Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN2918

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-07-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
Awb 09/1605
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersbesluit; geslotenverklaring voor vrachtverkeer deel Hoogenweg. Beroep ongegrond. Verweerder heeft het belang van de aanwonenden aan de Hoogenweg en de vele fietsers die gebruik maken van deze weg zwaarder laten wegen. Gelet op de wijze waarop de bebouwde kom van Hoogenweg verkeerskundig is vormgegeven, kan het gebruik van de Hoogenweg door fietsers én vrachtauto’s worden geacht een reëel risico van ongevallen met zich te brengen. Gelet op deze omstandigheden heeft verweerder hierin in redelijkheid aanleiding kunnen vinden om maatregelen te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer

Registratienummer: Awb 09/1605

Uitspraak

in het geding tussen:

Zandmaatschappij Twenthe B.V.,

gevestigd te Hengelo,

Sakrete Droge Mortel B.V.,

Betoncentrale Diamant B.V., en

Diamant Beton B.V.,

allen gevestigd te Hardenberg, eisers,

gemachtigde: mr. A.P. W. Esmeijer.

en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2009, bekend gemaakt in “De Toren” van 4 februari 2009, heeft verweerder besloten tot het instellen van een geslotenverklaring voor vrachtverkeer op de Hoogenweg tussen de Lageweg en de Hardenbergerveldweg, uitgezonderd vrachtverkeer met Hoogenweg als bestemming, door middel van het aanbrengen van het verkeersbord C07 inclusief onderbord “uitgezonderd ter bereik van aanliggende percelen”, overeenkomstig bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Eisers hebben bij brief van 16 februari 2009 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij besluit van 10 augustus 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Eisers hebben op 14 september 2009 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft op 7 november 2009 een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is op 2 juni 2010 ter zitting behandeld. Eisers zijn verschenen bij A, bijgestaan door de gemachtigde, voornoemd.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.E. Plasman.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de WVW 1994) kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels strekken tot

a. het verzekeren van de veiligheid van de weg;

b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;

c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

Ingevolge het tweede lid, kunnen de krachtens deze wet vastgestelde regels voorts strekken tot

a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade, alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, geschiedt de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, krachtens een verkeersbesluit.

Ingevolge artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, worden verkeersbesluiten, voor zover zij het verkeer op andere wegen dan onder beheer van het Rijk, een provincie of een waterschap betreffen, genomen door burgemeester en wethouders of, krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie of het dagelijks bestuur van een deelgemeente.

Ingevolge artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) vermeldt de motivering van het verkeersbesluit in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW 1994 genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten en omstandigheden.

De kern Hoogenweg is gelegen tussen de Duitse grens en Hardenberg. De straat/weg Hoogenweg is een erftoegangsweg. Vanuit Hardenberg gezien is het eerste deel van de Hoogenweg een langgerekte doorgaande weg met lintbebouwing en met in de berm aan weerzijden van de weg bomen kort op elkaar en kort op de rijbaan. Op dit deel geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. De weg is ± 5.30 meter breed en is voorzien van kantmarkering met rode fietssuggestiestroken.

Het tweede deel betreft de bebouwde kom van Hoogenweg en is een 30 km-zone. Hier is sprake van dichtbebouwde lintbebouwing met in de berm aan weerszijden bomen kort op de rijbaan. Ook hier zijn rode fietssuggestiestroken aangebracht. Er is sprake van veel erfaansluitingen van woningen rechtstreeks op de weg. Aan één zijde is een trottoir aanwezig, wat tot gevolg heeft dat bewoners van de andere zijde van de weg of de rijbaan gebruiken of moeten oversteken. Op de komgrenzen zijn drempels aangelegd en in de bebouwde kom zijn twee uitbuigingen (zogenaamde slingers c.q. chicanes) aangelegd. Er is sprake van veel (jeugdig) fietsverkeer van en naar de kern Hardenberg.

Het derde deel van de Hoogenweg is gelegen tussen de komgrens Hoogenweg en de Duitse grens. Op dit deel geldt (thans nog) een maximumsnelheid van 80 km/uur. De wegbreedte varieert van 5.30 meter tot 6.00 meter. Op dit deel is minder lintbebouwing en er zijn meer open plekken wat betreft de bomenrij.

Sakrete Droge Mortel B.V., Betoncentrale Diamant B.V. en Diamant Beton B.V., allen gevestigd aan de Jan Weitkamplaan 18 te Hardenberg, produceren droge mortel, betonmortel en betonwaren. De belangrijkste grondstoffen voor de productie hiervan zijn zand en grind. Het zand is afkomstig uit zandwinputten in Itterbeck en Wilsum (Duitsland) welke op ongeveer 15 kilometer afstand liggen. Het zand wordt via de Hoogenweg met vrachtwagens naar de bedrijven vervoerd door Zandmaatschappij Twenthe B.V.

Per jaar moet circa 200.000 ton zand worden vervoerd. Per vrachtwagen kan maximaal circa 29 ton zand vervoerd worden, hetgeen betekent dat er per jaar circa 7000 vrachtwagenritten v.v. plaatsvinden en circa 30 tot 35 vrachtwagenritten v.v. per dag.

Klachten van inwoners van de kern Hoogenweg over de grote intensiteit van vrachtverkeer heeft in 2003 geleid tot de aanleg van de Duitslandweg, welke tot doel heeft doorgaand verkeer van en naar Duitsland veilig en vlot af te wikkelen. De geldende maximumsnelheid op de Duitslandweg buiten de bebouwde kom bedraagt 80 km/uur. Binnen de bebouwde kom is deze 70 km/uur. De aanleg van de Duitslandweg zou de intensiteit van vrachtverkeer over de Hoogenweg moeten doen afnemen, maar de klachten over het vele vrachtverkeer zijn gebleven. Uit een telling is gebleken dat veruit de meeste transportbewegingen vrachtverkeer van en naar eisers zijn.

Overleg tussen de gemeente, Plaatselijk Belang Hoogenweg en eisers heeft niet tot een oplossing geleid omdat omrijden via de Duitslandweg, J.C. Kellerlaan (50 km/uur) en Jan Weitkamplaan (50 km/uur) meerkosten voor eisers met zich meebrengt.

Op 27 januari 2009, en bij het bestreden besluit gehandhaafd, heeft verweerder besloten de Hoogenweg tussen de Lageweg en de Hardenbergerveldweg voor vrachtauto’s gesloten te verklaren. Deze geslotenverklaring is, zoals ter zitting is aangegeven, zes weken na het op 27 januari 2009 genomen verkeersbesluit in werking getreden.

De rechtbank overweegt als volgt.

Eisers hebben aangevoerd dat het verkeersbesluit geen stand kan houden omdat het niet zorgvuldig is voorbereid en omdat met de belangen van eisers geen of onvoldoende rekening is gehouden. Bovendien worden de belangen van eisers in onevenredige mate geschaad.

Hiermee wordt zoals blijkt uit het beroepschrift in het bijzonder gedoeld op de meerkosten die het omrijden voor eisers meebrengt. Eisers hebben deze meerkosten berekend op gemiddeld € 33.000,-- per jaar.

Niet in geschil is dat verweerder bij het vaststellen van het verkeersbesluit is gebleven binnen de aan hem in artikel 2 van de WVW 1994 toevertrouwde belangen. De vraag is of verweerder de in artikel 21 van het BABW bedoelde, andere betrokken belangen – van eisers – zo mocht afwegen als hij heeft gedaan.

Wat betreft Zandmaatschappij Twenthe B.V. stelt de rechtbank aan de hand van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat haar belang daarin is gelegen dat (de chauffeurs van) haar vrachtwagens als gevolg van het verkeersbesluit per rit 6 minuten extra moeten rijden. Deze eiseres wordt daarvoor betaald door de andere drie eisers en lijdt geen schade.

De overige drie eisers hebben als hun belang gesteld dat hun bereikbaarheid als gevolg van het verkeersbesluit is verslechterd, waardoor zij schade lijden.

Verweerder komt bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe. Het is aan verweerder om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de beoordeling van zo’n besluit dan ook terughoudend op te stellen en te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of er een zodanig onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen is dat verweerder niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.

Zoals is overwogen hebben klachten van de inwoners van de kern Hoogenweg in 2003 geleid tot de aanleg van de Duitslandweg. Na de aanleg van de Duitslandweg zijn de klachten over het vele vrachtverkeer gebleven. Ander vrachtverkeer dan van/voor eisers maakt wel gebruik van de Duitslandweg. Eisers hebben aangevoerd dat het laten rijden van de vrachtwagens over de Duitslandweg per rit 6 minuten extra rijtijd kost, waardoor er per dag minder ritten gemaakt kunnen worden, zodat minder zand vervoerd kan worden. Dit heeft als gevolg dat de prijs voor het zand stijgt, wat gevolgen heeft voor de prijs van het eindproduct. Eisers stellen hun concurrentiepositie te moeten handhaven.

Verweerder heeft het belang van de aanwonenden aan de Hoogenweg en de vele fietsers die gebruik maken van deze weg zwaarder laten wegen. Gelet op de wijze waarop de bebouwde kom van Hoogenweg verkeerskundig is vormgegeven met dichtbebouwde lintbebouwing met aan weerszijden bomen kort op de rijbaan, drempels en chicanes, kan het gebruik van de Hoogenweg door fietsers én vrachtauto’s worden geacht een reëel risico van ongevallen met zich te brengen. Dat tot het moment van geslotenverklaring zich geen ongevallen hebben voorgedaan maakt dit niet anders. Gelet op deze omstandigheden heeft verweerder hierin in redelijkheid aanleiding kunnen vinden om maatregelen te nemen.

De extra rittijd van 6 minuten als gesteld door Zandmaatschappij Twenthe B.V. heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank minder zwaar mogen laten wegen dan het belang van de verkeersveiligheid in de bebouwde kom van Hoogenweg.

De overige eisers hebben gesteld dat zij als gevolg van het verkeersbesluit voor een bedrag van gemiddeld € 33.000,-- per jaar meerkosten moeten maken. De rechtbank stelt vast dat dit gemiddelde bedrag de verwachte meerkosten van eisers gezamenlijk zijn. Uit het bij het aanvullende beroepschrift van 13 oktober 2009 gevoegde overzicht blijkt dat de meerkosten voor Diamant Beton B.V. gemiddeld € 15.630,-- zullen bedragen, voor Betoncentrale Diamant B.V. € 7.842,-- en voor Sakrete Droge Mortel B.V. € 9.874,--. Uit het advies van de bezwaarschriftencommissie blijkt dat eisers bij verweerder langs de weg van een zelfstandig schadebesluit om compensatie kunnen verzoeken. Een dergelijk verzoek is inmiddels ingediend namens eisers. Gelet op de omvang van de schade per bedrijf is er naar het oordeel van de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder de verkeersbelangen niet zwaarder heeft kunnen laten wegen dan de belangen van eisers.

Samenvattend is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het verkeersbesluit heeft kunnen komen en dat bij het bestreden besluit heeft kunnen handhaven.

Het beroep van eisers is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door deze en Y. van der Zaan-van Arnhem, als griffier, ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op: