Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM8637

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-06-2010
Datum publicatie
22-06-2010
Zaaknummer
07/653040-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- diefstal gevolgd door bedreiging met geweld; afpersing

- bewijsmotivering

- strafmaatmotivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.653040-10 (P)

Uitspraak: 15 juni 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans verblijvende in (verblijfplaats).

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2010 te Zwolle.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.A.M. Rupert, advocaat te Haaks(slachtoffer)en.

Als officier van justitie was aanwezig mr. A.E.M. Doedens.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 februari 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer) heeft gedwongen tot de afgifte van 450 euro en/of een hoeveelheid voedsel en/of drank, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed, geheel of ten dele toebehorende aan Café Restaurant de (naam restaurant), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, in de lies van die (slachtoffer) geduwd, althans opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool/vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) gezegd: "Maak de kassalade open”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 februari 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 450 euro en/of een hoeveelheid eten en/of drinken, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, geheel of ten dele toebehorende aan Café Restaurant de (naam restaurant), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (slachtoffer), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, in de lies van die (slachtoffer) geduwd, althans opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) gezegd: "Maak de kassalade open”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid eten en/of drinken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Restaurant (naam restaurant), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, op (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) gericht, althans opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) gezegd: "weg weg ik schiet", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid eten en/of drinken, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Restaurant de (naam restaurant), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, op (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) gericht, althans opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) gezegd: "weg weg ik schiet", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Deventer (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, op die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) gericht, althans opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer 3) getoond en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "weg, weg ik schiet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Almelo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pakje sigaretten en/of zeven, althans een/of meer gla(s)(zen) wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan café (naam café ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 4 ) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 4 ) gezegd: "Nou wat voor een poppenkast gaan we spelen" en/of "wat gaan we doen moet ik de kassa leeg halen en/of moet ik beginnen met schieten", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan die (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ) heeft gericht en/of getoond;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Almelo met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ) heeft gedwongen tot de afgifte van een pakje sigaretten en/of zeven, althans een/of meer gla(s)(zen) wijn, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafe (naam café ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 4 ) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 4 ) gezegd: "Nou wat voor een poppenkast gaan we spelen" en/of "wat gaan we doen moet ik de kassa leeg halen en/of moet ik beginnen met schieten", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan die (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ) heeft gericht en/of getoond;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan cafe (naam café ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 4 ) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 4 ) gezegd: "Nou wat voor een poppenkast gaan we spelen" en/of "wat gaan we doen moet ik de kassa leeg halen en/of moet ik beginnen met schieten", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan die (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ) heeft gericht en/of getoond;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 in de gemeente Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ) te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafe (naam café ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, hebbende hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 4 ) getoond en/of

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 4 ) gezegd: "Nou wat voor een poppenkast gaan we spelen" en/of "wat gaan we doen moet ik de kassa leeg halen en/of moet ik beginnen met schieten", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan die (slachtoffer 4 ) en/of (slachtoffer 5 ) heeft gericht en/of getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2010 tot en met 12 februari 2010 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- op of omstreeks 10 februari 2010, in de gemeente Deventer,bij Café Restaurant de (naam restaurant), eten en/of drinken, en/of

- op of omstreeks 12 februari 2010, in de gemeente Deventer, bij restaurant de (naam restaurant) eten en/of drinken, en/of

- op of omstreeks 12 februari 2010, in de gemeente Almelo, bij cafe (naam café ), een pakje sigaretten en/of drinken.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

Op grond van de in het dossier voorhanden zijnde verklaringen en bevindingen acht de officier van justitie de onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de feiten aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de feiten 1, 2 en 3 wordt het standpunt van de officier van justitie onderschreven. Ten aanzien van feit 4 wordt opgemerkt dat het hier een heel korte periode betreft en verdachte om die reden het voordeel van de twijfel moet worden gegund.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het volgende.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Op 10 februari 2010 wordt door (slachtoffer) (hierna: (slachtoffer)) aangifte gedaan van een voorval die dag bij café restaurant De (naam restaurant) aan de (adres).

Op die bezocht een man (naam restaurant) die soep, een broodje, een salade en verschillende glazen wijn heeft genuttigd. Toen hij moest betalen wilde de man pinnen. (slachtoffer) heeft de man het pinapparaat gewezen. De pintransactie bleek mislukt waarna (slachtoffer) de man aangaf dat hij nog op de groene knop van het apparaat moest drukken. Toen heeft de man gezegd: "Maar nog even wat anders". Omdat (slachtoffer) de man niet goed verstond, heeft hij zich iets voorover gebogen en gevraagd: "Wat zei u meneer?". Toen heeft de man een pistool in de lies van (slachtoffer) gedrukt en iets gezegd van: "Maak de kassalade open, ik moet geld hebben". (slachtoffer) heeft daarop de kassalade opengemaakt. De man zei: "Alleen briefgeld". (slachtoffer) heeft de man het briefgeld gegeven, hij schat dat dit rond de 450 euro was. Niemand van de aanwezigen in het café restaurant heeft in de gaten gehad dat hij werd beroofd.

Daarna is de man heel rustig de deur uitgelopen, aldus (slachtoffer).

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de man voornoemd was en gehandeld heeft zoals de aangifte van (slachtoffer) beschrijft. Het gebruikte pistool was een alarm gaspistool.

Na het eten heeft de man een tandenstoker gebruikt. Deze is veiliggesteld voor onderzoek, evenals een wijnglas waaruit de man had gedronken.

Bij DNA-vergelijking van de bemonstering van de tandenstoker is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man met dit DNA-profiel matcht is kleiner dan één op één miljard.

Van het wijnglas werden vingerafdrukken veiliggesteld die hebben geleid tot de conclusie dat het spoor geïdentificeerd is op dat van verdachte.

De rechtbank overweegt dat nu ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, de rechtbank volstaat met de verwijzing naar de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte van (slachtoffer) en het DNA- en dactyloscopisch onderzoek zoals hiervoor is genoemd, die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Op 12 februari 2010 doet (slachtoffer 2) (hierna: (slachtoffer 2)) aangifte van een voorval die dag in restaurant (naam restaurant) aan de (adres).

Omstreeks 14.30 uur kwam een man het restaurant binnen en dronk eerst aan de bar enkele glazen wijn. Vervolgens bestelde hij een antipasta, een tussengerecht, een tournedos en een flesje wijn van veertig euro, hetgeen hij nuttigde aan een tafel tegenover de bar.

Nadat de man was uitgegeten, vroeg hij om de rekening. Deze bedroeg € 101,50. De man wilde pinnen en liep mee naar de pinautomaat achter de bar. Vanwege onvoldoende saldo mislukte de pintransactie.

De man vroeg vervolgens of hij ergens anders kon pinnen waarna (slachtoffer 2 ) hem naar de bank tegenover het restaurant heeft verwezen. De man verliet vervolgens de zaak. Omdat (slachtoffer 2 ) het niet vertrouwde, hield hij vanaf de toegangsdeur zicht op de man en zag dat de man niet ging pinnen en de bank voorbij liep. Samen met collega (slachtoffer 3) (hierna: (slachtoffer 3)) liep (slachtoffer 2 ) achter de man aan. De man zei dat hij op zoek ging naar een andere ban(slachtoffer 3) liep met de man mee. Bij deze bank lukte het niet geld te pinnen waarna (slachtoffer 3) en de man terugkeerden bij het restaurant.

(slachtoffer 2 ) vroeg de man of hij niet iemand kon bellen om geld voor te schieten, maar volgens de man kon dat niet. Daarna zei (slachtoffer 2 ) tegen de man dat hij de politie zou gaan bellen. (slachtoffer 3) stond erbij. De man schrok hiervan, deed zijn arm achter zijn rug en haalde een pistool tevoorschijn dat hij op (slachtoffer 3) en (slachtoffer 2) richtte. De man hield de voorzijde van de loop van dit pistool op beider bovenlichamen gericht. (slachtoffer 3) heeft deze verklaring van (slachtoffer 2 ) bevestigd en daarbij verklaard dat de man riep: "Weg weg, ik schiet". Zij voelden zich bedreigd. Daarna verliet de man de zaak.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze man was. Hij had verwacht dat er op 12 februari 2010 inmiddels geld op zijn rekening stond. Toen bleek dat hij niet kon betalen heeft hij gezwaaid met het pistool in de richting van (slachtoffer 2) en (slachtoffer 3). Hij wilde geen politie, hij wilde wegkomen. Het zal wel dat hij geroepen heeft "Weg, ik schiet". Hij kan zich voorstellen dat het bedreigend moet zijn geweest.

Bij zijn aanhouding had verdachte de bon van De (naam restaurant), gedateerd 12 februari 2010 om 16.42 uur van € 101,50, bij zich. Uit de bon van de mislukte pintransactie blijkt dat is gepind met een pas met een volgnummer dat overeenkomt met een bij verdachte bij zijn aanhouding aangetroffen pasje van de ING-bank.

De rechtbank overweegt dat nu ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, de rechtbank volstaat met de verwijzing naar de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte van (slachtoffer 2 ), het proces-verbaal van verhoor van (slachtoffer 3) en de aangetroffen kassabon en het bankpasje , die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Op 12 februari 2010 doet (slachtoffer 4 ) (hierna: (slachtoffer 4 )) aangifte van een voorval die dag in café (naam café ) te Almelo.

Omstreeks 20.00 uur zag (slachtoffer 4 ), die assistent-bedrijfsleider in het café is, een man aan de bar zitten. De man bestelde een droge witte wijn en een pakje Marlboro. In de tijd die hij in het café doorbracht, heeft de man in totaal zeven glazen witte wijn, een pakje Marlboro en een rode wijn besteld. Omstreeks 21.45 uur stond (slachtoffer 4 ) alleen achter de bar en zag dat de man een vuurwapen uit zijn jaszak haalde en op de bar legde. Het was een zwart pistool met aan de onderzijde grijs ducktape. De man zei: "Nou, wat voor poppenkast gaan we spelen".

(slachtoffer 4 ), die als oud-marechaussee het pistool als een alarm- of vuurwerkpistool herkende, zei de man het pistool weg te doen en dat hij moest betalen. Toen zei de man :" Wat gaan we doen, moet ik de kassa leeghalen of moet ik beginnen met schieten". (slachtoffer 4 ) zei nogmaals dat de man het pistool weg moest doen en moest betalen. De man zei daarop " Dan ga ik wel weg". (slachtoffer 4 ) zag dat de man het pistool in zijn jaszak stopte en het café verliet. (slachtoffer 4 ) belde direct de politie en achtervolgde de man samen met (slachtoffer 5 ) (hierna: (slachtoffer 5 )), de kok van het café. (slachtoffer 5 ) heeft verklaard dat hij met (slachtoffer 4 ) de man heeft achtervolgd en dat hij hem op een gegeven moment zag staan. De man had op dat moment een wapen in zijn linkerhand en richtte dat op (slachtoffer 5 ).

De man werd buiten het café op een parkeerplaats vlakbij het politiebureau door de politie aangehouden.

Verdachte heeft bekend dat hij deze man was. Daarbij heeft hij aangegeven dat hij met het pistool heeft gedreigd omdat hij wederom niet af wilde rekenen en zich een vlucht naar buiten wilde creëren. Het pistool heeft hij onderweg, nadat hij het café had verlaten, van zich afgegooid. Hij dacht dat het pistool op het ijs terechtkwam, maar een politiehond heeft het pistool gevonden.

De rechtbank overweegt dat nu ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, de rechtbank volstaat met de verwijzing naar de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte van (slachtoffer 4 ), het proces-verbaal van verhoor van (slachtoffer 5 ) en het door de diensthond aangetroffen pistool, die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Uit de door verdachte ter zitting afgelegde verklaring volgt dat verdachte in ieder geval na zijn bezoek op10 februari 2009 bij café (naam restaurant) te Deventer wist dat hij maaltijden en consumpties bestelde, die hij niet zou kunnen betalen.

De rechtbank overweegt dat verdachte hiermee misbruik heeft gemaakt van het in de horeca geldende patroon van wederzijdse verwachtingen tussen restauranthouder en klant, inhoudende dat de klant eerst consumpties bestelt, waarna deze door of namens de restauranthouder worden verstrekt, door de klant vervolgens worden genuttigd en bij vertrek worden betaald.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk kunnen maken dat hij tussen 10 en 12 februari 2010 gelden zou ontvangen. Daarbij had het op de weg van verdachte gelegen na zijn ervaring bij de (naam restaurant) zich in elk geval voor een volgend horecabezoek te vergewissen van voldoende saldo c.q. voldoende middelen om bestelde consumpties te kunnen voldoen.

Hoewel verdachte zich vervolgens op 12 februari 2010 in twee horecagelegenheden heeft voorgedaan als normaal betalende restaurantbezoeker en vaststaat dat hij heeft gegeten en gedronken zonder af te rekenen, is de rechtbank van oordeel dat deze omstandigheden, in tegenstelling tot het standpunt van de officier van justitie, niet leiden tot het oordeel dat er daarmee sprake was van een bij verdachte bestaande gewoonte tot het nuttigen van consumpties zonder daarvoor te betalen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de hem verweten feiten niet in zijn aard liggen, maar dat hij in de tenlastegelegde periode door een samenloop van problemen in de relationele sfeer, “kortsluiting” in zijn hoofd had.

Vorenstaande, in samenhang bezien met het korte tijdsbestek waarin de feiten zijn gepleegd, leidt ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit dan ook tot de slotsom dat de rechtbank de aanwezigheid van een gewoonte niet aannemelijk acht en verdachte daarvan zal vrijspreken.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij op 10 februari 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld (slachtoffer) heeft gedwongen tot de afgifte van 450 euro en een hoeveelheid voedsel en drank, geheel toebehorende aan Café Restaurant de (naam restaurant), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, in de lies van die (slachtoffer) heeft geduwd, en

- daarbij opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) heeft gezegd: "Maak de kassalade open", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op 12 februari 2010 in de gemeente Deventer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid eten en drinken, geheel toebehorende aan Restaurant (naam restaurant), welke diefstal werd gevolgd door bedreiging met geweld tegen

(slachtoffer 2) en (slachtoffer 3), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, op die (slachtoffer 2) en (slachtoffer 3) heeft gericht en

- daarbij opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 2) en (slachtoffer 3) heeft gezegd "weg weg ik schiet", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij op 12 februari 2010 in de gemeente Almelo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pakje sigaretten en meerdere glazen wijn, geheel toebehorende aan café (naam café ), welke diefstal werd gevolgd door bedreiging met geweld tegen (slachtoffer 4 ) gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die (slachtoffer 4 ) getoond en

- (daarbij) opzettelijk dreigend tegen die heeft (slachtoffer 4 ) gezegd: "Nou wat voor een poppenkast gaan we spelen" en/of "wat gaan we doen moet ik de kassa leeg halen of moet ik beginnen met schieten", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, en (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die (slachtoffer 4 ) en (slachtoffer 5 ) heeft gericht.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het onder 1 primair bewezene levert op:

Afpersing

Strafbaar gesteld bij artikel 317, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 2 primair bewezene levert op:

Diefstal gevolgd door bedreiging met geweld om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken

Strafbaar gesteld bij artikel 312, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 3 primair bewezene levert op:

Diefstal gevolgd door bedreiging met geweld om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken

Strafbaar gesteld bij 312, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

DE STRAFBAARHEID

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat verdachte in de gelegenheid gesteld moet worden een taakstraf te verrichten. Verdachte heeft niet eerder dergelijke feiten begaan. Subsidiair is betoogd dat de eis van de officier van justitie fors is en dat een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest passend is en meer subsidiair een gevangenisstraf van maximaal twaalf maanden meer in de rede ligt dan hetgeen door de officier justitie is geëist.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing en diefstal met bedreiging met geweld. Hierbij zijn niet alleen ondernemers financieel gedupeerd en in hun vertrouwen geschaad, maar ook zijn verschillende medewerkers van horecagelegenheden bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp dat voor be- en afdreiging geschikt was. Eén van de slachtoffers heeft direct een dergelijk wapen in zijn lies geduwd gekregen en werd gedwongen geld uit de kassa af te staan.

