Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM5049

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
20-05-2010
Datum publicatie
20-05-2010
Zaaknummer
07.630167-08, 07.630220-09, 07.630273-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft vandaag een 49-jarige man uit Enschede veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging. Hij krijgt deze straf voor het doden in 1991 van het achtjarige meisje Semiha Metin uit Deventer. De verdachte werd tevens veroordeeld voor verkrachting van en ontucht met verschillende jeugdige meisjes en het op grote schaal bezitten en maken van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.630167-08, 07.630220-09, 07.630273-09 (P)

Uitspraak: 20 mei 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [datum 1960, plaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2009, 4 februari 2010, 29 april 2010 en 6 mei 2010.

De verdachte is verschenen ter terechtzittingen van 10 november 2009 en 6 mei 2010, bijgestaan door mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede.

Als officier van justitie was aanwezig mr. S.T.C. van der Werf.

Ter terechtzitting van 4 februari 2010 heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers

07.630167-08, 07.630220-09 en 07.630273-09 tegen de verdachte aangebrachte zaken.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting van 4 februari 2010 gewijzigd)

VOORVRAGEN

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is ten aanzien van het onder parketnummer 07.630273-09 ten laste gelegde. Naar zijn zeggen is sprake van hervonden herinneringen bij [slachtoffer A]. In dat geval schrijft de aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (verder: aanwijzing) dwingend voor dat de officier van justitie de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (verder: LEBZ) consulteert alvorens beslissingen in het opsporingsonderzoek te nemen. Daarnaast kan de zaak facultatief aan de LEBZ worden voorgelegd door de officier van justitie, indien het misbruik langer dan acht jaar geleden is voorgevallen.

In de aanwijzing staat de volgende definitie van hervonden herinneringen: "herinneringen die gedurende lange tijd afwezig zijn en daarna worden hervonden, bijvoorbeeld tijdens behandelingen door hulpverleners."

Blijkens het dossier heeft [slachtoffer A] - naar aanleiding van alle berichtgeving over verdachte in de media - de beslissing genomen om aangifte te doen van hetgeen zich tussen haar en verdachte heeft afgespeeld.

De rechtbank overweegt dat niets er op wijst dat sprake is van hervonden herinneringen. Het komt de rechtbank voor dat [slachtoffer A] er voor heeft gekozen om niet eerder over het voorval te spreken. De officier van justitie was gelet hierop niet gehouden om de zaak voor te leggen aan de LEBZ. Zoals door de raadsman al is gesteld, schrijft de aanwijzing in het geval dat het misbruik langer dan acht jaar geleden is voorgevallen slechts een facultatieve consultatie van de LEBZ voor. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging, ook ten aanzien van het onder parketnummer 07.630273-09 ten laste gelegde. De rechtbank heeft verder vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting betoogd dat hetgeen onder parketnummer 07.630167-08 meer subsidiair, onder parketnummer 07.630220-09 onder 1, 2, 3 en 4 en onder parketnummer 07.630273-09 primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting vrijspraak betoogd ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630167-08, 07.630220-09 onder 1 en 07.630273-09 ten laste is gelegd. Hetgeen onder parketnummer 07.630220-09 onder 2, 3 en 4 ten laste is gelegd kan bewezen worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen1, het navolgende.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630167-08 ten laste is gelegd:

Verdachte was in 1991 de overbuurman van slachtoffer [slachtoffer B]. Vanuit zijn appartement kon hij bij het appartement van [slachtoffer B] aan de overzijde van de straat binnenkijken. De moeder van [slachtoffer B], mevrouw [moeder slachtoffer B], heeft verklaard dat [slachtoffer B] contact heeft gehad met verdachte over een papegaai die tijdelijk op haar balkon heeft gestaan en dat verdachte en [slachtoffer B] onderling vaker contact hadden vanaf de balkons, waarbij ook over en weer werd gezwaaid.2 Verdachte verklaart dat hij in de loop der tijd een sterker contact heeft gekregen met [slachtoffer B]. Hij kwam bij haar thuis en streelde dan tussen haar benen, kuste haar en likte haar tussen de benen.3 Daarbij kwam het wel eens voor dat zijn vinger tijdens het strelen de vagina binnen ging.4 Verdachte nam snoepjes en Turkse pinda's voor haar mee om haar te kalmeren als ze onrustig werd van zijn handelingen.5 Op 14 februari 1991 is op de bank in de woonkamer een bakje met noten aangetroffen.6 Verdachte heeft verklaard dat hij op de bewuste dag bij [slachtoffer B] aan de deur is geweest7 en dat hij Turkse pinda's heeft meegenomen.8

Op 14 februari 1991 is het lichaam van [slachtoffer B] in haar woning aangetroffen. Zij is overleden als gevolg van inwerking van uitwendig mechanisch samendrukkend geweld op haar hals zoals door wurging of strangulatie kan worden opgeleverd.9 De moeder van [slachtoffer B] heeft haar dochter aangetroffen met de nachtjapon van de moeder om de nek gewikkeld. Deze nachtjapon was de avond ervoor gewassen en hing te drogen op de slaapkamer van [slachtoffer B].10 Op deze nachtjapon zijn drie speekselsporen aangetroffen en veiliggesteld.11 Van twee sporen is vastgesteld dat ze afkomstig zijn van respectievelijk [slachtoffer B] en haar moeder. Ten aanzien van het derde spoor is een DNA-match vastgesteld met verdachte. De kans dat dit spoor van een willekeurig ander persoon afkomstig is, is kleiner dan één op één miljard.12

Op het lichaam van [slachtoffer B] zijn voorts twee schaamharen aangetroffen, die niet afkomstig zijn van haar moeder en haar stiefvader, doch daarentegen overeenkomsten vertonen met het schaamhaar van verdachte.13

Tijdens de sectie op het lichaam van [slachtoffer B] is geconstateerd dat er bloed uit haar vagina kwam en dat er een scheurtje aanwezig was aan de onderzijde van haar vagina.14 Naar aanleiding van vragen vanuit het Landelijk Team Kindermoorden hebben de heren [namen] aan de hand van de foto's van het lichaam van [slachtoffer B] geconcludeerd dat het letsel aan de vagina zeer waarschijnlijk bij leven is ontstaan door manipulatie. Het letsel lijkt veroorzaakt door penetratie met een klein scherp voorwerp, bijvoorbeeld een scherpe nagel.15

De verdediging heeft gesteld dat de verklaringen van verdachte niet als bewijs kunnen worden gebruikt, omdat hij tijdens de verhoren verward was, hij onder druk is gezet en hem woorden in de mond zijn gelegd. Bij het uitkijken van een deel van het verhoor van 4 september 2009 is de rechtbank van enige uitgeoefende druk evenwel niet gebleken. Verdachte maakt een alerte indruk en verklaart uit zichzelf gedetailleerd over het misbruik van [slachtoffer B]. Dit verweer wordt derhalve verworpen.

Anders dan de raadsman heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van gerede twijfel ten aanzien van de door het NFI uitgevoerde onderzoeken naar op de plaats delict aangetroffen sporen en de vergelijking van opgestelde DNA-profielen met het DNA-profiel van verdachte. De rechtbank heeft kennisgenomen van alle door het NFI uitgevoerde onderzoeken. Daarbij is niet gebleken van onregelmatigheden in de wijze van uitvoering noch in de wijze van bewaren van de verschillende sporen en profielen. De discrepantie tussen de uitkomst van het serologisch onderzoek zoals vastgelegd in het NFI-rapport van 1 juli 1991, dat verdachte uitsloot als mogelijke donor, en de DNA-match van 9 juli 2009 wordt door dr. A.J. Kal in zijn brief van 29 april 2010 aan de rechter-commissaris. Hij verklaart dat het resultaat van het serologisch onderzoek een vals-negatief resultaat is. Daarbij merkt hij op dat serologisch onderzoek niet dezelfde gevoeligheid kent als het DNA-onderzoek waardoor het is vervangen.16 De rechtbank kan zich vinden in deze verklaring en maakt deze tot de hare.

De raadsman heeft verder betoogd dat de DNA-match gevonden is aan de hand van de standaard methoden, terwijl er sprake was van lage concentraties en die methoden daarvoor niet geschikt waren. Dr. A.J. Kal heeft in zijn brief van 29 april 2010 aan de rechter-commissaris verklaard dat de standaard onderzoeksmethoden zijn gebruikt ten aanzien van het verkrijgen van DNA-profielen uit de aangetroffen speekselsporen. Hoewel de sporen lage concentraties DNA bevatten, was er geen noodzaak om de LCN-analysemethode te gebruiken. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen. Het verweer wordt verworpen.

Ten slotte wordt ook het betoog van de raadsman dat sprake is van tunnelvisie, gebaseerd op een handgeschreven opmerking in het dossier uit 1991, door de rechtbank afgewezen. De rechtbank begrijpt deze opmerking als geschreven door een medewerker van het laboratorium en inhoudende een mededeling over de werkzaamheden die aldaar werden uitgevoerd. Uit niets blijkt dat dit een officieel verzoek van de officier van justitie betreft. Bovendien is verdachte niet in zijn belangen geschaad, omdat het onderzoek tegen hem in de desbetreffende zaak in een later stadium is geseponeerd.

De latere verklaring van de verdachte dat zijn speeksel op de pyjama is terechtgekomen, omdat hij zou hebben geniesd of geproest, terwijl hij aan de deur bij [slachtoffer B] stond om haar wat kindertijdschriften te geven, wordt door de rechtbank als een leugenachtige verklaring terzijde geschoven. Temeer daar voor die verklaring geen enkele onderbouwing in het dossier is te vinden.

Overwegende dat het dossier geen aanwijzingen bevat waaruit de voorbedachte rade op het doden van [slachtoffer B] volgt en niet kan worden bewezen dat de doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van een seksueel delict voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren, dient verdachte te worden vrijgesproken van de moord en de gekwalificeerde doodslag. De rechtbank komt wel tot een bewezenverklaring met betrekking tot de meer subsidiair tenlastegelegde doodslag.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630220-09 onder 1 ten laste is gelegd:

Op 17 juni 2009 wordt door de ouders van [slachtoffer C] geconstateerd dat zij bloed in haar onderbroekje heeft. Desgevraagd zegt [slachtoffer C] dat [verdachte] haar heeft gelikt.17 Na onderzoek in het ziekenhuis blijkt dat [slachtoffer C] letsel heeft in haar vagina, te weten twee scheurtjes. Arts Evers verklaart dat dit letsel zou kunnen passen bij een kras door een nagel en dat het niet waarschijnlijk is, maar ook niet uit te sluiten, dat dit letsel alleen door likken is veroorzaakt.18 De heer Bilo verklaart dat het letsel een schaafwond betreft en geen scheurtjes en dat het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten is dat het letsel het gevolg is van een contact tussen tong en het slijmvlies, tenzij sprake is van complicerende factoren zoals een tongpiercing. Het letsel kan wel door het krassen met een nagel en door het bewegen van de vingertop zijn veroorzaakt. Een val van een schommel, zoals door verdachte is gesteld, is geen plausibele verklaring voor het letsel.19

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 17 juni 2009 de vagina van [slachtoffer C] heeft gelikt. Ter terechtzitting heeft verdachte onder het uitsteken van zijn tong laten zien dat hij geen tongpiercing heeft. Ook heeft hij bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer C] op 17 juni 2009 aan de bovenkant van haar vagina heeft gekrabd met zijn nagels.20 Verder heeft hij verklaard dat hij wel met zijn vinger over haar vagina heeft gestreken. Hij is niet helemaal met de vinger naar binnen geweest, heeft haar naar eigen zeggen niet ontmaagd.21 Ten slotte heeft hij ook verklaard dat hij heeft geprobeerd om met [slachtoffer C] seks te hebben.22 Ter terechtzitting heeft hij dit allemaal bevestigd.23

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat verdachte de verwonding in de vagina van [slachtoffer C] heeft veroorzaakt met zijn vinger, zodat geconcludeerd moet worden dat verdachte met zijn vinger is binnengedrongen in de vagina. De rechtbank komt dan ook tot de bewezenverklaring van dit feit.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630220-09 onder 2 ten laste is gelegd:

Verdachte heeft zelf ter terechtzitting verklaard dat hij foto's van [slachtoffer C] heeft gemaakt, terwijl hij haar billen uit elkaar hield, dan wel terwijl hij haar beentjes en armpjes aan elkaar had geplakt met tape, dan wel terwijl zij zelf haar beentjes uit elkaar hield. Ook heeft hij aangegeven dat de handen die zichtbaar zijn op de foto's zijn handen zijn.24 Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij opgewonden raakte als [slachtoffer C] alleen al haar beentjes uit elkaar hield.25 Verder heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer C] heeft gelikt en gestreeld tussen haar benen, over haar borsten en haar gezicht26 en dat hij dit gedurende twee jaar heeft gedaan.27 De rechtbank is derhalve van oordeel dat dit feit bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630220-09 onder 3 ten laste is gelegd:

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 19 juni 2009 zijn dertien pornografische afbeeldingen van [slachtoffer C] aangetroffen. Deze foto's zijn gemaakt op 22 augustus 2008,

27 augustus 2008 en 29 oktober 2008.28 Zoals hiervoor al genoemd heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij deze foto's van [slachtoffer C] heeft gemaakt en dat de handen die te zien zijn op twee foto's zijn handen zijn.29 Ook bij de politie heeft hij al verklaard dat hij foto's van [slachtoffer C] heeft gemaakt waarbij hij er voor zorgde dat haar vagina prominent in beeld kwam, onder andere door het aan elkaar tapen van de handen en voeten van [slachtoffer C].30 Hij bewaarde deze foto's op zijn computer om ze later nog eens te kunnen bekijken.31 De rechtbank is van oordeel dat dit feit bewezen kan worden verklaard. Gelet op de lange periode waarin de foto's zijn gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat tevens bewezen kan worden verklaard dat verdachte van het maken van de foto's een gewoonte heeft gemaakt.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630220-09 onder 4 ten laste is gelegd:

Op de computer en andere gegevensdragers van verdachte zijn 18.419 pornografische foto's en filmpjes aangetroffen. Hierop zijn nagenoeg alleen maar meisjes in de leeftijd van 0 tot 11 jaar te zien die betrokken zijn bij seksuele handelingen, waaronder orale, vaginale en anale penetratie. Het grootste deel van deze meisjes is 5 of 6 jaar oud.32

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij vanaf 2006 kinderporno heeft gedownload op zijn computer. Hij is direct nadat zijn computer in 2006 door de politie in beslag is genomen opnieuw begonnen met het binnenhalen van dergelijke afbeeldingen.33 Dit heeft hij ter terechtzitting herhaald.34 Bij de politie is een aantal foto's getoond aan verdachte. Hij herkent zich op deze foto's en spreekt over "mijn benen"35, "dat ik tussen haar benen heb gespoten"36 en "dat ik bij haar binnen ben"37. Weliswaar zegt verdachte bij het doorvragen dat hij niet de man is die op de foto's te zien is, maar de rechtbank acht deze intrekking van de verklaring, gelet op de spontane bekennende verklaring, niet geloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat het vervaardigen en bezitten van kinderporno bewezen kan worden verklaard. Gelet op de periode waarbinnen de kinderporno is gedownload en de hoeveelheid van de afbeeldingen, kan tevens bewezen worden verklaard dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

Ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 07.630273-09 ten laste is gelegd:

[slachtoffer A] heeft aangifte gedaan van misbruik door de verdachte in 2000 of 2001. Zij was toen 10 of 11 jaar oud. Zij kwam toen vaak bij haar oma, [naam oma]. In die periode was verdachte de tuinman van haar oma. Zij verklaart dat verdachte haar in de keuken heeft betast. Hij heeft met zijn handen over haar borsten gevoeld. Ook heeft hij met zijn hand over haar vagina gevoeld en is met één of meer vingers in haar vagina geweest.38 Andere soortgelijke voorvallen kan zij zich niet herinneren.

Verdachte zelf heeft bij de politie verklaard dat hij de tuin van [naam oma] heeft onderhouden. Daar kwam wel eens een meisje van 10 of 11 jaar over de vloer. Hij heeft bij haar tussen de benen en over de vagina gewreven met zijn handen. Dit is volgens hem zes of zeven keer gebeurd. Hij ontkent dat hij bij [slachtoffer A] is binnengedrongen.39

De rechtbank constateert dat [slachtoffer A] over slechts één voorval spreekt, terwijl verdachte aangeeft dat het meerdere keren is voorgevallen. De rechtbank concludeert dat er sprake is van voldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer A]. Voor het seksueel binnendringen van [slachtoffer A] is evenwel onvoldoende wettig en voldoende bewijs voorhanden. Hiervan zal verdachte derhalve worden vrijgesproken, zoals ook door de raadsman subsidiair is betoogd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder de parketnummers 07.630167-08, 07.630220-09 en 07.630273-09 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

ten aanzien van het onder parketnummer 07.630167-08:

hij op 14 februari 1991 in de gemeente Deventer opzettelijk [slachtoffer B] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet, die [slachtoffer B] met een pyjama de keel dichtgetrokken en/of dichtgetrokken gehouden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer B] is overleden;

ten aanzien van het parketnummer 07.630220-09:

1.

hij op 17 juni 2009 in de gemeente Enschede met [slachtoffer C] (geboren op [datum] 2006), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer C], hebbende verdachte:

- met zijn tong de vagina en de schaamlippen van die [slachtoffer C] gelikt en

- zijn tong tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [slachtoffer C] gebracht en/of geduwd en

- met zijn vingers de schaamlippen en/of de vagina van die [slachtoffer C] betast en

- zijn vingers tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [slachtoffer C] gebracht en/of geduwd en/of bewogen

2.

hij op één of meer verschillende tijdstippen in de periode van 28 april 2006 tot 17 juni 2009 in de gemeente Enschede telkens met [slachtoffer C] (geboren op[datum] 2006), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, telkens hieruit bestaande dat hij:

- met zijn tong de vagina en/of de schaamlippen en/of de borsten/tepels en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer C] heeft gelikt en gekust en

- met zijn vingers de vagina en/of de schaamlippen en/of de borsten/tepels en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer C] heeft betast en/of gestreeld en/of vastgepakt en

- met zijn handen de billen van die [slachtoffer C] uit elkaar heeft geduwd om vervolgens van die [slachtoffer C] in die positie foto's te maken en

- de linkerpols en linkervoet van die [slachtoffer C] aan elkaar heeft vastgeplakt/getaped om vervolgens van die [slachtoffer C] in die positie foto's te maken en

- die [slachtoffer C] haar benen heeft laten optrekken, terwijl zij met haar rug op een dekbed lag om vervolgens van die [slachtoffer C] in die positie foto's te maken

3.

hij in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 17 juni 2009 in de gemeente Enschede, dertien (13) afbeeldingen heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer -zakelijk weergegeven-:

- zoals afgebeeld op drie (3) foto's van [slachtoffer C] (geboren op[datum] 2006), die vermoedelijk zijn gemaakt op 22 augustus 2008 om respectievelijk 10.39.19 uur, 10.39.37 uur en 10.40.21 uur:

[slachtoffer C] is hierbij naakt en ligt wijdbeens op haar rug op een zwart/wit dekbed met diverse motieven. Ze draagt roze sokjes met daarop donkere bloemetjes. Haar vagina komt hierbij nadrukkelijk in beeld en

- zoals afgebeeld op acht (8) foto's van [slachtoffer C] (geboren op [datum] 2006), die vermoedelijk zijn gemaakt op 27 augustus 2008 tussen 08.49.27 uur en 08.54.41 uur:

[slachtoffer C] ligt naakt op haar rug met gespreide beentjes op een dekbed. Dit dekbed is licht- en donkerbruin gestreept met op de randen rode stiksels. Op de eerste twee afbeeldingen ligt ze op een opengeslagen luier op het dekbed. Haar linkerpols en linkervoetje zijn hierbij met een soort witte tape aan elkaar vast geplakt. Op de volgende drie multimediafiles ligt ze met opgetrokken beentjes op het dekbed. Haar linkerpols en voetje zijn niet meer aan elkaar vastgeplakt. Ze ligt nog wel met haar bips op de opengeslagen luier. Op de laatste drie afbeeldingen ligt ze zonder luier wijdbeens op het dekbed. Op al deze acht afbeeldingen wordt haar vagina nadrukkelijk in beeld gebracht.

- zoals afgebeeld op twee (2) foto's van [slachtoffer C] (geboren op [datum] 2006), die vermoedelijk zijn gemaakt op 29 oktober 2008 om respectievelijk 11.55.25 uur en om 11.56.34 uur):

[slachtoffer C] ligt met ontbloot onderlichaam op een beige/lichtbruin kleurig ribfluwelen sprei/deken/kleed. Op de eerste afbeelding is het onderlichaam met opgetrokken benen van [slachtoffer C] te zien. Hierbij worden de billetjes door twee mannenhanden uit elkaar getrokken. Op de tweede afbeelding is (ook) het ontblote onderlichaam met opgetrokken beentjes van [slachtoffer C] zichtbaar. Hierbij worden de billetjes door twee mannenhanden uit elkaar getrokken. Om de linkerpols van de mannenhand zit een horloge met een metaalkleurige band.

(locatie van boven vermelde multimediafiles: [locatie], proces-verbaal van bevindingen opgemaakt 21 juli 2009)

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

4.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 17 juni 2009 in de gemeente Enschede, een groot aantal (18419) afbeeldingen heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer -zakelijk weergegeven-:

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van de/die perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer):

* een foto van een blank naakt meisje van ongeveer 9 à 10 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, met lang zwart haar, gedragen in een staart, wijdbeens zittend in een stoel. De vagina van dit meisje wordt nadrukkelijk in beeld gebracht. De hierboven omschreven afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste 35 andere afbeeldingen van dit meisje in dit decor, die eveneens bij deze verdachte zijn aangetroffen.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].JPG, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2692, onder 1)

en

* een foto van een blank naakt meisje van ongeveer 7 à 8 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, met halflang donker haar wat ze in een staartje met een rood elastiekje draagt. Dit meisje ligt wijdbeens op haar rug op een bank. Met haar handen "trekt" ze haar billetjes uit elkaar waardoor haar vagina duidelijk zichtbaar wordt.

(nummer: 5106.01.05.01.07.1, naam:[Bestandsnaam].JPG, pagina 2692, onder 2)

en

* een foto van een blank meisje van ongeveer 4 à 5 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met lang lichtblond haar die zich vermoedelijk op een zolder van een woning of schuur bevindt. Dit meisje staat voorover gebukt en draagt een roze jurkje en een wit onderbroekje met diverse prints. Terwijl ze zo staat is de (linker)hand van een volwassen man zichtbaar die het pijpje van het slipje opzij doet waardoor haar vagina en anus nadrukkelijk in beeld worden gebracht.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].jpg, pagina 2693, onder 5)

en

* een foto van een blank meisje van ongeveer 2 à 3 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Afgebeeld is een close up van het naakte onderlichaam van dat meisje. Het meisje ligt op haar rug met opgetrokken beentjes op een bed. De vingers van de (linker)hand van een volwassen mannenhand spreiden de billetjes van dit meisje waardoor (de binnenkant van) haar vagina zichtbaar is. De hierboven omschreven afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste 32 andere afbeeldingen van dit meisje in dit decor, die eveneens bij verdachte zijn aangetroffen. Daarnaast werden er 260 andere kinderpornografische afbeeldingen van dit meisje aangetroffen in dezelfde setting maar nu onder de verzamelnaam "[naam]".

(nummer: 05106.01.05.01.07.1 , naam: [Bestandsnaam].JPG, één of meer andere foto's van hetzelfde meisje, pagina 2693, onder 6)

en

* een foto van het onderlichaam van een blank meisje van 5 à 6 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Dit meisje ligt op haar buik op een dekbed. Ze draagt een blauw onderbroekje. De wijsvinger van de linkerhand van een volwassen man trekt/duwt het pijpje van het blauwe onderbroekje van het meisje opzij waardoor haar vagina zichtbaar wordt. Het dekbed heeft blauwe en witte vlakken, op de witte vlakken staat een print van een poes met rode laarzen. Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van 4 foto's welke zijn aangetroffen bij de verdachte in de map. In de hierop volgende foto's wordt de indruk gewekt dat de volwassen man zich aftrekt en ejaculeert boven het onderlichaam van het meisje.

(nummer: 05106.06.01.01.01.2, naam: [Bestandsnaam], en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2694, onder 8)

en

* een foto van een gedeeltelijk ontkleed blank meisje van ongeveer 5 à 6 jaar, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Dit meisje ligt op haar rug op een bed met roze onderlaken. Dit meisje draagt een wit soort "bruidsjurkje". Het meisje ligt wijdbeens en draagt geen onderbroekje. Haar vagina is duidelijk zichtbaar. Tussen haar benen is de stijve penis van een volwassen man zichtbaar. Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van 38 afbeeldingen welke bij verdachte werden aangetroffen van dit meisje in deze setting. In de "aanloop" van deze serie poseert dit meisje in diverse houdingen waarbij nadrukkelijk wordt ingezoomd op de vagina en de anus. In het vervolg van deze serie wordt de indruk gewekt dat een volwassen man zich aftrekt en klaarkomt boven het onderlichaam van dit meisje.

(nummer: 05106.06.01.01.01.2, naam: [Bestandsnaam].jpeg, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2694, onder 9)

en

* een foto van een gedeeltelijk ontkleed blank meisje van ongeveer 6 à 7 jaar, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met donkerblond halflang haar. Dit meisje ligt op haar rug op een bank met haar ogen gesloten. Ze draagt een roze geblokt jurkje met wit kanten kraagje. Haar jurkje is omhoog geschoven en ze draagt geen onderbroek. Ze heeft haar benen gespreid waardoor haar vagina prominent in beeld is. De vagina van dit meisje "glanst" van vocht waarbij de indruk gewekt wordt dat dit sperma is. Over de rugleuning van de bank waarop het meisje ligt hangt een oranje deken met o.a. opschrift "Motor Harley Davidson". Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste 24 andere afbeeldingen van dit meisje in deze setting. Op een aantal afbeeldingen is te zien hoe een volwassen mannenhand met een stijve penis over de vagina van die meisje wrijft en daarbij vervolgens de indruk wekt over haar vagina "klaar" te komen. Op een andere afbeelding is te zien dat dit meisje naakt en wijdbeens met haar rug op de buik van een volwassen vrouw ligt die eveneens naakt en wijdbeens op een bed ligt.

(nummer: 05106.06.01.01.01.2, naam: [Bestandsnaam].jpeg, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2695, onder 10)

en

* een foto van een blank naakt meisje van ongeveer 5 à 6 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met halflang donker haar. Dit meisje ligt met haar rug op een bed waarover een rood/groen geblokt dekbed ligt. Ze heeft haar benen gespreid en houdt deze met haar handen verder uit elkaar. Haar vagina en anus worden hierdoor zeer duidelijk zichtbaar. Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van 52 afbeeldingen van dit meisje in deze setting. In het begin neemt ze diverse poses aan waarbij regelmatig wordt ingezoomd op haar vagina en anus. Vervolgens komt er een naakte blanke volwassen man in beeld die in een aantal gevallen met zijn vingers de schaamlipjes van de vagina verder uit elkaar duwt danwel zijn penis in of tegen de vagina van het meisje duwt.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].jgp, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2695, onder 11)

en

* een foto met daarop 2 naakte blanke meisjes van respectievelijk 5 à 6 jaar en 7 à 8 jaar, althans meisjes die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Beide meisjes zitten naakt en wijdbeens met de benen op een bank. Ze zitten met hun lichaam naar elkaar toegekeerd. De onderlichaampjes raken elkaar bijna. De vagina's van beide meisjes zijn zeer duidelijk zichtbaar. Het oudere meisje heeft halflang donderblond haar. Het jongere meisje heeft halflang blond haar wat ze draagt in twee vlechtjes. Rechtsonder in beeld staat de vermelding "19/08/2005". Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste acht andere afbeeldingen van deze meisjes in deze setting met dezelfde datumaanduiding die eveneens als kinderpornografisch te betitelen zijn.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].JPG, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2695, onder 12) en/of

* een foto van een blank naakt meisje van ongeveer 8 à 9 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met lang donker haar. Het meisje heeft zogenaamde "Pijpenkrullen" en is gezien haar leeftijd zwaar opgemaakt. Ze zit wijdbeens met haar onderlichaam in de richting van de camera. De vagina van dit meisje is duidelijk te zien. Om haar middel draagt ze een soort sjaal van bont. Deze foto maakt deel uit van een serie van afbeeldingen van dit meisje in deze setting in dit decor. De verdachte bezit tenminste twee andere afbeeldingen van dit meisje uit deze serie die eveneens als kinderpornografisch aan te merken zijn.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].jpg, één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2696, onder 13)

en

* een foto van een blank naakt meisje van ongeveer 7 à 8 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met lang donkerblond haar. Dit meisje staat in de badkuip van een badkamer die betegeld is met terracotta en witte tegels. Het meisje heeft haar rechterbeen op de badrand geplaatst. Ze draagt in haar rechterhand een blauwe badspons. Door de positie die ze inneemt is haar vagina duidelijk zichtbaar. In de rechteronderhoek van deze afbeelding staat een logo getiteld "[bestandsnaam]". De verdachte heeft tenminste 92 andere afbeeldingen van dit meisje in deze serie welke eveneens als kinderpornografisch te betitelen zijn. Hierin worden in een aantal gevallen alleen maar zogenaamde "close ups" van de vagina getoond.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].jpg, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2696, onder 14)

en

* een foto van een naakt blank meisje van ongeveer 9 à 10 jaar oud, althans een meisje dat de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met halflang donkerblond haar. Dit meisje bevindt zich in een decor wat een soort "jungle" moet voorstellen. Het meisje hangt met haar handen aan een groen touw. Het meisje heeft haar benen gespreid waardoor haar vagina nadrukkelijk in beeld wordt gebracht. Het meisje is opgemaakt en ze draagt zwarte naaldhakken die haar enkele maten te groot zijn.

(nummer: 05106.01.06.01.02, naam: [Bestandsnaam].jpg, pagina 2697, onder 17)

en

* een filmpje (van ongeveer 04.37 minuten) met daarop een blank meisje van ongeveer 8 à 9 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met lang blond haar. Het meisje bevindt zich in een badkamer. Gezien het sanitair en de tegels zijn deze opnames vermoedelijk gemaakt in één van de voormalige Oostbloklanden. Er wordt gefilmd vanaf een vaste positie naast het bad. Het meisje stapt in de badkuip en begint zich te wassen. Het gezicht van het meisje komt gedurende de opname niet in beeld. Het meisje is alleen maar bezig om haar vagina en billen te wassen. Hiertoe keert ze zich in de richting van de camera. In een aantal gevallen tilt ze haar been op of duwt ze haar billen of schaamlipjes uit elkaar, kennelijk met de bedoeling haar vagina en/of anus duidelijker in beeld te brengen.

