Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN1365

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
07/651007-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging gekwalificeerde diefstal; ontoerekeningsvatbaar; OVAR; plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis; motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07-651007-10 (P)

Uitspraak: 13 juli 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres)

thans verblijvende in (verblijfplaats).

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2010 en 29 juni 2010.

De verdachte is steeds verschenen, bijgestaan door mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle

Als officier van justitie was op 29 juni 2010 aanwezig mr. M. Zwartjes.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 januari 2010 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel van het tankstation (NAAM) aan de (adres) weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 1), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die (slachtoffer 1), medewerkster van het tankstation (NAAM), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een bivakmuts, althans een soortgelijkend kledingstuk op die winkel is binnen gegaan en/of (vervolgens) zijn arm heeft opgeheven en/of opgetild en/of een (donkerkleurig en/of rond en/of langwerpig) voorwerp, gelijkend op een vuurwapen, althans een voorwerp op die (slachtoffer 1) heeft gericht en/of gericht gehouden, althans zichtbaar voor die (slachtoffer 1)vastgehouden en/of daarbij tegen die (slachtoffer 1)heeft gezegd of geroepen; “Ga liggen, ga liggen” en/of “handen omhoog”, althans woorden van gelijke aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 januari 2010 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, B. (slachtoffer 1)heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (met een bivakmuts, althans een soortgelijkend kledingstuk) een voorwerp, gelijkend op een vuurwapen, althans een vuurwapen op die (slachtoffer 1)gericht en/of gericht gehouden, althans zichtbaar voor die (slachtoffer 1)vastgehouden en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: “Ga liggen, ga liggen” en/of “handen omhoog”, althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 januari 2010 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een school aan de (straat), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 2), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

Op grond van de in het dossier voorhanden zijnde verklaringen en bevindingen acht de officier van justitie de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging onderschrijft ten aanzien van de feiten het standpunt van de officier van justitie en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van feit 1 primair sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- de bekennende verklaring van verdachte ;

- het proces-verbaal van aangifte ;

- het proces verbaal met fotoblad camerabeelden .

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van feit 2 sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- de bekennende verklaring van verdachte ;

- het proces-verbaal van aangifte.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij op 23 januari 2010 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel van het tankstation (NAAM) aan de (adres) weg te nemen goederen van zijn gading, toebehorende aan (slachtoffer 1), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen die (slachtoffer 1), medewerkster van het tankstation (NAAM), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met een bivakmuts, althans een soortgelijkend kledingstuk op die winkel is binnen gegaan en (vervolgens) zijn arm heeft opgeheven en een (donkerkleurig en rond en langwerpig) voorwerp, gelijkend op een vuurwapen, op die (slachtoffer 1) heeft gericht en daarbij tegen die (slachtoffer 1)heeft gezegd of geroepen; “Ga liggen, ga liggen” en/of “handen omhoog”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 23 januari 2010 te Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een school aan de (straat) , toebehorende aan de (slachtoffer 2), heeft vernield.

Van het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Feit 1

Poging diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken

Strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 312 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

Strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte, gelet op de over hem uitgebrachte psychologische en psychiatrische rapportages, ontslagen moet worden van alle rechtsvervolging en heeft op grond van het bepaalde in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging onderschrijft het standpunt van de officier van justitie. Verdachte is sinds zijn detentie rustig geworden en is er van doordrongen geraakt dat een dergelijke behandeling noodzakelijk is.

Het oordeel van de rechtbank

In het dossier bevinden zich twee rapportages van gedragsdeskundigen, te weten een psychologische rapportage, opgemaakt door drs. F.C.P. Zuidhof, justitieel forensisch GZ-psycholoog, alsmede een rapport van psychiatrisch onderzoek, opgemaakt door H. Kondakçi, psychiater.

De beide gedragsdeskundigen komen op grond van hun onderzoek tot een eensluidende conclusie over de mogelijke (on)toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van de tenlastegelegde (en bewezen geachte) feiten. Deze conclusie luidt, kort weergegeven, het volgende in.