Verdachte heeft door zijn handelen enorme angst bij de slachtoffers teweeggebracht. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dit soort misdrijven gedurende lange tijd de psychische gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Blijkens de vorderingen van de benadeelde partijen ondervinden zij nog steeds angst en herbeleven zij de gebeurtenis. Gebeurtenissen als de bovenvermelde behoren tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving veroorzaken. Op deze bijzonder ernstige feiten dient te worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Blijkens een op naam van verdachte staand uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 16 februari 2010 is verdachte in het verleden wel eerder veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten.

Verdachte heeft ter zitting betuigd veel spijt te hebben van wat hij de slachtoffers heeft aangedaan. Hij heeft de feiten begaan in een periode waarin hij naar eigen zeggen in een zwart gat heeft verkeerd. Hij herkent zichzelf niet in het gebeurde: hij heeft zelf jarenlang in de horeca gewerkt en begrijpt niet hoe hij tot zijn daden is gekomen.

Er zijn Pro Justitia Rapportages van de forensisch psychiater drs. H.A. Gerritsen (rapport van 19 mei 2010) en klinisch psycholoog drs. M.G.J. Nijhuis-Quanjel (rapport van 1 mei 2010) opgemaakt. Hieruit blijkt, dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in de zin van een narcistische persoonlijkheidsstoornis met anti-sociale trekken en aan een ziekelijke stoornis in de zin van minimaal alcoholmisbruik (en vermoedelijk alcoholafhankelijkheid) en misbruik van hard drugs (cocaïne en speed) en enigszins toerekeningsvatbaar wordt verklaard.

Verdachte heeft zich niet in de rapportages herkend en wenst geen behandeling.

Het voorgaande in onderling verband bezien maakt dat de rechtbank na te melden strafoplegging juist acht.

Anders dan de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank, gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur noodzakelijk is en door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, acht de rechtbank niet aanwezig.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36b en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij (slachtoffer 3) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 750,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

De benadeelde partij (slachtoffer 2) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.500,-- gevoegd ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd tot toewijzing van het door (slachtoffer 3) gevorderde bedrag en tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoel in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de door de (slachtoffer 2) ingediende vordering heeft de officier van justitie gevorderd tot toewijzing van een bedrag van € 750,-- en tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de vorderingen van (slachtoffer 3) en (slachtoffer 2) afgewezen moeten worden omdat zij onvoldoende onderbouwd zijn.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat genoegzaam is komen vast te staan dat de benadeelde partijen (slachtoffer 3) en (slachtoffer 2) rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit en bepaalt de hoogte van deze schade voor beiden op € 500,--. Voor het overige zullen de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vorderingen van de benadeelde partijen wordt toegewezen, te weten twee maal € 500,--.

BESLAG

Verdachte heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het in beslag genomen alarm gaspistool (van het merk EM-GE Sportgeräte, Model 62, kaliber 6 mm Flobert knal en niet voorzien van een serienummer). Het pistool is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen pistool dient te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

BESLISSING

Het onder 4 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 4 ten laste gelegde.

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Beslag

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer een alarm gaspistool (van het merk EM-GE Sportgeräte, Model 62, kaliber 6 mm Flobert knal en niet voorzien van een serienummer).

Schadevergoeding

(slachtoffer 3)

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 3) een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank verklaart de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 3), voor wat betreft het meer gevorderde, niet ontvankelijk.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 500,00 ten behoeve van het slachtoffer (slachtoffer 3) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

(slachtoffer 2)

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 2) van een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro).

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank verklaart de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer 2), voor wat betreft het meer gevorderde, niet ontvankelijk.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 500,00 ten behoeve van het slachtoffer (slachtoffer 2), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. M. van Loenen, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra-Meijer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2010.

Mr. G.P. Nieuwenhuis, rechter en mr. J.W. Sijnstra-Meijer, griffier, voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.