomen en dit leidt ertoe dat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend ten aanzien van de vorderingen in conventie en reconventie. De rechtbank zal daarom beide vorderingen afwijzen.

4.2. Partijen zijn ter comparitie overeengekomen dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. Nu [A] er echter voor heeft gekozen om na het tussenvonnis van 4 november 2009 door te procederen, terwijl hij daar geen belang bij had, zal hij in de proceskosten die [B] na dit vonnis heeft gemaakt worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van [B] worden begroot op:

- salaris advocaat 576,00 (1,5 punt x tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 576,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van [B] tot op heden begroot op EUR 576,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2010.