Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN1364

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
07/440191-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging doodslag en zware mishandeling tegne eigen kind; verminderd toerekeningsvatbaar; TBS met voorwaarden; bewijs- en strafmaatmotivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.440191-09 en 07.653038-10 (P)

Uitspraak: 13 juli 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres).

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2009, 18 februari 2010 en 29 juni 2010.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. De Kroon, advocaat te Hilversum.

Als officier van justitie was aanwezig mr. R. den Haan.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(Volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd)

Parketnummer 07.440191-09:

1.

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (slachtoffer) van het leven te beroven, met dat opzet die (slachtoffer)

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt, en/of

- met kracht heen en weer heeft geschud, en/of

- op het bed heeft gegooid en/of

- met kracht het hoofd tegen zich aangedrukt zonder het lichaam te ondersteunen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

en/of, althans voor zover vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) aan zijn kind, althans aan een persoon, genaamd (slachtoffer), (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (hersenletsel en/of een of meer botbreuken), heeft toegebracht, door deze opzettelijk

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) heen en weer te schudden, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt/geslagen, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in de/het be(e)n(en) heeft geknepen,

en/of

- op het bed te gooien en/of

- aan het hoofd vast te houden en met kracht tegen zich aan te drukken zonder het lichaam te ondersteunen;

en/of, althans voor zover vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd (slachtoffer), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die (slachtoffer)

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in het gezicht en/of tegen het hoofd

tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt, en/of

- met kracht heen en weer heeft geschud,

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in de/het be(e)n(en) heeft geknepen,

en/of

- op het bed te gooien en/of

- aan het hoofd vast te houden en met kracht tegen zich aan te drukken zonder het lichaam te ondersteunen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

en/of, althans voor zover vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten (slachtoffer),

- meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd

tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt/geslagen en/of,

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in de/het be(e)n(en) heeft geknepen,

en/of

- het bed heeft gegooid en/of

- met kracht het hoofd tegen zich aangedrukt zonder het lichaam te ondersteunen,

waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) aan zijn kind, althans aan een persoon, genaamd (slachtoffer 2) (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meer botbreuken), heeft, toegebracht, door deze opzettelijk

- meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt/geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in de/het be(e)n(en) heeft geknepen;

en/of, althans voor zover vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden;

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd (slachtoffer 2), opzettelijk zwaar letsel toe te brengen, met dat opzet die (slachtoffer 2)

- meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt, en/of

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in de/het be(e)n(en) heeft geknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

en/of, althans voor zover vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden;

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten (slachtoffer 2),

- meermalen, althans eenmaal, tegen/op de borst en/of het lichaam heeft

gestompt/geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal, met kracht in de/het be(e)n(en) heeft geknepen, waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Ten gevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging in het onder 1 meest subsidiair en het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde in de respectievelijke regels 6 en 5 "brost" in plaats van "borst". De rechtbank herstelt deze vergissingen door telkens het laatste te lezen voor het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting wordt de verdachte daardoor in de verdediging niet geschaad.

Parketnummer 07.653038-10

Hij in of omstreeks 20 december 2009 tot en met 17 januari 2010 in de gemeente Deventer, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (slachtoffer 3) en/of (slachtoffer 4), in elk geval van een of meer ander(en), met het oogmerk die (slachtoffer 3) en/of (slachtoffer 4), in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, die (slachtoffer 3) en/of (slachtoffer 4) vele malen opgebeld en/of die (slachtoffer 3) en/of die (slachtoffer 4) (daarbij) beledigende en/of bedreigende teksten heeft toegevoegd.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 07.440191-09 onder 1 primair ten laste gelegde, te weten poging tot doodslag. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat door de wijze waarop verdachte zijn zoontje (slachtoffer) heeft behandeld, hij voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van (slachtoffer).

Voorts heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 2 primair ten laste gelegde, te weten het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan (slachtoffer 2).

Ten aanzien van het onder parketnummer 07.653038-10 ten laste gelegde heeft de officier gerekwireerd tot bewezenverklaring van stalking met dien verstande dat sprake is geweest van het uiten van beledigende teksten en niet van bedreigende teksten. Volgens de officier van justitie kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de teksten bedreigend zijn geweest.

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 07.440191-09:

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat bij (slachtoffer) geen sprake is geweest van letsel dat zijn dood had kunnen veroorzaken. Zij heeft daarbij gerefereerd aan het rapport dat door (naam), forensisch geneeskundige KNMG/consulent forensische kindergeneeskunde d.d. 20 november 2009 is uitgebracht.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat haar cliënt derhalve geen voorwaardelijk opzet op de dood van (slachtoffer) heeft gehad.

De raadsvrouw acht het subsidiair ten laste gelegde opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel wel wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het letsel bij (slachtoffer 2), waaronder de gebroken ribben, goed is geheeld en dat de kans op zwaar lichamelijk letsel niet aanwezig is geweest. Derhalve heeft zij de rechtbank verzocht haar cliënt van het primair ten laste gelegde feit vrij te spreken. Volgens de raadsvrouw kan het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde, te weten eenvoudige mishandeling, wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Voor het overige heeft de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Parketnummer 07.653038-10

Met betrekking tot de ten laste gelegde stalking acht de raadsvrouw het feit ten aanzien van (slachtoffer 3) wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van (slachtoffer 4) acht de raadsvrouw het aantal telefoontjes dat door haar cliënt is gepleegd onvoldoende om van stelselmatigheid te kunnen spreken. Derhalve verzoekt de raadsvrouw haar cliënt van dat gedeelte van de tenlastelegging vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het

navolgende.

Feiten 1 en 2 parketnummer 07.440191-09:

Verdachte is vader van een tweeling genaamd (slachtoffer) en (slachtoffer 2). De tweeling is geboren op 2 mei 2009. Nadat de kinderen thuis zijn gekomen uit het ziekenhuis heeft verdachte de nachtelijke zorg voor de tweeling op zich genomen.

Verdachte heeft in diverse verklaringen bij de politie en ter terechtzitting d.d. 8 december 2009 verklaard dat hij in de periode vanaf een week voordat hij weer naar zijn werk zou gaan tot aan de dag dat zij met (slachtoffer) naar het ziekenhuis zijn gegaan, te weten in de nacht van 31 juli 2009 op 1 augustus 2009, in totaal ongeveer 15 keer geweld tegen (slachtoffer) en (slachtoffer 2) heeft gebruikt. Verdachte heeft verklaard dat dit over het algemeen gebeurde tijdens het voeden in de ochtend, omdat (slachtoffer) en (slachtoffer 2) dan bleven huilen en hij niet wist hoe hij de tweeling rustig moest krijgen. Dit geweld bestond uit het met zijn vuisten tegen de ribbetjes van de tweeling slaan en het knijpen in hun beentjes. Het stompen met zijn vuisten tegen de ribbetjes van zowel (slachtoffer) als (slachtoffer 2) is in die periode ten opzichte van hen allebei 4 of 5 keer gebeurd. Ook het knijpen in de beentjes heeft in die periode meerdere malen ten opzichte van beide kinderen plaatsgevonden.

Ook toen het voeden niet lukte op 31 juli 2009 heeft verdachte geweld tegen (slachtoffer) gebruikt. Terwijl verdachte op bed zat aan het hoofdeinde heeft hij (slachtoffer) ongeveer 1 à 1,5 meter van zich afgegooid richting het voeteneinde. Vervolgens heeft verdachte geprobeerd hem weer de fles te geven. Toen dit niet lukte heeft verdachte hem met zijn handen bij zijn hoofdje gepakt en hem zonder verdere ondersteuning omhoog van het bed getrokken. (slachtoffer) begon toen hard te huilen. Vervolgens heeft verdachte (slachtoffer) met beide handen hard met zijn gezicht tegen de borstkast van verdachte aangedrukt, waarna (slachtoffer) nog harder begon te huilen. Daarna heeft verdachte (slachtoffer) onder zijn okseltjes vastgepakt en heeft verdachte hem meerdere keren, met kracht, heen en weer geschud in voorwaartse- en achterwaartse bewegingen. Op het moment dat verdachte (slachtoffer) begon te schudden, heeft verdachte niet op het hoofdje van (slachtoffer) gelet.

Uit het proces-verbaal van verhoor van kinderarts (naam) blijkt dat het volgende letsel bij (slachtoffer) is geconstateerd, te weten: blauwe plekken op armen en benen alsmede op de rechter- en linkeronderkaak en huidbloedingen; puntbloedingen op de borstkas; meerdere subdurale bloedingen in het hoofd.

Uit de deskundigenrapportage van (naam) d.d. 20 november 2009 blijkt dat het letsel van (slachtoffer) alleen kan worden verklaard door van buitenaf inwerkend geweld .

De rechtbank is van oordeel dat algemene ervaringsregels leren dat het krachtig heen en weer schudden van zeer jonge baby’s de dood tot gevolg kan hebben, zeker als het hoofdje daarbij niet wordt ondersteund. Uitgaande van dat gegeven in combinatie met de voornoemde door verdachte – naast het krachtig schudden van (slachtoffer) - uitgevoerde handelingen, te weten: het stompen met de vuist op de borst van (slachtoffer), het “weggooien” van (slachtoffer) en het omhoog trekken van (slachtoffer) aan zijn hoofdje zonder enige ondersteuning is de rechtbank van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van (slachtoffer). Door zo te handelen heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat (slachtoffer) zou overlijden. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsvrouw en acht de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag op (slachtoffer) wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot het letsel dat verdachte bij (slachtoffer 2) heeft teweeggebracht overweegt de rechtbank dat uit het proces-verbaal van verhoor van getuige en kinderarts (naam) blijkt dat bij (slachtoffer 2) het volgende letsel is geconstateerd: blauwe plekken en bloeduitstortingen op het linkeronderbeen en rechterbil; reeds geheelde ribfracturen van de 3e tot en met de 8e rib links en een verse botbreuk in de 7e rib rechts.

Uit de deskundigenrapportage van (naam) d.d. 20 november 2009 blijkt dat het letsel van (slachtoffer 2) alleen kan worden verklaard op basis van niet-accidenteel trauma door menselijk handelen .

Gezien het voornoemde is de rechtbank van oordeel, in tegenstelling tot hetgeen de raadsvrouw heeft betoogd, dat het geheel aan kwetsuren, te weten meerdere ribfracturen, bij een kind van nog geen drie maanden oud, wel degelijk kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Het feit dat een aantal gebroken ribbetjes van (slachtoffer 2) binnen relatief korte tijd goed is geheeld doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan (slachtoffer 2). Door als volwassen man stompen uit te delen op de ribbetjes van deze baby heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat (slachtoffer 2) zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.

Derhalve acht de rechtbank het onder 2 primair ten laste gelegde toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan (slachtoffer 2) wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 07.653038-10

Verdachte heeft bekend dat hij in de periode van 20 december 2009 tot en met 17 januari 2010 zijn voormalige vriendin (slachtoffer 3) telefonisch heeft lastiggevallen om haar vrees aan te jagen . Zo heeft verdachte naar eigen zeggen haar ongeveer 150 maal telefonisch benaderd en onder andere tegen haar gezegd: “ben je geil, hoer, slet, mof” alsmede nog andere scheldwoorden. Haar vriend, (slachtoffer 4), heeft verdachte naar eigen zeggen ook diverse keren telefonisch uitgescholden . Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij (slachtoffer 4) in die periode ongeveer 15 maal heeft gebeld.

Zowel (slachtoffer 3) als (slachtoffer 4) hebben aangifte alsmede een klacht met verzoek tot vervolging gedaan.

Met betrekking tot de stelselmatigheid van handelen overweegt de rechtbank als volgt:

of handelen als stelselmatig kan worden gekwalificeerd hangt af van diverse factoren. Bij die beoordeling zijn de aard der gedragingen, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen alsmede de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers relevant.

Verdachte heeft vlak na zijn schorsing van de voorlopige hechtenis zonder enige aanwijsbare reden zijn ex-vriendin, waarmee hij reeds jarenlang geen contact meer had, telefonisch benaderd om haar, naar eigen zeggen, vrees aan te jagen. Verdachte heeft zowel het slachtoffer als haar vriend telefonisch uitgescholden en daarbij bewust een verdraaide stem gebruikt . Voorts heeft verdachte dit gedurende minimaal een maand gedaan. Deze telefoonterreur heeft een behoorlijke wissel getrokken op beide slachtoffers .

Gezien voornoemde relevante factoren, in samenhang bezien, is naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk sprake van stelselmatig handelen. Dat slachtoffer (slachtoffer 4) “slechts” 15 maal is gebeld door verdachte doet daar niet aan af, gelet op het feit dat het hier gaat om contacten die binnen een relatief beperkte periode zeer frequent hebben plaatsgevonden, terwijl verdachte er met die contacten uitsluitend op uit is geweest om (slachtoffer 4) vrees aan te jagen.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouw voor wat betreft het ontbreken van de stelselmatigheid van handelen ten opzichte van (slachtoffer 4).

De rechtbank is tot slot met de officier van justitie van oordeel dat de teksten eerder als beledigend dan als bedreigend dienen te worden gekwalificeerd.

De rechtbank acht gezien het voornoemde de onder parketnummer 07.653038-10 ten laste gelegde belaging wettig en overtuigend bewezen met uitzondering van de ten laste gelegde zinsnede “ bedreigende teksten”.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

Parketnummer 07.440191-09:

1 primair.

Hij op verschillende tijdstippen in de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (slachtoffer) van het leven te beroven, met dat opzet die (slachtoffer)

- meermalen, met kracht in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen de borst en/of het lichaam heeft gestompt, en/of

- met kracht heen en weer heeft geschud, en/of

- op het bed heeft gegooid en/of

- met kracht het hoofd tegen zich aangedrukt heeft zonder het lichaam te ondersteunen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

2 primair

Hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2009 tot en met 1 augustus 2009 in de gemeente Deventer aan zijn kind, althans aan een persoon, genaamd (slachtoffer 2) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (meer botbreuken), heeft toegebracht, door hem opzettelijk

- meermalen, met kracht tegen/op de borst en/of het lichaam heeft gestompt/geslagen en

- eenmaal met kracht in de benen heeft geknepen.

Parketnummer 07.653038-10

Hij in of omstreeks 20 december 2009 tot en met 17 januari 2010 in de gemeente Deventer, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (slachtoffer 3) en (slachtoffer 4), met het oogmerk die (slachtoffer 3) en (slachtoffer 4) vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, die (slachtoffer 3) en (slachtoffer 4) vele malen opgebeld en die (slachtoffer 3) en die (slachtoffer 4) (daarbij) beledigende teksten toegevoegd.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Parketnummer 07.440191-09:

1 primair

Poging tot doodslag;

Strafbaar gesteld bij de artikelen 287 en 45 van het Wetboek van Strafrecht.

2 primair

Zware mishandeling, begaan tegen zijn kind;

Strafbaar gesteld bij de artikelen 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Parketnummer 07.653038-10

Belaging,

Strafbaar gesteld bij artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Uit de Pro Justitia-rapportage van:

- AIOS psychiatrie N. Hoekstra onder supervisie van F.P. Bish, psychiater, uitgebracht op 19 november 2009 en

- psycholoog mr. drs. R.A. Sterk uitgebracht op 2 december 2009

alsmede de aanvullende Pro Justitia-rapportages (met betrekking tot het onder parketnummer 07.653038-10 ten laste gelegde) van:

- psycholoog mr. drs. R.A. Sterk uitgebracht op 28 juni 2010 en

- psychiater dr. J.J. van Egmond, d.d. 28 juni 2010

blijkt dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in diagnostische zin te omschrijven als intermitterende explosieve stoornis, kenmerken van een autistische stoornis, narcistische trekken en een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven. De deskundigen zijn van mening dat de stoornissen ten tijde van het plegen van de feiten aanwezig waren. Voorts wordt door de deskundigen de recidivekans als verhoogd tot zeer groot ingeschat.

Voornoemde deskundigen achten verdachte verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank neemt de conclusies betreffende de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte op de daarvoor in de voornoemde rapportages bijeengebrachte gronden over en maakt die tot de hare.

Voorts zijn er geen nadere feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar voor wat te zijnen laste bewezen is verklaard.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 126 dagen met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft hij gevorderd het opleggen van de TBS-maatregel met de voorwaarden zoals verwoord in het Maatregelrapport van Reclassering Nederland en het Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, met uitzondering van de geadviseerde bijzondere voorwaarde, inhoudende dat verdachte zich actief betoont bij de opbouw van een sociaal netwerk zoals genoemd in het Maatregelrapport.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft voor wat de op te leggen straf of maatregel betreft aangegeven zich te kunnen vinden in de eis van de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Vooropgesteld moet worden dat als reactie op het geweld dat door verdachte op zijn beide zoontjes is uitgeoefend, uit oogpunt van vergelding een zeer forse gevangenisstraf op zijn plaats is. Met name acht de rechtbank van belang dat het hier gaat om heel heftig geweld op meerdere nog heel jonge slachtoffertjes terwijl verdachte als vader van de slachtoffertjes juist (mede) tot taak had voor hen een situatie te creëren waarin zij veilig en geborgen zouden kunnen opgroeien.

Verder is het verdachte zeer kwalijk te nemen dat hij ook (slachtoffer 3) en de (slachtoffer 4) op ernstige wijze heeft aangetast in hun gevoel van veiligheid door hen te stalken.

Voor wat betreft de op te leggen straf werkt in het geval van verdachte strafverlagend dat hij verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. In de door de officier van justitie gevorderde straf wordt naar het oordeel van de rechtbank echter te véél “geleund” op deze verminderde toerekeningsvatbaarheid.. De rechtbank zal daarom een hogere straf opleggen.

De rechtbank ziet echter wel aanleiding het door haar bovenop de eis van de officier van justitie op te leggen deel van de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen. Daarbij is van belang dat verdachte als gevolg van zijn eigen handelen voorlopig het contact met zijn beide zoontjes zal moeten missen, terwijl nog bezien moet worden of dit ooit (volledig) kan worden hersteld. Verder acht de rechtbank van belang dat verdachte inmiddels heeft laten zien dat hij bereid is om te (laten) werken aan de bij hem bestaande (persoonlijkheids)problematiek en dat er op dat pad inmiddels enkele voorzichtige schreden zijn gezet. Om verdachte maximaal te stimuleren door te gaan op de ingeslagen weg, dient hem thans verdere detentie bespaard te blijven.

Om tot nog verdere indamming van het bij verdachte geconstateerde recidiverisico te komen acht de rechtbank het aangewezen dat aan verdachte tevens de maatregel van terbeschikkingstelling onder de hierna te noemen voorwaarden wordt opgelegd.

In dat verband heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de Pro Justitia-rapportages van AIOS psychiatrie N. Hoekstra, onder supervisie van F.P. Bish, psychiater uitgebracht 19 november 2009 en psycholoog mr. Drs. R.A. Sterk uitgebracht op 2 december 2009. Beide deskundigen hebben in hun rapportages aangegeven dat behandeling vanuit forensisch perspectief voor de genoemde psychische problematiek is geïndiceerd. Volgend de deskundigen dient de behandeling plaats te vinden in een verplichtend kader, om te voorkomen dat de mogelijkheid bestaat dat verdachte zich aan de behandeling kan onttrekken. Dit in verband met de ernst van de feiten en de hoge recidivekans. Beide deskundigen adviseren de TBS-maatregel met voorwaarden op te leggen;

- het Maatregelrapport, opgesteld door mevr. M. Eikelenboom-Colen, uitgebracht op 4 februari 2010 en

- het Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland inhoudende een aanvulling op voornoemd Maatregelrapport, opgesteld door mevr. M. Eikelenboom-Colen, uitgebracht op 21 juni 2010.

De rechtbank neemt derhalve de conclusies en aanbeveling tot het opleggen van een TBS-maatregel met voorwaarden van de deskundigen over op de daarvoor voornoemde rapportages bijeengebrachte gronden over en maakt die tot de hare.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 38, 38a en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BENADEELDE PARTIJ

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij

(slachtoffer 3) gerekwireerd tot toewijzing van de vordering in zijn geheel (€ 800,-) alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor hetzelfde bedrag conform artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft toewijzing van de vordering van de benadeelde partij bepleit tot een bedrag van maximaal € 200,-.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij

(slachtoffer 3) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het onder parketnummer 07.653038-10 ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 500,- vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 3) dient voor het meerdere niet ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank zal voorts ter zake van het voornoemde feit aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 500,- ten behoeve van het slachtoffer (slachtoffer 3).

BESLISSING

Het onder parketnummer 07.440191-09 1 primair; 2 primair en onder parketnummer

07. 653038-10 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder parketnummer 07.440191-09 1 primair; 2 primair en onder parketnummer

07. 653038-10 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 238 dagen, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Voorts gelast de rechtbank dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.

De rechtbank stelt betreffende het gedrag van de verdachte als voorwaarden:

algemene voorwaarden:

- verdachte houdt zich aan de voorwaarden en aanwijzingen die hem gesteld zijn door of namens de toezichthoudende instantie, te weten Stichting Reclassering Nederland;

- verdachte zal zich niet schuldig maken aan strafbare feiten of zich in situaties begeven die voor hem risicovol zijn en/of zijn resocialisatie in gevaar brengen;

- verdachte zal zich niet buiten de Nederlandse grenzen begeven;

bijzondere voorwaarden:

- verdachte volgt een ambulante behandeling bij de forensische poli- en dagkliniek De Tender te Deventer, of een in overleg met De Tender aan te wijzen andere behandelinstelling, zulks zolang deze instelling in overleg met de Reclassering behandeling nodig acht;

- verdachte gebruikt de medicatie indien deze hem door een behandelend psychiater worden voorgeschreven;

- verdachte verblijft op het adres (adres) te Deventer. Hij zal niet van woonadres veranderen tenzij met toestemming van de Reclassering;

- verdachte heeft een dagbesteding van minimaal 16 uur per week (betaald dan wel onbetaald) om niet in een sociaal isolement te geraken;

- verdachte zal op geen enkele wijze contact hebben met zijn (ex)partner (naam) en hun tweelingzoontjes ((slachtoffer) en (slachtoffer 2)), tenzij de Reclassering en Bureau Jeugdzorg met een dergelijk contact heeft ingestemd;

- verdachte zal op geen enkele wijze contact hebben met zijn ex-vriendin (slachtoffer 3) en haar vriend de heer (slachtoffer 4);

- het aangaan van een relatie wordt door verdachte onmiddellijk aan de Reclassering en zijn behandelaar gemeld. Verdachte zal partnerrelatietherapie volgen als dit volgens zijn behandelaar in overleg met de Reclassering is geïndiceerd;

- verdachte neemt geen zorg en verantwoordelijkheid op zich van minderjarigen, tenzij met instemming van de Reclassering en

- verdachte geeft de Reclassering en de behandelinstelling toestemming om onderling informatie uit te wisselen. Dit met het doel om stagnatie in de begeleiding te voorkomen en risicovolle situaties te signaleren.

Schadevergoeding

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 3), wonende te Deventer, van een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder parketnummer 07.653038-10 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten vanaf 20 december 2009, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 500,-, ten behoeve van het slachtoffer (slachtoffer 3), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (slachtoffer 3) voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2010.

Mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.