Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM6522

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
02-06-2010
Zaaknummer
169868 - KG ZA 10-167
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vorderingen van Sita tegen de Provincie Overijssel afgewezen.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2010/96
JAAN 2010/56
JBO 2010/51 met annotatie van H.J. Bos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 169868 / KG ZA 10-167

Vonnis in kort geding van 2 juni 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SITA REMEDIATION B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst,

procesadvocaat mr. R.K.E. Buysrogge,

advocaat mr. R.J. Roks,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE OVERIJSSEL,

zetelend te Zwolle,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst,

advocaat mr. M.J. Mutsaers,

en

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DURA VERMEER MILIEU B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROUNDWATER TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen in het incident tot tussenkomst, tevens partij in de hoofdzaak na tussenkomst,

advocaat mr. S. Könemann.

Partijen zullen hierna Sita en de Provincie Overijssel genoemd worden, terwijl Dura en Groundwater tezamen ook zullen worden aangeduid als de Combinatie.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Sita

- de wijziging van eis

- de pleitnota van de Provincie Overijssel.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 De Provincie Overijssel heeft een Europese, niet-openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de uitvoering van de "Bodemsanering ondergrond Olasfa te Olst", fase 2 en 3. Het betreft de sanering van het terrein van de voormalige Olster Asfaltfabriek te Olst. Op het terrein heeft in het verleden fabricage van dakasfalt en teerproducten plaatsgevonden, waardoor een omvangrijke en ernstige verontreiniging met teerachtige producten in grond en grondwater is ontstaan.

Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving.

De Provincie Overijssel heeft zich in de aanbestedingsprocedure laten bijstaan door Tauw B.V.

2.2 Op de aanbesteding is het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) van toepassing, alsmede de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira).

2.3 Met de winnende inschrijver zal een prestatiecontract worden gesloten conform de UAV-GC 2005. Door gebruik te maken van een geïntegreerde contractsvorm heeft de Provincie Overijssel uitdrukkelijk innovatieve oplossingen willen stimuleren en kennis en ervaring uit de markt willen halen.

2.4 De Provincie Overijssel heeft voor de beoordeling van de inschrijvingen een speciale commissie ingesteld, bestaande uit een vaste groep van vijf personen met stemrecht, afkomstig van de Provincie Overijssel, VROM/Bodem+, Rijkswaterstaat, Dienst Landelijk Gebied en Tauw.

2.5 Zowel Sita als de Combinatie hebben zich aangediend als gegadigde en zij zijn beide (naast drie andere gegadigden) door de Provincie Overijssel uitgenodigd tot het doen van een inschrijving, hetgeen zij ook hebben gedaan.

2.6 In de Herziene inschrijvingsleidraad van 9 september 2009 (hierna: de Inschrijvingsleidraad) staan de voorwaarden en condities beschreven waaraan een inschrijving dient te voldoen. Van belang is:

4.3.1 Hoofddocument

Van de inschrijvers wordt een ontwerpdocument verwacht, waarin de inschrijver de technische details uitwerkt die voor zijn oplossingsrichting van belang zijn. Daarbij dient specifiek aandacht te worden gegeven aan de onderbouwing van de haalbaarheid van de aangedragen oplossing, afgezet tegen de saneringsdoelstellingen. Het document betreft een voorlopig ontwerp (VO).

Tabel 4.2 Subonderdelen en aspecten die aan bod dienen te komen binnen het voorlopig ontwerpdocument (...)

De inschrijver dient middels referenties (zie kader, op te nemen als bijlage van het voorlopig ontwerp) aan te tonen dat de in te zetten technieken bewezen zijn (zie ook de vraagspecificatie).

2.7 In de Herziene Vraagspecificatie van 10 september 2009 is het volgende, voor zover van belang, opgenomen:

3.3 Randvoorwaarden (...)

Als randvoorwaarden gelden: (...)

3.Ten aanzien van de in te zetten saneringstechnieken en reinigingsmethoden voor grond:

- Het is uitsluitend toegestaan om bewezen saneringstechnieken en reinigingsmethodes in te zetten. Hiermee worden technieken bedoeld waarvan de werking (het reduceren van de omvang en concentratie van bodem-/grondverontreiniging) bewezen kan worden op basis van aantoonbare ervaring.

Hiertoe dient de inschrijver per in te zetten techniek en reinigingsmethode een projectreferentie op te geven analoog aan de format en eisen zoals omschreven in de selectieleidraad.(...) In die referentie moet worden onderbouwd en aangetoond dat de techniek of methode werkt en het beoogde resultaat is behaald.

Bovendien moet de referentie betrekking hebben op een situatie die vergelijkbaar is met de situatie bij Olasfa (gelet op de aard van de verontreiniging en de geohydrologische situatie).

- Voor fase 2 is het niet toegestaan om (een vorm van) in situ biorestauratie als hoofdtechniek (...) toe te passen. (...)

Middels de hoofdsaneringstechniek dient ten minste 80 % van de aanwezige vracht te worden verwijderd, middels de ondersteunende techniek mag maximaal 20 % van de vracht worden gesaneerd. (...)

2.8 Sita heeft zich bij de voorbereiding van haar inschrijving laten bijstaan door haar adviseur DHV B.V. DHV is tot het oordeel gekomen dat in situ geen bruikbare methode is om aan de door de Provincie Overijssel gestelde saneringsvoorwaarden te voldoen. DHV heeft dit nader onderbouwd met haar rapport "Bodemsanering Olasfa terrein, welke techniek kan leiden tot het geëiste saneringsresultaat?" van 7 mei 2010 (productie 6).

Sita heeft ontgraving en verwijdering van de verontreiniging als hoofdtechniek aangeboden.

2.9 De Provincie Overijssel heeft bij brief van 23 maart 2010 aan Sita haar voornemen tot gunning bekend gemaakt:

Op 21 en 28 januari en 11 februari 2010 heeft de beoordelingscommissie uw (kwalitatieve) inschrijving conform de Herziene Inschrijvingsleidraad (...) en bijbehorende nota's inhoudelijk beoordeeld. De resultaten van de kwalitatieve beoordeling van alle inschrijvingen zijn op 15 februari 2010 gedeponeerd bij notariskantoor [NAAM] te Deventer.

Op 16 februari 2010 is op het notariskantoor [NAAM] te Deventer door [NAAM] uw kwantitatieve inschrijving geopend en is de evaluatieprijs van uw inschrijving bepaald. De economisch meest voordelige inschrijving is vastgesteld op basis van een onderlinge vergelijking van de evaluatieprijzen van de meedingende inschrijvingen. Op basis daarvan blijkt dat de combinatie Dura Vermeer/Groundwater Technology de economisch meest voordelige inschrijving heeft overgelegd. De provincie Overijssel is derhalve voornemens de opdracht te gunnen aan de combinatie Dura Vermeer/Groundwater Technology.

Als bijlagen zijn meegezonden het proces-verbaal van aanbesteding van 16 februari 2010 en het overzicht eindbeoordeling aanbesteding fase 2 en 3 Olasfa maart 2010, inhoudende, voor zover betrekking hebbend op de inschrijvingen van Sita en de Combinatie:

Onderdeel Combinatie GT/ SITA

Dura Vermeer Remediation

Visie Rapportcijfer 8 9

Monetaire meerwaarde Maximum: € 300.000,00 € 150.000,00 € 225.000,00

Ontwerpdocument (hoofddocument)

Rapportcijfer 8 7

Monetaire meerwaarde Maximum: € 1.200.000,00 € 600.000,00 € 300.000,00

Ontwerpdocument (terugvalscenario)

Rapportcijfer 8 7

Monetaire meerwaarde Maximum: € 1.200.000,00 € 600.000,00 €300.000,00

Ontwerpdocument (overlast)

Rapportcijfer 9 7

Monetaire meerwaarde Maximum: € 1.500.000,00 € 1.125.000,00 € 375.000,00

Risicodossier

Rapportcijfer 8 7

Monetaire meerwaarde Maximum: € 600.000,00 € 300.000,00 € 150.000,00

CO2-uitstoot

Rapportcijfer 6 8

Monetaire meerwaarde Maximum: € 200.000,00 € 0,00 € 100.000,00

Planning Voldoet aan minimale eisen? Ja Ja

Geen onderdeel van EMVI

Totaal Monetaire Meerwaarde Maximum: € 5.000.000,00 € 2.775.000,00 € 1.450.000,00

Inschrijfsom € 9.900.000,00 € 13.400.000,00

Evaluatieprijs € 7.125.000,00 € 11.950.000,00

2.10 Sita heeft op 29 maart 2010 gebruik gemaakt van de door de Provincie Overijssel geboden mogelijkheid om een nadere mondelinge toelichting te verkrijgen. Zij heeft gevraagd met welke saneringsoplossing de Combinatie heeft ingeschreven. De Provincie Overijssel heeft geen informatie over de inschrijving van de Combinatie verstrekt.

