Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM8003

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-06-2010
Datum publicatie
16-06-2010
Zaaknummer
Awb 09/1833
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet bestuurlijke lus; opdracht aan verweerder nader onderzoek te doen naar aantal zomerhuisjes en bereikbaarheid voor hulpdiensten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer

Registratienummer: Awb 09/1833 en 09/1845

Uitspraak

met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Recreatieoord Krieghuusbelten,

gevestigd te Raalte, eiser I,

gemachtigde: mr.drs. H.P.W. Havens,

en

(…),

wonende te Raalte, eiser II,

gemachtigde: mr. M.C.H. van de Zande,

en

het college van burgemeester en wethouders van Raalte,

verweerder.

en

Collage B.V.,

gevestigd te Breukelen,

belanghebbende.

1.Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2008, verzonden op 20 augustus 2008, heeft verweerder geweigerd belanghebbende bouwvergunning fase 1 te verlenen voor de bouw van 40 recreatiewoningen aan de Krieghuisweg, kadastraal bekend gemeente Raalte, sectie T, nr. 88 (gelegen onmiddellijk ten oosten van camping De Krieghuusbelten).

Tegen dit besluit heeft belanghebbende bij brief van 18 september 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 11 februari 2009 heeft verweerder het bezwaarschrift gegrond verklaard, het besluit van 19 augustus 2008 herroepen en besloten de procedure tot het verlenen van de voor het bouwplan benodigde binnenplanse vrijstelling op te starten.

Bij besluit van 1 september 2009, verzonden op 10 september 2009, heeft verweerder aan belanghebbende onder toepassing van artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, zoals deze luidde voor 1 juli 2008 (WRO) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van 40 recreatiewoningen op eerdergenoemd perceel.

Tegen dit besluit heeft eiser I bij brief van 14 oktober 2009 en heeft eiser II bij brief van 21 oktober 2009 beroep ingesteld.

Bij brief van 8 december 2009 heeft verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend en verweer gevoerd. Daarbij heeft verweerder een gewijzigde beslissing op bezwaar, gedateerd 8 december 2009, overgelegd. Ter zitting heeft verweerder verklaard, dat het besluit op bezwaar van 1 september 2009 daarmee als ingetrokken moet worden beschouwd.

De beroepen worden ingevolge artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geacht mede gericht te zijn tegen het besluit van 8 december 2009. Bij brief van 26 maart 2010 is door eiser I een aanvullend beroepschrift ingediend tegen dat besluit.

De zaak is op 20 mei 2010 ter zitting behandeld. Namens eiser I is verschenen gemachtigde voornoemd, in het bijzijn van B.F.M. Westenenk en J.H.M. Westenenk. Eiser II is in persoon verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door P.B.N. Droste. Namens belanghebbende is verschenen (..).

2.Overwegingen

Het bestreden bouwplan voorziet in het oprichten van 40 recreatiewoningen op het in rubriek 1 omschreven perceel. De identieke woningen hebben een inhoud van 250 m3, de hoogte bedraagt 6,50 meter en de goothoogte circa 2,50 meter.

Ingevolge artikel 56a, tweede lid, van de Woningwet mag slechts en moet de bouwvergunning eerste fase worden geweigerd indien een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel c, d, e, f of g van toepassing is.

Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet moet de reguliere bouwvergunning worden geweigerd indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan.

Ingevolge het ter plekke geldende bestemmingsplan “Buitengebied van de gemeente Raalte”, rust op de in geding zijnde gronden de bestemming “Terrein voor verblijfs- en dagrecreatie, bestemmingscategorie V, deelgebied 4 (Krieghuusbelten).

Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de bestemmingsplanvoorschriften, zijn de gronden met de bestemming V (verblijfsrecreatie) bestemd voor: het recreatief verblijf in zomerhuizen, sta- en toercaravans en overige kampeermiddelen. Een en ander met bijbehorende voorzieningen waaronder randbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassingen.

Ingevolge het tweede artikellid, aanhef en sub A, onder b, zijn op deze gronden in het niet voor gebouwen aangewezen bebouwingsoppervlak maximaal 150 zomerhuizen toegestaan.

Ingevolge het tweede artikellid, aanhef en sub A, onder c, zijn in de deelgebieden 1 tot en met 4 sta-caravans en overige kampeermiddelen toegestaan, waarbij per zomerhuisje de inhoud (inclusief berging) maximaal 200 m3 mag bedragen met een maximale goothoogte van 4 meter.

Ingevolge het derde artikellid, aanhef en sub c, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bepaalde in het tweede lid, sub A, ten behoeve van de bouw van zomerhuizen met een inhoud van maximaal 250 m3, voor zover het per deelgebied niet meer betreft dan 40% van het genoemde aantal.

Ingevolge artikel 1, tweede artikellid, van de planvoorschriften wordt in het plan verstaan onder:

sta-caravan: een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.

zomerhuis c.q. recreatiewoning: een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar, te worden bewoond.

Het bouwplan is voor wat betreft de inhoud van de recreatiewoningen in strijd met het bestemmingsplan. Vanwege deze strijdigheid heeft verweerder op grond van artikel 10. derde lid, aanhef en sub c, van de planvoorschriften vrijstelling verleend.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kunnen stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 10, tweede lid, aanhef en sub A, onder b, van de planvoorschriften. Verweerder is er bij het bestreden besluit vanuit gegaan dat met het in geding zijnde bouwplan het maximaal toegestane aantal van 150 zomerhuizen niet wordt overschreden. Tevens gaat verweerder zonder daarnaar onderzoek te hebben verricht er vanuit dat met de verleende binnenplanse vrijstelling het ingevolge artikel 10, derde lid, aanhef en sub c, maximaal toegestane aantal van 60 (40% van 150) zomerhuizen met een inhoud van meer dan 200 m3, te weten maximaal 250m3, niet wordt overschreden. Verweerder heeft in dat verband verzuimd te onderzoeken hoeveel van de op camping Krieghuusbelten aanwezige onderkomens zijn aan te merken als stacaravan en hoeveel zijn aan te merken als zomerhuisje als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de planvoorschriften en voorts hoeveel zomerhuisjes een inhoud hebben van meer dan 200 m3. Daarbij wordt opgemerkt dat ingevolge de begripsbepalingen van een stacaravan slechts sprake is indien het gaat om een onderkomen op wielen, waarvoor niet ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning is vereist. Dat tot nog toe geen bouwvergunningen zijn verstrekt, maakt niet dat er geen sprake zou kunnen zijn van bouwvergunningplichtige zomerhuizen.

De conclusie is dat het besluit van 8 december 2009 in strijd is met het bepaalde in artikel 3:2 en 7:12 van de Awb. Dit gebrek dient te worden hersteld.

Overeenkomstig de op 1 januari 2010 in werking getreden Wet bestuurlijke lus Awb ziet de rechtbank in het belang van een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding verweerder op voet van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb op te dragen het hiervoor geconstateerde gebrek in het besluit van 8 december 2009 te herstellen. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting aangegeven gebruik te zullen maken van de gelegenheid het gebrek te herstellen, en heeft daarbij een termijn genoemd van zes weken.

Zoals verweerder terecht opmerkt in zijn reactie op de zienswijze bij het besluit van 8 december 2009 is de ontsluiting van het terrein een stedenbouwkundig aspect, waarover het bestemmingsplan geen bepalingen bevat, zodat de bouwaanvraag eerste fase op dit punt aan de Bouwverordening moet worden getoetst. Hiermee hangt samen de bereikbaarheid van de zomerhuizen voor de hulpdiensten.

In de reactienota wordt nog uitgegaan van twee ontsluitingsmogelijkheden. Eiser I heeft echter ter zitting bevestigd, dat hij geen toegang via de weg over zijn terrein zal toestaan aan de toekomstige bewoners van de zomerhuizen. Hij wil voorkomen, dat die bewoners de faciliteiten van zijn camping zullen gaan gebruiken.

De zomerhuizen zullen derhalve alleen bereikbaar zijn via de nieuw aan te leggen weg tussen de zomerhuizen die rechtstreeks zal aansluiten op de Krieghuisweg. Nog niet is door verweerder uitgezocht, of ontsluiting via deze ene weg voldoende is en voldoet aan de eisen van de Bouwverordening. Een advies van politie/brandweer/hulpdiensten ontbreekt.

Het onvoldoende onderzocht zijn van de ontsluiting is eveneens een gebrek in het bestreden besluit. De rechtbank zal daarom ook dit aspect in de opdracht aan verweerder meenemen.

Met toepassing van artikel 51a van de Awb draagt de rechtbank gelet op het vorenstaande aan verweerder op

a. nader onderzoek te doen naar het aantal zomerhuisjes in de zin van artikel 1 van de voorschriften van het bestemmingsplan “Buitengebied van de gemeente Raalte” die aanwezig zijn buiten het voor gebouwen aangewezen bebouwingsoppervlak in deelgebied 4 (Krieghuusbelten) en daarbij aan te geven hoeveel zomerhuisjes een inhoud hebben groter dan 200 m3;

b. na advies door de hulpdiensten na te gaan of de bereikbaarheid via de ene nog aan te leggen toegangsweg voldoende is voor de hulpdiensten, en of het bouwplan de toets aan de Bouwverordening doorstaat voor wat betreft de stedenbouwkundige aspecten.

3.Beslissing

De rechtbank draagt verweerder op om binnen zes weken na de verzending van deze tussenuitspraak

- met inachtneming van hetgeen hierboven is overwogen het besluit van 8 december 2009 te herstellen dan wel een ander besluit op de bezwaren te nemen;

-het herstelde dan wel nieuwe besluit aan de rechtbank toe te zenden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.C. van Rijckevorsel-Besier en door deze en mr. A. Landstra als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op: