Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN1821

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
07/630377-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-gijzeling, bedreiging met zware mishandeling

-bewijs- en strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/630377-09(P)

Uitspraak: 6 juli 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren op (geboortejaar),

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

thans verblijvende (verblijfplaats)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2010 en 22 juni 2010.

De verdachte is ter terechtzitting van 11 mei 2010 niet verschenen. Ter terechtzitting van 11 mei 2010 was namens verdachte aanwezig: mr. C.A.D. Oomes, advocaat te Waalre.

De verdachte is ter terechtzitting van 22 juni verschenen, bijgestaan door mr. C.A.D. Oomes, advocaat te Waalre.

Als officier van justitie was telkens aanwezig mr. A.E. Postma.

TENLASTELEGGING

De verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 22 juni 2010 ten laste gelegd dat:

1. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 05

december 2009 tot en met 6 december 2009 in de gemeente Deventer en/of elders

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd (slachtoffer), wederrechtelijk

van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een)

ander(en), te weten (naam 1 ) en/of (naam 2 ) en/of een of meer ander(en), te

dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte, en/of een

of meer van zijn mededader(s)

- die (slachtoffer) meegenomen in een auto waarbij verdachte en/of een of meer van

zijn mededader(s) hun/zijn gezicht(en) heeft/hebben bedekt met een

bivakmuts, en/of vervolgens die (slachtoffer) gedwongen in die auto te blijven,

en/of

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) gezegd: "waar is mijn geld. Ik kom

mijn geld halen. (naam 3 ) geld heb jij. Jij moet mij dat geld geven of jij

moet (naam 3 ) voor mij vinden" en/of dat "hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) de woning van die (slachtoffer) wilde(n) doorzoeken", althans woorden

van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die (slachtoffer) (een aantal keer) opgedragen en/of gedwongen die (naam 1 ) en/of (naam 2 ) te

bellen en/of

- die (slachtoffer) meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht en/of hoofd

en/of de borst geslagen en/of gestompt, en/of

- de handen van die (slachtoffer) (met tape) vastgebonden, en/of

- de batterij/accu uit de telefoon van die (slachtoffer) gehaald,

zulks met het oogmerk om met die(naam 1 ) en/of (naam 2 ) en/of een meer ander(en)

in contact te komen en/of (aldus) te dwingen een hoeveelheid geld aan hem,

verdachte, en/of zijn mededader(s) te geven en/of ter beschikking te stellen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 05

december 2009 tot en met 6 december 2009 in de gemeente Deventer en/of elders

in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk (slachtoffer) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, en/of een of meer van

zijn mededader(s) met dat opzet

- die (slachtoffer) meegenomen in een auto waarbij verdachte en/of een of meer van

zijn mededader(s) hun/zijn gezicht(en) (met een bivakmuts) heeft/hebben

bedekt, en/of vervolgens die (slachtoffer) gedwongen in die auto te blijven,

en/of

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) gezegd: "waar is mijn geld. Ik kom

mijn geld halen. (naam 3 )'s geld heb jij. Jij moet mij dat geld geven of jij

moet (naam 3 ) voor mij vinden" en/of dat "hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) de woning van die (slachtoffer) wilde(n) doorzoeken", althans woorden

van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die (slachtoffer) meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht en/of hoofd

en/of de borst geslagen en/of gestompt, en/of

- de handen van die (slachtoffer) (met tape) vastgebonden, en/of

- de batterij/accu uit de telefoon van die (slachtoffer) gehaald;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de peridoe van 05

december 2009 tot en met 06 december 2009 in de gemeente Deventer, en/of

elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer) te dwingen tot de afgifte

van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die (slachtoffer) en/of een of meer ander(en), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), immers heeft hij,

verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die (slachtoffer) meegenomen in een auto waarbij verdachte en/of een of meer van

zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) (met een bivakmuts) bedekt, en/of

vervolgens die (slachtoffer) gedwongen in die auto te blijven, en/of

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) gezegd: "waar is mijn geld. Ik kom

mijn geld halen. (naam 3 )'s geld heb jij. Jij moet mij dat geld geven of jij

moet (naam 3 ) voor mij vinden" en/of dat "hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) de woning van die (slachtoffer) wilde(n) doorzoeken", althans woorden

van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- die (slachtoffer) meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht en/of hoofd

en/of de borst geslagen en/of gestompt, en/of

- de handen van die (slachtoffer) (met tape) vastgebonden, en/of

- de batterij/accu uit de telefoon van die (slachtoffer) gehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 6

december 2009 tot en met 8 december 2009 in de gemeente Deventer en/of elders

in Nederland (naam 2 ) (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte

(telkens) opzettelijk voornoemde (naam 2 ) dreigend de woorden toegevoegd:

"Mijn mensen zijn nog steeds in Nederland, ik kan elk moment jouw kinderen op

laten halen. Je mag mijn naam niet noemen. Als het moet kan ik door mijn

personeel jouw kinderen op laten halen. Je moet met mij samenwerken want ik

kan je heel rijk maken. Je hebt gezien hoe (slachtoffer) eruit zag, datzelfde kan ik

ook met jou doen. Als het moet maak ik je dood", en/of

die (naam 2 ) een of meer SMS-bericht(en) heeft toegezonden met de tekst: "Jullie

zijn hoerenzonen en jullie denken niet aan jullie kinderen. Ik ga jullie met

z'n drieën met mijn handen alle botten breken en een hand geven", althans

(telkens) woorden en/of teksten van gelijke dreigende aard of strekking;

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

VERZOEK TOT AANHOUDING

Door de raadsman van de verdachte is een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van

getuigen, ingeval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten dient te volgen.

De rechtbank is van oordeel dat bij de beoordeling van dit verzoek het noodzakelijkheids-criterium dient te worden toegepast, nu de raadsman meermalen (onder meer ter terechtzitting van 11 mei 2010 en voorafgaande aan het onderzoek ter terechtzitting van 22 juni 2010) in de gelegenheid is geweest om een dergelijk verzoek in te dienen, maar kennelijk telkens geen aanleiding daartoe heeft gezien.

Het standpunt van de raadsman dat hij niet eerder in staat was een dergelijk verzoek in te dienen, omdat het eindproces-verbaal van politie pas op 14 juni 2010 aan hem is toegezonden is naar het oordeel van de rechtbank niet redengevend, aangezien de raadsman al langere tijd beschikte over het voorgeleidingsproces-verbaal van politie, onder meer inhoudende de verklaringen van aangever (slachtoffer) en aangever (naam 2). Nu de raadsman deze verklaringen kende en hij voorts geen nadere onderbouwing heeft gegeven waarom het noodzakelijk is de getuigen opnieuw te horen, ziet de Rechtbank de noodzaak niet.

De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding ten behoeve van het horen van getuigen derhalve af.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat:

1. verdachte zich in de periode van 5 tot en met 6 december 2006 te Deventer en/of elders in Nederland heeft schuldig gemaakt aan gijzeling van (slachtoffer), danwel aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van (slachtoffer), dan wel aan een poging tot afpersing van (slachtoffer);

2. verdachte in de periode van 6 december 2009 tot en met 8 december 2009 te Deventer en/of elders in Nederland (naam 2) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling

De officier van justitie heeft gevorderd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, een en ander voorzover het ten laste gelegde niet te maken heeft met de door verdachte erkende mishandeling. Voor het overige heeft de raadsman geconcludeerd tot een bewezenverklaring.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft het bewijs voor de ten laste gelegde feiten gebaseerd op de navolgende bewijsmiddelen.

Proces-verbaal van aangifte (slachtoffer) :

Aangever (slachtoffer) heeft op 6 december 2009 bij de politie verklaard dat hij op 5 december 2009 omstreeks 21.20 uur thuis in Deventer door een viertal mannen is aangesproken, waaronder de hem bekende (verdachte) , in casu verdachte. (slachtoffer) werd door de mannen uitgenodigd om in een busje te stappen dat iets verderop in de straat stond. (slachtoffer) had geen argwaan, hij kende verdachte en is zonder dwang en vrijwillig in het busje gestapt.

Het busje is vanuit Deventer de snelweg opgereden en vervolgens richting Arnhem en daarna richting Nijmegen gereden.

Toen (slachtoffer) was ingestapt hoorde hij dat verdachte gelijk tegen hem zei: “Waar is mijn geld. Ik kom mijn geld halen. (naam 3 )’s geld dat heb jij. Jij moet mij dat geld geven of jij moet (naam 3 ) voor mij vinden.” (slachtoffer) werd daarbij gelijk door twee mannen op zijn gezicht geslagen.

(slachtoffer) wist gelijk om welk geld het ging. Verdachte sprak zijn vermoeden uit dat (naam 2 ) en (naam 3 ) het geld hadden, met name (naam 3 ), en dat hij, verdachte, en (naam 3 ) via (slachtoffer) wilde bereiken. Verdachte vroeg (slachtoffer) om het telefoonnummer van (naam 3 ) en (slachtoffer) heeft dat telefoonnummer aan verdachte gegeven.

(slachtoffer) heeft van de mannen eerst (naam 3 ) moeten bellen en daarna heeft hij (naam 3 ) moeten bellen.

(slachtoffer) is tijdens de rit ook door zijn vrouw gebeld en hij mocht die gesprekken wel beantwoorden. Zijn vrouw begreep wel dat er iets niet in orde was en dat hij misschien in de problemen was. Hij kon haar niet vertellen wat er aan de hand was, omdat de mannen in zijn nek hijgden en dreigden hem kapot te maken.

Richting Venlo werd (slachtoffer) nog een keer door zijn vrouw gebeld. Hij moest van verdachte aan zijn vrouw vertellen dat hij over 40 tot 50 minuten terug zou zijn. Zijn vrouw heeft (slachtoffer) toen gezegd dat hun huis omsingeld was door politie. Hij kreeg toen ook (naam 4 ) aan de telefoon. Verdachte had de hele tijd de telefoon vast. Toen verdachte over de politie hoorde heeft hij de batterij uit die telefoon van (slachtoffer) gehaald.

(slachtoffer) is bij een tankstation richting Apeldoorn aan de A50 uit de auto gezet. (slachtoffer) is het tankstation binnen gegaan en heeft met een tweede mobiel naar (naam 3 ) en de politie gebeld. Omdat hij de politie niet goed kon uitleggen wat er was gebeurd, heeft de pompbediende het gesprek overgenomen. Daarna is de politie gekomen en is (slachtoffer) per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis in Apeldoorn, omdat hij pijnlijke ribben had.

(slachtoffer) denkt dat de mannen hem in totaal drie of vier keer hebben geslagen. De eerste keer was toen hij in het busje was gestapt en de andere keren was onderweg toen hij moest bellen.

Proces-verbaal van verhoor getuige (getuige 1) ) :

Door mevrouw (getuige 1) ), verkoopmedewerkster van het tankstation (naam) aan de A50 te Apeldoorn, is verklaard dat zij op 6 december 2009 rond 00.00 uur een grijze metallic bus met Duits kenteken heeft zien staan bij de pomp (na hierop gewezen te zijn door een vrouw, die angstig keek en had gezegd dat een verdachte auto achter haar auto was geparkeerd). Omstreeks 00.45 uur is een man de shop binnengekomen. Zij zag dat de man verward was en de man vroeg haar of zij de politie via de telefoon te woord wilde staan. De man zei tegen haar dat hij was overvallen. Hij had het ook over een bus.

Proces-verbaal van bevindingen :

Op 5 december 2009 om 22.00 uur heeft (naam 3 ) (naam 2 ) zich bij de politie gemeld. (naam 2 ) heeft tegenover verbalisant (naam verbalisant) verklaard dat hij op 5 december 2009 om 21.41 uur door zijn werkgever (slachtoffer) was gebeld. Hij had naast de stem van (slachtoffer) ook de stem van verdachte herkend. (naam 2 ) hoorde dat verdachte tegen (slachtoffer) zei: “Je moet (naam 3 ) bellen, hij moet hier komen”.

(naam 2 ) hoorde dat dit twee keer gezegd werd.

Vervolgens hoorde (naam 2 ) twee knallen, wat mogelijk schoten waren. (naam 2 ) heeft daarop de verbinding verbroken en is direct naar het politiebureau gereden.

Proces-verbaal verhoor getuige (naam 4 )

(naam 4 ) heeft verklaard dat hij op 5 december 2009 rond 21.30 uur à 22.00 uur is gebeld door (naam 2 ) om bij de zaak van (slachtoffer) te gaan, omdat er problemen met hem zouden zijn. (naam 4 ) is eerst naar het bedrijf van (slachtoffer) gereden. Daar was niets bijzonders aan de hand. (naam 4 ) is vervolgens doorgereden naar de woning van (slachtoffer). Toen hij daar kwam was de politie er ook.

Om ongeveer 23.00 uur die avond werd de vrouw van (slachtoffer) door hem gebeld. Hij heeft vervolgens ook kort met (slachtoffer) gesproken. (slachtoffer) zei hem dat hij bezig was en over een uurtje thuis zou zijn. Op de vraag van (naam 4 ) waar hij was vroeg (slachtoffer) aan iemand anders wat hij moest zeggen. (slachtoffer) sprak met een hele zachte stem en bleef ook lang stil. (naam 4 ) merkte aan de manier waarop hij aan de telefoon sprak dat hij in de problemen zat. Ook omdat hij aan iemand vroeg wat hij moest zeggen gaf voor (naam 4 ) aan dat hij niet alleen was en problemen had.

Rond half twaalf heeft de vrouw van (slachtoffer) nog een keer naar hem gebeld. De telefoon was toen uit.

Proces-verbaal verhoor getuige (vrouw slachtoffer)

Door (vrouw slachtoffer), echtgenote van (slachtoffer), is op 15 december 2009 verklaard dat zij op 5 december 2009 ’s avonds kort haar man heeft gebeld en dat enige tijd na dat gesprek de politie bij haar woning is geweest. Zij heeft daarna haar man weer gebeld en gezegd wat er gebeurd was. Ten tijde van het bezoek door de politie is ook (naam 4) bij haar woning gekomen en (naam 4) vertelde dat hij daar in opdracht van (naam 3 ) (naam 2 ) naar haar was toe gestuurd. Ten tijde van het bezoek van (naam 4) is zij gebeld door (naam), die haar vertelde dat (naam 3 ) naar de politie was gegaan en belde tegen twaalf uur ’s nachts hij haar weer en zei dat haar man misschien was meegenomen door een dorpsgenoot van vroeger.

Proces-verbaal van aangifte (naam 2 ) :

Op 10 december heeft (naam 2 ) aangifte gedaan van bedreiging door verdachte. (naam 2) heeft verklaard dat hij op 8 december 2009 omstreeks 10.02 uur zijn telefoon aandeed en gelijk een sms-bericht in de Turkse taal ontving waarin stond: “(naam 3) jullie zijn hoerenzonen en jullie denken niet aan jullie kinderen.” En “ik ga jullie met z’n drieën met mijn eigen handen alle botten breken en een hand geven.” Dit sms-bericht was afkomstig van telefoonnummer (xxxxxxxxxxxxx).

Telefoontapjournaal historische telecomgegevens d.d. 8 december 2009 :

Ingevolge een vordering ex artikel 126n van het Wetboek van Strafrecht zijn de historische telecomgegevens van het telefoonnummer (xxxxxxxx), zijnde het telefoonnummer van (naam 2 ), onderzocht. Blijkens dat onderzoek is aan (naam 2 ) op respectievelijk 8 december 2009 te 10.02.59 uur en 8 december 2009 te 10.40.54 uur sms-bericht gestuurd door verdachte, welke als inhoud heeft:

-Weergave sms-bericht d.d. 8 december 2009 10.02.59 uur:

“Jullie zijn hoerenzonen die zelfs niet aan hun kinderen denken.”

-Weergave sms-bericht d.d. 8 december 2009 10.40.54 uur:

“Ik ga jullie alle drie eigenhandig de voeten breken en in jullie handen geven.”

Proces-verbaal terechtzitting strafkamer van 22 juni 2010

Door de verdachte is ter terechtzitting van 22 juni 2010 erkend dat hij (slachtoffer) op 5 december 2009 op een wat later tijdstip in de avond vóór diens woning te Deventer, in het bijzijn van een Rus en een Pool die met verdachte waren meegekomen, heeft aangesproken in verband met een geldkwestie.

Verdachte heeft voorts erkend dat zij vervolgens met (slachtoffer) richting Apeldoorn zijn gereden en dat (slachtoffer) op enig moment bij een “Rastplatz” van de “Autobahn” uit de auto is gezet. Verdachte heeft voorts erkend dat hij (slachtoffer) heeft geslagen toen (slachtoffer) begon te zeuren en te schreeuwen. Volgens verdachte was (slachtoffer) verantwoordelijk voor het door verdachte uitgeleende grote geldbedrag dat hem, verdachte, toekwam. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij (slachtoffer) tussendoor met zijn vrouw geeft laten bellen.

De rechtbank vindt in de uitgewerkte telefoontapjournalen steunbewijs voor het onder 1 ten laste gelegde feit nu uit de weergegeven inhoud daarvan onder meer naar voren komt dat:

- verdachte in het telefoongesprek van 7 december 2009 te 13.16.31 uur op de vraag van (naam 2 ) waarom zij (slachtoffer) geslagen hebben als antwoord geeft: “(slachtoffer) heeft jou plek niet gezegd.. begrijp je … dit soort dingen wegen zwaar .. de mannen luisteren niet. .. die komen achter mij aan .. die man verstopte jullie … als hij zou praten … zou er niks gebeuren met de man ..”

- verdachte in het telefoongesprek van 7 december 2009 te 13.30.46 uur tegen (naam 2 ) zegt: “Jij hebt die man laten slaan. Door jouw zwakheid is die man geslagen …”

- verdachte in het telefoongesprek van 7 december 2009 te 13.30.46 uur op de vraag van (naam 2 ) waarom ze die man hebben mishandeld zegt dat ze hem alleen aan het oortje hebben genomen”

- verdachte op 8 december 2009 te 10.10.54 uur aan (naam 2 ) een sms-bericht heeft gezonden, inhoudende: “.. omdat ik niet wilde dat de kinderen psychologische hinder van zouden ondervinden ben ik niet naar binnen gegaan.”

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 05 december 2009 tot en met 6 december 2009 in de gemeente Deventer en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een persoon, genaamd (slachtoffer), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met het oogmerk anderen, te weten (naam 1 ) en (naam 2 ), te dwingen iets te doen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die (slachtoffer) meegenomen in een auto en vervolgens die (slachtoffer) gedwongen in die auto te blijven,

en

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) gezegd: "waar is mijn geld. Ik kom mijn geld halen. (naam 3 )'s geld heb jij. Jij moet mij dat geld geven of jij moet (naam 3 ) voor mij vinden" en

- die (slachtoffer) een aantal keer opgedragen die (naam 1 ) en/of (naam 2 ) te bellen en

- die (slachtoffer) in het gezicht geslagen,

zulks met het oogmerk om met die(naam 1 ) en/of (naam 2 ) in contact te komen en/of (aldus) te dwingen een hoeveelheid geld aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) te geven en/of ter beschikking te stellen;

2. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 6 december 2009 tot en met 8 december 2009 in de gemeente Deventer en/of elders in Nederland (naam 2 ) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde (naam 2 ) dreigend SMS-bericht(en) toegezonden met de tekst: "Jullie zijn hoerenzonen en jullie denken niet aan jullie kinderen. Ik ga jullie met z'n drieën met mijn handen alle botten breken en een hand geven", althans (telkens) woorden en/of teksten van gelijke dreigende aard of strekking.

Van het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Feit 1:

Medeplegen van gijzeling,

strafbaar gesteld bij artikel 282a juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2:

Bedreiging met zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

DE STRAFBAARHEID

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd de verdachte voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de benadeelde partij (slachtoffer) niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering wegens het ontbreken van onderbouwing van die vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft bepleit om verdachte maximaal een gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest op te leggen en derhalve zijn onmiddellijke invrijheidstelling te gelasten

De raadsman heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer) dan wel hem niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat laten meewegen dat zij de verdachte de gijzeling van het slachtoffer (slachtoffer) teneinde een - kennelijk - zakelijk conflict te beslechten zwaar aanrekent. Door de wijze van uitvoering van deze gijzeling hebben in de eerste plaats het slachtoffer zelf, maar ook zijn echtgenote en werknemers/zakenpartners gedurende meerdere uren zeer angstige momenten beleefd.

De rechtbank heeft ten voordele van de verdachte laten meewegen dat tijdens de gijzeling geen fors geweld is toegepast tegen het slachtoffer en dat de verdachte, voorzover bekend, in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

De rechtbank stelt vast dat de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer) op geen enkel onderdeel op enige wijze is onderbouwd. De vordering is daarom naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering

niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

BESLISSING

Het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Benadeelde partij (slachtoffer):

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (slachtoffer), wonende te (plaatsnaam), in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. W.P.M. Elderman, voorzitter, mrs. H.H.J. Harmeijer en D. ten Boer, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2010.

Mrs. Harmeijer en Ten Boer voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.