2.11 De Provincie Overijssel heeft Tauw gevraagd een reactie te geven op het rapport van DHV van 7 mei 2010. Tauw heeft op 18 mei 2010 een notitie opgesteld genaamd Technisch inhoudelijke toelichting haalbaarheid bodemsaneringstechnieken Olasfa-terrein, inclusief reactie op rapport 'Bodemsanering Olasfa terrein - Welke techniek kan leiden tot het geëiste saneringsresultaat?' d.d. mei 2010 van DHV in opdracht van Sita Remediation B.V. (productie I van de zijde van de Provincie Overijssel).

3. Het geschil

3.1 Sita vordert - na eiswijziging ter zitting:

Primair:

1. de Provincie Overijssel te verbieden de onderhavige opdracht aan de Combinatie of een derde te gunnen;

2. de Provincie Overijssel te verbieden de onderhavige opdracht aan een ander dan Sita te gunnen;

Subsidiair:

3. de Provincie Overijssel te bevelen om de inschrijving van de Combinatie, althans die onderdelen van de inschrijving die de voorzieningenrechter in goede justitie noodzakelijk acht, binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, aan Sita te verstrekken;

Primair en subsidiair:

4. de Provincie Overijssel te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente te rekenen vanaf 14 dagen na dit vonnis.

3.2 De Combinatie vordert:

1. haar toe te staan tussen te komen in dit geding;

2. de vorderingen van Sita af te wijzen;

3. de Provincie Overijssel te verbieden de opdracht voor de sanering fase II en III van het Olasfaterrein te gunnen aan een derde, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 750.000,- in geval van overtreding van dit verbod,

kosten rechtens.

3.3 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1 Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat Sita en de Provincie Overijssel geen bezwaar hebben tegen de door de Combinatie gevorderde tussenkomst. De Combinatie is vervolgens toegelaten als tussengekomen partij aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft.

4.2 Over de proceskosten in het incident zal worden beslist bij onderstaande beoordeling in de hoofdzaak.

5. De beoordeling in de hoofdzaak

5.1 Sita heeft ter onderbouwing van haar vordering aangevoerd dat de Provincie Overijssel haar gunningsbeslissing onvoldoende heeft gemotiveerd, waardoor zij, Sita, de uitkomst van de aanbesteding niet kan controleren. Met de summiere informatie die de Provincie Overijssel heeft verstrekt is bij Sita het vermoeden ontstaan dat de inschrijving van de Combinatie niet voldoet aan de gestelde randvoorwaarden en eisen. Immers, aan de inschrijvers is de eis gesteld dat zij een bewezen techniek aanbieden. De door de Combinatie aangeboden in situ techniek is echter geen bewezen techniek. Naar de mening van Sita is het niet mogelijk door middel van in situ technieken de door de Provincie Overijssel gestelde eis dat 80% van de aanwezige verontreiniging op het Olasfaterrein middels de hoofdtechniek moet worden verwijderd, te halen. Zij heeft dit onderbouwd met het rapport van DHV (zie ro 2.8). Daarom meent Sita dat het niet aannemelijk is dat de Combinatie passende referenties van vergelijkbare projecten heeft overgelegd, zodat zij geen geldige inschrijving heeft gedaan.

5.2 De voorzieningenrechter zal als eerste beoordelen of de Provincie Overijssel heeft voldaan aan haar motiveringsplicht ten aanzien van de gunningsbeslissing. Sita heeft ten aanzien hiervan betoogd dat de Provincie Overijssel niet heeft voldaan aan de motiveringseisen zoals die zijn neergelegd in de artikelen 41 en 55 van het Bao en artikel 6 van de Wira. De Provincie Overijssel heeft zich daarentegen op het standpunt gesteld dat zij hieraan heeft voldaan.

5.3 Artikel 41 lid 4 Bao bepaalt, voor zover van belang, dat de aanbestedende dienst zo spoedig mogelijk een inschrijver die een aan de eisen beantwoordende inschrijving heeft gedaan, in kennis stelt van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving. Deze informatieverstrekking vindt zijn grens daar waar openbaarmaking van die gegevens de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van ondernemers zou kunnen schaden, of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen doen (artikelen 6 en 41 lid 5 Bao).

Bij het in kennisstellen door de Provincie Overijssel van Sita van de voorlopige gunningsbeslissing heeft de Provincie Overijssel genoemd proces-verbaal van aanbesteding en het overzicht eindbeoordeling aan Sita overgelegd (zie ro 2.9). Naar aanleiding hiervan heeft Sita aan de Provincie Overijssel een nadere motivering gevraagd, aangezien zij op basis van eigen onderzoek het vermoeden had dat de winnende inschrijver met een techniek had ingeschreven die voor deze aanbesteding niet als een bewezen techniek kan worden beschouwd.

5.4 Op 29 maart 2010 heeft de Provincie Overijssel een mondelinge toelichting gegeven. Tijdens dat gesprek heeft de Provincie Overijssel de scores van Sita op de verschillende subgunningscriteria nader toegelicht. De Provincie Overijssel is daarbij niet ingegaan op het vermoeden van Sita dat de Combinatie een ongeldige inschrijving heeft gedaan en heeft geen informatie verstrekt over de techniek waarmee de Combinatie heeft ingeschreven en de door haar opgegeven referentieprojecten.

5.5 De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de door de Provincie Overijssel aanvankelijk verstrekte informatie, gezien de uitdrukkelijke vragen die Sita daarover heeft gesteld, in de gegeven situatie vooreerst onvoldoende was. Van de Provincie Overijssel als aanbestedende dienst had immers mogen worden verwacht dat zij aan Sita meer inzicht, duidelijkheid en openheid ten aanzien van de winnende inschrijving had gegeven, zonder dat zij bedrijfsvertrouwelijke informatie van de Combinatie zou prijsgeven. Dat de Provincie Overijssel hiertoe ook in staat was, blijkt uit de door haar in het kader van deze kort geding procedure opgemaakte notitie van Tauw (zie ro 2.11) en de verdere ter zitting verstrekte informatie. Dienaangaande merkt de voorzieningenrechter op dat het de Provincie Overijssel had gesierd als zij dit in een eerder stadium had gedaan, doch nu de Provincie Overijssel alsnog dat inzicht en die duidelijkheid en openheid heeft gegeven, heeft zij niettemin daarmee naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldaan aan haar motiveringsplicht.

5.6 De volgende vraag die dient te worden beantwoord is of de Provincie Overijssel in redelijkheid tot de conclusie kon komen dat de Combinatie met de door haar aangeboden in situ techniek als hoofdtechniek heeft voldaan aan randvoorwaarde 3.3 sub 3 van de Herziene vraagspecificatie (zie ro 2.7) inhoudende dat het uitsluitend is toegestaan om bewezen saneringstechnieken en reinigingsmethoden in te zetten.

5.7 Uit de aanbestedingsdocumenten blijkt dat het de inschrijvers niet wordt verboden om een bepaalde saneringstechniek en/of reinigingsmethode te hanteren. Hierop is één uitzondering gemaakt: het is niet toegestaan om (een vorm) van in situ biorestauratie als hoofdtechniek toe te passen. Tussen partijen is dan ook niet in geschil dat de Provincie Overijssel in situ technieken heeft willen toestaan.

5.8 Ter zitting heeft de Provincie Overijssel aangegeven dat de Combinatie (in situ) stoom gestimuleerde extractie (SGE) als hoofdtechniek heeft aangeboden.

5.9 Sita heeft haar stellingen onderbouwd met het rapport van DHV (zie ro 2.8), waartegen de Provincie Overijssel zich heeft verweerd met de notitie van Tauw (zie ro 2.11).

De voorzieningenrechter zal het rapport en de notitie, voorzover deze zien op stoominjectie, met elkaar vergelijken.

DHV heeft in hoofdstuk 3 van haar rapport gemeld dat zij een concentratie van minerale olie van 1.080.000 µg/l heeft gemeten, dat het vereiste saneringsresultaat 1.000 µg/l is en dat hieruit volgt dat een saneringsrendement van 99,91% is benodigd. Vervolgens is in paragraaf 5.8 (waar de toepasbaarheid van stoominjectie wordt behandeld) opgenomen:

Een verhittingstechniek zoals stoominjectie geeft na ontgraving met een rendement van maximaal 99% het hoogste reinigingsrendement, maar dat voldoet niet aan de saneringsdoelstelling van 1.000 µg/l (1% van 1.080.000 µg/l minerale olie (peilbuis 217 11-12 m-mv) is 10.800 µg/l).

De notitie van Tauw zegt ten aanzien van de door DHV vermelde concentratie van minerale olie in paragraaf 4.1:

De aldaar genoemde grondwaterconcentratie van 1.080.000 µg/l aan minerale olie is om twee redenen onjuist:

1. Deze concentratie is ver boven de oplosbaarheid van de minerale olie in de teer. In de rapportage van TTE (bron 59), waar DHV in § 5.6 naar verwijst, is gevonden dat de maximale evenwichtsconcentratie 56.500 µg/l minerale olie is. De door DHV genoemde concentratie is alleen mogelijk wanneer bij de bemonstering van het water pure teer is meegenomen. In het zeer uitgebreide saneringsgerichte onderzoek uit 2009 (bron 71) is in de bronzone maximaal 22.000 µg/l minerale olie aangetroffen.

2. De waarde in het DHV-rapport is een éénmalig resultaat en geeft een zware overschatting van de in de bronzone gemeten gemiddelde concentratie aan minerale olie.

In reactie op paragraaf 5.8 van DHV schrijft Tauw in paragraaf 4.2.2, ad 4:

Evenals bij ISCO geldt voor stoominjectie/stoom gestimuleerde extractie dat de berekening van DHV gebaseerd is op de onjuiste en niet representatieve grondwaterconcentratie van 1.080.000 µg/l. Bij een rendement van 99 % en een maximale concentratie van 22.000 µg/l minerale olie is de eindconcentratie tot 220 µg/l. De gemiddelde concentratie uit 76 sterk verontreinigde monsters aan minerale olie in de bronzone op het middenterrein uit het SGO van 2009 bedraagt circa 6.700 µg/l. Bij een rendement van 99 % is dan een reductie tot 67 µg/l minerale olie mogelijk.

5.10 DHV heeft kennelijk aan de hand van de hoge concentratie minerale olie de conclusie getrokken dat met stoominjectie de saneringsdoelstelling niet kan worden gehaald. Tauw heeft echter uitdrukkelijk opgemerkt dat DHV van een (veel) te hoge concentratie van minerale olie is uitgegaan. Dit is niet door Sita weersproken, zodat van de door Tauw opgegeven waarden zal worden uitgegaan. Nu DHV heeft aangegeven dat stoominjectie een rendement van maximaal 99% geeft - doch uitgaande van de door Tauw opgegeven maximale concentratie van 22.000 µg/l - zal per saldo een eindconcentratie kunnen worden behaald van 220 µg/l. Deze valt binnen de gemelde saneringsdoelstelling van 1.000 µg/l. Hieruit kan derhalve niet de gevolgtrekking worden gemaakt dat stoominjectie op het Olasfaterrein niet geschikt is.

De vraag of het behalen van de saneringsdoelstelling al dan niet een door de Provincie Overijssel gestelde voorwaarde is, kan gezien het vorenstaande in het midden blijven.

5.11 De stellingen van DHV dat stoominjectie sporadisch wordt ingezet en dat deze techniek voor het Olasfaterrein in principe wel toepasbaar is, maar niet binnen de gestelde saneringstermijn, wordt door haar niet onderbouwd.

Op de stelling van DHV: er bestaat tevens een hoog risico op ongecontroleerde verspreiding van de verontreinigingen door mobilisatie van puur product tot onder de kleilaag. Bij puur product in de vorm van zaklagen treedt bij een kleine verstoring een verticale verspreiding op. Bij opwarming is dit risico nog groter, heeft Tauw als volgt gereageerd (paragraaf 4.2.2, ad 3):

Bij verwarming wordt puur product (teer) gemobiliseerd en er bestaat een kans dat het verder naar beneden zakt. DHV gaat echter voorbij aan het feit dat bij verwarming de dichtheid van olie lager wordt ten opzichte van die van water waardoor er een drijvende kracht naar boven ontstaat in plaats van naar beneden. Bovendien bestaat de onderliggende Eemlaag uit slecht doorlatende klei waarop zich op sommige plaatsen een zaklaag heeft gevormd. De gemobiliseerde zaklaag zal zich door de slechte doorlatendheid van de klei niet naar beneden kunnen bewegen. De bovenste laag van de klei door de stoominjectie opgewarmd en de mobiele, goed oplosbare verontreinigingen die zich toch in de bovenste kleilaag hebben kunnen indringen zullen uiteindelijk door de verwarming alsnog worden verwijderd.