Er is sprake van een jongeman die een paranoïde realiteitsbesef heeft en gebukt gaat onder bizarre somatische wanen. Bij betrokkene was sprake van een duidelijke knik in de ontwikkeling rondom de adolescentie, met verval in toenemend antisociaal gedrag, ernstig maatschappelijk disfunctioneren en afglijden naar een ongestructureerd en zwervend bestaan. Betrokkene heeft duidelijk moeite om de gevolgen van zijn handelen en gedrag te kunnen overzien. Hij kan zich nauwelijks verplaatsen in de ander en er is een gebrek aan emphatische vermogens. Bij betrokkene is sprake van een ernstige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van schizofrenie van het ongedifferentieerde type. Er zijn verder sterke aanwijzingen voor middelenafhankelijkheid c.q. misbruik. De stoornissen hebben de gedragskeuze en gedragingen van betrokkene ten tijde van het ten laste gelegde beïnvloed, zodat deze daaruit verklaard kunnen worden.

Op grond hiervan achten beide gedragsdeskundigen betrokkene ten aanzien van de ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt deze conclusie over en is van oordeel dat het bewezen geachte verdachte wegens een ziekelijke stoornis niet kan worden toegerekend. Verdachte is derhalve niet strafbaar en dient ter zake daarvan dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte d.d. 27 april 2010 blijkt, dat verdachte een veelpleger is, onder meer voor wat betreft het plegen van diefstallen en vernielingen.

Voormelde gedragsdeskundige rapportages, houden als conclusie en advies, kort weergegeven, voorts het volgende in.

De kans op herhaling is gelet op het justitiële verleden en het ziektebeeld van betrokkene zeer groot. De erbarmelijke sociaal-maatschappelijke situatie, die gerelateerd is aan zijn ziektebeeld, is een zeer ernstige en risicoverhogende factor. Zonder behandeling is de kans op genezing feitelijk uitgesloten en zal progressief verval van zijn algehele gezondheid optreden. Het aanbieden van een behandelklimaat met voldoende structuur en daginvulling, tezamen met farmacotherapie, lijkt de enige duurzame beïnvloedingsmogelijkheid van zijn (delict)gedrag en handelen gerelateerd aan het ziektebeeld. Hierbij dient aandacht te worden besteed aan verblijf, activiteiten en wonen. Een algehele abstinentie van drugs dient te worden nagestreefd. Dit alles kan slechts plaatsvinden binnen een verplicht juridisch kader van voldoende duur. Het is gebleken uit de voorgeschiedenis van betrokkene dat hij zowel een gevaar vormt voor de algemene veiligheid van personen of goederen, als ook voor zichzelf. Bovendien hebben zich in het verleden agressieve impulsdoorbraken voorgedaan.

Gelet op het voorgaande adviseren beide deskundigen de rechtbank om bij een eventuele bewezenverklaring te bevelen dat de verdachte zal worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van maximaal één jaar.

De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

Op grond van de inhoud van voormelde rapporten van de gedragsdeskundigen en het beeld dat de rechtbank naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van de verdachte heeft gekregen is de rechtbank van oordeel, dat de veiligheid van anderen danwel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis eist. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking de ernst en de aard van het begane feit en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan.

De rechtbank zal dan ook, gelet op vorenstaande overwegingen en in overeenstemming met de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging, gelasten dat verdachte de maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis gedurende de wettelijk toegestane termijn van een jaar zal worden opgelegd. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat overigens is voldaan aan de eisen die de wet aan een dergelijke last stelt.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 37, 39, en 45 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld.

Het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank verklaart het bewezenverklaarde strafbaar. De rechtbank verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

De rechtbank gelast de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van 1 (één) jaar.

Aldus gewezen door mr. M. van Loenen, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en F.E.J. Goffin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2010.