(nummer: 05106.01.06.01.05.323, naam: [Bestandsnaam].avi, pagina 2698, onder 20)

en

* een filmpje (van ongeveer 25 minuten en 19 seconden) van twee meisjes van 8 à 9 jaar, althans meisjes die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, met Aziatisch uiterlijk. Beide meisjes doen in 1e instantie het spel "handstand tegen de muur". Bij één van de meisjes wordt de onderbroek zichtbaar omdat het rokje wegzakt. Er wordt ingezoomd op haar kruis. Haar blouse zakt ook naar beneden en er wordt ingezoomd op haar tepels. De meisjes kleden zich uit maar houden in 1e instantie hun onderbroekjes nog aan. De meisjes gaan spelen en er wordt regelmatig ingezoomd op hun kruizen. De meisjes kleden zich vervolgens helemaal uit en gaan tegen de muur staan. De meisjes spreiden hun benen en er wordt ingezoomd op hun vagina's. Een meisje gaat vervolgens op haar buik op een bed liggen. De camera(man) staat kennelijk aan het voeteneind. Er wordt ingezoomd op haar vagina. Het andere meisje zit op haar knieën en handen met haar onderlichaam richting camera gekeerd. Er wordt vervolgens ingezoomd op haar vagina. Op een gegeven moment komen een aantal vingers in beeld die de schaamlippen uit elkaar duwen. Er wordt volledig ingezoomd op de vagina en de vagina en de vingers komen prominent in beeld. Het andere meisje is op haar rug gaan liggen en er wordt weer ingezoomd op haar vagina. Een aantal vingers komen in beeld en trekken de schaamlippen uit elkaar. Er wordt (vervolgens) weer ingezoomd op de vagina. Het meisje maakt met haar vingers (vervolgens) het bekende V teken. Een van de meisjes zit (vervolgens) wijdbeens op een toilet. Er wordt ingezoomd op haar vagina terwijl zij aan het plassen is.

(nummer: 05.106.01.04.01.01.473, naam: [Bestandsnaam].avi, pagina 2698c onder 2)

* een foto van een bloot, blank, meisje van enkele maanden tot één jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Dit meisje zit/ligt bij een blanke man op de schoot. De man heeft zijn handen in de buurt van de vagina van dat meisje liggen en met zijn vingers trekt hij de schaamlippen iets uit elkaar. Deze foto maakt onderdeel uit van een serie van 14 foto's waarbij er onder andere wordt ingezoomd op de vagina van het meisje.

(nummer: 05.106.01.11.01.02.203, naam: [Bestandsnaam], en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2698c en 2698d, onder 3)

* een foto van twee blote blanke meisjes van 9 à 10 jaar, althans meisjes die de kennelijke leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt. Beide meisjes zitten op een bank/bed en hebben lang haar. Een meisje steunt met haar handen op de dijbenen van het andere meisje. Deze heeft haar benen gespreid zodat haar vagina prominent in beeld komt. Beiden kijken ze recht in de camera. Beide kinderen hebben blauwe plekken/bloeduitstortingen op hun lichaam.

(nummer: 05.106.01.11.01.02.203, naam: [Bestandsnaam], pagina 2698d, onder 4)

* een foto van een bloot blank meisje van 4 à 5 jaar, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Dit meisje zit op de grond. Ze zit op een rood doek en de achterwand is ook geheel rood. Zij heeft haar benen gespreid zodat haar vagina prominent in beeld komt. Tussen haar benen staat een paddenstoel. Het meisje heeft blauwe plekken/bloeduitstortingen op haar lichaam. Deze foto maakt onderdeel uit van een serie van 21 foto's waarbij er onder andere wordt ingezoomd op de vagina van het meisje.

(nummer: 05.106.01.11.01.02.199, naam: [Bestandsnaam], en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2698d, onder 5)

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

* een foto van vier naakte meisjes met een Aziatisch uiterlijk tussen de 5 à 7 jaar oud, althans meisjes die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, met (lang) zwart haar. Ze bevinden zich in een slaapkamerachtige omgeving. De wanden van die kamer zijn roze van kleur en de meisjes bevinden zich op een opgemaakt bed. Tussen hen in staat een naakte volwassen man. De man heeft één van de meisjes opgetild. Het meisje ligt met haar rug tegen de borst van de man. De man houdt het meisje bij haar knieën vast en keert haar onderlichaam in de richting van de camera. Hierdoor is/zijn de vagina en de anus van het meisje duidelijk zichtbaar geworden. Een van de andere meisjes ligt op haar knieën voor de man en heeft de stijve penis van die man in haar mond. Deze afbeelding maakt

deel uit van een serie foto's waarin deze meisjes bij elkaar en/of zichzelf danwel met de man, seksuele handelingen verrichten.

(nummer: 05106.01.02.01.02.1, naam: [Bestandsnaam].jpg, en/of één of meer foto's uit dezelfde serie, pagina 2694, onder 7)

en

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of vinger(s) en/of een dildo en/of één of meer andere voorwerpen) door zichzelf en/of door een volwassen man/een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer):

* een foto van een blank naakt meisje van ongeveer 6 à 7 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, met lang rood haar. Dat meisje zit wijdbeens op het deksel van een toilet. Tussen de benen van dat meisje is het naakte onderlichaam van een volwassen blanke man zichtbaar. Deze man heeft zijn stijve penis in de vagina van het meisje. De hierboven omschreven afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste 39 andere afbeeldingen van dit meisje in dit decor, die eveneens bij deze verdachte werden aangetroffen. In deze serie met als subtitel "([bestandsnaam])" heeft het meisje onder andere in een aantal gevallen de stijve penis van de man in haar mond en wordt op een gegeven moment de indruk gewekt dat deze man over de borst van het meisje is klaar gekomen.

(nummer: 05106.01.02.01.02.1, naam: [Bestandsnaam], en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2692, onder 3)

en

* een foto van een meisje met een Aziatisch uiterlijk van ongeveer 8 à 9 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met lang zwart haar. Dit meisje ligt op haar rug op een bed met wit onderlaken. Ze draagt een spijkerjurkje wat aan de voorzijde is open gedaan. Ze draagt een wit slipje waarop aan de voorzijde een afbeelding van een fietsje staat. Het kruisje van dit slipje is gedeeltelijk verwijderd waardoor haar vagina duidelijk zichtbaar is. Tussen haar benen is het ontblote onderlichaam van een volwassen man zichtbaar. Deze man heeft in zijn rechterhand een langwerpig staafje wat hij in de vagina van dit meisje heeft gestopt. De handen en voeten van dit meisje zijn hierbij met zilverkleurig tape aan elkaar vastgeplakt waardoor ze wijdbeens is komen te liggen. Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste 15 andere foto's van dit meisje in deze setting die de verdachte in zijn bezit had en die eveneens als kinderpornografisch te betitelen zijn.

(nummer: 05106.06.01.01.01.1, naam: [Bestandsnaam].jpg, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2697, onder 16)

en

* een filmpje (van ongeveer 2.18 minuten) met daarop een blank meisje van 1 à 2 jaar, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. In dit filmfragment wordt alleen het onderlichaam van het meisje in beeld gebracht. Te zien is dat een stijve penis van een volwassen man de anus van het meisje binnendringt. De man duwt met zijn linkerhand de beentjes van het meisje verder uiteen. Bij de tijdsaanduiding 00.38 minuten begint het meisje hartverscheurend te huilen. Desondanks blijft de man de anus van het meisje penetreren met zijn penis. Bij de tijdsaanduiding 02.18 minuten haalt de man zijn penis uit de anus van het meisje om vervolgens over haar buikje en vagina klaar te komen.

(nummer: 05106.01.06.01.05.305, naam: [Bestandsnaam].avi, pagina 2698, onder 19)

en

* een filmpje (van ongeveer 21 minuten en 16 seconden) met daarop een blank meisje van 4 a 5 jaar, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met donker lang haar. Zij draagt om haar nek een goudkleurige ketting met een goudkleurig hangertje. Zij draagt een onderbroek en wrijft met haar handen over haar gehele lichaam als een striptease danseres. Zij trekt haar onderbroek naar beneden, buigt voorover en laat haar vagina zien. Vervolgens opent zij haar vagina met haar vingers. Zij kleedt zich helemaal uit. Het meisje ligt op haar rug en haar vagina wordt gepenetreerd door een penis. De man komt klaar en spuit de sperma op de buik van het meisje. Een paar handen van (vermoedelijk) het meisje, gezien de vorm en grote en houding, wrijft door de sperma en vagina. Vervolgens zie je het onderlichaam van een jong meisje, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, in beeld. Zij draagt een rokje maar is verder naakt. Haar vagina wordt gepenetreerd door een penis. De achterzijde van het lichaam van dat jonge meisje komt in beeld. De vagina van dat meisje wordt, achterlangs, gepenetreerd door een penis. Vervolgens zie je (vermoedelijk) hetzelfde onderlichaam in beeld, dit gezien de rok en de omgevingsfactoren, en wordt de vagina aan de voorzijde gepenetreerd door de penis. De achterzijde van het lichaam van dat jonge meisje wordt wederom, achterlangs, gepenetreerd door een penis. Er wordt heel close ingezoomd op de penis en de vagina. Regelmatig wordt het beeld gewisseld tussen de hierboven omschreven "standjes" c.q. handelingen. Als de man klaarkomt spuit hij de sperma op de buik van het meisje. Een hand, gezien vorm, grote en houding (vermoedelijk) van dat meisje, wrijft door de sperma en vagina. Het meisje ligt nu op het bed en wordt nu anaal gepenetreerd door een stijve penis. Vingers houden de vagina open van het meisje en er wordt door de camera op ingezoomd. De man ligt op zijn rug en het meisje zit schrijlings over de man (heen). De stijve penis van de man penetreert de vagina van het meisje. De man houdt zijn penis (vermoedelijk, gezien de vorm, grote en houding) met zijn handen vast en het lichaam van het meisje gaat op en neer. Er wordt heel close ingezoomd op de vagina (van dat meisje). Een paar vingers komen tevens in beeld. Een of meer vingers dringen de vagina en de anus binnen, ook trekken ze de schaamlippen uit elkaar. Op een gegeven moment zitten zowel in de vagina als in de anus een vinger. De vingers (vermoedelijk, gezien de vorm, grote en houding) van het meisje, komen in beeld. Ze trekken de schaamlippen uit elkaar. Er wordt heel close ingezoomd op de vagina van het meisje. In de vagina van dat meisje zit een stift of permanent marker, althans een voorwerp. Op een gegeven moment ligt het meisje voorover gebogen op haar knieën. De man ligt op zijn rug en penetreert met zijn penis de vagina en de anus van het meisje. Het meisje houdt (vermoedelijk, gezien de vorm, grote en houding) met haar handen de penis van de man vast. Vervolgens zie je het meisje weer in beeld en haar voeten zijn vastgebonden door middel van witte banden (mogelijk judobanden). De benen zijn wijd uit elkaar zodat haar gehele vagina zichtbaar wordt. De vagina en de anus van het meisje worden gepenetreerd door de penis. Tevens wordt de vagina gepenetreerd door een vinger terwijl de anus gepenetreerd wordt door de penis. Gezien de omgevingsfactoren, kleur laken, kleur t-shirt dader (zwart/donkerblauw), vormen van het onderlichaam van de man en het meisje gaat het vermoedelijk om hetzelfde duo. Deze film is opgebouwd uit diverse stukjes film die kriskras door elkaar gemonteerd zijn.

(nummer: 05.106.01.04.01.01.473, naam: [Bestandsnaam].avi, pagina 2698b, onder 1)

- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer):

* een foto van een gedeeltelijk ontkleed blank meisje van 6 à 7 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, met halflang donker haar. Het naakte onderlichaam van een volwassen man is zichtbaar. De man heeft een stijve penis. Tussen zijn gespreide benen zit dat meisje. Het meisje heeft de stijve penis van de man in haar mond.

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].jpg, pagina 2693, onder 4)

en

* een foto van een naakt blank meisje van 2 à 3 jaar oud, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met lang lichtblond haar. Dit meisje ligt met haar rug op bed. Het meisje wrijft met haar linkerhand over haar vagina. Voor het bed staat een naakte volwassen man met een stijve penis. Het gezicht van dit meisje is gekeerd richting de man. Deze man stopt op deze afbeelding zijn stijve penis in de mond van het meisje. De man heeft een litteken danwel moedervlek op de zijn rechteronderarm. Deze afbeelding maakt deel uit van een serie van tenminste 25 afbeeldingen van dit meisje met deze man in deze setting die de verdachte in zijn bezit had en welke als kinderpornografisch zijn aan te merken. Op de hierin aangetroffen afbeelding voorzien van de na[Bestandsnaam].jpg" wordt o.a. de indruk gewekt dat de man over de buik van het meisje "klaarkomt".

(nummer: 05106.01.05.01.07.1, naam: [Bestandsnaam].jpg en/of [Bestandsnaam].jpg, en/of één of meer andere foto's uit dezelfde serie, pagina 2696-2697, onder 15)

en

- het betasten en/of likken van de vagina en/of het houden van een vinger tussen de schaamlippen en/of het drukken van een stijve penis in/tegen de vagina en/of de billen van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt:

* een filmpje (van ongeveer 2.34 minuten) met daarop een naakt meisje van ongeveer 2 à 3 jaar, althans een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De opname begint met het naakte onderlichaam van de volwassen man. De man draagt alleen een wit shirt. De man heeft een stijve penis. De man neemt het naakte meisje in zijn handen en legt haar op zijn borst. Het meisje komt hierdoor met gespreide beentjes op zijn naakte onderlichaam te liggen. De man pakt met zijn rechterhand zijn stijve penis en wrijft deze over de vagina en anus van het meisje. Hierna "draait" hij het meisje om en legt haar met haar rug op zijn bovenbenen waarbij haar onderlichaam in de richting van de camera ligt. De man maakt met zijn lippen de vingers van zijn rechterhand nat en begint hiermee over de vagina en de anus van het meisje te wrijven.

(nummer: 05106.06.01.01.01.2, naam: [Bestandsnaam].avi, pagina 2697-2698, onder 18)

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Ten aanzien van het parketnummer 07.630273-09:

hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001 in Lonneker met [slachtoffer A] (geboren op [datum] 1990), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hieruit bestaande dat hij:

- met zijn vinger de vagina en de schaamlippen en de borsten/tepels van die [slachtoffer A] heeft betast en/of gestreeld en/of vastgepakt

Van het onder de parketnummers 07.630167-08, 07.630220-09 onder 1, 2, 3 en 4 en 07.630273-09 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Ten aanzien van het onder parketnummer 07.630167-08 bewezen verklaarde:

doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van het onder parketnummer 07.630220-09 bewezen verklaarde:

1.

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht

2.

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht

3.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, bezitten, terwijl hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt

strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht

4.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, terwijl hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, bezitten, terwijl hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt

strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van het onder parketnummer 07.630273-09 subsidiair bewezen verklaarde:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd dat

verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven dat verdachte behandeling nodig heeft, maar geeft tevens aan dat verdachte fel tegen behandeling in een gesloten instelling is. Deze houding zou wel eens een behandeling in de weg kunnen staan. Primair is de verdediging daarom van mening dat geen behandeling in een gesloten instelling zou moeten volgen. Subsidiair is de verdediging van mening dat een opgelegde behandeling in een gesloten setting zo snel mogelijk moet worden ingezet en niet moet worden voorafgegaan door vele jaren van detentie.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de door mevrouw drs. P.A. Mon, psychiater, en drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog, respectievelijk op 20 januari 2010 en 5 november 2009 uitgebracht rapporten.

Drs. Mon heeft bij verdachte een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en theatrale kenmerken geconstateerd en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens namelijk pedofilie. Van beide aandoeningen was sprake ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Verdachte kan weliswaar de wederrechtelijkheid van zijn handelen inzien, maar had vanwege zijn gebrekkige impulscontrole en de drang om zijn seksuele behoeften te bevredigen zo weinig grip op zijn handelen en gedrag dat hij niet in staat kan worden geacht naar dit inzicht te handelen. Verdachte dient daarom met betrekking tot de ten laste gelegde feiten als verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd. De kans op recidive ten aanzien van de ten laste gelegde feiten schat drs. Mon als zeer hoog in. Zij is van mening dat een intensieve langdurige klinische behandeling in het stringent kader van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging van overheidswege aangewezen is om de kans op recidive te verminderen, gelet op de ernst van de ten laste gelegde feiten, de ernst van de aanwezige psychopathologie, de grote kans op recidive en het causale verband tussen de psychopathologie en de ten laste gelegde feiten. Een dergelijke behandeling ziet zij als enige mogelijkheid om verdachte in behandeling te krijgen en langdurig te houden.

Drs. Van der Leeuw constateert bij verdachte een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, te weten pedofilie gesitueerd in een perverte persoonlijkheidsstructuur. Verdachte dient ten aanzien van de ten laste gelegde feiten als verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd. Verder wordt geconcludeerd dat de perverte structuur van verdachte en het seksueel grensoverschrijdende gedrag dat daaruit gemakkelijk voort kan komen, van een meedogenloze en hardnekkige aard zijn. Behandeling van deze ernstige en omvattende problematiek vereist een grote mate aan intensiteit en behoeft een lange duur wil het recidiverisico althans verminderd worden. Ambulante behandeling zou per definitie ontoereikend zijn en klinische behandeling is gezien ook het chronische karakter van de perverte problematiek ontoereikend zolang deze vorm van behandeling plaatsvindt binnen het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel dan wel binnen het kader van een TBS met voorwaarden. Derhalve rest alleen het onvoorwaardelijke TBS-advies met dwangverpleging.

De rechtbank neemt voormelde conclusies en het advies op de in de rapportages daarvoor bijeengebrachte gronden over en maakt die tot de hare.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen, met name jonge meisjes, het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling van verdachte met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd, eist.

Daarnaast concludeert de rechtbank op grond van voornoemde rapportages dat er bij verdachte kan worden gesproken van een zekere mate van verwijtbaarheid van de door hem gepleegde strafbare feiten. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte tevens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. In dit kader overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft een zeer jong meisje van het leven beroofd. Doodslag behoort tot de meest ernstige delicten die onze rechtsorde kent, het recht op leven tot de sterkste rechten waarvoor diezelfde rechtsorde opkomt. Dat rechtvaardigt een langdurige gevangenisstraf, zowel uit oogpunt van vergelding als uit generaal preventief oogpunt.

Daarnaast heeft verdachte meerdere zeer jonge meisjes ernstig seksueel misbruikt, een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen in bezit gehad en zelf vervaardigd. Het betreft hier zeer ernstige feiten die een grote schok hebben veroorzaakt in de samenleving. Verdachte heeft deze slachtoffers op grove wijze in hun lichamelijke integriteit aangetast. Dit dient hem zwaar te worden aangerekend. Ook om die reden is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële omvang op haar plaats.

Het opleggen van de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging impliceert dat een veroordeelde met de op te leggen behandeling enig perspectief wordt geboden op terugkeer in de maatschappij. Naar het oordeel van de rechtbank wringt de combinatie van terbeschikkingstelling met dwangverpleging en de langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd in dat opzicht. Om die reden zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die lager is dan die door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank zal wel van de haar in artikel 37b tweede lid van het Wetboek van Strafrecht geboden mogelijkheid gebruik maken en adviseren dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege niet eerder zal beginnen dan nadat tweederde van de gevangenisstraf is verstreken.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 5 januari 2010.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het onder 2 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerp dient te worden verbeurdverklaard, omdat met behulp van deze computer de strafbare feiten zijn begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, en 19 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het aan hem toebehorende onder 7 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerp, aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

De rechtbank zal de vernietiging gelasten van het onder 17 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde stuk laken.

Benadeelde partij

Voorafgaande aan de terechtzitting van 6 mei 2010 heeft gemachtigde [gemachtigde] namens [slachtoffer C] een vordering van € 5.000,- ingediend ter zake een voorschot op immateriële schade en namens de ouders van [slachtoffer C], [moeder slachtoffer C] en [vader slachtoffer C], een vordering van € 23.265,10 ter zake materiële schade. Ter terechtzitting heeft de gemachtigde gevraagd om de vordering welke namens de ouders is ingediend niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:107 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek onder verwijzing naar de civiele rechter. Ten aanzien van de namens [slachtoffer C] ingediende vordering heeft de gemachtigde gevraagd om tevens het geliquideerde salaris hierover toe te kennen.

De officier van justitie heeft zich op hetzelfde - aangepaste- standpunt van de gemachtigde gesteld.

De raadsman heeft ten aanzien van beide vorderingen gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de schade niet op eenvoudige wijze is vast te stellen dan wel dat de kosten niet rechtstreeks aan verdachte zijn te wijten.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer C] (gemachtigde [gemachtigde]) rechtstreeks immateriële schade heeft geleden ten gevolge van de ten laste van verdachte onder parketnummer 07.630220-09 onder feit 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten.

De hoogte van het voorschot op die schade is, gelet op de inhoud van het "voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces", genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van

€ 5.000,-. Het geliquideerde salaris van de gemachtigde stelt de rechtbank vast op een bedrag van € 400,- (gemachtigde is geen advocaat, 2 punten - 1 punt indienen voegingsformulier en 1 punt aanwezigheid ter terechtzitting - x € 200,00).

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar als voorschot.

De rechtbank zal voorts ter zake van het onder parketnummer 07.630220-09 onder feit 1, 2 en 3 bewezen verklaarde aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 5.400,- ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer C].

De benadeelde partijen [moeder slachtoffer C] en [vader slachtoffer C] zijn naar het oordeel van de rechtbank niet-ontvankelijk in hun vordering op grond van artikel 6:107 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek en deze kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

BESLISSING

Het onder parketnummer 07.630167-08 meer subsidiair, onder parketnummer 07.630220-09 1, 2, 3 en 4 en onder parketnummer 07.630273-09 subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder parketnummer 07.630167-08 meer subsidiair, onder parketnummer 07.630220-09 1, 2, 3 en 4 en onder parketnummer 07.630273-09 subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank adviseert dat de terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege eerst aanvangt nadat tweederde van de opgelegde gevangenisstraf is verstreken.

Beslag

De rechtbank verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 2 genoemde computer.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 genoemde boeken, de onder 3 genoemde harddisk, het onder 4 genoemde fototoestel, de onder 5 genoemde mp3 spelers, de onder 6 genoemde dvd's, het onder 8 genoemde fototoestel, de onder 9 genoemde fotocamera, de onder 10 genoemde tapeband, de onder 11 genoemde tapeband, de onder 12 genoemde tie-wraps, de onder 13 genoemde tapeband, het onder 14 genoemde ondergoed, de onder 15 genoemde tapeband, het onder 16 genoemde ondergoed, het onder 18 genoemde tapeband en het onder 19 genoemde tapeband.

De rechtbank gelast de teruggave van het onder 7 op de beslaglijst genoemde horloge aan verdachte.

De rechtbank gelast de vernietiging van het onder 17 op de beslaglijst genoemde stuk laken.

Schadevergoeding

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer C], wonende te Enschede, van een bedrag van € 5.400,- als voorschot ter zake immateriële schadevergoeding.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 5.400,-, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer C], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen [moeder slachtoffer C] en [vader slachtoffer C] in hun vordering niet ontvankelijk zijn en dat zij hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. M.A. Wijnands-Veninga en

J.E. van den Steenhoven-Drion, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.C.W. Emmen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2010.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij de opsporingsonderzoeken van de Regiopolitie IJsselland, uitgevoerd ten aanzien van de onder de parketnummers 07.630167-08, 07.630220-09, 07.630273-09 lopende zaken.

2 Het door [verbalisant], brigadier, en [verbalisant], brigadier-rechercheur, op 18 februari 1991 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [moeder slachtoffer B], pagina 51, 3e alinea; Het door [verbalisant], brigadier-rechercheur, en [verbalisant], brigadier, op1 maart 1991 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal relaterende de fotoherkenning door [moeder slachtoffer B], pagina 70, 2e alinea; Het door [verbalisant], brigadier-rechercheur, en [verbalisant], brigadier, op 4 maart 1991 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, pagina 71, 1e alinea.

3 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 7 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 4 september 2009, pagina 2456, 8e alinea en 10e alinea.

4 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 7 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 4 september 2009, pagina 2461, 15e alinea.

5 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 7 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 4 september 2009, pagina 2458, 5e alinea en 11e alinea.

6 Het bij het door [verbalisant], inspecteur, en [verbalisant], brigadier, op 28 december 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen opgenomen proces-verbaal bevindingen, bijlage 7 pagina 40, 10e alinea.

7 Het door [verbalisant], brigadier, en [verbalisant], werkzaam bij Team Grootschalige Opsporing Pireas, op 11 december 2009 opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 12 november 2009, pagina 3271, 23e en 24e zin.

8 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 mei 2010.

9 Het bij het door [verbalisant], brigadier, op 30 oktober 2009 opgemaakt proces-verbaal als bijlage A opgenomen rapport opgemaakt door [verbalisant], arts en patholoog-anatoom, werkzaam bij Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie, op 11 juli 1991, pagina 6, 9e alinea.

10 Het door [verbalisant], brigadier, en [verbalisant], op 15 februari 1991 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [moeder slachtoffer B], pagina 48, 5e alinea.

11 Het bij het door [verbalisant], inspecteur, en [verbalisant], brigadier, op 28 december 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen opgenomen Rapport van het Gerechtelijke Laboratorium opgemaakt op 1 juli 1991 door drs. J.M. Kockx, bijlage 20, pagina 4, 1e alinea.

12 Het door dr. A.J. Kal, als gerechtelijk deskundige werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut, op 9 juli 2009 opgemaakte deskundigenrapport met bijlage, pagina 1, 3e alinea, bijlage, 5e alinea.

13 Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, betreffende Aanvullend haaronderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer B] in Deventer op 14 februari 1991, opgemaakt op 26 januari 2010 door ing. P.E. de Vreede, tabel 5 en tabel 7.

14 Het bij het door [verbalisant], brigadier, op 30 oktober 2009 opgemaakt proces-verbaal als bijlage A opgenomen rapport opgemaakt door [verbalisant], arts en patholoog-anatoom, werkzaam bij Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie, op 11 juli 1991, pagina 2, 5e alinea.

15 De bij het door [verbalisant] en [verbalisant], beide technisch rechercheur, op4 juni 2003 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal technische onderzoeken inzake [slachtoffer B] opgenomen brief van D. Botter en U.J.L. Reijnders, forensisch geneeskundigen GG&GD Amsterdam d.d. 9 juni 2003, bijlage 42, pagina 2, 3e en 4e alinea.

16 Brief van dr. A.J. Kal, als gerechtelijk deskundige werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 29 april 2010 gericht aan rechter-commissaris mr. H.Th. Pos, pagina 5, 4e, 5e en 6e alinea en pagina 6, 1e alinea.

17 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 18 juni 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [moeder slachtoffer C], pagina 977, 1e en 3e alinea; Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 18 juni 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [vader slachtoffer C], pagina 988, 1e en 2e alinea.

18 De bij het door [verbalisant], inspecteur, en [verbalisant], brigadier, op 29 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onder bijlage B gevoegde Geneeskundige verklaring opgemaakt door M. Evers, arts, werkzaam bij GGD regio Twente, betreffende het zedenonderzoek van 17 juni 2009, pagina 1041, 1e alinea.

19 De bij het door [verbalisant], inspecteur, en [verbalisant], brigadier, op 29 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onder bijlage B gevoegde Deskundigenrapport opgemaakt door R.A.C. Bilo, forensisch geneeskundige, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 25 augustus 2009, p. 1044, 1e en 5e alinea, pagina 1045, 1e tot en met 3e alinea.

20 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 31 augustus 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 24 augustus 2009, pagina 1262, 17e zin; Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 30 september 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 25 augustus 2009, pagina 2672, 15e zin en 25e zin.

21 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 19 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 1 oktober 2009, pagina 526, 5e zin.

22 Het door [verbalisant], brigadier, en [verbalisant], werkzaam bij het Team Grootschalige Opsporing Pireas, op8 december 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 8 december 2009, pagina 3242, 1e alinea.

23 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 mei 2010.

24 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 mei 2010.

25 Het door [verbalisant], brigadier, en [verbalisant], werkzaam bij het Team Grootschalige Opsporing Pireas, op8 december 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 8 december 2009, pagina 3240, 6e alinea.

26 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 2 december 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 1 september 2009, pagina 360, 6e tot en met 26e zin.

27 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 31 augustus 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 24 augustus 2009, pagina 1269, 19e tot en met 23e zin.

28 Het door [verbalisant], brigadier, op 21 juli 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal bevindingen, pagina 1100a, 7e alinea tot en met pagina 1100b, 4e alinea.

29 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 mei 2010.

30 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 31 augustus 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 24 augustus 2009, pagina 1228, 11e en 12e zin, 22e en 23e zin, pagina 1230, 15e tot en met 18e zin, pagina 1232, 31e zin tot en met p. 1233, 7e zin, pagina 1233, 14e en 15e zin.

31 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 27 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 9 september 2009, pagina 462, 18e tot en met 21e zin; Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 31 augustus 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 24 augustus 2009, pagina 1276, 8e zin.

32 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 7 oktober 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (multimedia), pagina's 2692 2e alinea tot en met pagina 2698 3e alinea; Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier op18 november 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, pagina 2698b, 2e alinea tot en met pagina 2698d, 3e alinea.

33 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 20 juni 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 20 juni 2009, pagina 2702, 3e alinea.

34 Verklaring verdachte ter terechtzitting 6 mei 2010.

35 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 10 september 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 25 augustus 2009, pagina 312, 16e zin.

36 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 10 september 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 25 augustus 2009, pagina 317, 2e zin.

37 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 10 september 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte op 25 augustus 2009, pagina 318, 10e zin.

38 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 14 augustus 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, pagina 2627, 5e en 6e alinea.

39 Het door [verbalisant] en [verbalisant], beide brigadier, op 30 september 2006 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte op 25 augustus 2009, pagina 2651, 10e en 11e zin, pagina 2652, 7e zin, pagina 2654, 3e tot en met 6e zin.