Hierop is door Sita niet meer gereageerd, zodat de voorzieningenrechter zal aanknopen bij de gemotiveerde weerspreking van Tauw.

5.12 De voorzieningenrechter is al met al van oordeel dat voorshands kan worden aangenomen dat Sita niet is geslaagd in haar stelling dat (in situ) stoom gestimuleerde extractie niet voldoet aan de door de Provincie Overijssel gestelde eisen en voorwaarden in deze aanbesteding.

5.13 Sita heeft zich voorts nog op het standpunt gesteld dat de Combinatie geen passende referenties van vergelijkbare projecten heeft overgelegd, zodat haar inschrijving ongeldig is.

De Provincie Overijssel heeft ter zitting in algemene bewoordingen één referentieproject van de Combinatie toegelicht, dat is uitgevoerd met toepassing van de door deze laatste aangeboden (in situ) stoom gestimuleerde extractie. Het betreft een bodemsaneringsproject (sanering door middel van stoominjectie van een met creosoot verontreinigd bedrijventerrein) dat combinant Groundwater Technology in één van de EU-landen heeft uitgevoerd. Creosoot is een teerproduct en komt sterk overeen met de verontreinigingen die op het Olasfaterrein worden aangetroffen. De bodemopbouw lijkt veel op die van het Olasfaterrein: matig fijn zand met siltige bijmengingen. Dat geldt ook voor de geohydrologische situatie. Het doel van de opdrachtgever is gehaald en deze heeft een tevredenheidsverklaring gegeven, aldus de Provincie Overijssel.

Hiermee heeft de Provincie Overijssel naar het oordeel van de voorzieningenrechter en binnen de grenzen van de door de Provincie Overijssel te betrachten vertrouwelijkheid genoegzaam aangetoond dat de Combinatie een referentie heeft overgelegd die vergelijkbaar is met de situatie bij Olasfa, gelet op de aard van de verontreiniging en de geohydrologische situatie.

5.14 Uit het bovenstaande volgt dat de primaire vorderingen van Sita tegen de Provincie Overijssel moeten worden afgewezen en dat de vordering sub 2 van de Combinatie tegen Sita en de Provincie Overijssel dient te worden toegewezen.

5.15 De subsidiaire vordering ex artikel 843a Rv, voorzover al toewijsbaar in kort geding, zal gezien ro 5.5 worden afgewezen.

5.16 Ten aanzien van de vordering van de Combinatie jegens de Provincie Overijssel om deze laatste te verbieden de opdracht voor de sanering fase 2 en 3 van het Olasfaterrein te gunnen aan een derde, welke vordering door de Provincie Overijssel is betwist, zal worden afgewezen. Niet is immers aannemelijk geworden dat de Provincie Overijssel voornemens is om het werk aan een derde te gunnen.

5.17 Ten aanzien van de proceskosten voorzover die zien op de verhouding tussen Sita en de Provincie Overijssel is van belang dat laatstgenoemde pas in deze procedure de nadere informatie waar Sita om had gevraagd, heeft verstrekt (zie hiervoor ro 5.5). De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.18 De Combinatie is als zelfstandige partij, met eigen weren, opgetreden in de hoofdzaak. Derhalve wordt Sita veroordeeld in de kosten aan de zijde van de Combinatie, welke worden begroot op:

in het incident:

- op nihil;

- in de hoofdzaak:

- vast recht 131,50 (0,5 x EUR 263,00)

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.035,50

5.19 De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de proceskosten tussen De Combinatie en de Provincie Overijssel te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

6. De beslissing

6.1 De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Sita af,

6.2 compenseert de proceskosten tussen Sita en de Provincie Overijssel in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

6.3 wijst de vordering sub 2 van de Combinatie toe,

6.4 wijst de vordering sub 3 van de Combinatie af,

6.5 veroordeelt Sita in de proceskosten, aan de zijde van de Combinatie tot op heden begroot op EUR 1.035,50,

6.6 compenseert de proceskosten tussen de Combinatie en de Provincie Overijssel in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

6.7 verklaart dit vonnis wat betreft 6.4 en 6.5 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2010.