Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM9303

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
25-06-2010
Datum publicatie
25-06-2010
Zaaknummer
Awb 09/1846
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Handhavingsverzoek in verband met bouwrijp maken van gronden. Beroep gegrond met instandlating van rechtsgevolgen. Eisers hebben verweerder geen redelijke termijn gegeven om op hun verzoek te beslissen. In handhavingskwesties zal in spoedeisende gevallen niet kunnen worden volstaan met de in de Awb opgenomen beslistermijn van acht weken. Eisers hebben verweerder echter nog geen 24 uur gegund voor het nemen van een besluit. Naar het oordeel van de rechtbank was de redelijke termijn voor het nemen van een besluit op 11 september 2009 nog niet verstreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Meervoudige Kamer

Registratienummer: Awb 09/1846

Uitspraak

in het geding tussen:

A,

B,

C,

D,

allen wonende te Almere, eisers,

gemachtigde: mr. S.E. Toffoletto

en

het college van burgemeester en wethouders van Almere, verweerder,

alsmede,

Stichting de Alliantie Projectontwikkeling,

gevestigd te Huizen, derde partij.

1. Procesverloop

Op 11 september 2009 hebben eisers bezwaar gemaakt tegen het niet-tijdig beslissen op hun verzoek om te stoppen met het bouwrijp maken van gronden.

Bij besluit van 16 oktober 2009 heeft verweerder eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaren.

Op 29 oktober 2009 hebben eisers tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is op 6 april 2010 ter zitting behandeld. Daarbij zijn gevoegd behandeld de zaken met nrs. 09/1576, 09/1668 en 09/1669. Nadien heeft de rechtbank de zaken weer gesplitst.

Verschenen zijn A en zijn echtgenote, bijgestaan door mr. Toffoletto voornoemd.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door ing. G.S. Hietland en mr. I. Smeenk.

Voor de derde partij zijn verschenen E, F en G.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 13 augustus 2009 heeft verweerder aan de derde partij met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO vrijstelling verleend ten behoeve van de bouw van 24 woningen en 49 appartementen op het perceel 1B2/1B3 De Werven (Tuinderswerf) te Almere, alsmede de aanleg van ontsluitingswegen, parkeerplaatsen en andere voorzieningen.

Verweerder heeft in dit besluit bepaald dat geen aanvang mag worden gemaakt met het verwijderen van bomen en struiken en andere werkzaamheden ten behoeve van de inrichting gedurende het broedseizoen. Te verwijderen populieren dienen vooraf te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten van de Grote Bonte Specht.

Op 10 september 2009 hebben eisers verweerder verzocht nog dezelfde dag om 16.00 uur te stoppen met het bouwrijp maken van de gronden op de locatie Tuinderswerf op de grond dat het vrijstellingsbesluit van 13 augustus 2009 hier niet op ziet.

Op 11 september 2009 hebben eisers bezwaar gemaakt tegen de fictieve weigering van verweerder om hieraan gehoor te geven.

Bij brief van gelijke datum is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De voorzieningenrechter heeft dat verzoek bij uitspraak van 17 september 2009 afgewezen op de grond dat van een spoedeisend belang niet is gebleken.

Verweerder heeft het bezwaar voorgelegd aan de Commissie voor de bezwaar- en beroepschriften (de Commissie). Deze heeft op 8 oktober 2009 advies uitgebracht, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren.

Bij besluit van 16 oktober 2009 heeft verweerder conform beslist.

2.2. De rechtbank stelt vast dat de Commissie verweerder heeft geadviseerd om eisers niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar omdat het bezwaar prematuur is ingediend. Immers, op 11 september 2009 was de redelijke termijn waarbinnen verweerder op het handhavingsverzoek had dienen te beslissen, nog niet verstreken.

In het bestreden besluit heeft verweerder in afwijking van het advies van de Commissie, besloten eisers niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaren, omdat de brief van 10 september 2009 niet moet worden aangemerkt als een verzoek om handhaving.

Naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 september 2009, die genoemde brief heeft opgevat als een verzoek om handhavend optreden, heeft verweerder de rechtbank laten weten dat dit eerdere standpunt niet wordt gehandhaafd en dat het standpunt van de voorzieningenrechter wordt gevolgd.

Op grond van het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard en komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.

2.3. De rechtbank zal hierna bezien of aanleiding bestaat om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

Ingevolge artikel 4:13, eerste lid, van de Awb dient een beschikking te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.

In het tweede lid is bepaald dat die termijn in elk geval is verstreken indien het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen besluit heeft genomen.

Het verzoek is door gemachtigde van eisers gefaxt op 10 september 2009, om 13.07 uur. Daarin wordt verweerder gevraagd ‘vóór 16.00 uur hedenmiddag te bevestigen dat u stopt met het bouwrijp maken van de grond’.

Het bezwaarschrift tegen het niet-beslissen door verweerder is op 11 september 2009 om 9.38 uur aan verweerder gefaxt.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar van eisers terecht niet ontvankelijk heeft verklaard.

Immers, als het verzoek van 10 september 2009 wordt aangemerkt als een verzoek om handhaving, dan is het bezwaarschrift van 11 september 2009 prematuur ingediend, nu eisers verweerder geen redelijke termijn hebben gegeven om op hun verzoek te beslissen.

In handhavingskwesties zal in spoedeisende gevallen niet kunnen worden volstaan met de in de Awb opgenomen beslistermijn van acht weken. Eisers hebben verweerder echter nog geen 24 uur gegund voor het nemen van een besluit. Naar het oordeel van de rechtbank was de redelijke termijn voor het nemen van een besluit op 11 september 2009 nog niet verstreken.

Gelet op voorgaande overwegingen zal de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand laten.

2.4. De rechtbank ziet hierin aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten te veroordelen, die eisers in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs hebben moeten maken.

Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de rechtbank ter zake van verleende rechtsbijstand 2 punten toe, waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd.

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven;

- bepaalt dat de gemeente Almere het betaalde griffierecht van € 150,-- aan eisers vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 874,-- ter zake van verleende rechtsbijstand.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, voorzitter, mr. L.E.C. van Rijckevorsel-Besier en mr. G.P. Loman, rechters, en door de voorzitter en mr. P.A.M. Spreuwenberg als griffier ondertekend.

Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op: